Home > Archief > Actueel > Nieuws 2007 Sitemap | Contact

Nieuws 2007


printer

Verslag symposium “Verantwoordelijkheden van artsen” 17.11.2007

Aangezien er in de voorbije jaren veel te doen is geweest over de verantwoordelijkheid van artsen, organiseerde het Vlaams Artsensyndicaat op 17 november jl., in samenwerking met Fortis, het symposium “Verantwoordelijkheden van artsen”. Er was accreditering voorzien van 3.0 C.P. in de rubriek Ethiek & Economie.

Symposium 17-11-2007 (1)Dr. Rudi Van Driessche, voorzitter van het VAS, afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant verwelkomde ruim 250 artsen in het Dr. Lazarus Marcquisauditorium in het Elzenveld te Antwerpen. Hij wees op het nieuw elan van het VAS, dat o.m. blijkt uit het feit dat dit het derde grote symposium is in amper anderhalf jaar alsook uit de vele infoavonden die recentelijk werden georganiseerd.

Symposium 17-11-2007 Dr. Wostyn









Dr. Lieven Wostyn, provinciale voorzitter van de Orde van Geneesheren in West-Vlaanderen, ging in op de vraag of de Orde enkel tuchtrechtelijke bevoegdheid heeft of ook andere bevoegdheden. Naast de disciplinaire procedure van de Orde lichtte hij de scheidsrechtelijke en de adviserende bevoegdheden toe en besprak hij de werking van de onderzoekscommissie.


Symposium 17-11-2007 Prof. VansweeveltProf. Dr. Thierry Vansweevelt, Hoogleraar medisch recht aan de Universiteit van Antwerpen en tevens advocaat, analyseerde de wet van 15 mei 2007 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg (no fault-aansprakelijkheid) die vanaf 2008 in werking zal treden. Hij benadrukte dat hij zeer tevreden is over het wegvallen van het foutbewijs, waardoor meer slachtoffers van medische fouten vergoed zullen worden. Daarentegen is de kostprijs van het no fault stelsel momenteel nog steeds onzeker en zijn diverse begrippen dermate vaag dat ook hierdoor de wet ondermijnd wordt. Deze wet dient hoe dan ook nog vervolledigd te worden met de nodige uitvoeringsbesluiten, waardoor de inwerkingtreding op 1 januari 2008 niet haalbaar lijkt.



Symposium 17-11-2007 Dr. LandtmetersDr. Bernard Landtmeters, adviserend geneesheer van de Landsbond van Onafhankelijke Ziekenfondsen, gaf daarop de visie van zijn ziekenfonds op het vlak van informatie en controle. Hij pleitte o.a. voor de administratieve vereenvoudiging met behulp van CareNet.







Symposium 17-11-2007 Mr. GonthierNa de pauze kwam Mr. Walter Gonthier, advocaat, aan het woord. Hij besprak de nieuwe procedureregeling van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle van het RIZIV. Ondanks enkele punten van kritiek vindt Mr. Gonthier dat, ten opzichte van de voorgaande procedures, dit systeem veel evenwichtiger is ten aanzien van de rechten en belangen van de belanghebbende partijen. Hoewel er nog heel wat werk op het “terrein” blijft, waaronder het opstellen van een gedragscode voor de geneesheren-inspecteurs, besloot hij dat de nieuwe regelgeving als een belangrijke stap vooruit mocht worden beschouwd.



Symposium 17-11-2007 Dr. HeppHet laatste woord was aan Dr. Bernard Hepp, directeur-generaal van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle. Hij ging dieper in op het responsabiliserings-
proces en de controle door zijn dienst, het zogenaamde “4-stappen”-concept. Het evaluatieprojoct rond het voorschrijfgedrag chinolones werd hierbij ter illustratie toegelicht.






Symposium 17-11-2007 (2)Tenslotte kregen de aanwezigen de mogelijkheid om nog enkele vragen te stellen.



Leden kunnen de PowerPoint-presentaties van de verschillende sprekers terugvinden op deze website.





Het Vlaams Artsensyndicaat, afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant dankt u voor uw talrijke opkomst en wij hopen u op ons volgend jaarlijks symposium of tijdens één van de talrijke infoavonden opnieuw te verwelkomen.

lees verder over Verslag symposium “Verantwoordelijkheden van artsen” 17.11.2007

printer

Open brief aan de partijvoorzitters - 07.12.2007

BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX

Aan alle Partijvoorzitters

Geachte Mevrouw de Voorzitter,
Geachte Heer Voorzitter,

De uittredende regering had zich ertoe verbonden om het Koninklijk besluit van 19 maart 2007, dat krachtens de wet van 13 december 2006 in voege trad, in de wet te bekrachtigen.

Dit koninklijk besluit laat de artsen toe om supplementen te vragen voor de in het ziekenhuis opgenomen kinderen die op uitdrukkelijk verzoek van de ouders in een éénpersoonskamer verblijven.
De uitwerking van dit besluit zal in september 2008 eindigen en dient dus door een wet te worden bekrachtigd.  Maar ondanks de aangegane verbintenis werd niets ondernomen.

Het verbod om vrije honoraria te bepalen in functie van de waarde van de uitgevoerde verstrekkingen, buiten de bepalingen inzake tijd en plaats die in het akkoord omschreven worden of worden bepaald door de artsen die het akkoord hebben geweigerd, is in strijd met de filosofie van de akkoorden die de tarieven bepaalt in functie van de toegankelijkheid tot de zorgen en van de mogelijkheid om ze te financieren.

In deze omstandigheden, als deze bevestiging niet wordt opgenomen in de wet houdende diverse bepalingen die eerstdaags zal worden opgemaakt, zou dit een onoverkomelijk obstakel vormen voor het afsluiten van een akkoord artsen - ziekenfondsen voor 2008 of zou, op het moment dat het koninklijk besluit in kwestie zijn uitwerking zou verliezen, elk aangegaan akkoord doen vervallen.

Ik vraag u dus om alles in het werk te stellen om dergelijke blokkering van de situatie te vermijden.

U dankend voor de aandacht dat U aan dit schrijven wilt schenken verblijf ik, met de meeste hoogachting,


Dokter Roland LEMYE
Voorzitter BVAS

printer

Onderhandelingen geneesheren-ziekenfondsen afgebroken

BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX

Persbericht dd. 18 december 2007

Deze nacht werden de onderhandelingen tussen geneesheren en ziekenfondsen afgebroken.
Marc Justaert heeft dit namens de ziekenfondsen tijdens de vergadering meegedeeld.

Het struikelblok was de vraag van de BVAS tot opwaardering van de avondraadpleging.
Deze vraag bevatte een dubbele boodschap aan de bevolking, met name:
- Dat de artsen, enerzijds, aan de vraag en de verwachting van de bevolking willen blijven beantwoorden maar dat zij een erkenning eisen voor hun beschikbaarheid die vandaag de dag, in onze samenleving van verminderde werktijd, niet meer als normaal en vanzelfsprekend kan worden beschouwd.
- En anderzijds, dat de patiënten wiens toestand geen avondraadpleging rechtvaardigt, zich tijdens de dag tot hun arts dienen te richten.

Bij gebrek aan betrouwbare elementen om het percentage van de betreffende raadplegingen vast te leggen, hetgeen absoluut noodzakelijk is om een begroting te kunnen opstellen, hadden de artsen ermee ingestemd om deze raadpleging slechts vanaf 1 juli te laten beginnen en het project vóór het volgende akkoord te evalueren om elke budgettaire overschrijding te vermijden.

Het dient te worden gezegd dat op basis van een redelijke schatting de kosten van deze avondraadpleging perfect in de aan ons toegekende begroting paste.
Nochtans koppelden de ziekenfondsen twee eisen aan het voorstel.
Allereerst diende de avondraadpleging te worden beschouwd als deze van een georganiseerde wachtdienst en anderzijds mocht geen enkele arts een bepaald percentage avondraadplegingen overschrijden in verhouding tot het geheel aan raadplegingen.

Deze twee eisen droegen niets positiefs bij aan het voorstel, maar voerden een onaanvaardbare administratieve last in op het ogenblik waarop de artsen de administratieve rompslomp meer en meer bekritiseren.
Zij voerden de zware verplichting in om voortdurend de avondraadplegingen te tellen ten opzichte van de andere raadplegingen.   Kortom, deze eisen gaven het wantrouwen weer van de ziekenfondsen ten opzichte van de artsen.

Dit gevoel, dat regelmatig tot uiting kwam tijdens de besprekingen, werd als beledigend beschouwd door de artsenbank, die deze eisen dan ook heeft verworpen.

Na een onderbreking van de zitting, heeft de bank van de ziekenfondsen, onder leiding van Marc Justaert, verklaard de onderhandelingen daar stop te zetten.

Het is duidelijk dat de heer Justaert sinds het begin van de onderhandelingen een arrogantie te kennen gaf die deze beslissing reeds deed vermoeden.
Waarschijnlijk heeft Marc Justaert de voorwaarden die de BVAS heeft gesteld alvorens de onderhandelingen te starten, niet verteerd.  Op geen enkel ogenblik heeft hij de indruk gegeven een overeenkomst te willen ondertekenen, of in elk geval een andere overeenkomst dan deze die hij zelf voorstelde.

Hij draagt dus de verantwoordelijkheid van deze breuk. Het was zelfs waarschijnlijk zijn bedoeling.  Hij droomt er wellicht van om de artsen via andere middelen dan de onderhandelingen te dwingen.

Dokter Roland LEMYE
Voorzitter
18/12/2007


printer

Veiligheid huisartsen - persmededeling FOD Binnenlandse Zaken 20.11.2007

De FOD Binnenlandse Zaken (Algemene Directie Veiligheid en Preventie) en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu (Directoraat-generaal Basisgezondheidszorg en Crisisbeheer) houden zich bezig met de veiligheid van huisartsen. Hiertoe willen zij een beter beeld krijgen van reële risicosituaties waarmee deze groep geconfronteerd wordt en hen bevragen over de verschillende manieren waarop zij hen kunnen helpen. Tevens willen zij nagaan hoe hen te kunnen sensibiliseren zich beter te beveiligen tijdens de uitoefening van hun activiteiten.

Er bestaan al een hele reeks preventiemaatregelen, waarover de huisartsen werden geïnformeerd in april 2007. Om deze aan de specifieke situatie van elke huisarts en zijn werkzaamheden (consultaties, huisbezoeken, wachtdiensten) aan te passen, hebben de administraties van de FOD’s feedback van de artsen nodig. Zo kunnen zij hun aandacht richten op nieuwe preventiemaatregelen en/of initiatieven die de artsen kunnen beschermen tegen de dagelijkse risicosituaties en/of tegen agressieve patiënten of verwanten.

Daarom vragen wij de huisartsen, in volledige anonimiteit, hun eigen ervaringen met een eventuele risicosituatie en hun voorstellen aan ons over te maken. Concreet gebeurt dit via een elektronisch formulier dat beschikbaar is op www.besafe.be/veiligheidvanartsen Op dit formulier, dat binnen enkele minuten kan worden ingevuld, is het niet de bedoeling dat artsen bepaalde feiten aangeven of klacht indienen, maar veeleer om hun ervaringen en de manier waarop zij zich beschermen tegen situaties die zij als risicovol beschouwen, kenbaar te maken.

De FOD’s zullen deze informatie uitsluitend gebruiken om te kunnen terugkoppelen naar de huisartsen zelf en hen meer aangepaste adviezen te geven, op basis van hun noden en behoeften, en om de administraties van de FOD’s in staat te stellen sensibiliserings- en preventie-initiatieven op te zetten met als doel de veiligheid van de huisartsen te verbeteren.

Formulier beschikbaar op www.besafe.be/veiligheidvanartsen

printer

BVAS vraagt ernstige garanties akkoord 2008 - Persmededeling 15.11.2007

BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX

Persbericht

Begin oktober drukte het Verzekeringscomité een begroting voor de gezondheidszorg door op basis van een door de ziekenfondsen ingediend document.

Dit document amputeerde het in de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen overeengekomen voorstel voor de artsen met 23 miljoen Euro en verdeelde deze begroting volgens de willekeur van de auteurs.
Dit document was nooit het onderwerp van enige onderhandeling en de artsen konden er pas kennis van nemen tijdens de zitting van het Verzekeringscomité.

Op dat ogenblik hebben de artsen geweigerd onderhandelingen te starten met het oog op een akkoord voor 2008. Zij waren van mening dat de belangrijkste beslissingen zonder hen waren genomen en dat wat overbleef onvoldoende was om over te onderhandelen.

De aftredende regering en de Algemene Raad geloofden er in dat een budgettair extraatje van € 15 miljoen de artsen wel zou doen zwichten.

Het pakte anders uit want niemand van hun gesprekspartners scheen maar in het minst rekening te willen houden met de door de artsen gestelde voorwaarden, met name:
- de afschaffing van de a posteriori controle voor de geneesmiddelen met een aan voorwaarden gekoppelde terugbetaling
- en de concretisering in de wet van de door de voorgaande regering aangegane verbintenis om het vragen van vrije honoraria voor kinderen die in een éénpersoonskamer kamer in het ziekenhuis worden opgenomen terug mogelijk te maken.

Bovendien liet het voorgestelde budget niet toe om tegemoet te komen aan de eis van de artsen om de avondraadpleging op te waarderen.

Sindsdien hebben informele contacten plaatsgegrepen die noch de vereiste omstandigheden tot het onderhandelen van een akkoord, noch het vertrouwen ten aanzien van onze gesprekspartners konden herstellen.

De BVAS herinnert er trouwens aan dat de laatste akkoorden door onze partners tot drie maal toe werden geschonden.

In de loop van het akkoord 2004-2005 werd onze indexmassa 2005 in beslag genomen.

Tijdens hetzelfde akkoord kregen we nooit het bijkomend budget dat werd voorzien om de algemene geneeskunde op te waarderen in ruil voor het realiseren van een trendbreuk in het voorschrijven van antibiotica en dure antihypertensiva, ondanks het feit dat deze trendbreuk wel degelijk werd vastgesteld.

Op basis van een denkbeeldig risico van budgetoverschrijding binnen de medische beeldvorming vond in de loop van het akkoord 2002-2003 een terugvordering plaats die overeenstemde met de activiteit van de twee laatste maanden van het jaar.
Later bleek dat er helemaal geen sprake was van een budgetoverschrijding, maar uiteraard werden de ingehouden bedragen nooit aan de belanghebbenden teruggegeven.

De artsen menen dat de ziekenfondsen en de overheid momenteel de verantwoordelijkheid dragen van het stilvallen van de onderhandelingen.
Zij zullen de weg van het overleg slechts heropnemen als dit vertrouwen wordt hersteld via ernstige garanties en indien zij vaststellen dat alles niet reeds vóór de bijeenkomsten werd vastgelegd. In het andere geval zullen de artsen vrij hun honoraria vaststellen.

Dr. Roland LEMYE,
Voorzitter
15/11/2007

printer

Resultaten Enquête Eindeloopbaan - 15.11.2007

Grote ondernemersenquête: eindeloopbaan

RESULTATEN (PARA-)MEDISCHE BEROEPEN


Voor het eerst werd een grootschalig online marktonderzoek gevoerd rond de eindeloopbaanproblematiek van zelfstandige ondernemers in Vlaanderen. Dit onderzoek richtte zich naar alle leeftijdscategorieën en verschillende beroepssectoren. Hierdoor werd een nauwkeurig beeld verkregen van hetgeen er leeft bij de zelfstandige ondernemers rond twee voor hen belangrijke kwesties: bedrijfsopvolging & bedrijfsovername enerzijds én pensioenvoorbereiding & toekomstplanning anderzijds.

De resultaten van deze grootschalige enquêtering werden door UNIZO gebundeld in de uitgave "Stoppen is starten",
bekendgemaakt op de persvoorstelling van donderdag 15 november 2007.

Het Vlaams Artsensyndicaat, afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant heeft actief meegewerkt aan dit online marktonderzoek rond de eindeloopbaanproblematiek en heeft, in samenwerking met het SVMB, Sociaal Verzekeringsfonds voor Zelfstandigen, de resultaten van dit marktonderzoek onderzocht voor wat betreft de (para-)medische beroepsgroep.

Hieruit blijkt dat op diverse vlakken de (para-)medische beroepsgroep, en in het bijzonder de geneesheren, een opvallend andere mening erop nahoudt dan de overige zelfstandige beroepsbeoefenaars/ondernemers. In de enquête werd wel geen onderscheid gemaakt tussen geneesheren-specialisten en huisartsen, waardoor niet kan worden nagegaan of er tevens een verschillende pensioenvoorbereiding en/of praktijkopvolging is bij specialisten resp. huisartsen.

Artsenpraktijk


De artsenpraktijk heeft geen of haast geen familiaal karakter. In vergelijking met de overige ondernemers en zelfstandigen, vindt de voortzetting van een familiale onderneming zowel als de opvolging binnen de familie het minst plaats bij de (para-)medische beroepsgroep.

Bijna drie op vier van de artsen heeft zelf de praktijk opgebouwd en in regel blijft deze onveranderd binnen een éénmanspraktijk. In deze structuur levert de arts een opmerkelijke bijdrage in het creëren van bijkomende tewerkstelling.

Bijna een op vier artsen ziet zich in de toekomst evenwel associëren. Dit aantal ligt in vergelijking met de resultaten van de overige zelfstandige beroepen (7 %) een aanzienlijk stuk hoger.

De arts in het economische en sociale ruilverkeer

Artsen zijn bekommerd over hun financiële situatie na hun carrière. Dit verklaart waarom één op twee artsen denkt pas laat met pensioen te gaan (aan 65 of ouder) en hun wens om hun pensioen met de voortzetting van hun beroepsactiviteit, zonder beperking van hun beroepsinkomen, te kunnen cumuleren. In die lijn ligt de aanname dat artsen verwachten dat de overheid de activiteitsgraad van de bevolking vergroot. Blijven werken na de 62ste verjaardag om van de pensioenbonus te genieten is mooi meegenomen en voor één geneesheer op vier zelfs van doorslaggevend belang. Daar waar één op vijf van de respondenten het sanctiemechanisme voor vervroegde pensionering terecht vinden, staan geneesheren meer positief tegenover de maatregel: een derde van de artsen vindt dat sanctionering mag.

In de zorg om hun financiële situatie in de post-loopbaanperiode zien de artsen vooral heil in extra-legale pensioenvorming. Een overgrote meerderheid doet dan ook aan bijkomende pensioenvorming. Meer dan zeven op tien artsen maakt gebruik van het individueel pensioensparen, de klassieke spaar- en beleggingssystemen en het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen.
Acht op tien artsen vindt overigens dat de bestaande extra-legale pensioenstelsels best verder (fiscaal) gestimuleerd zouden worden.

Omdat de overdracht van de praktijk in de regel samengaat met het stopzetten van de beroepsactiviteit zijn een correcte inschatting van de waarde van de praktijk en gedegen pensioenvorming van cruciaal belang. Zeven op tien van de zelfstandige geneesheren zegt evenwel geen weet te hebben van de juiste waarde van zijn praktijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat als grootste knelpunt bij de praktijkoverdracht de waardebepaling wordt aangewezen.

beeldcampagne

Voor de analyse van de resultaten van de medische beroepsgroep, klik hier.

printer

"Medisch Landschap in Beweging: De Huisarts-Specialist" (Dr. Marc Moens) 13.10.2007

Op 13 oktober jl. organiseerde de Herkenrode Huisartsenkring in Hasselt een symposium over "Medisch Landschap in Beweging".

Dr. Marc Moens, ondervoorzitter van BVAS en secretaris-generaal van het VBS, heeft toen een voordracht gehouden over het begrip "huisarts-specialist".

U kan de presentatie van Dr. Marc Moens "De Huisarts-Specialist" hier downloaden.
De volledige tekst kan u hier nalezen.

printer

BVAS handhaaft boycot over akkoord 2008 - Persmededeling 16.10.2007

BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX

Persbericht

De Algemene Raad van het RIZIV heeft maandagochtend 15/10/2007 unaniem (maar de artsen en de andere verstrekkers hebben er geen stemrecht) de ontwerp begroting voor 2008 goedgekeurd.

In vergelijking met het voorstel van het Verzekeringcomité genieten de artsen van een minder restrictief maar nog steeds ontoereikend budget.
Dit toegevoegde bedrag is in zoverre gerechtvaardigd daar de medische honoraria talrijke posten moeten dekken waarvan de groei veel sneller is dan de medische honoraria. In casu brengt de budgettaire aanvulling van 15 miljoen euro het budget voor de medische honoraria slechts op 85 miljoen euro. Dit is nog ver van de 92 miljoen euro die door de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen als minimum werd aanvaard. Hierbij komt nog dat bepaalde, voor ons, belangrijke posten zoals de CT Scan voor de Colono en de Coronaro niet werden weerhouden.

Het door het Verzekeringscomité voorgestelde budget maakte elke geneesheren-ziekenfondsen onderhandeling, met het oog op een akkoord voor 2008, onmogelijk.

Zelfs indien dit onoverkomelijke obstakel niet meer zo ontradend is, dan nog zijn de vereiste voorwaarden om tot een akkoord te komen vandaag de dag nog niet vervuld, niet enkel op budgettair vlak maar ook voor wat betreft de volgende twee punten:

- De hypotheek die weegt op de vrijheid om honoraria te bepalen, buiten de voorwaarden van het akkoord, bestaat nog steeds, in het bijzonder wat de in het ziekenhuis opgenomen kinderen betreft.
- Een oplossing m.b.t. de verplichting die op de arts weegt om de geneesmiddelen van de patiënt te rantsoeneren heeft het daglicht ook nog niet gezien.

De BVAS erkent de inspanning die door bepaalde gesprekspartners werd geleverd, maar handhaaft toch zijn boycot t.o.v. de vergadering van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen van 22/10/2007.

Het directiecomité dat op 24 oktober a.s. samenkomt, zal beslissen of deelname aan de onderhandelingen overwogen kan worden en onder welke voorwaarden.

Dr. Roland LEMYE
Voorzitter
16/10/2007

Zie ook de persmededeling van BVAS op 11 oktober jl. en de open brief ter attentie van de heer J. De Cock, voorzitter van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen.

printer

Budget 2008 - Persmededeling 02.10.2007


Persbericht

BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX
v.z.w. BVAS – ABSyM a.s.b.l.

Het Verzekeringscomité van het RIZIV heeft maandag 01.10.2007 de begroting voor de gezondheidszorgen voor 2008 goedgekeurd. Deze werd unilateraal voorgesteld door de bank van de ziekenfondsen. Er waren twee stemrondes nodig om deze begroting goed te keuren. Het ging om een stemming van de ziekenfondsen enerzijds tegen de verstrekkers anderzijds, abstractie makend van enkele verstrekkers die verplichtingen hebben tegenover
de ziekenfondsen en met hen meestemden.

De wet voorziet in een groeinorm van 4,5%. Het verschil tussen het normbudget (21,393 miljard €) en de technische ramingen (20,712 miljard €) bedraagt 681 miljoen euro. Het zou billijk zijn deze marge verhoudingsgewijze te verdelen over de verschillende sectoren die de budgettaire behoeften voor hun patiënten op een verantwoorde wijze hebben ingediend.

De Minister van Sociale Zaken en de Eerste Minister van de ontslagnemende regering die de lopende zaken regelt, hebben aan het Verzekeringscomité gevraagd om voorzichtig te zijn bij het opstellen van de begroting. Zij wijzen echter op de dringende en onvermijdelijke uitgaven en vermelden in het bijzonder deze vastgelegd in het kader van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen.

Maar in de meerderheid tegen minderheid goedgekeurde begroting wijzen de mutualiteiten slechts 380 miljoen euro toe van de 681 miljoen euro marge en bevriezen ze 300 miljoen euro: 100 miljoen reserveren ze voor de ziekenhuisfinanciering, 100 miljoen voor een innovatiefonds en 100 miljoen wordt als stabiliteitsprovisie bestemd.

Van de toegewezen 380 miljoen euro wordt 67,7 miljoen bestemd voor de artsen en alle posten over dewelke
dit bedrag moet worden verdeeld werden reeds vastgelegd.

Deze beslissing voorspelt weinig goeds wat betreft de mogelijkheid om tot een akkoord artsen - ziekenfondsen te komen voor 2008.

De vrees is immers groot dat de reserve van 300 miljoen verbeurd wordt verklaard, zodat de groeinorm in feite wordt herleid tot 3%.
De norm van 4,5% is nochtans realistisch.  Zij stemt zowel overeen met de uitgaven uit het verleden als met die van de  toekomst in de mate dat de noden op verantwoorde manier stijgen.

Indien de regering de norm verlaagt door de opgespaarde reserves verbeurd te verklaren, dan moet ze de zorg rantsoeneren of een zekere graad van privatisering aanvaarden.
De ziekenhuizen kunnen onmogelijk een begroting aanvaarden waarvan het grootste deel volkomen hypothetisch is.

De BVAS stelt vast dat er voor de artsen niets wordt voorzien vanuit de reserve van 300 miljoen en dat de 67,7 miljoen euro dus slechts overeenkomt met
9,9 % van de beschikbare marge. Het artsenbudget vertegenwoordigt nochtans 30% van het totale budget van de uitgaven gezondheidszorg.

Als bovendien de verdeling tussen de verschillende posten al eenzijdig werd vastgelegd, dan wordt elke onderhandeling binnen de Nationale Commissie Artsen -Ziekenfondsen overbodig en dan ziet de BVAS niet in hoe in deze context nog een akkoord zou kunnen worden afgesloten.


Dr. Roland LEMYE,
Voorzitter
02.10.2007

Zie ook het rapport van de Commissie voor begrotingscontrole in het kader van de vaststelling van het budget voor geneeskundige verzorging voor het jaar 2008.


printer

BVAS zal niet onderhandelen over akkoord 2008 - Persmededeling 11.10.2007


BELGISCHE VERENIGING VAN ARTSENSYNDICATEN
ASSOCIATION BELGE DES SYNDICATS MEDICAUX

Persbericht

De Raad van Bestuur van de BVAS heeft tijdens zijn vergadering van gisteravond, woensdag 10 oktober jl., besloten niet deel te nemen aan de vergadering van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen gepland op 22 oktober e.k..

Indien de Algemene Raad maandag 15 oktober e.k. de begroting, voorgesteld door het Verzekeringscomité, aanvaardt of indien de Algemene Raad dit budget nog vermindert, zal de BVAS niet onderhandelen over een akkoord voor 2008.
De begroting is ontoereikend zowel wat de geneeskundige honoraria als het geheel van het budget betreft. Nochtans legt de budgettaire situatie dit niet op, want voor 2008 bestaat er een overschot van 680 miljoen euro tussen het normbudget en de technische ramingen.

Bovendien werden de honoraria reeds vastgelegd en toegewezen aan posten waar wij voor het grootste gedeelte geen vragende partij voor zijn. Om aan onze eisen tegemoet te komen gunt men ons slechts een fractie van het nodige budget. Onder deze omstandigheden menen wij dat de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen nog slecht een ratificatiekamer is en dat de artsen er hun tijd niet hoeven te gaan verliezen.

Deze situatie is des te meer onaanvaardbaar omdat de kosten van de sociale akkoorden die de loonmassa in de gezondheidsinstellingen in 2006 met 5% hebben doen stijgen, ten laste worden gelegd van de artsen.

De vakbonden, dezelfden trouwens die met de werkgevers over deze akkoorden hebben onderhandeld zonder de artsen er bij te betrekken, weigeren een norm van 2,8% te overschrijden en dus weigeren zij de salarisverhogingen te financieren. Om die te betalen zal de kost op de artsen worden verhaald ten nadele van de zorgen zelf en de nieuwe nog te nemen initiatieven, wat onvermijdelijk zal leiden tot rantsoenering.

Indien de Algemene Raad niet tot een akkoord komt over de begroting, dan zal de beslissing door de nieuwe regering moeten worden genomen.

De BVAS herinnert eraan dat zij enkel opnieuw zal onderhandelen over een akkoord op voorwaarde dat de norm van 4,5% wordt behouden, dat de geneeskundige honoraria het begrotingsaandeel toebedeeld krijgen dat hen rechtmatig toekomt, dat Hoofdstuk II dat een rantsoenering inzake geneesmiddelen invoert wordt afgeschaft en dat de vrijheid wordt geëerbiedigd om honoraria te vragen die artsen normaal achten buiten de voorwaarden van het akkoord.

Bij ontstentenis van een akkoord voor 2008 zal de BVAS oproepen de honoraria te verhogen.
Deze verhogingen zullen natuurlijk ten laste vallen van de patiënt en zullen de tariefzekerheid ongedaan maken..

Dr. Roland LEMYE,
Voorzitter
11/10/2007

Zie ook de open brief aan Mr. J. De Cock, voorzitter van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen.

Op maandag 15 oktober 2007 werd de globale begrotingsdoelstelling geneeskundige verzorging voor 2008 vastgesteld. U kan het hier raadplegen.

printer

Moet publiciteit worden verboden? - Persmededeling 23.07.07

Persbericht

MOET PUBLICITEIT WORDEN VERBODEN?

               Het Federaal Kenniscentrum heeft een rapport uitgebracht met als titel: „ Evidence-based inhoud van geschreven informatie vanuit de farmaceutische industrie aan huisartsen “.

                De artsen werden als huichelaars voorgesteld.  Zij schreven voor om plezier te doen aan een op winst beluste farmaceutische industrie.

                Het Federaal Kenniscentrum leert ons dat dit niet het geval is.  Goed nieuws dus, de artsen, tenminste de huisartsen, zijn geen omgekochte lieden (of niet alleen maar omgekocht?) maar idioten die zonder dat ze het beseffen gemanipuleerd worden.   Nogmaals, zij hebben een slechte opleiding genoten die hen niet in staat stelt om het verschil te zien tussen goede informatie (bedoeld wordt allicht zoals het spotje dat momenteel op TV over de huisarts loopt) en slechte, tussen informatie en publiciteit.

                Maar het Federaal Kenniscentrum maakt evenmin het verschil tussen informatie, die per definitie zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid moet aanleunen, en reclame die in onze Westerse samenleving een onderdeel uitmaakt van de beeldvorming van onze steden, onze kranten, onze TV- uitzendingen, met de bedoeling het publiek te verleiden. Dat publiek voelt zich niet bedrogen want het kent de spelregels niet.  Natuurlijk geldt dit niet voor artsen die boven de werkelijkheid zweven, vooral indien zij slechts huisarts zijn.  Vertrouwt men de geneeskunde immers niet toe aan verpleegsters, apothekers,  psychologen en sociale assistenten, allemaal veel beter opgeleid … en inschikkelijker als er van bovenuit richtlijnen worden opgelegd?

                Meerdere malen heb ik politieke verantwoordelijken, ziekenfonds- of vakbondsleiders horen beweren dat men elke publiciteit voor geneesmiddelen zou moeten afschaffen.  De informatie zou enkel „onafhankelijk mogen zijn“ m.a.w. opgemaakt door de Overheid, door de “deskundigen“ - waarover ik reeds heb gezegd dat zij in besluiten moeten worden aanzien als ”maatjes van de minister“ - door artsen die hun praktijk hebben stopgezet (waarschijnlijk omdat zij hun beroep zo graag uitoefenden) en bewijzen dat zij (enkel zij kennen geen belangenvermenging maar worden door het RIZIV of de ziekenfondsen gefinancierd terwijl ze zichzelf als „onafhankelijk“ bestempelen*) de farmaceutische industrie verafschuwen.

                Voor één van deze verantwoordelijken is een onwetende arts, die slechts oude en noodzakelijkerwijs betere (als men het tijdschrift Minerva leest waarin geen enkel innoverend geneesmiddel beter is dan het oude), geneesmiddelen voorschrijft (bij voorkeur generieken), beter dan een door de farmaceutische industrie ingelichte arts, zelfs indien deze via een onafhankelijke opleiding of een medisch tijdschrift (dat volgens hen er natuurlijk geen is) wordt geïnformeerd.

                Nochtans indien men op de Overheid had moeten wachten om over een Voortgezette Medische Opleiding te beschikken, zouden wij vandaag de dag nog staan wachten.  Om de waarheid te zeggen, er zou geen VMO bestaan zonder de financiering vanuit de farmaceutische Industrie.  De regels inzake sponsoring die vandaag gelden worden algemeen toegepast en garanderen onafhankelijkheid.

                Als de Overheid geen publiciteit wil dan moet ze dat maar beslissen of moet ze minstens leugenachtige publiciteit verbieden vooral wanneer het gezondheid betreft, of om publiciteit voor giftige of gevaarlijke producten.

                Heeft onze officiële tv-zender niet zeer lang verkondigd dat publiciteit in strijd was met de ethiek  maar heeft ze die stelling niet afgezworen om het manna in ontvangst te nemen? Is reclame die zich tot de kinderen richt moreel aanvaardbaar?

                Kan men de leugenachtige publiciteit over het belang van de hongerstillende chocoladerepen aanvaarden of over de gelijkwaardigheid van een geconcentreerd product met een glas melk dat goed is voor de gezondheid van kinderen, wetende dat elk met calorieën aangerijkt voedingsmiddel een reactionele hypoglycemie veroorzaakt die het middel bij uitstek is dat leidt tot zwaarlijvigheid?

               Kan men toestaan dat dit soort voedingsmiddelen, alsook suikerhoudende dranken, in scholen wordt verkocht, terwijl zwaarlijvigheid bij de jongeren alarmerende proporties aanneemt?

               Kan men publiciteit toestaan voor wasmiddelen die steeds meer chemische producten bevatten die het milieu aantasten?
Waarom heeft men zo lang gewacht om de publiciteit voor tabak af te schaffen terwijl de tabaksindustrie nog steeds gesteund wordt door de Staat?
Kan men toelaten dat de ziekenfondsen de doeltreffendheid van nieuwe geneesmiddelen in twijfel trekken omdat zij duur zijn volgens de Evidence Based Medecine
terwijl zijzelf homeopathie terugbetalen, waarvoor het geringste bewijs nog steeds moet worden geleverd?

De artsen hebben natuurlijk behoefte aan EBM informatie, zij lezen wetenschappelijke tijdschriften van hoog niveau waarvan de artikels worden overgenomen in publicaties die door het Federaal Kenniscentrum worden in diskrediet gebracht. Maar de artsen hebben ook behoefte aan praktische informatie die hun wordt geleverd door de farmaceutische firma’s in verband met de presentatie, de verpakking, de voor te schrijven dosissen en de terugbetalingsvoorwaarden.

Elke dag opnieuw worden artsen geconfronteerd met patiënten voor wie zij niets méér kunnen doen dan hopen op een nieuw geneesmiddel dat hun aandoening kan verlichten of genezen.
De industrie tracht deze innoverende geneesmiddelen en de informatie hieromtrent zo snel mogelijk ter beschikking te stellen van de artsen.

Via allerlei organen die ze opricht doet de Overheid niets anders dan het aantal vertragingsmanoeuvres voor de terugbetaling vermenigvuldigen en het aantal terugbetalingsvoorwaarden opdrijven zodat de patiënten een uitzichtloos en afschrikwekkend
hindernissenparcours moeten afleggen.

Uiteraard botsen hier twee verschillende standpunten met elkaar, maar het mag niet verbazen dat de artsen en de farmaceutische industrie aan de zijde van de patiënt staan.


Dr. Roland LEMYE
Voorzitter
23/07/07
             

* „Nota CGV 2007/171 – 23 april 2007 – „De vereniging streeft naar de hoogst mogelijke objectiviteit en complete onafhankelijkheid ook t.o.v. de instanties die hen financieel ondersteunen zoals door het Intermutualistisch agentschap,
het Ministerie van de Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en het RIZIV“.

printer

De belemmeringen inzake het voorschrijven bedreigen de gezondheid van de patiënten - Persmededeling 12.07.07


PERSMEDEDELING

GENEESKUNDE: de belemmeringen
inzake het voorschrijven
bedreigen
de gezondheid van de patiënten

           Enerzijds stellen talrijke waarnemers vast dat de grote pathologieën zoals verhoogde bloeddruk en diabetes niet naar behoren worden verzorgd.  Een Europese studie opgesteld door de econoom Schöffoski van het Health Economic Research Center in 2002, heeft aangetoond dat de Europese bevolking in zijn geheel onvoldoende kan gebruik maken van de meest doeltreffende behandelingen.

           Anderzijds worden de artsen beschuldigd van overmatig voorschrijfgedrag onder invloed van van een duivelse farmaceutische industrie die daar belang bij heeft.  De voorschrijfgemiddelden worden tot norm verheven en overschrijdingen van deze gemiddelden worden, zonder bijkomende analyse, als niet gerechtvaardigd beschouwd.

           Deze tegenstrijdige berichten zijn onredelijk, niet wetenschappelijke onderbouwd, hoewel zij zich op de wetenschap beroepen, en vals.

           Sinds altijd  spannen de artsen zich in om in het belang van de patiënten voor te schrijven.  Vanzelfsprekend past het voorschrift zich aan de evolutie van de kennis aan en wordt er gebruik gemaakt van innoverende geneesmiddelen die het, meestal, mogelijk maken de ziekte beter te behandelen, of ziektebeelden, waar de artsen tot op heden nauwelijks een oplossing voor hadden, beter te behandelen.   België is, helaas, vaak het land waar deze innoverende geneesmiddelen het laatst ter beschikking van de patiënten worden gesteld.  Vaak worden zij zelfs niet ter beschikking gesteld van alle patiënten die er baat zouden kunnen bij hebben. Het opstellen van beperkende vergoedingscriteria ontzegt immers een deel van de patiënten de toegang tot deze nieuwe behandelingen.  Deze criteria, die hypocriet aanbevelingen van goede praktijk worden genoemd, zijn in feite economische criteria die een rantsoenering invoeren zonder het die naam te willen geven.  De artsen worden verzocht deze criteria op het terrein toe te passen en op die manier de uitvoerders van die rantsoenering te worden.

Nochtans hadden de artsen een zekere verantwoordelijkheid in de uitgavenbeheersing aanvaard door rekening te houden met de kosten van het voorschrijven.
De accreditering, iets meer dan 13 jaar geleden ingevoerd, heeft de artsen immers gesensibiliseerd niet alleen voor de economische problemen maar ook voor de zoektocht naar kwaliteit en efficiëntie, met andere woorden naar het beste resultaat tegen de beste prijs.

           Het is echter duidelijk dat de bezorgdheid voor de gemeenschapgelden geen prioriteit mag hebben op de ethische plichten van de arts.  Deze ethische plichten worden afgestemd op het belang van de zieke en hebben voorrang op elk collectief of financieel belang.

           Ondanks het bewezen grote plichtsbesef bij het medisch corps, hebben de beheerders van het systeem een quotum van goedkope geneesmiddelen opgelegd, zonder rekening te houden met de eventuele risico’s die dit zou inhouden. Ze hebben een repressief orgaan, de Dienst geneeskundige evaluatie en controle, de opdracht gegeven een schrikbewind te voeren onder de voorschrijvers.

           Dit heeft een daling van het voorschrift tot gevolg.  Zoals de directeur van deze repressieve dienst zelf zegt: “het werkt” … ten koste van de patiënten natuurlijk.

           Het derde wapen tegen het voorschrift is de inflatie aan intimiderende en tijdrovende maatregelen voor de voorschrijvers.

           Bovendien dient aangestipt dat België een land is met het meest productieve farmaceutische onderzoek ter wereld, waar de farmaceutische industrie van groot belang is voor de tewerkstelling, waar de handelsbalans in ruime mate positief is, m.a.w. waar de geneesmiddelen de Staat niets kosten maar integendeel opbrengen.

           Het geneesmiddelenbudget is onder controle want het ligt vast binnen een gesloten enveloppe.

           De generieke merkgeneesmiddelen worden terugbetaald op basis van een referentieprijs welke die is van het generiek geneesmiddel. Geen enkele van de door de regering getroffen maatregelen is gerechtvaardigd, niet vanuit medisch standpunt en evenmin om economische redenen.

           Men dient de arts zijn vrijheid inzake het voorschrijven terug te geven omdat dit een recht is van de patiënten.

           De geneesmiddelenuitgaven worden reeds in ruime mate beheerst.  Alle aanvullende maatregelen zouden onvermijdelijk doen denken aan de dwaasheid die zou opduiken indien plots de Braziliaanse regering al het mogelijke zou doen om de koers van de koffieprijs te doen dalen.


Dr. Roland LEMYE
Voorzitter ABSyM-BVAS
12/07/07



printer

Supplementen pediatrie - Persmededeling 23.01.2007


Op 23 januari 2007 heeft de BVAS een persmededeling inzake pediatrie gepubliceerd.  

Binnen de regering werd de BVAS in dit dossier politiek gesteund door de VLD en de MR

printer

Stop de administratieve waanzin ! Open brief aan staatssecretaris Vincent Van Quickenborne


Op 5 december voerden een aantal artsenorganisaties voor de gebouwen van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv) actie tegen de administratieve overlast, die steeds zwaarder weegt. Ook BVAS steunde deze actie die uitging van de Féderation des Associations de Généralistes (Fag).

De toespraken van Dr. Marc Moens (Stop de administratieve waanzin) en van Dr. Michel Vermeylen ("Trop" is te veel ...) kan u hier nalezen.

Naar aanleiding van deze actie verstuurde het RIZIV het persbericht: RIZIV in dialoog met de artsen.

In de Senaatscommissie voor Sociale aangelegenheden gaf Dr. Marc Moens op 6 december 2006 een uiteenzetting over de administratieve vereenvoudiging voor de artsen.
Dr. Moens herhaalde hier nogmaals uitdrukkelijk dat voor de BVAS de administratieve vereenvoudiging bestaat in een multidisciplinaire aanpak om een reeks formulieren af te schaffen en om administratieve procedures en handelingen met betrekking tot de gezondheidszorg eenvoudiger en efficiënter te maken. Als concrete dossiers haalde hij aan: het geneesmiddelenbeleid; de transparantie in de ziekenhuisfinanciering; de federale regelgeving vs deze van gemeenschaps- en gewestelijk niveau, en de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen en de dienst voor geneeskundige evalutie en controle. BVAS wil constructief meewerken aan structurele oplossingen, maar dan moet de Overheid ons daar ook reële kansen voor geven en ons om niet louter formele redenen om adviezen vragen.
Voor de volledige tekst van deze uitzetting : "Administratieve vereenvoudiging voor artsen".

De open brief van Dr. Moens dd. 28.12.2006 als reactie op het interview van Staatssecretaris Vincent Van Quickenborne in Artsenkrant 1800 dd. 12.12.2006 kan u hier eveneens terugvinden.

printer

De kinderartsen worden niet gediscrimineerd - Persmededeling 15.01.2007

Brussel, 15 januari 2007

De kinderartsen worden niet gediscrimineerd.

Het voorbije weekend werd via de media informatie verspreid over supplementen, zowel wat de ziekenhuiskamers als de artsenhonoraria betreft.
De informatie was onvolledig en, voor sommige punten, onjuist.

Een betrouwbare bron stelt met zekerheid dat dankzij de tussenkomsten van de VLD en MR ministers, en in het bijzonder van vice-premier Didier REYNDERS, de pediaters, zoals elke andere specialist, supplementen zullen kunnen vragen wanneer de patiënt, of in dit geval een begeleidende ouder van een kind, uitdrukkelijk gevraagd heeft om opgenomen te worden in een individuele kamer.

Andere bepalingen willen, behalve het wegwerken van de discriminatie van de pediaters, de tariefzekerheid van de patiënten bevorderen.

De BVAS wil zowel de artsen als de patiënten verdedigen en zal met steun van de liberale partijen het compromis kunnen doordrukken waarvan, na meerdere vergaderingen met het Kabinet van Minister Demotte sinds juli 2006, de grote lijnen reeds werden vastgelegd.

Wij rekenen er ten stelligste op dat dit moeizaam en langdurig onderhandelingsproces tussen de BVAS en de Regering definitief zal kunnen worden afgerond in de ministerraad van 19 januari eerstkomend.



Dr. M. MOENS
Voorzitter BVAS


printer

Open brief - dossier cardiologie

OPEN BRIEF
o. ref: MM/DK/109/07

Aan de Heer Rudy DEMOTTE
Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid
Kunstlaan 7
1210 Brussel


                                                                     Brussel, 5 maart 2007

Mijnheer de Minister,

Betreft: dossier cardiologie

De Raad van State schortte het erkennigsbesluit van 01.08.2006 betreffende de zorgprogramma’s cardiale pathologie op. Uw omzendbrief van 20.12.2006 aan de beheerders van de ziekenhuizen met toelichting van dit besluit heeft dus geen rechtsgrond meer.

Via de pers vernemen we dat U snel-snel de belangrijkste reden van de schorsing door de Raad van State, de verwarring tussen afstand en tijd - kilometers in plaats van minuten - wilt ongedaan maken in de hoop dat u daarmee uw politieke doelstellingen inzake de erkenning van hartcentra zult kunnen bereiken.

De BVAS is van mening dat er veel meer schort aan dit koninklijk besluit dan dit ene criterium. Door allerlei politieke démarches die niets van doen hebben met kwalitatieve zorg dreigen in Vlaanderen overbodige hartcentra te worden geopend en in Franstalig België selectief hartcentra te worden gesloten die niet tot een bepaalde zuil behoren.

Dit is onaanvaardbaar.

De BVAS eist dat alle betrokken deskundigen zich opnieuw over dit probleem buigen en niet alleen maar de leden van het College van cardiologie.

De BVAS eist bovendien dat het advies dat op uw vraag door de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen werd geformuleerd opnieuw wordt in overweging genomen en ditmaal op een ernstige manier en niet als een louter wettelijk voorziene vormvereiste.

Met de meeste hoogachting,



Dr. Marc Moens,
Voorzitter

printer

Gemeenschappelijke verklaring voorzitter medische raad en ziekenhuisbeheerder

Antwerpen, 19 februari 2007

Betreft: gemeenschappelijke verklaring voorzitter medische raad en ziekenhuisbeheerder.
Omzendbrief dd. 02.02.2007 aan de ziekenhuisbeheerders vanwege minister DEMOTTE, onder redactie van het Directoraat –generaal 1, Organisatie Gezondheidsvoorzieningen, dienst boekhouding en beheer der ziekenhuizen.

Geachte collegae,

Het K.B. van 10 november 2006 voorziet een bijkomende financiering voor de ziekenhuizen voor de onderdelen A1, B1, B2 en B7. Hiermee voert Minister Demotte zijn belofte uit naar structurele herfinanciering van de ziekenhuizen (100 miljoen euro gespreid over drie jaar): een budget van 21 miljoen euro wordt toegekend op de derde schijf van 33,3 miljoen euro voor zover in het hele ziekenhuis de tarieven van het nationaal akkoord artsen-verzekeringsinstellingen worden nageleefd.

Samen met een omzendbrief van minister DEMOTTE dd. 02.02.2007 heeft de FOD Volksgezondheid, Veiligheid en Leefmilieu hieromtrent een attest opgemaakt dat door de voorzitter van de medische raad en de beheerder zou moeten ondertekend worden. De voorzitter van de medische raad en de beheerder zouden moeten verklaren dat in het hele ziekenhuis de tarieven van het nationale akkoord artsen-verzekeringsinstellingen worden toegepast.

Omwille van zowel inhoudelijke als formele bezwaren is de BVAS niet akkoord met het gebruik van dit attest. Het attest is een juridische valstrik. De gebruikte terminologie is niet in overeenstemming met Titel IV van de in voege zijnde wet op de ziekenhuizen. Stuur dit attest niet terug! Hierbij een alternatief attest.

lees verder over Gemeenschappelijke verklaring voorzitter medische raad en ziekenhuisbeheerder

printer

Resultaten enquête betreffende de normale werkweek en avondconsultaties


INLEIDING

De Belgische gezondheidszorg wordt alom geprezen voor zijn kwaliteitsvol en patiëntengericht beleid.
De artsen, zowel huisartsen als specialisten, zetten zich hiervoor maximaal in. De honorering die wij hiervoor vragen moet dan ook in verhouding staan tot onze inzet.
De toepassingsvoorwaarden van de akkoorden bepalen dat de arts gehouden is de tarieven voor de raadplegingen en de bezoeken aan huis na te leven…. “tijdens de uren die normaal passen voor de begunstigden van de gezondheidszorgverzekering.”
Dit veronderstelt dat de arts steeds en altijd ten dienste moet staan van de maatschappij en de patiënt:  een overvolle werkweek en avondconsultaties worden als een vanzelfsprekendheid beschouwd zonder dat hier enige financiële vergoeding wordt tegenovergesteld.
Tot op heden is er immers geen nomenclatuurprestatie voorzien voor de avondlijke niet dringende raadplegingen en bestaat een “normale” werkweek voor artsen uit 50 à 60 uur.

Indien de patiënt bijzondere eisen stelt kunnen de artsen vrije honoraria vragen. De BVAS wil, buiten het kader van de bijzondere voorwaarden, garanties inbouwen voor een volwaardige honorering van de arts. De BVAS heeft bij de laatste onderhandelingen van het akkoord 2006-2007 resoluut geijverd voor de invoering van een normale werkweek en een vergoeding gevraagd voor niet dringende avondlijke consultaties.
In geen enkel ander Europees land werken artsen buiten de normale kantooruren aan dagtarieven.

Het betalen van een verhoogd loon voor overuren voor avond- en nachtprestaties zijn een verworvenheid en privilege bij de arbeiders/bedienden; de artsen worden op deze momenten verondersteld te werken aan de “gewone” honoraria.

De resultaten van de enquête kan u hier raadplegen.

lees verder over Resultaten enquête betreffende de normale werkweek en avondconsultaties

printer

“Verwijsbriefje” huisarts (algemeen geneeskundige) geneesheer-specialist

29 januari 2007

Geachte Collega,

Met huidig schrijven brengen wij U in herinnering dat patiënten vanaf 1 februari 2007 recht hebben op een verhoogde terugbetaling bij de geneesheer-specialist indien hun huisarts hen doorverwijst naar een geneesheer-specialist. De tegemoetkoming wordt verhoogd met 5 euro voor een gewoon verzekerde en met 2 euro voor personen met een verhoogde tegemoetkoming. Of, omgekeerd gezegd, met dergelijke verwijsbrief verlaagt het remgeld voor de gewoon verzekerde met 5 euro en met 2 euro voor personen met een verhoogde tegemoetkoming.

De BVAS heeft zowel in de vergadering van de nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen van
24 april 2006 als in het Verzekeringscomité van 22 mei 2006 fundamentele bemerkingen gemaakt op
het ontwerp van het KB hetwelke desondanks werd gepubliceerd in het B.S. van 15.12.2006.

Vooreerst betwijfelen wij of dit initiatief wel de samenwerking bevordert tussen huisartsen en specialisten. Ten tweede stellen we vast dat, in tegenstelling met het door de BVAS ingediende voorstel (dat werd afgewezen door het Kartel en de mutualiteiten) dit KB geen enkel element van kwaliteitsbevordering bevat. En, last but not least, hadden we naast een reeks technische bemerkingen, onze fundamentele bezwaren geuit en fel geprotesteerd tegen de – eens te meer - bijkomende administratieve last voor de huisarts.

In concreto dient U als huisarts zelf te zorgen voor de aflevering aan de patiënten van deze verwijsbrief waarvan het model alleen in het Belgisch staatsblad van 15.12.2006 verscheen . De Mutualiteiten voelen zich, als grote promotors van de regeling, niet geroepen om deze administratieve taak op zich te nemen. Volledigheidshalve merken we op dat de Onafhankelijke Ziekenfondsen met de BVAS tegen dit moeilijk opvolgbaar systeem stemden.

De specialisten hoeven administratief niets extra te doen. Zij leveren hun klassiek getuigschrift voor verstrekte hulp af en het is aan de patiënt om de drie documenten aan zijn mutualiteit over te maken: het attest van de huisarts en van de specialist, samen met het verwijsbriefje afgeleverd door de huisarts.

Het systeem is niet van toepassing indien huisarts of specialist om een of andere reden gebruik maakt van het derde betalende systeem.

Teneinde de administratieve last van de huisartsen enigszins te beperken stellen wij u in bijlage het officieel verwijsbriefje ter beschikking. U kan dit verwijsbriefje eveneens terugvinden op onze website (verwijsdocument)

Wij houden eraan u mede te delen dat u wettelijk verplicht bent om dit verwijsbriefje vanaf 1 februari 2007 mee te geven aan de patiënt die een GMD heeft en die u naar één van de op het verwijsbriefje opgesomde specialisten doorverwijst.
U mag niet afwijken van de lay-out van deze verwijsbrief.

Het is dus overbodig een verwijsbrief mee te geven bij verwijzing naar een chirurg, plastisch chirurg, neurochirurg, fysiotherapeut - revalidatiearts, radiotherapeut, specialist nucleaire geneeskunde en eventuele andere specialisten die niet op het document staan vermeld.

Bovendien geldt de remgeldvermindering enkel voor het eerste consult voor een op het document vermeld specialisme per kalenderjaar.

Wij herhalen dat we deze administratieve plagerijen scherp veroordelen.

Hoogachtend


Dr. R. Van Driessche                                                            Dr. M. Moens
Voorzitter Vlaams Artsensyndicaat                                      Voorzitter BVAS
Afd. Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant

Dr. R. Roels                                                                          Dr. E. Cornelis
Ondervoorzitter Vlaams Artsensyndicaat                             Ondervoorzitter Vlaams Artsensyndicaat
Afd. Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant                      Afd. Antwerpen, Limburg en Vlaams-                                                                                           Brabant

printer

Open brief aan de voorzitter van de politieke partijen (26/07/07)

Open brief aan de Voorzitters van de politieke partijen die over een regeringsovereenkomst onderhandelen.

Geachte Mevrouw de Voorzitter,
Geachte Heer Voorzitter,

Sta mij toe, als voorzitter van de BVAS die de meerderheid van de Belgische artsen vertegenwoordigt ( 67% van het totale artsencorps, 40% bij de huisartsen en 85% bij de specialisten tijdens de medische verkiezingen van september 2006), te reageren op de nota van de formateur getiteld “De kracht van mensen”.

Ik zal me beperken tot het hoofdstuk met betrekking tot de gezondheidszorg, “Samen bouwen aan de gezondheidszorg”.

Allereerst stel ik vast dat de nota in plaats van “samen bouwen” herhaaldelijk een communautarisering van de gezondheidszorg adviseert. De BVAS is daar geen vragende partij voor.

Deze nota stelt precies het tegendeel voor van alles waar de BVAS de laatste tijd bij herhaling heeft voor gepleit.

Voor ons is het beperken van de deelname van de patiënt in de gezondheidskosten een demagogisch uitgangspunt dat onverenigbaar is met de beheersing van de uitgaven, tenzij men natuurlijk de rantsoenering wil invoeren.

De groeinorm blijft omfloerst maar de tekst verheelt nauwelijks de wil om hem in te krimpen.
Wij dringen er op aan dat de groeinorm wordt gehandhaafd op 4,5%. We stellen immers vast dat het, niettegenstaande hij gedurende de laatste legislatuur van kracht was, nauwelijks mogelijk is geweest om innovaties, nieuwe behoeften en de vergrijzing te financieren zonder de patiënt op rantsoen te stellen. Deze norm werd maar gerespecteerd via dreigementen vanwege de overheid aan de voorschrijvers, door blijvend de ziekenhuizen te onderfinancieren die dus onveranderd de erelonen van de ziekenhuisartsen onbeperkt afromen en door de echte waarde van de geneeskundige verstrekkingen te onderwaarderen.

De BVAS zal niet toelaten dat de artsen beperkingen worden opgelegd van wat de formateur „supplementen“ noemt wanneer zij het akkoord hebben geweigerd, met uitzondering voor patiënten met een Omnio-statuut die reeds 20% van de bevolking vertegenwoordigen.  De BVAS weigert eveneens elke nieuwe aanval op de vrijheid van de geconventioneerde artsen om hun honoraria zelf te bepalen buiten de conventie-uren en voor patiënten met bijzondere eisen of met een ruim inkomen.

De honoraria die uit het akkoord voortvloeien zijn sociale honoraria. Ze zijn afhankelijk van de beschikbare financiële middelen binnen het systeem om ze terug te betalen, maar ze geven geenszins de intrinsieke waarde weer van de uitgevoerde verstrekkingen.

De BVAS verzet zich tegen elke politieke en kunstmatige structurering van de organisatie van de gezondheidszorgen.
De meerjarenplannen doen ons denken aan de planeconomie van weleer die zijn ondoeltreffendheid ruimschoots heeft bewezen.  Als een betere samenwerking tussen de verschillende actoren wenselijk is, dan dient deze te berusten op aanmoedigingen en op een interne dynamiek. Ze kan niet worden opgelegd.

De BVAS verzet zich formeel tegen de integratie van de specialisten in het ziekenhuis en tegen de responsabilisering van de huisarts op het ambulante terrein.

Sinds enkele jaren heeft de term responsabilisering de stempel meegekregen van controle, dreiging en straf. Het medisch corps, dat inderdaad zijn verantwoordelijk wil opnemen, eist een verantwoordelijkheid op waar het zelf kan achterstaan en weigert het zich omringd te weten door “politieagenten” die hun ganse doen en laten in de gaten houden.

Wat de geneesmiddelen betreft is de BVAS van mening dat de voorschrijvende arts over de vrije therapeutische keuze dient te beschikken zodat hij de verantwoordelijkheid kan opnemen voor de behandeling van zijn patiënt.
Het komt hem toe de mogelijke gevaren van het geneesmiddelengebruik onder controle te houden. 
Deze verantwoordelijkheid is niet verenigbaar met het voorgestelde systeem van prijsconcurrentie volgens het “kiwimodel” dat de arts de mogelijkheid ontneemt om, binnen eenzelfde geneesmiddelenklasse, de voor de patiënt meest geëigende molecule te kiezen.

Deze verantwoordelijkheid is evenmin verenigbaar met de verplichting om “generiek” voor te schrijven. Dit heeft vooral verwarring en ongevallen tot gevolg. Tenslotte is deze verantwoordelijkheid ook niet verenigbaar met een à posteriori controle die de rol van de arts in twijfel trekt en juridische onzekerheid creëert.

De BVAS is van mening dat het niet aan de regering is om de artsen te informeren en dat er in geen geval sprake kan van zijn dat dergelijke informatie als objectief en onafhankelijk zou kunnen worden beschouwd.

Waar de nota belooft dat de regering een kapitaal belang zal hechten aan het overleg tussen artsen en ziekenfondsen stelt ze ons jammer genoeg geenszins gerust.

De bevoegdheden van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen werden aanzienlijk ingekrompen. De toekenning van de deelbudgetten binnen de geneeskundige sector gebeurt door de regering en hypothekeert elk toekomstig akkoord.

Wij willen waarborgen dat de formateur er zich toe verbindt om aan deze commissie zijn beslissingsbevoegdheid terug te geven. 

Wij hopen dat de volgende regering de eisen van de artsen in aanmerking zal nemen, zoniet worden conflicten onvermijdelijk.

Met de meeste hoogachting,

  

Dokter Roland LEMYE
Voorzitter BVAS

printer

Memorandum BVAS + reacties

Hieronder kan u het memorandum nalezen dat de BVAS aan de politieke partijen heeft overhandigd met het oog op regeringsonderhandelingen na de verkiezingen van 10 juni 2007.

Reacties op het memorandum van de BVAS kan u hier tevens downloaden:
Open VLD - Spirit - cdH - MR


Brussel, 7 mei 2007

Aan de partijvoorzitters

Mevrouw de Voorzitter,
Mijnheer de Voorzitter,

Met het oog op de komende verkiezingen en de er mee gepaard gaande onderhandelingen om een regering te vormen, wenst de BVAS
- U zijn standpunt over te maken betreffende de omstreden problemen die aanleiding hebben gegeven tot maatregelen of die er aanleiding zullen toe geven maar die in ieder geval nog kunnen evolueren;
- de standpunten te kennen die uw partij ten aanzien van deze problemen zal innemen.
- U er aan te herinneren dat de BVAS het meerderheidsartsensyndicaat bij uitstek is, dat met ruime voorsprong de medische verkiezingen heeft gewonnen en dat alle artsen van het land vertegenwoordigt, zowel huisartsen als specialisten, zowel Nederlandstaligen als Franstaligen.

1° De groei van de uitgaven: niet enkel een kost
Wij menen dat de groeinorm niet mag worden verminderd, niettegenstaande het feit dat er een begrotingsevenwicht werd bereikt en dat de minister van Sociale Zaken er is in geslaagd de toegankelijkheid tot de zorgen te verhogen ondermeer door invoering van het OMNIO-systeem. Dit is hem gelukt door de zorg te rantsoeneren, in het bijzonder in de sector van de geneesmiddelen, en door een systeem van dwangmaatregelen tegenover het geneesherencorps, dat ons inziens onmogelijk kan worden behouden, laat staan uitgebreid.
De uitgavenstijging is zowel te wijten aan gewettigde als onvermijdelijke factoren zoals de vergrijzing van de bevolking, de nieuwe technologieën, de groei van de behoeften, het beleid inzake de geneeskundige risico’s, de sociale akkoorden, het noodzakelijk optimaliseren van de toegankelijkheid van de zorgen en de stijging van het aantal chronische zieken. Deze toename van de uitgaven mag niet alleen als een kost worden beschouwd maar dient tevens te worden aanzien als een investering. Gezondheid draagt bij tot de rijkdom van een land en is vanuit een economisch standpunt een positieve factor. De gezondheidszorg biedt overigens werkgelegenheid aan een belangrijk deel van de werkende bevolking van het land (ongeveer 10%) en, op het niveau van de Staat, worden de uitgaven grotendeels gecompenseerd door de belastingen, de taksen en de sociale bijdragen die door deze beroepsbeoefenaars worden betaald, ondermeer door de artsen.
De politieke beloften gaan in de richting van de kosteloosheid van de zorgen. Maar deze kosteloosheid dient te worden gefinancierd door budgetten en niet door de beperking van de zorgen, noch door de vermindering van de honorering van de verstrekkers.

WIJ EISEN DUS HET BEHOUD VAN DE GROEINORM VAN 4,5%;
WAT IS HET STANDPUNT VAN UW PARTIJ TEN OPZICHTE VAN DEZE GROEINORM? 1

2°.1. Het respect voor de akkoorden Geneesheren-Ziekenfondsen
De akkoorden Geneesheren-Ziekenfondsen dienen te worden geëerbiedigd en de partners van dit akkoord moeten blijven beschikken over hun gamma van bevoegdheden. De akkoorden Geneesheren-Ziekenfondsen zoals zij zijn ontstaan uit de St.-Jansakkoorden in 1964 hebben sinds meer dan 40 jaar hun gegrondheid bewezen. Zij hebben de harmonieuze co-existentie mogelijke gemaakt van een sociale financiering van de gezondheidszorg met een liberale praktijk, die garant staat voor zowel de kwaliteit van de zorg als voor de naleving van de principes van medische ethiek, Deze akkoorden zijn gebaseerd op het engagement van minstens 60% van de artsen om de honoraria te eerbiedigen die voortvloeien uit deze akkoorden,.
Deze honoraria worden hoe langer hoe meer bepaald in functie van wat de financiers van het systeem kunnen of willen betalen en laten toe dat alle patiënten toegang hebben tot alle zorgen. Sinds 1993 heeft de Wet Moureau deze tariefakkoorden omgezet in budgettaire akkoorden. De begrotingsoverschrijdingen kunnen immers correctiemaatregelen tot gevolg hebben. In 2004 heeft de minister ons unilateraal de index ontstolen en in 2005 heeft hij de index gedeeltelijk bevroren, terwijl de artsen wel degelijk aan de voorwaarden van het akkoord hadden voldaan.
Het is duidelijk dat in deze omstandigheden dit akkoordensysteem ernstig wordt gehypothekeerd en dat een akkoord voor 2008 en de volgende jaren slechts denkbaar is met inachtneming van de bevoegdheden en de wensen van de partners van het akkoord en door middel van garanties die toelaten, in geval van eenzijdige wijziging, uit het akkoord te stappen. De BVAS wenst er aan te herinneren dat dit akkoordensysteem borg staat voor sociale vrede met de artsen en voor het toepassen van sociale honoraria die de gezondheidszorg voor iedereen toegankelijk maken.

WIJ EISEN HET RESPECT VOOR DE BEVOEGDHEDEN VAN DE COMMISSIE GENEESHEREN-ZIEKENFONDSEN, HET RESPECT VOOR DE AFGESLOTEN AKKOORDEN EN HET RECHT VOOR DE GECONVENTIONEERDE ARTSEN OM UIT HET AKKOORD TE STAPPEN INDIEN DE BEPALINGEN ERVAN UNILATERAAL WORDEN GEWIJZIGD. WIJ BENADRUKKEN DAT DE INDEX EEN RECHT IS WAAR GEEN BESLAG KAN WORDEN OP GELEGD.
VERBINDT UW PARTIJ ER ZICH TOE DEZE RECHTEN TE RESPECTEREN?

2°.2 Leefbaarheid van de akkoorden
De akkoorden geneesheren-ziekenfondsen zijn enkel aanvaardbaar indien de artsen het recht behouden om deze akkoorden te weigeren en om hun honoraria vrij te bepalen in bepaalde omstandigheden, met inachtneming van de ethische regels en de situatie van de patiënt.
Het betreft hier geen supplementen zoals sommigen laten uitschijnen, maar wel gewettigde honoraria die, buiten de sociale verplichtingen, rekening houden met de waarde van de uitgevoerde verstrekking, de jarenlange opleiding, de verantwoordelijkheid en de beschikbaarheid van de arts, de moeilijkheidsgraad van zijn werk en de eisen van de patiënt. De kinderartsen werden onterecht slachtoffer van discriminatie ondanks een overeenkomst met de minister. Deze discriminatie dient te worden rechtgezet om de voorwaarden, noodzakelijk voor de onderhandeling over een nieuw akkoord, te herstellen.

ELKE VERDERZETTING IN DE RICHTING VAN EEN NIEUWE BEPERKING, ONGEACHT OF ZE GERICHT IS TEGEN KINDERARTSEN OF TEGEN OM HET EVEN WELKE ANDERE DISCIPLINE BETEKENT HET EINDE VAN HET AKKOORDENSYSTEEM, MET ALLE GEVAREN VAN DIEN VOOR ALLE PARTIJEN.

2°. 3
. De inhoud van de akkoorden
De inhoud van de akkoorden is vastgelegd in de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering en uitkeringen van 1994 : “de akkoorden stellen de honoraria vast van de artsen en bepalen voorwaarden inzake tijd, plaats, bijzondere eisen of economische toestand van de rechthebbenden waarin die honoraria mogen worden overschreden”.
Los hiervan en op volledig autonome wijze is er een praktijk ontstaan waarbij de grondslagen over de honoraria zoals vastgelegd in de akkoorden ontworteld worden door de ontwikkeling van een eigen regelgeving over de honoraria binnen de ziekenhuizen in de wet op de ziekenhuizen van 7 augustus 1987.
Dit leidt tot volledig absurde situaties waarbij beide wetgevingen incoherent en tegenstrijdig worden. De recente wijzigingen aan artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen via artikel 46 van de wet van 13 december 2006 betreffende de vrije honoraria inzake de pediatrie is zelfs voor de beste rechtsgeleerden een juridisch doolhof geworden.
Het afsluiten van het akkoord voor 2008 (en volgende jaren) kan slechts gebeurden indien teruggekeerd wordt naar de essentie van de akkoorden zoals vastgelegd in de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering en uitkeringen van 1994. Het ontwikkelen van een parallelle wetgeving via Volksgezondheid moet afgeschaft worden.

WIJ EISEN DAT ALLEEN DE COMMISSIE GENEESHEREN-ZIEKENFONDSEN BEVOEGD IS OM DE MEDISCHE HONORARIA TE BEPALEN WAT HET SCHRAPPEN VAN ARTIKEL 138 VAN DE ZIEKENHUISWET INHOUDT. DE ALDUS VASTGELEGDE HONORARIA ZIJN DE HONORARIA VAN HET AKKOORD. ZIJ MOGEN NIET BINDEND ZIJN VOOR ARTSEN DIE HET AKKOORD WEIGEREN, NOCH VOOR ARTSEN DIE ZIJN TOEGETREDEN OP HET OGENBLIK DAT DE OMSTANDIGHEDEN VERSCHILLEND WAREN DAN DEZE VOORZIEN DOOR HET AKKOORD, NAMELIJK: EISEN INZAKE TIJD, PLAATS OF BIJZONDERE EISEN. HET RESPECT VOOR DEZE BEPALINGEN STAAT BORG VOOR DE GOEDE UITVOERING VAN HET AKKOORD. BOVENDIEN EISEN WIJ DAT DE BELOFTEN VAN DE VORIGE REGERING TEGENOVER DE KINDERARTSEN EN DE GECONVENTIONEERDE ARTSEN WERKZAAM OP DE KINDERAFDELINGEN WORDEN NAGELEEFD.
TENSLOTTE, KUNNEN WIJ NIET TOESTAAN DAT EEN DEEL VAN DE ZIEKENHUISHERFINANCIERING ZOU WORDEN GELINKT AAN HUN VERBINTENIS OM GEEN ENKEL SUPPLMENT TE VRAGEN IN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE OF TWEEPERSOONSKAMER. DE ZIEKENHUIZEN MOETEN RECHTVAARDIG WORDEN BEHANDELD.
HOE STAAT UW PARTIJ TEGENOVER DEZE PROBLEMEN ?

3°Terugbetalingscriteria voor geneesmiddelen: een middel tot rationering
De voorschrijvende artsen kunnen niet aanvaarden om nog langer belast te worden met het rantsoeneren van geneesmiddelen voor hun patiënten, zoals dit momenteel het geval is voor de geneesmiddelen van hoofdstuk II, m.a.w. deze waarvan de controle achteraf plaatsvindt.
De terugbetalingscriteria zijn helemaal geen criteria van goede praktijk.
Daarenboven zal elke efficiënte en up-to-date praktijk regelmatig geneesmiddelen voorschrijven buiten de aanbevelingen van de bijsluiter en deze mogelijkheid dient, in het belang van de patiënt, te blijven bestaan.
De BVAS betwist niet het recht van de sociale zekerheid om niet alles terug te betalen, maar ze weigert de verwarring in de rol die dit meebrengt. Het is de adviserend-geneesheer van de ziekenfondsen die dient te beslissen of een patiënt al dan niet moet worden terugbetaald. Het is zijn verantwoordelijkheid. Bovendien weigert de BVAS de juridische onzekerheid waaraan de voorschrijvers worden blootgesteld door dit systeem.

WIJ EISEN DE OPHEFFING VAN HOOFDSTUK II. DE AANBEVELINGEN VOOR GOEDE PRAKTIJK KUNNEN ENKEL WORDEN OPGEMAAKT DOOR HET BEROEP ZELF.
WELKE STELLING NEEMT UW PARTIJ TERZAKE ?

4° DGEC
Het controlesysteem van het RIZIV (DGC) werd vervangen door de DGEC (Dienst Geneeskundige Evaluatie en Controle). De medische evaluatie kan niet in een repressief klimaat plaatsvinden. De geneesheren-inspecteurs zijn niet alwetend en hebben nog slechts een vaag idee over de omstandigheden binnen een medische praktijk. De BVAS is bereid om alternatieve oplossingen te bespreken om de externe evaluatie op te lossen. Dit kan enkel worden uitgewerkt in een overlegsysteem met incentives maar zonder verplichtingen, bedreigingen of sancties.

DE BVAS EIST DE AFSCHAFFING VAN DE EVALUATIEROL TOEGEKEND AAN DE MEDISCHE CONTROLE.
HOE STAAT UW PARTIJ HIER TEGENOVER ?

5° Te zware administratieve rompslomp
De administratieve rompslomp ten laste van de artsen verzwaart van dag tot dag en wordt onduldbaar. De BVAS is zich terdege bewust dat het onmogelijk is om elke administratieve verplichting af te schaffen die noodzakelijk is voor de goede informatieverwerving voor het beleid inzake kwaliteitszorgen en die ook vereist is om gericht sociale voordelen ter beschikking te kunnen stellen voor diegenen die er behoefte aan hebben.. De administratieve lasten worden echter administratieve pesterijen wanneer zij de beoogde doelstellingen voorbij schieten, zij de artsen afhouden van de normaal voor hun patiënt beschikbare tijd en zij soms alleen maar het ontmoedigen van het voorschijven tot doel hebben.
De voorschrijfregels kunnen soms oplopen tot 72 pagina’s.
De voorschriften moeten onmogelijk mee te delen bijkomende gegevens bevatten, zoals de duur van de behandeling, of belachelijke gegevens, zoals het aantal pillen in het voorgeschreven doosje.

WIJ VRAGEN DE AFSCHAFFING VAN DEZE NUTTELOZE BUREAUCRATIE DIE TEN KOSTE GAAT VAN DE AAN DE PATIËNT BESTEDE TIJD.
WAT STELT UW PARTIJ VOOR OM DAT TE VERWEZENLIJKEN?

6° Onnodige voorschrijfquota’s
De BVAS eist de afschaffing van de quota's inzake het voorschrijven van geneesmiddelen. Deze zijn niet gerechtvaardigd omdat de terugbetaling van de generieke geneesmiddelen aangepast wordt in functie van een referentieprijs. Door de verplichting in te voeren om een minimumpercentage aan generieken voor te schrijven, intervenieert de minister onnodig en op onaanvaardbare wijze in de arts-patiënt relatie. Deze verplichting is echter niet zonder gevolg daar zij aan de basis ligt van verwarring en therapeutische ongevallen. Zo komt het voor bij patiënten op leeftijd en met meerdere ziektebeelden dat ze niet meer weten wat zij nemen en bij vergissing een dubbele dosis innemen: het merkproduct en het generiek of twee generieken van hetzelfde product. Het voorschrift op stofnaam (VOS) of substitutie door de apotheker leidt tot eenzelfde resultaat.
De wet die de artsen oplegt een quotum aan goedkope geneesmiddelen voor te schrijven is een schending van de rechten van de patiënten afgekondigd in 2002 en in het bijzonder van het recht tot keuze van de behandeling en van de verplichting van de artsen om hun patiënt een geïnformeerde keuze voor te leggen.

WIJ EISEN DUS DE SCHRAPPING VAN DE QUOTA. WAT ZAL UW PARTIJ HIER AAN DOEN ?

Wij stellen vast dat de “zachte” echelonnering die Minister Demottte unilateraal heeft opgelegd noch het enthousiasme van de artsen noch dat van de patiënten heeft opgewekt. Het betreft een voorbijgestreefde maatregel die enkel bijkomende administratieve lasten oplegt zonder enig voordeel.
Ze moedigt op geen enkele wijze de samenwerking tussen huisartsen en specialisten aan.
Wij menen dat deze samenwerking kan worden aangespoord door het creëren van een overleghonorarium inzake de taakverdeling en een honorarium verbonden aan de uitwisseling van pertinente gegevens voor de opvang van de patiënt binnen een bepaald tijdsbestek.

WIJ WENSEN DE AFSCHAFFING VAN DEZE “ZACHTE” ECHELONNERING EN WILLEN DAT ENKEL DE COMMISSIE GENEESHEREN-ZIEKENFONDSEN BEVOEGD IS OM DIT PROBLEEM OP TE LOSSEN.
WAT IS HET STANDPUNT VAN UW PARTIJ DIENAANGAANDE ?

WIJ HOUDEN ER AAN DAT DE INTRA-MURALE ARTS DE VRIJHEID BEWAART OM EXTRA-MURAAL PRIVE TE KUNNEN WERKEN
IS UW PARTIJ AKKOORD MET DIT STANDPUNT ?

Ondanks herhaalde beloftes en verbintenissen is de toename van de afhoudingen op de erelonen van de ziekenhuisartsen nog steeds niet opgelost.

WIJ EISEN DAT EEN BESLISSING OM PERMANENT DE AFHOUDINGEN TE BEPERKEN IN DE WET ZOU WORDEN OPGENOMEN ALSOOK EEN MEER UITGEBREIDE BEVOEGHEID VOOR DE ARTS IN HET BEHEER VAN ZIJN ZIEKENHUIS.
IS UW PARTIJ BEREID ONS GARANTIES DIENAANGAANDE TE VERSCHAFFEN ?

10°
De jonge generaties wensen niet meer al hun tijd aan hun beroepsactiviteit te besteden en reserveren een gewettigd deel voor hun privé- en familiaal leven.
Wij wensen dus dat de medische activiteit buiten de door de gehele bevolking als normaal beschouwde activiteitsuren, m.a.w. tussen 8 en 18uur, niet verplicht zouden zijn voor de arts en zouden worden beschouwd als een activiteit die aanleiding geeft tot een met minstens 20% verhoogd honorarium voor zij die bereid zijn te werken na deze uren.

WIJ WILLEN DUS EEN VERHOGING VAN DE HONORARIA VOOR VERSTREKKINGEN UITGEVOERD NA 18 UUR;
IS UW PARTIJ AKKOORD MET DIT STANDPUNT ?

11°
De artsen worden geconfronteerd met veelvuldige verplichtingen buiten hun normale activiteit die hun niet toelaten ter compensatie verlof te nemen. Zij recupereren ook de feestdagen niet die in het weekend vallen.

WIJ STELLEN VOOR DAT ZIJ ZOUDEN BESCHIKKEN OVER DEZELFDE FEESTDAGEN OF DEZELFDE RECUPERATIE VOOR DE FEESTDAGEN DIE IN HET WEEKEND VALLEN ALS IN DE OPENBARE SECTOR.
ZOU UW PARTIJ HIERMEE AKKOORD GAAN ?

12°
De dringende huisbezoeken in het bijzonder, maar ook de huisbezoeken in het algemeen worden onmogelijk in de grote steden en de agglomeraties.
Bepaalde steden of gemeenten hebben bepaalde verkeersfaciliteiten aan de huisartsen en andere gezondheidsverstrekkers toegestaan maar er bestaan geen bepalingen die het geheel van het territorium beslaan. Er bestaan ook grote verschillen naargelang de steden.

WIJ WENSEN DAT EEN FEDERALE OPLOSSING OP PUNT ZOU WORDEN GESTELD OPDAT DE ZORGVERSTREKKERS NIET MEER HET SLACHTOFFER ZOUDEN WORDEN VAN HUN TOEWIJDING.
IS UW PARTIJ BEREID EEN OPLOSING TE VINDEN ?

13
°
WIJ ZIEN GEEN ENKELE REDEN OM DE TERUGBETALING OF DE UITVOERING VAN TECHNISCHE PRESTATIES MET EEN K-WAARDE HOGER DAN 120 TE VERBIEDEN IN DE PRAKTIJKRUIMTE. DE KOSTPRIJS IS MEESTAL MINDER HOOG, HET RISICO OP NOSOCOMIALE INFECTIES IS KLEINER EN DE VEILIGHEID VAN DE UITGEVOERDE VERSTREKKING IS NIET AFHANKELIJK VAN K-WAARDE;
HOE DENKT UW PARTIJ HIEROVER ?

14° Vergoeding van de medische schade
De BVAS is steeds voorstander geweest van een systeem waarbij de patiënten, zonder het aantonen van een “fout”, op een vlotte en soepele manier zouden vergoed worden naar aanleiding van een zorgverlening.
De bespreking van het ontwerp binnen Kamer en Senaat is vliegensvlug gebeurd teneinde de eindstreep voor de ontbinding van het parlement te bereiken. Wij hebben dienaangaande voorbehoud gemaakt in verband met de opname van de nosocomiale infecties omwille van de de onduidelijke gevolgen voor de kostprijs van het systeem en omwille van de vaagheid inzake de financiering van het systeem.

DE BVAS HEEFT ZICH ACHTER DE WET BETREFFENDE DE VERGOEDING VAN SCHADE ALS GEVOLG VAN GEZONDHEISZORG GESCHAARD OP VOORWAARDE DAT DE FINANCIERING VAN HET SYSTEEM NIET AFGEWENTELD WORDT OP DE ARTSEN. DIT BETEKENT IN DE EERSTE PLAATS DAT HET HUIDIG NIVEAU VAN DE BESTAANDE ZWARE PREMIES DIE DE ARTSEN NU BETALEN IN DE NABIJE TOEKOMST NIET MAG STIJGEN. VERVOLGENS MAG DE FINANCIERING VAN HET FONDS OP GEEN ENKELE WIJZE TEN LASTE GELEGD WORDEN VAN DE BEGROTING VAN DE ARTSENHONORARIA BINNEN HET BUDGET VAN HET RIZIV.
DE BVAS MOET VOORAFGAANDELIJK BETROKKEN WORDEN BIJ DE UITVOERING VAN DE BELANGRIJKE UITVOERINGSBESLUITEN VAN DEZE WET.

De leden van het directiecomité en ikzelf wensen deze problemen samen met uw partij te bespreken, en uw antwoorden aan onze leden kenbaar te maken.

In afwachting van een antwoord uwentwege, danken wij U voor de aandacht die U aan dit schrijven wilt besteden.

Met de meeste hoogachting,


Dokter Roland LEMYE
Voorzitter

printer

Titelbescherming osteopaten - verweermiddelen BVAS

Verweermiddelen BVAS n.a.v. de publicatie van het verzoekschrift in het BS van 31 augustus 2007 tot de bescherming van de titel van osteopaat

Een groep van 6 verschillende beroepsorganisaties van osteopaten dienden samen een verzoekschrift tot bescherming van de titel osteopaat in bij de bevoegde Minister van Middenstand. Zij kregen daarvoor de steun van UNPLIB als interprofessionele organisatie die representatief is voor de zelfstandige en andere vrije beroepen. Zoals de kaderwet tot bescherming van een beroepstitel voorschrijft, moeten nu eerst de Raad voor het Verbruik (waarin consumentenorganisaties en middenstandsorganisaties vertegenwoordigd zijn) en daarna de Hoge Raad voor Zelfstandigen en KMO’s een advies geven over elke aanvraag tot bescherming van een bepaalde beroepstitel.

Dit verzoekschrift is op 31 augustus 2007 gepubliceerd op de website van de FOD economie en in het Belgisch Staatsblad. Elke belanghebbende kan tot en met 31 oktober 2007 een officiële reactie geven op dit verzoekschrift. Ook individuele zelfstandige zorgverstrekkers kunnen naast de reactie van hun beroepsorganisatie een eigen reactie aan de administratie van de Minister van Middenstand overmaken.

De verweermiddelen die de BVAS gericht heeft aan Minister van Middenstand en Landbouw Laruelle, kunt u hier nalezen.