Nieuws 2009
- Reclameronselaars
- Artikel in Trends over de kostprijs van medische fraude : reactie van Prof. Dr. Leo Neels
- Brief dd. 13/11/2009 nav opinie Dhr. Paul Vincke mbt het voorschrijven van dure geneesmiddelen
- Repliek van Dr. Moens nav opiniestuk in De Standaard
- Persmededeling BVAS dd. 08/10/2009 : Is de griep A/H1N1 voor de minister een gelegenheid om het recht van de burgers in te perken?
- Griep A/H1N1: Persmededeling BVAS en VVH dd. 05/10/2009
- Aanrekenen van de vaccinatie tegen A/H1N1-griep
- Repliek van het RIZIV mbt het artikel in Trends over de kostprijs van medische fraude
- Aanvraag bijzondere beroepsbekwaamheid oncologie
- Persmededeling BVAS dd. 08/10/2009 : Budget zorgverzekering 2010 goegekeurd
- Het sui generis statuut : Veelgestelde vragen
- Rappel van de oproep van BVAS en het VVH m.b.t. de A/H1N1 griep dd. 22 oktober 2009
- Verslag symposium “Financieel economische-crisis: ook in de gezondheidssector?” 17.10.2009
- VAS-Enquête: Praktijkassistentie in de huisartsengeneeskunde
- Beschikbaarheidshonoraria voor de geneesheer-specialisten - Wijzigingen
- Oproep van BVAS mbt de A/H1N1 griep dd. 12/10/2009
- Het cervicovaginale uitstrijkje : De nieuwe vergoedingsregels
- HAIO-statuut : Open brief aan minister Onkelinx dd. 11-05-2009
- Open brief betreffende enquête omzet en inkomen klinische biologie en radiologie
- Budget ziekteverzekering voor 2010 goedgekeurd
- Gedragscode : Keuze van de arts bij spoedgevallen en/of tijdens de wachtdienst
- Mexicaanse griep
- Maak werk van samenwerken!
- Parkeerproblematiek : Open brief aan de Kamer en Senaat
- De toepassing ORTHOpride is nu beschikbaar
- Nieuw HAIO-statuut
- Tien tips om belastingen te besparen
- Reactie Dr. Moens dd. 07.04.2009 : Decanen, graag correcte informatie
- Persmededeling BVAS dd. 26/03/2009 mbt het voorontwerp van de wet betreffende de vergoeding van therapeutische ongevallen
- Startersdag voor artsen was weer een succes - 14.03.2009
- Moegetergde artsen betalen hun parkeerboetes niet meer. De Standaard Online 11.03.2009
- Huisartsen weigeren parkeerboetes. Het Nieuwsblad 11.03.2009
- Open brief aan Minister Onkelinx en Eerste Minister Van Rompuy dd. 16.10.2008 mbt het HAIO-statuut
- Onterechte parkeerboetes : Standaardbrief
- Persmededeling BVAS 03.02.2009 : De praktijkassistent, een nieuw beroep?
- Kritische lezing van “Infobox RIZIV – Wegwijzer voor de geneesheer-specialist"
- OVMB biedt extra kosteloze waarborg aan
- Nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2009

Reclameronselaars
Nadat we u in verscheidene nieuwsbrieven er op attent maakten om niet in te gaan op de vraag van o.m. het Belgisch Internet Register, de Internetbedrijvengids, Construct Data Verlag AG, the Physicians Therapist Guide, Med1web, NovaChannel, Ondernemingspublicatie 2009/2010, Media Connect of een andere medische gids om uw gegevens in deze medische gidsen bij te werken, waarschuwen we u nogmaals voor dergelijke malafide praktijken.
Reclameronselaars gaan vaak op drieste manieren tewerk. U bent dus maar beter voorbereid op hun komst. Daarom geven we u enkele tips mee om problemen te vermijden.
- Geef nooit een telefonische toestemming zonder dat u het advertentiekatern of het magazine waarin u zult adverteren, in uw handen hebt gehad. Eens u een voorbeeldexemplaar ziet, zult u al snel vaststellen dat de kwaliteit ondermaats is en bovendien commercieel waardeloos.
- Nooit tekenen als u niet hebt gezien waarvoor u tekent
Als u mondeling in uw praktijk wordt overvallen, wordt het soms heel wat moeilijker om de opdringerige verkopers uit uw zaak te krijgen. U tekent al snel ‘een document’ om toch maar van die lastige verkoper af te zijn. En zo is de buit binnen voor de ronselaar: een handtekening is het enige wat hij nodig heeft. Pas later ontdekt u dat hij in werkelijkheid zijn handtekening plaatste onder een bestelorder.
Geef ook nooit uw handtekening als u wordt gevraagd dit te doen om uit ‘het bestand’ gehaald te worden of om een contract te verlengen. - Wees kritisch in verband met de gevraagde prijs voor een advertentie.
Vraag altijd na of het boekje of de internetgids wel bestaat, in welke regio de advertentie verschijnt, in welke oplage het boekje wordt verspreid, wie de doelgroep is of wat het bezoekersaantal is van een bepaalde ondernemersgids waarvoor men ronselt. Wees vooral argwanend als er wordt gezwaaid met gratis advertenties. Een advertentie heeft altijd zijn prijs, kan nooit gratis zijn. Ook moet de gevraagde prijs redelijk zijn, in verhouding met de te verwachten tegenprestatie. Vraag een proefdruk indien u er toch wil op ingaan, zo kan u de kwaliteit van het document pas echt beoordelen. - Lees goed na welk document u tekent.
Gaat het om een aanvraag naar nadere informatie of plaatst u een handtekening onder een bestelbon? Ga op zoek naar de mogelijke kleine lettertjes op het document. Daaruit valt vaak de werkelijke aard van de aanbieding af te leiden. De kleine lettertjes zullen melding maken van de prijs en de duurtijd van het contract. - Hebt u toch een bestelbon getekend waarvan u achteraf twijfels krijgt over de eerlijke aard van de firma of bent u recentelijk op een soortgelijk aanbod ingegaan en was dit niet de bedoeling?
Stuur meteen een aangetekend protestschrijven waarbij u aangeeft dat u misleid werd door de gebrekkige informatie en dat u nooit de intentie had om te contracteren en uw handtekening dus op basis van dwaling tot stand kwam en er daarom geen sprake kan zijn van een geldige toestemming. Vraag daarin ook meteen uit al hun bestanden gewist te worden zodat u in de toekomst niet langer door hen aangeschreven wordt. U kan daarnaast ook een klacht indienen bij de bevoegde Economische Inspectie bij de FOD Economie.
Bij ons kan u op eenvoudige vraag een modelbrief en een klachtenformulier ontvangen.
Twijfelt u over een bepaald aanbod, contacteer ons dan op info@vlaamsartsensyndicaat.be.
Bron: FVIB

Artikel in Trends over de kostprijs van medische fraude : reactie van Prof. Dr. Leo Neels
Naar aanleiding van het coververhaal van Trends (dd. 12 november 2009) "Medische fraude kost ziekteverzekering 7 miljard euro" reageert Prof. Dr. Leo Neels, tevens voorzitter van de raad van bestuur van Belga en algemeen directeur van pharma.be, in een blog van Knack.
Rechtzettingen
De gezondheidstoestand van Koningin Fabiola is bijzonder goed, zeker in vergelijking met haar overlijdensmeldingen die op de websites van de VRT en De Morgen hebben gestaan. Die werden daar, toen ze verkeerd bleken, in stilte weer afgehaald.
Ook Belga kondigde recent het overlijden van Koningin Fabiola aan, althans een 'burgerbericht' met die inhoud stond op de site "Ihavenews.be", waarop burgers eigen nieuwsfeiten konden inzenden.
De media hebben de fout van hun agentschap uitgebreid aan bod gebracht, omdat ze er, terecht, van moeten kunnen uitgaan dat door Belga bezorgde berichten betrouwbaar zijn. Toen de fout bleek, heeft het agentschap een rechtzetting op zijn net gepubliceerd.
Iedereen kan fouten maken, ook redacties. Maar zelden heeft men de moed om ze ook recht te zetten en zijn pubiek te melden dat een fout werd gemaakt. Rechtzettingen betreffen meestal kleine fouten, grotere worden onder de mat geveegd. Dat is de stelling van Craig Silverman (Regret The Error, 2007) die pleit voor een hernieuwde beoefening van de kunst van de rechtzetting, in het belang van de media en van hun geloofwaardigheid.
Nog recent blokletterde een weekblad, "exclusief", dat er jaarlijks voor 7 miljard euro "medische fraude" wordt gepleegd in het kader van de nationale ziekteverzekering. Er werd geadviseerd om "de klokkenluider te pamperen", omdat hij aan het licht bracht dat "zowat 30 procent van de uitgaven van de ziekteverzekering al dan niet bewust worden misbruikt".
Geen enkele kritische noot, ook geen kritische beschouwing over de evolutie van "vermoedelijk 5%" (zoals dezelfde controledienst vorig jaar rapporteerde) naar "mogelijk 30%". Niets. Media zijn on-kritisch wanneer ze kennis krijgen van kritiek op "gevestigde waarden". De journalistieke nieuwsgierigheid was weer ruimschoots bediend met een eenzijdige uitval naar "medische fraude" en "therapeutische luiheid". Ook in gezondheidszorg is fraudebestrijding belangrijk, en het europees netwerk (www.ehfcn.org ) verricht vaak goede dingen, maar deze stellingname van een ambtenaar kon niet door de beugel, zoals het Riziv in een reactie bekend maakte. Iemand die rechtzetting gezien in de media?
Ook de rechtzetting van het Riziv naar aanleiding van de publicatie van volstrekt achterhaalde cijfers door De Morgen tijdens de budgetbespreking kreeg geen media-aandacht: eigen gelijk eerst.
Recent maakten de douanediensten bekend dat zij steeds meer namaakgeneesmiddelen onderscheppen die bestemd zijn voor derdewereldlanden, een écht risico voor de volksgezondheid daar. Sommige ontwikkelingsorganisaties hadden daarbij de stelling verdedigd dat het kon gaan om legale generische geneesmiddelen die ingevolge acties van klassieke farmabedrijven op grond van intellectuele eigendomsrechten aan de patiënten in de derde wereld worden onthouden (sic!). Die stelling werd door een gezamenlijk persbericht van de Douanediensten en het Geneesmiddelenagentschap onmiddellijk tegengesproken: het ging wel degelijk om gevaarlijke namaakpillen (www.fagg.be ).
Toch drukte De Standaard, nadien, nog het verkeerde standpunt van de ontwikkelingsorganisaties af, en werd de rechtzetting aan de lezers onthouden. Waarom?
Journalisten gaan verkrampt om met eigen fouten, en nemen hun publiek in de maling door het belang van rechtzetting van onjuistheden te onderschatten. Nochtans is het maken van een fout minder aanstootgevend dan de weigering van de rechtzetting.
Prof. Dr. Leo Neels
Mediarecht KULeuven en UAntwerpen
Verklaring van belangenconflict: Leo NEELS is Voorzitter van de raad van bestuur van Belga en algemeen directeur van pharma.be
De reactie van het RIZIV n.a.v. het coververhaal van Trends (dd. 12 november 2009) "Medische fraude kost ziekteverzekering 7 miljard euro" kan u hier nalezen.

Brief dd. 13/11/2009 nav opinie Dhr. Paul Vincke mbt het voorschrijven van dure geneesmiddelen
Geachte Heer Administrateur-generaal,
Geachte Heer Directeur-generaal,
Wij weten niet of de Heer Paul Vincke behalve bij het EHNFC ook nog op de DGEC van het RIZIV werkzaam is.
De beledigende taal die hij in de pers hanteert ten opzichte van de zorgverleners en t.o.v. de artsen in het bijzonder verdient een publieke rechtzetting door zijn meerderen.
Wij keuren fraude ten strengste af, zowel binnen als buiten de gezondheidszorg. Maar Vincke gaat ver over der schreef met zijn uitlatingen die een ganse sector onterecht in een negatief daglicht stellen.
Hij ridiculiseert bovendien de werking van de DGEC.
Zijn grove beschuldigingen zijn niet op cijfers gebaseerd. Volgens ons kletst hij zomaar wat uit zijn nek.
Ik citeer hem in De Morgen (13.11.2009) over het pushen van artsen door de industrie in verband met het voorschrijven van dure geneesmiddelen:
Vincke: “Die studies geven ook aan dat zorgverleners die gepushte geneesmiddelen vaak klakkeloos voorschrijven. Exacte cijfers over wat ons dat kost zijn er niet, maar het is duidelijk dat het gaten slaat in ons gezondheidsbudget als drie artsen op vier geneesmiddelen voorschrijven die niet of onvoldoende werken. Door een acuut geval van therapeutische luiheid”
De onderstrepingen zijn van mij. Na de therapeutische hardnekkigheid bezondigen artsen zich nu aan therapeutische luiheid. Als criminoloog gaat de Heer Vincke er van uit dat een diagnose en behandeling die niet tot genezing lijdt ofwel fraude is ofwel zich in de “grijze zone” bevindt.
Zijn uitlatingen zijn jammer genoeg geen fictie zoals de
krimis van Jef Geeraerts met Vincke en Verstuyft, maar echte beledigingen.
Vier weken geleden was er onduidelijkheid over de status van de ziekenfonds boni.
U gaf daar een duidelijke toelichting over de in de medische pers.
Het lijkt ons noodzakelijk dat een analoge verklaring zou worden afgelegd bij deze de ongegronde beschuldigingen door Paul Vincke. Over interne reprimandes moeten wij ons niet uitspreken.
Mede namens Dr. Roland Lemye, voorzitter BVAS,
Dr. Marc Moens, ondervoorzitter BVAS

Repliek van Dr. Moens nav opiniestuk in De Standaard
Dr. Marc Moens, ondervoorzitter van BVAS, repliceert op het opiniestuk van De Maeseneer in De Standaard van 12.11.2009.
Slechts over een ding ga ik akkoord met De Maeseneer in zijn opiniestuk in De Standaard van 12.11.2009 : hoed af voor de huisartsen die zich - ook op hun vrije dagen – inzetten om de risicogroepen zo snel als mogelijk te vaccineren tegen de A/ H1N1 griep en hen uit te leggen waarom hun familieleden, in het bijzonder kinderen, en voetballers niet in aanmerking komen voor de griepprik.
De Maeseneer wordt al 35 jaar indirect door de Overheid betaald om huisartsen in opleiding te brainwashen met zijn visie over de organisatie van de gezondheidszorg. Hij laat nooit na om hierbij de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) in een slecht daglicht te stellen of hun leiders, zoals ondergetekende, als incivieken te doodverven. BVAS heeft 42 jaar zichzelf integraal gefinancierd. Instemmend met de vraag van het Kartel – het andere, kleinere erkende artsensyndicaat – ontvangen de beide groepen samen sinds 2006 één miljoen € (geïndexeerd), waarvan 2/3den voor de BVAS. Een schijntje in vergelijking met de uitgaven die De Maeseneer jaarlijks in Onderwijs en Ziekteverzekering genereert. Het getuigt van een weinig democratische ingesteldheid te suggereren dat een vereniging, die een subsidie van de Overheid krijgt, die alleen maar mag behouden als ze slaafs de Overheid naar de mond praat. Het frustreert De Maeseneer allicht dat, ondanks de deloyale concurrentie tegenover de andere huisartsen door de extra financiering vanwege het RIZIV (+ 30 %), provincie, gemeente en sommige mutualiteiten (variabel al naargelang de politieke lokale situatie) hij er niet in slaagt om meer dan +/- 1,85 % van de Belgische bevolking in zijn systeem te strikken. De vrije keuze van de arts door de patiënt en het autonoom organiseren van de zorg door zelfstandige artsen en andere zorgverleners blijven hem een doorn in het oog.
Door verzet van de BVAS werd het oorspronkelijk besluit om de risicopatiënten in een griep- gegevensbestand van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid te catalogeren enigszins aangepast. Maar de uitzonderingswet van 16.10.2009 over de grieppandemie met een uitvoeringsbesluit van 02.11.2009, in het Staatsblad van 09.11.2009, en retroactief in voege gebracht op 19.10.2009, miskent de rechten van de patiënt. Zijn de Commissie patiëntenrechten en het Parlement akkoord dat het ziek zijn van patiënten in een databank wordt opgeslagen zonder dat hen iets werd gevraagd? Staat de uitzonderingswet betreffende de grieppandemie boven de wet van 22.08.2002 betreffende de rechten van de patiënt? In juli 2008 stelde minister Onkelinx in het Parlement dat het gebruik van de informaticasnelweg van het eHealth platform niet zou verplicht worden en Frank Robben, administrateur-generaal van het eHealth-platform, voegde er steevast aan toe dat eHealth geen gegevensbanken zou aanleggen. De realiteit 14 maand na de publicatie van de eHealth wet van 21.08.2008 leert dat die beloften loos zijn.
Het is wetenschappelijk en ethisch betwistbaar of de verplichte registratie van de griepvaccinatie het belang van de collectieve gezondheid echt dient en of ze opweegt tegen de individuele rechten van de patiënt. Wij menen dat de correcte registratie in de patiëntendossiers bij de huisarts volstaat, elektronisch of op papier, zodat de nog niet geïnformatiseerde huisartsen ook mee kunnen vaccineren. De wetgever gebruikt foute argumenten in het Verslag aan de Koning om de artsen die niet elektronisch willen (of kunnen) registreren met een onterecht schuldgevoel op te zadelen. De registratie is niet nodig “om meervoudige - en dus eventueel schadelijke – vaccinaties” te vermijden, want die schadelijkheid werd nooit bewezen. En als ze dient om “eventuele funeste interacties met andere geneesmiddelen”te voorkomen, dan zou logischerwijs alle geneesmiddelengebruik in een Big Brother moeten worden opgeslagen. De griepvaccinatie komt met andere woorden neer op een ideologisch debat waar het Parlement niet mocht aan deelnemen. Wie vertoont hier inciviek gedrag?
Met de meeste hoogachting,
Dr. Marc Moens, ondervoorzitter Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS)

Persmededeling BVAS dd. 08/10/2009 : Is de griep A/H1N1 voor de minister een gelegenheid om het recht van de burgers in te perken?
Men kan zich in ieder geval de vraag stellen of de bijzondere bevoegdheden wel degelijk noodzakelijk zijn om de potentiële gezondheidscrisis van de griep A/H1N1 te beheren. Een ongetwijfeld minder spectaculaire maar wel gevaarlijkere beslissing voor de individuele vrijheden werd door Minister Onkelinx genomen.
De minister wil de artsen klaarblijkelijk meer in het eHealthsysteem integreren.
Zij vereist immers dat de artsen de naam van de ingeënte patiënten aan Smals meedelen via de tussenpersoon van het eHealthsysteem, die als derde vertrouwenspartij zou optreden.

Griep A/H1N1: Persmededeling BVAS en VVH dd. 05/10/2009
Antwoord op de strategie van Minister Onkelinx
De grieppandemie A/H1N1 vormt onbetwistbaar een gevaar voor de Belgische bevolking hoewel over het geheel genomen de ziekte zich niet of nog niet bijzonder gevaarlijk heeft getoond.
Minister Onkelinx heeft er dus goed aan gedaan om deze dreiging serieus te nemen en om alle vereiste maatregelen te nemen.
Het artsencorps wil zijn verantwoordelijkheden nemen en heeft zijn medewerking aangeboden voor de inenting.
Niemand is beschut tegen deze nieuwe griep.
Zij heeft zelden een dodelijke afloop, doch de dodelijke slachtoffers werden niet allemaal als risicopatiënten geïdentificeerd. Nochtans worden de artsen verzocht om deze laatsten in te enten. De hele bevolking inenten is momenteel niet mogelijk.
Het vaccin is evenmin verplicht.
De risico’s van dit vaccin zijn zeker niet zeer groot, maar zijn nog niet goed geëvalueerd. Het niet verplichte karakter is ongetwijfeld het logisch gevolg door deze situatie, maar heeft vooral als resultaat dat de Minister zich van elke verantwoordelijkheid onttrekt. In geval van complicaties zal de verantwoordelijkheid enkel op de schouders van de inentende arts rusten.
Het artsencorps heeft de gewoonte om zijn verantwoordelijkheden op te nemen, maar solidariteit van de minister zou zeer welkom zijn geweest.
Het invoeren van flesjes met tien dosissen die dezelfde dag moeten worden gebruikt, maakt de reeds zeer zware taak van de artsen er niet eenvoudiger op.
De Minister beweert dat de artsen zich ertoe hebben verbonden om de opvolging van de inenting te registreren.
Niets is minder waar. Zelfs indien de registratie nuttig kan zijn voor de volksgezondheid is het evident dat de nominatieve aanduiding van de als zijnde verscheidene risicovertonende geregistreerde personen, over alle vertrouwelijkheidsgaranties moet beschikken en dat SMALS (het elektronisch programma van de regering dat de Minister door de artsen wil laten gebruiken) op geen enkele wijze deze garanties biedt.
Zoals erkend wordt door de minister zelf, heeft deze registratie tot doel de artsen te controleren.
Het artsencorps kan, als partner die zijn medewerking aanbiedt, dit gebrek aan vertrouwen echter niet tolereren.
Tenslotte vermeldt de Minister dat de organisatie voor de arts van een inenting aan de lopende band gratis is voor de patiënt en dat de arts daarvoor een belachelijke vergoeding ontvangt.
Zo de artsen kunnen aanbieden om min of meer gratis te werken, hoewel in dit geval niets dit rechtvaardigt, tenzij om reclame te maken voor de Minister, is het evident dat deze strategie totaal ongepast is. Wanneer men weet dat het hier risicopatiënten betreft en dat het vaccin, dat in recordtempo ontwikkeld werd waardoor het onmogelijk was om alle noodzakelijke tests uit te voeren, niet zonder risico is.
Dat wil zeggen dat er een minutenlang toezicht nodig zal zijn voor elke ingeënte patiënt.
Het artsencorps is bereid om zijn goede wil en zijn engagement te tonen tegenover een potentieel gevaar, maar eist in ruil met respect en eerbied te worden behandeld.
Dr.
Roland LEMYE, Voorzitter BVAS
Dr. Michel VERMEYLEN, Voorzitter VVH

Aanrekenen van de vaccinatie tegen A/H1N1-griep
Op vraag van verschillende leden van het VAS zien we ons genoodzaakt om naar aanleiding van de vaccinatie tegen de A/H1N1-griep te verduidelijken met welke nomenclatuurcodes u deze vaccinatie mag aanrekenen met vermelding van "VGA" (Vaccinatie Griep A), zodat de patiënt volledig terugbetaald wordt.
- Voor de gewone raadplegingen in de spreekkamer van de arts bedoeld in artikel 2, A van de nomenclatuur betreft het volgende nomenclatuurcodes : 101010, 101032, 101054 en 101076.
- De bijkomende honoraria voor een dringende raadpleging in de spreekkamer van de arts
wanneer de raadpleging zaterdags, zondags of op een feestdag tussen 8 en 21 uur
of wanneer de raadpleging 's nachts tussen 21 en 8 uur wordt gehouden,
kunnen ook aangerekend worden en betreft volgende verstrekkingen : 102410, 102432, 102454 en 102476.
- De bezoeken vermeld onder de codenummers 103110, 103132, 103213, 103235, 103316, 103331, 103353, 103412, 103434, 103515, 103530, 103552, 103913, 103935, 103950, 104112, 104134, 104156, 104215, 104230, 104252, 104274 kunnen eveneens aangerekend worden.
- Tenslotte mogen ook de bijkomende honoraria voor de bezoeken aangerekend worden. Het betreft volgende verstrekkingen : 104296, 104311, 104333, 104510, 104532, 104554, 104576, 104591, 104613 en 104635.
- Daarenboven mag u ook de bijkomende verplaatsingsvergoeding aanrekenen die in sommige gebieden verschuldigd is aan de algemeen geneeskundige naar aanleiding van een verstrekking die ten huize van de rechthebbende is verricht.
Voor de bezoeken en de bijkomende honoraria mag de vermelding “VGA” alleen worden gebruikt wanneer de patiënt zich in de onmogelijkheid bevindt om zich te verplaatsen.
We merken ook op dat:
Zie ook :
Als de patiënt niet in de gegevensbank van de FOD Volksgezondheid wenst opgeslagen te worden als hartlijder, diabeet, cara patiënt, e.d.m., dan heeft de patiënt volgens de patiëntenrechtenwet het recht om deze registratie te weigeren en dient de arts volgende vermelding in zijn medisch dossier op te nemen : “Patiënt weigert elektronische registratie.”
Ondanks de recente publicatie van het nieuwe KB van 3 november 2009 houdende oprichting van een federale gegevensbank betreffende de vaccinaties met het anti-A/H1N1-griepvirusvaccin (BS 09/11/2009) waarbij de overheid elke arts die een persoon vaccineert met het anti-A/H1N1-griepvirusvaccin, de registratie van deze patiënt in een federale gegevensbank oplegt, roept BVAS alle vaccinerende artsen nogmaals op om NIET over te gaan tot de registratie op eHealth.
BVAS zal elke noodzakelijke maatregel treffen indien een arts om het even welke vergeldingsmaatregel zou ondergaan bij het strikt naleven van deze oproep.
De vaccinerende arts moet wel het lotnummer van het vaccin en van het adjuvens in het medisch dossier van de patiënt noteren en deze gegevens in een inentingsfiche aan de patiënt overhandigen. En tenslotte de VGA vermelding samen met de stempel op het getuigschrift voor verstrekte hulp aanbrengen, zodat de raadpleging of het huisbezoek voor 100% terugbetaald wordt aan de patiënt.
Het KB van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de ZIV in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen
De relevante verstrekkingen
vindt u terug
in Artikel 2 - Raadplegingen, adviezen en bezoeken.

Repliek van het RIZIV mbt het artikel in Trends over de kostprijs van medische fraude
Naar aanleiding van het coververhaal van Trends (dd. 12 november 2009) "Medische fraude kost ziekteverzekering 7 miljard euro" reageerde ook Prof. Dr. Leo Neels, tevens voorzitter van de raad van bestuur van Belga en algemeen directeur van pharma.be in een blog van Knack. U kan zijn relaas hier nalezen.
Het coververhaal "Medische fraude kost ziekteverzekering 7 miljard euro" (Trends 12 november 2009) heeft in de sector veel deining veroorzaakt en geleid tot reacties van ongeloof en van verontwaardiging. Op het interview in voormeld artikel met de voorzitter van het “European Healthcare Fraud and Corruption Network”, de heer P.Vincke, werd vorige week onmiddellijk gereageerd door minister ONKELINX,
in antwoord op een aantal parlementaire vragen. De minister beschouwde de cijfers als surrealistisch.
Ook als verantwoordelijken van het RIZIV kunnen we ons niet scharen achter de vooropgestelde cijfers en wensen we ook openlijk afstand te nemen van een aantal uitlatingen en insinuaties die door de voorzitter van het EHFCN werden geformuleerd. Uitspraken waarbij wordt gesteld dat : “het duidelijk is dat het gaten slaat in het budget
als drie artsen op vier geneesmiddelen voorschrijven die niet of onvoldoende werken.
Door een acuut geval van therapeutische luiheid …“(citaat De Morgen 13 november 2009) kunnen niet door de beugel en stellen de sector in een verkeerd daglicht.
Een en ander dwingt ons evenwel ook om op de problematiek even nader in te gaan. We willen hierbij drie vragen beantwoorden: wat moet als “fraude” worden gekwalificeerd ? Wat is de geschatte omvang van de fraude ? Welke actiemiddelen worden ontwikkeld ?
Wat is fraude ?
Wat fraude is lijkt een eenvoudige vraag, maar precieze wettelijke definities ontbreken. Bij fraude gaat het in principe over het stellen van onrechtmatige handelingen die tot doel hebben voor de betrokkene een voordeel te bekomen. In artikel 309 van de programmawet van 27 december 2006 wordt als sociale fraude beschouwd: “iedere inbreuk op een sociale wetgeving die tot de bevoegdheid van de federale overheden behoort”. Dat is een onrechtstreekse benadering. Voor wat de verzekering geneeskundige verzorging betreft worden de inbreuken die in hoofde van zorgverleners als onrechtmatig worden beschouwd vermeld in artikel 73bis van de GVU-wet. Voor verzekerden en ziekenfondsen bestaan eveneens specifieke bepalingen.
“Fraude” vs “ondoelmatig handelen”
Fraude mag dus niet verward worden met het niet zorgvuldig of niet doeltreffend aanwenden van middelen in de sector. Er is meer dan een nuanceverschil tussen onrechtmatig en ondoelmatig handelen.
In dit verband is het nuttig een publicatie te citeren die onlangs in de Verenigde Staten werd uitgebracht (Bron: Kelly, R, Where can
$ 700 billion in waste be cut annually from the U.S. Healthcare System, Thomson Reuters, oktober 2009). De in deze gedocumenteerde studie vermelde “optimalisatiewinst” van $ 600 - 850 mia wordt onderverdeeld als volgt:
- Ondoelmatige administratie $ 100 - 150
- Inefficiënties, fouten, vergissingen verstrekkers $ 75 - 100
- Gebrek aan zorgcoördinatie $ 25 - 50
- Onverantwoord gebruik $ 250 - 325
- Vermijdbare zorg $ 25 - 50
- Fraude en misbruik $ 125 - 175
De conclusie is ontnuchterend: “Therefore we conclude that designating an estimated
$ 700 billion or one-third of annual healthcare expenditures as waste is reasonable and maybe even conservative.”
Het zou verkeerd zijn deze cijfers klakkeloos te extrapoleren naar de Belgische situatie. Het is evenwel de taak van de overheid, samen met alle betrokken partners om ook in eigen land meer inspanningen te leveren inzake het verantwoord gebruik van de middelen. Deze middelen zijn beperkt, het is een maatschappelijke plicht deze efficiënt in te zetten.
Omvang van de fraude
In verschillende publicaties wordt de fraude in de gezondheidszorg in de eigenlijke zin van het woord geschat op ca 3 % van de uitgaven.
In antwoord op een parlementaire vraag uit 2008 stelde de staatssecretaris voor de coördinatie van de fraudebestrijding voor België een cijfer van 220 mio € voorop.
Hiertegenover staat dat het RIZIV ongeveer 7 mio € per jaar terugvordert inzake inbreuken vermeld in artikel 73bis GVU-wet.
Vorig jaar werden hiertoe 911 controle-enquêtes uitgevoerd en 29 dossiers aan het parket overgemaakt.
In Nederland hebben de zorgverzekeraars in 2008 voor ongeveer 7 mio € aan fraude opgespoord en voor 93 mio € onterechte declaraties verworpen waarbij geen sprake was van opzet. (Bron : Brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, 9 juni 2009).
De controle en de strijd tegen misbruiken en fraude in de Franse
ziekteverzekering hebben in 2008 geleid tot een terugvordering van 118,4 mio € (+ 13,3 mio € voor de sector arbeidsongeschiktheid) (Bron : Caisse Nationale de l’Assurance Maladie – Contrôle et lutte contre les abus et la fraude, 5 mars 2009).
Gegevens over Duitsland vermelden een bedrag van 47,3 mio € dat voor het jaar 2008 bedrieglijk werd gedeclareerd en teruggevorderd (Bron : Bundeslagebild Wirtschaftskriminalität, 2008; Ook : HOMAN, D., Betrug in der Gezetzliche Krankenversicherung, Mönchengladbach, 2009).
Een recente studie uit de Verenigde Staten vermeldt voor 2007 een terugvordering van ca 1 mia $ met betrekking tot frauduleuze bedragen in de federale stelsels Medicare/Medicaid op een totale uitgave van 612 mia € (Bron : ROSENBAUM, ea, Health Insurance Fraud: an overview, George Washington University, june 2009).
Al deze cijfers hebben alleen betrekking op opgespoorde, vastgestelde en teruggevorderde bedragen.
De realiteit van de fraude ligt vermoedelijk hoger. Het cijfer van 7 mia fraude in de Belgische ziekteverzekering kan evenwel geenszins als plausibel worden weerhouden.
Alles kan beter
De afgelopen jaren kwamen nieuwe en transparante procedures tot stand die een meer doeltreffend optreden van de controlediensten van het RIZIV mogelijk maken. Op het interne vlak werden in de schoot van het RIZIV de onderzoeksmethoden verbeterd en beter gestroomlijnd door de invoering van een centraal aansturingspunt.
De samenwerking met de ziekenfondsen en ook met externe partners kan nog verder worden ontwikkeld, zoals ook in de ons omringende landen gebeurt.
Een Europees netwerk kan ook een cruciale rol spelen op voorwaarde dat het op haar missie blijft gefocust.
Het bovenstaande betekent niet dat het debat over de optimale aanwending van middelen in de gezondheidszorg onder de mat wordt geveegd.
Integendeel. Los van de initiatieven die recent werden genomen (auditing van de uitgaven, evaluatieopdracht van de DGEC, alsook de wettelijke maatregelen tot terugdringing van praktijkverschillen) moet ook hier een tandje worden bijgestoken.
De inspanningen die door de regering worden gevraagd inzake het voorschrijven van geneesmiddelen enerzijds en van klinische biologie en medische beeldvorming anderzijds vormen hierbij een goede testcase.
J. DE COCK, Administrateur-generaal
B. HEPP, Geneesheer-directeur-generaal

Aanvraag bijzondere beroepsbekwaamheid oncologie
De overgangsbepalingen van het MB van 26/09/2007 (BS 24/10/2007) tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze discipline voorzien dat de geneesheer die bijzonder bekwaam is in de oncologie van zijn basisspecialisme en die op het ogenblik van dit besluit sedert tenminste 4 jaar de oncologie in zijn basisspecialisme als hoofdactiviteit uitoefent, kan erkend worden als houder van de bijzondere beroepstitel in de oncologie.
Hij dient binnen 2 jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag in te dienen. Vermits geen datum van inwerkingtreding in het MB wordt vermeld, treedt dit in werking op de tiende dag vanaf de datum van publicatie. De aanvraag voor het bekomen van deze bijzondere beroepsbekwaamheid dient dus uiterlijk op 2 november 2009 ingediend te worden.
Het bewijs dat u bijzonder bekwaam bent in de oncologie kan geleverd worden door o.m. uw persoonlijke publicaties, uw actieve deelname aan nationale of internationale congressen, aan wetenschappelijke vergaderingen in verband met oncologie, door een prestatie profiel dat typisch is voor de oncologie en ten minste door het feit dat u gedurende 4 opeenvolgende jaren een permanente opleiding in de oncologie heeft gevolgd.
Deze aanvraag dient gestuurd te worden naar het volgend adres:
FOD Volksgezondheid
Ter attentie van de bevoegde erkenningscommissie voor de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie (M.B. 26.09.2007 – Titel II)
Victor Hortaplein 40 bus 10
1060 Brussel
Het MB van 26/09/2007 (BS 24/10/2007) tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze discipline
kan u hier raadplegen.

Persmededeling BVAS dd. 08/10/2009 : Budget zorgverzekering 2010 goegekeurd
Tengevolge de beslissing van het Verzekeringscomité van het RIZIV om het begrotingsvoorstel voor 2010 van de ziekenfondsen goed te keuren, staat de BVAS erop om de artsen, die het akkoord 2009-2010 hebben onderschreven, er aan te herinneren dat zij uit het akkoord kunnen stappen.
Zij dienen dit vóór 1 november 2009 per aangetekend schrijven te doen. Hun deconventie zal dan op 1 januari 2010 in voege treden. Deze stap heeft geen gevolgen voor hun sociaal statuut van 2009 dat behouden blijft. Als bij mirakel nog vóór het einde van het jaar de plooien zouden kunnen worden glad gestreken en als de artsen en de ziekenfondsen tot een akkoord zouden komen, dan kunnen die artsen zich tot 31 december 2009 opnieuw conventioneren voor het jaar 2010, dus zonder verlies van hun sociaal statuut voor 2010.
Het directiecomité van de BVAS is op woensdagavond 7 oktober jl. samengekomen en overweegt daadwerkelijk om zijn Raad van Bestuur voor te stellen de overeenkomst 2010 collectief op te zeggen.
Het opzeggen van het akkoord moet plaatsvinden vóór 1 december 2009. Wij zijn immers in de situatie waar de financiële middelen toegestaan voor het begrotingsjaar dat volgt klaarblijkelijk niet voldoende zullen zijn om een correcte uitvoering van het akkoord te garanderen.
Inderdaad, ondanks de indexering zal de begroting 2010 13,6 miljoen euro lager zijn dan de technische raming van de uitgaven 2009.
De radiologie en de klinische biologie wordt honderd miljoen euro ontnomen.
Deze besparing zal voor ¾ dienen te gebeuren door beperkingen op het niveau van de voorschriften. De voorschrijvende artsen zullen eveneens nieuwe beperkingen moeten ondergaan op het gebied van het geneesmiddelenvoorschrift.
Enkele specialismen (o.a. pediatrie en psychiatrie) moeten volgens het akkoord worden geherwaardeerd.
Dit zal ten koste van andere specialismen gaan. Zo zou de, nochtans absoluut noodzakelijke, heelkundige operatieve hulp worden afgeschaft waardoor patiënten in gevaar worden gebracht. Dit voorstel werd zonder enig overleg ingediend. De artsen hebben het maandagochtend totaal verrast moeten ontdekken.
Wat de psychiaters aan de ene kant aan opwaardering krijgen werd hen aan de andere kant terug ontnomen, want de mutualiteiten willen de afschaffing van de terugbetaling van hun elektrofysiologische tests.
9,6 miljoen euro zal worden voorbehouden voor onderzoeken die reeds in het akkoord 2008 werden begroot (de scans van de kransslagaders en van de dikke darm) en tevens in het akkoord 2009-2010, maar met uitvoering in 2009.
Niet alleen werden deze overeenkomsten niet uitgevoerd maar het document bepaalt dat hun uitvoering voor 2010 nog het onderwerp zal uitmaken van een grondige discussie. Het wordt m.a.w. verwezen naar de Griekse kalender.
Als de huidige crisissituatie een te leveren inspanning rechtvaardigt, dan moet er tevens aan herinnerd worden dat de uitgaven 2008 binnen de budgettaire marge zijn gebleven en dat, indien er in 2009 mogelijks enkele overschrijdingsrisico's zijn, deze risico's geëvalueerd worden beperkt tot de eerste vijf maanden. De eventuele overschrijdingen kunnen trouwens niet worden toegeschreven aan een volumetoename maar alleen aan een verhoogde terugbetaling (daling van het remgeld), aan de stijging van het aantal verzekerden die een preferentiële terugbetaling genieten en aan het toegankelijk maken van de kleine risico's voor de zelfstandigen. De meeruitgaven zijn dus niet toe te schrijven aan de artsen.
Het is duidelijk dat in deze crisistijden het van slechte smaak zou getuigen indien de ziekenfondsen van een bonus van 23 tot 80 miljoen euro zouden genieten ten gevolge van de goede resultaten van 2008.
Als een inspanning moet worden gedaan, is het op dit niveau dat men moet ingrijpen.
Op deze basis is de volledige afschaffing van de supplementen op een 2- of meerpersoonskamer een casus belli voor de artsen.
Het betreft een veiligheidsklep voor het akkoordensysteem en een besparing voor de RIZIV-financiën aangezien deze supplementen doorgaans door de privéverzekeringen worden betaald.
Het is wansmakelijk dat de regering ter compensatie voor de ziekenhuizen 18,7 miljoen euro meer uitgeeft.
Het betreft hier een vorm van dogmatisme dat duur betaald wordt. Echter niet voor iedereen, want de ziekenfondsen spelen eveneens de rol van privéverzekeraar om de kosten van een aanvullende ziekenhuisopname te dekken. Zij zullen daar dus opnieuw winst maken.
Onder deze moeilijke begrotingsomstandigheden, zal het overschrijdingsrisico noodzakelijkerwijs groter zijn.
Het ziet er dus naar uit dat het blinde recuperatie- en correctiesysteem in 2010 in werking zal treden. Hoe zal men de diabetici en de patiënten met nierinsufficiëntie opsporen en verzorgen zonder klinische biologie in de zorgtrajecten? Wat zal er gebeuren als de griep A H1N1 zeer grote kosten teweeg brengt? Er is een budget voorzien voor de vaccins en anti-virussen maar de patiënten zullen ook andere zorgen vereisen zoals ziekenhuisopnames die onafwendbaar de uitgaven uit de pan zullen doen rijzen.
Gaat men die misschien ten laste van de artsen leggen?
Dr. Roland LEMYE
Voorzitter BVAS

Het sui generis statuut : Veelgestelde vragen
Na de publicatie van het KB van 17 juli 2009 tot vaststelling van het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de vergoeding voor de kandidaat-huisartsen dat de nieuwe toekenningsmodaliteiten van de RIZIV-financiering, van het KB tot wijziging van het KB van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen waarbij een Nederlandstalig en een Franstalig coördinatiecentrum voor de huisartsenopleiding worden opgericht en van het MB van 17 juli 2009 tot vaststelling van de medische activiteiten van de kandidaat-huisarts, tijdens de stageperiodes bij een erkende stagemeester, in het kader van de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde zal u met nog veel vragen blijven zitten.
Daarom vindt u hieronder enkele veelgestelde vragen die u meer praktische informatie geven over dit statuut.
Indien u nog andere vragen zou hebben, aarzel niet om ze te stellen.
KAN EEN HAIO NOG MEDISCHE NEVENACTIVITEITEN DOEN ?
Een haio kan nog medische nevenactiviteiten doen voor zover die gekoppeld zijn aan activiteiten voor de opleidingspraktijk (aanvullende stages; opdrachten voor Kind&Gezin, een rust- en verzorgingstehuis, bloedtransfusiecentra, …; wachten die overgenomen worden van een andere collega; enz.). Deze activiteiten maken deel uit van het werk- en opleidingsplan en de honoraria ervan komen toe aan de opleidingspraktijk.
Een haio mag in het nieuwe sui generis statuut geen betaalde medische nevenactiviteiten meer doen. Er geldt nu hetzelfde als voor de arts-specialisten-in-opleiding: tijdens de opleiding kunnen enkel medische activiteiten verricht worden die te maken hebben met de opleiding zelf.
WAT INDIEN EEN OPLEIDINGSPRAKTIJK MEER DAN 240U OFFICIËLE WACHTEN PER JAAR WILDE VOORZIEN ?
Op dit moment is er hiervoor geen oplossing voorzien omdat een haio volgens de Richtlijn van de FOD Volksgezondheid minimum 120u en maximum 240u officiële wachten mag doen per jaar.
Indien dit voor vele opleidingspraktijken een probleem blijkt te zijn, zal de Raad van Bestuur van de SUivzw dit bekijken en eventuele oplossingen hiervoor bespreken met de Hoge Raad voor Geneesheer-specialisten en Huisartsen zodat er voor volgend academiejaar een andere regeling zou kunnen komen.
Praktijkwachten in de werkweek kunnen wel nog afgesproken worden tussen de praktijkopleider en de haio. Deze zitten vervat in het basispakket en worden niet extra vergoed.
Het is ook nuttig om het bestuur van de wachtkring mee te delen dat eigenlijk het duo praktijkopleider-haio op de wachtlijst dient te staan, en niet haio én praktijkopleider met een afzonderlijke wachtbeurt. Want in het laatste geval worden de praktijkopleiders dan gepenaliseerd aangezien ze sowieso bereikbaar moeten zijn tijdens wachten van de haio.
DIENT EEN HAIO ZELF NOG EIGEN VERZEKERINGEN AF TE SLUITEN ?
Een haio dient zelf geen bijkomende verzekeringen af te sluiten voor zijn/haar beroepsactiviteiten aangezien de polis beroepsaansprakelijkheid ook de occasionele medische akten dekt en aangezien andere, betaalde medische nevenactiviteiten toch niet meer zijn toegelaten.
Voor de 9e jaars haio’s die kiezen voor het statuut van zelfstandige zal er afgesproken worden of de verzekeringspolis van de universiteit of van SUivzw zal gelden.
De haio dient wel een verzekering af te sluiten die elke burger wenst of moet afsluiten: autoverzekering, gezinspolis, enz.
WELKE CONTRACTEN ONDERTEKENEN INDIEN EEN HAIO TEGELIJKERTIJD STAGE LOOPT BIJ TWEE OF MEER HUISARTS-PRAKTIJKOPLEIDERS OF BIJ EEN DUO VAN ZIEKENHUIS-PRAKTIJKOPLEIDER ?
Een haio die stage loopt in een ziekenhuis dient sowieso bij een duo van ziekenhuis-praktijkopleiders te werken. Voor ziekenhuis-praktijkopleiders wordt er dus gewerkt met twee opeenvolgende contracten met de twee verschillende ziekenhuis-praktijkopleiders. Op deze manier is praktijkopleider 1 gedurende de eerste 3 of 6 maanden de betalende en fiatterende praktijkopleider, en de praktijkopleider 2 voor de volgende maanden.
Een haio die tegelijkertijd stage loopt bij twee huisarts-praktijkopleiders: hier is het handigst op dit moment dat één van de twee huisarts-praktijkopleiders de hoofdopleider is die de contracten tekent en de opvolging van het werk en de opleiding op zich neemt. Hij/zij ondertekent wel een aantal duidelijke afspraken met de tweede huisarts-praktijkopleider. Een voorbeeld van document met duidelijke afspraken vindt u op www.ICHO.be startpagina – brochures – sui generis statuut – afspraken2praktijkopleiders.
INDIEN IK MIJN STAGE ALS HAIO STARTTE IN MAART 2009, IN WELK STATUUT WERK IK DAN VERDER ?
Elke haio die bezig was met de masteropleiding huisartsgeneeskunde vóór 1 juli 2009 heeft de keuze: ofwel verder werken onder het statuut als zelfstandige; ofwel verder werken onder het nieuwe sui generis statuut. Hij/zij overlegt dit uiteraard met zijn/haar praktijkopleider.
Een lopend contract wordt in principe uitgedaan tot aan de overeengekomen periode.
WORDEN DE BEDRAGEN IN DE CONTRACTEN ALS ZELFSTANDIGE HAIO NIET GEÏNDEXEERD DIT JAAR ?
De bedragen in de standaard opleidingsovereenkomsten voor haio’s als zelfstandigen worden dit jaar niet aangepast aangezien de gezondheidsindex slechts zeer lichtjes gedaald is in vergelijking met vorig jaar (gezondheidsindex juni 2009 = 110,50; gezondheidsindex juni 2008 = 110,62).
WAT INDIEN ER IN MIJN REGIO NOG GEEN OFFICIËLE WEEKWACHTEN GEORGANISEERD WORDEN ?
Dan kiezen haio en praktijkopleider voor een bestaand pakket waarbij ze het aantal voorziene weekwachten in dat pakket (60 uur als wettelijk minimum én x uur extra) omrekenen naar bijkomende weekendwachten waarbij men weet dat één uur weekendwacht dubbel zoveel vergoed wordt als één uur weekwacht.
Vb. pakket 3 met normaliter 96u weekwacht en 96u weekendwacht wordt dan omgevormd tot 0u weekwacht en 144u weekendwacht.
KAN IK ALS PRAKTIJKOPLEIDER AFSPREKEN DAT MIJN HAIO MEER WACHTUREN DOET DAN IN DE PAKKETTEN EN DIT ZELF BETALEN AAN DE HAIO ?
Neen, op dit moment zijn enkel de vijf voorziene pakketten te kiezen en alle vergoedingen aan de haio dienen te gebeuren via SUivzw.
Indien dit voor vele opleidingspraktijken een probleem blijkt te zijn, zal de Raad van Bestuur van de SUivzw dit bekijken en eventuele oplossingen hiervoor bespreken.
WAT DOEN WE NU MET DE STANDAARD CONTRACTEN ?
1) Invullen en ondertekenen in vijfvoud;
2) alle blanco contracten die dit jaar nog dienen ondertekend door de SUivzw dit jaar nog in vijfvoud naar het ICHO-secretariaat opsturen;
3) samen met 1 exemplaar van het contract tussen praktijkopleider en huisarts-in-opleiding.
4) Je
krijgt per kerende vier exemplaren terug van de contracten met SUivzw.
5) Je stuurt een gebundeld exemplaar van de drie standaardcontracten naar de Erkenningscommissie van de FOD Volksgezondheid, Dienst huisartsgeneeskunde, 2D08E, Victor Hortaplein 40 (bus 10) te 1060-Brussel.
6) Je
stuurt drie gebundelde exemplaren van de drie standaard contracten naar de Provinciale Raad van de Orde der Geneesheren in de provincie waarin je je stage doet: voor een visum van de contracten (één exemplaar voor de Orde, één exemplaar voor jezelf en één exemplaar voor je praktijkopleider).
ALS HAIO IN HET ZELFSTANDIGE STATUUT KREGEN WE VANUIT HET RIZIV EEN PREMIE VOOR PENSIOENOPBOUW BIJ CONVENTIONERING. BLIJFT DIT OOK GELDEN ONDER HET NIEUWE SUI GENERIS STATUUT ?
Naar hetgeen we vernomen hebben, blijft dezelfde regeling gelden onder het nieuwe sui generis statuut. Als haio ben je immers een arts die de conventie volgt. Net zoals voor de arts-specialisten-in-opleiding die in hun sui generis statuut ook al jaren genieten van deze pensioenopbouw. Aangezien je via het sui generis statuut verzekerd bent tegen arbeidsongeschiktheid kan je best de voordelen van het sociaal statuut als geconventioneerde arts volledig op pensioenopbouw zetten.
KAN EEN HAIO ZIJN MASTER HUISARTSGENEESKUNDE COMBINEREN MET EEN ANDERE STUDIE/OPLEIDING ?
Het is niet evident om deze voltijdse opleiding te combineren met een bijkomende opleiding/studie omdat het programma van de master huisartsgeneeskunde toch heel wat tijd en inspanning vraagt.
Indien een haio toch een bijkomende studie zou willen combineren kan dit op voorwaarde dat deze “medische nevenactiviteit” niet meer dan 12u per week omvat en op voorhand schriftelijk is toegestaan door de praktijkopleider en door de Erkenningscommissie van de FOD Volksgezondheid.
IS HET SUI GENERIS STATUUT FISCAAL NIET MINDER INTERESSANT DAN HET VROEGERE STATUUT ALS ZELFSTANDIGE ?
In beide statuten kan de haio de werkelijke beroepskosten fiscaal inbrengen als onkosten.
De praktijkopleider kan zowel de opleidingsvergoeding aan de haio als zelfstandige als de financiële bijdrage aan de SUivzw fiscaal inbrengen als beroepskosten. Het grootste verschil situeert zich in de fiscale aftrekposten i.v.m. de vervoerkosten.
HOE WORDT DE PRAKTIJKOPLEIDER VERGOED INDIEN DE 9E JAARS HAIO KIEST OM TE BLIJVEN WERKEN IN HET OUDE STATUUT ALS ZELFSTANDIGE ?
In dat geval blijft alles zoals het vroeger verliep: de praktijkopleider betaalt aan de haio een maandelijkse opleidingsvergoeding van 2 680 euro en vraagt zelf vanaf september van het volgende jaar zijn/haar RIZIV-opleidingsvergoeding van 16 850 euro aan rechtstreeks bij het RIZIV.
WAT INDIEN WE EEN CONTRACT AFSLUITEN VOOR MINDER DAN 12 MAANDEN ?
Men kan slechts één contract afsluiten voor maximum 12 maanden. Dit eerste contract kan wel probleemloos verlengd worden nadien. Indien een haio door omstandigheden minder dan 12 maanden stage dient te lopen neem je best contact op met het ICHO-secretariaat om een contract “op maat” te maken. In de standaard contracten zijn immers alle bedragen berekend op een periode van 12 maanden met een basispakket van 120u officiële wachten. Bij een contract “op maat” zullen de officiële wachturen pro rato herberekend worden voor u.
WAT INDIEN DE VOORZITTER VAN MIJN WACHTKRING ZOWEL DE HAIO ALS DE PRAKTIJKOPLEIDER AFZONDERLIJK BLIJFT VOORZIEN BIJ DE WACHTBEURTEN ?
Op dit moment bepaalt elke wachtkring haar eigen reglementen en zijn er weinig algemene richtlijnen van hogere orde. U kan wel verwijzen naar het Ministeriëel Besluit dd. 14/11/1997 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van de stagemeesters in de huisartsgeneeskunde: art. 4 waarin vermeld staat dat de praktijkopleider op alle momenten beschikbaar dient te zijn voor supervisie van de huisarts-in-opleiding. Het is dus logisch dat het duo praktijkopleider-haio op de wachtlijst vermeld staan vermits de praktijkopleider alle wachten van zijn/haar haio superviseert en dus steeds van “achterwacht” is. Indien de praktijkopleider én de huisarts-in-opleiding elk apart vermeld staan op de wachtlijsten is de praktijkopleider dus eigenlijk dubbel zo veel keer van wacht als een collega die geen praktijkopleider is.
IS ER EEN “WACHTTIJD” VOOR HET ONTVANGEN VAN DE SOCIALE UITKERINGEN ?
De 8ste jaars haio’s die starten in het sui generis statuut ontvangen onmiddellijk alle sociale voordelen die aan dit statuut verbonden zijn.
Voor die huisartsen-in-opleiding die vorig jaar nog werkten in het statuut van zelfstandige en nu overgeschakeld zijn naar het sui generis statuut wordt door de mutualiteiten een “wachtperiode” van 3 maanden toegepast. Dit betekent dat zij in de eerste drie maanden onder het sui generis statuut toch maar de uitkeringen voor zelfstandigen ontvangen. Na de eerste drie maanden ontvangen ze gewoon de volledige voordelen die gelden voor het sui generis statuut.
Bron: SUi vzw
terug

Rappel van de oproep van BVAS en het VVH m.b.t. de A/H1N1 griep dd. 22 oktober 2009
1. Het opnemen van onze medische verantwoordelijkheid t.o.v. de bevolking door de risicopatiënten in te enten en door aan de patiënten de nodige zorgen te waarborgen met gevaar tot een grotere beschikbaarheid ervan indien de epidemie zich verspreidt.
2. Waakzaam zijn m.b.t. de opvolging van de inenting in het geval dat dit ongelukken zou veroorzaken. Met het oog hierop het lotnummer van het vaccin in het dossier van de patiënt noteren en hem een inentingsfiche met dit nummer overhandigen.
3. BVAS en het VVH roepen op niet tot de registratie over te gaan.
De huidige registratie door eHealth op de site van SMALS (Overheidssite waarover de artsen geen enkele controle uitoefenen) is niet verantwoord. Er is een wanverhouding tussen de doelstellingen en de middelen. De te registreren gegevens zijn niet onschuldig, zij inventariseren de risicopersonen. Zij zijn evenmin geanonimiseerd vermits zij door de geïnteresseerde persoon geraadpleegd kunnen worden of door om het even welke arts om het inentingsstatuut te controleren. Het betreft een duidelijke inbreuk van de Minister op de aangegane verplichtingen in zoverre dat zij de artsen en het Parlement had verklaard dat er geen verplichting zou zijn om het eHealth-systeem te gebruiken.
4. De Minister wil dat de vaccinerende arts de letters "VAG en stempel" op het verstrekkingsattest aanbrengt teneinde deze, op basis van de conventiehonoraria, 100% terug te betalen. Indien de Minister vasthoudt aan haar wil om de terugbetaling van dit verstrekkingsattest afhankelijk te maken van de registratie, zal BVAS en het VVH oproepen deze vermelding niet aan te brengen.
5. De BVAS zal elke noodzakelijk maatregel treffen indien een arts om het even welke vergeldingsmaatregel zou ondergaan bij het strikt naleven van deze oproep.
Dr. M. VERMEYLEN, Voorzitter VVH
Dr. Roland LEMYE, Voorzitter BVAS

Verslag symposium “Financieel economische-crisis: ook in de gezondheidssector?” 17.10.2009
Het actuele thema bracht op zaterdag 17 oktober jl. ruim 250 artsen samen in Campus Drie Eiken te Wilrijk. Wij danken de aanwezigen voor de getoonde interesse en hopen hen op een van de komende symposia, informatieavonden opnieuw te mogen begroeten!
Dr Bernard Landtmeters, geneesheer-directeur van de Landsbond van Onafhankelijke ziekenfondsen stak van wal met de derdebetalersregeling. De situaties die de derdebetalersregeling verplichten of uitsluiten en de uitzonderingen kwamen uitvoerig aan bod. Meer specifiek, werden de voorwaarden tot het toepassen van de sociale derde betaler toegelicht. De knelpunten die momenteel de snelle uitbetaling hinderen haalde Dr. Landtmeters aan, maar in de toekomst zou de integratie van MyCareNet meer opportuniteiten bieden.
De besparingen via het voorschrijven van generische geneesmiddelen missen hun doel niet.
Dat werd duidelijk na de uiteenzetting van Dr Ri De Ridder, directeur-generaal van het RIZIV. Na een verhelderende blik op de terugbetalings –en prijsstructuur gaven de statistieken aan dat er de komende jaren nog veel patenten ten einde lopen die plaats maken voor generieken, aldus het goedkopere variant met dezelfde werking. Bovendien toont de campagne aan dat 99 % van de huisartsen en 92% van de specialisten de minimumdrempel, die in het akkoord geneesheren-ziekenfondsen gesteld werd voor het voorschrijven van de goedkopere variant, gehaald hebben. Niet alleen het prijsbeleid maar ook het bevorderen van de rationele keuzes van de voorschrijvers dragen bij tot het garanderen van therapeutische innovaties.
Dhr Luc Goutry, volksvertegenwoordiger – Questor, stelt de zorgbehoefte als uitgangspunt binnen de beleidsopties voor de toekomstige gezondheidszorg.
Het Vlaams Artsensyndicaat is erkend als steunpunt voor Impulseo I & II, indienen en opvolgen van uw dossier wordt geheel gratis voor u verzorgd. Dr Hilde Roels wist menig arts te boeien met haar voordracht rond de ondersteunende maatregelen in de huisartsgeneeskunde. Het Vlaams Artsensyndicaat heeft steeds geijverd voor gelijke behandeling tussen de groepspraktijken en de solowerkende huisartsen. De voorwaarden waaraan men moet voldoen werden uitgebreid besproken alsook het voorstel van het BVAS ter vervollediging van de steunmaatregel Impulseo III. Daarbij werd ieders aandacht gevestigd op de UEMO-enquête, die toelaat te peilen naar de meningen rond praktijkassistentie binnen de huisartsengeneeskunde. Welke taken zou u delegeren, welke opleiding dient een praktijkassistent(e) te genieten,… Deze enquête vindt u hier, alvast bedankt voor uw medewerking.
Dr Marc Moens, ondervoorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten, ging dieper in op de betrokkenheid van de Medische Raad bij de problematiek van referentiebedragen aan de hand van praktische voorbeelden.
Het symposium werd afgesloten met een voordracht door Mr Walter Gonthier van het advocatenkantoor Medilex. Op 2 belangrijke vragen werd een antwoord gegeven: Wat dient de geneesheer wettelijk af te dragen en hoe kan de geneesheer bijkomend bijdragen. Belangrijk te vermelden is dat iedere arts recht heeft op inzage in de kostenstructuur van het ziekenhuis.
Dr Van Driessche, voorzitter van het Vlaams Artsensyndicaat afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant gaf een overzicht van het navormingsprogramma 2009-2010, met als eerstvolgende activiteit het artsenseminarie op 28 november, een samenwerking met onze partner in fiscaliteit en accountancy ALASKA.
Mogen wij u nogmaals van harte danken voor u aanwezigheid, mede door u werd dit initiatief onthaald met positieve reacties naar inhoud en organisatie.
Indien u nog vragen heeft over de behandelde onderwerpen, aarzel dan niet ons te contacteren op info@vlaamsartsensyndicaat.be.

VAS-Enquête: Praktijkassistentie in de huisartsengeneeskunde
Aangezien er in de media recentelijk veel aandacht besteed werd aan praktijkassistenten in de huisartsenpraktijk, wil het VAS zowel op Europees vlak (in het kader van de UEMO) als op regionaal vlak onderzoeken in welke mate huisartsen behoefte hebben aan dergelijke praktijkassistentie binnen de huisartspraktijk en op welke wijze zij dit georganiseerd willen zien.
Ook uw mening is van belang !
Mogen we u vriendelijk verzoeken om deel te nemen aan deze bevraging. Alle verzamelde informatie zal anoniem en vertrouwelijk door ons behandeld worden. Deze vragenlijst neemt maar enkele minuten van uw tijd in beslag. De resultaten van zowel het Europese als het Belgische onderzoek zullen we u uiteraard later bekendmaken.
Alvast bedankt voor uw medewerking !
Klik hier om deel te nemen aan onze enquête Praktijkassistentie in de huisartsengeneeskunde.

Beschikbaarheidshonoraria voor de geneesheer-specialisten - Wijzigingen
Op 30 september 2009 is in het Belgisch Staatsblad het KB van 20 september 2009 gepubliceerd. Dit besluit omvat een aantal wijzigingen van het KB van 29 april 2008 betreffende het beschikbaarheidshonorarium voor geneesheer-specialisten die deelnemen aan de in een ziekenhuis georganiseerde wachtdienst, die met ingang van 1 oktober 2009 in werking treden.
Een eerste wijziging betreft een uitbreiding van het aantal basisspecialismen die in aanmerking komen voor een beschikbaarheidshonorarium :
Het specialisme "10° geneesheer-specialist in de psychiatrie of de neurologie of de neuropsychiatrie" is met ingang van 1 april 2009 opgesplitst inEen tweede wijziging betreft de gelijktijdige beschikbaarheid van bepaalde artsen voor meerdere ziekenhuizen :
"10° geneesheer-specialist in de psychiatrie of de neuropsychiatrie" en "11° geneesheer-specialist in de neurologie of de neuropsychiatrie".
Als een geneesheer-specialist in de neuropsychiatrie gedurende een wettelijke feestdag of een weekend tegelijkertijd beschikbaar is voor zowel 10° en 11°, dan kan deze beschikbaarheid slechts voor één van deze twee basisspecialismes worden meegedeeld.
Om de hoofdgeneesheren van de betrokken ziekenhuizen toe te laten de gegevens met betrekking tot het tweede trimester van 2009 nog aan te passen, zal deze periode uitzonderlijk niet afgesloten worden op 1 oktober, maar pas op vrijdag 16 oktober 2009. De online toepassing van het RIZIV is vanaf 17 september 2009 aangepast aan deze uitbreiding.
Een derde wijziging betreft een aanvulling met betrekking tot het post- of bankrekeningnummer van het ziekenhuis of van de Medische raad :
Het KB van 20 september 2009 bepaalt hieromtrent dat "als een genees-heerspecialist gedurende een wettelijke feestdag of een weekend tegelijkertijd beschikbaar is voor meerdere ziekenhuizen, afspraken dienen gemaakt te worden tussen de hoofdgeneesheren van de betrokken ziekenhuizen over de daadwerkelijke beschikbaarheid bij gelijktijdige dringende oproepen in de betrokken ziekenhuizen. In dit geval betaalt het Riziv slechts één van de ziekenhuizen of medische raden voor deze wettelijke feestdag of dit weekend. Daartoe spreken de hoofdgeneesheren onder elkaar af voor welk ziekenhuis de beschikbaarheid van deze geneesheer-specialist gedurende deze feestdag of dit weekend zal worden meegedeeld."
Deze bepaling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009. De online toepassing is vanaf dan aangepast aan deze bepaling.
Aangezien deze wijziging in werking treedt op 1 oktober 2009, dienen de bedragen die onder voorbehoud betaald werden vanaf 1 januari 2008 (zie omzendbrief ZH 2008/25) niet terugbetaald te worden.
Het RIZIV heeft de hoofdgeneesheren van de betrokken ziekenhuizen op 17 september reeds per mail op de hoogte gebracht van de eerste twee wijzigingen.
De hoofdgeneesheer brengt het RIZIV op de hoogte van het rekeningnummer van het ziekenhuis of de Medische raad, afhankelijk van het feit of de centrale inning van de honoraria door de Medische raad of door het ziekenhuis wordt georganiseerd.
Meer informatie vindt u in Omzendbrief 2009/12.

Oproep van BVAS mbt de A/H1N1 griep dd. 12/10/2009
De BVAS staat in voor het verantwoordelijkheidsgevoel van de artsen.
Ondanks de nutteloze organisatiemoeilijkheden die door de ministeriële beslissingen worden veroorzaakt, zullen de artsen de inenting van de risicogroepen van de bevolking alsook de vereiste zorgen waarborgen.
De BVAS weigert echter dat dit dreigend gevaar voor de regering de gelegenheid zou scheppen om het vertrouwen van de patiënt en de vertrouwelijkheid van de medische gegevens te schenden en roept de artsen formeel op om niet tot de registratie over te gaan.
De BVAS zal vastberaden reageren indien de overheid zou overgaan tot dreigementen of sancties ten aanzien van de artsen.
Dr. Roland LEMYE, Voorzitter BVAS
Lees hier ook de persmededeling van BVAS dd. 08/10/2009 : Is de griep A/H1N1 voor de minister een gelegenheid om het recht van de burgers in te perken?

Het cervicovaginale uitstrijkje : De nieuwe vergoedingsregels
De KB's van 04/05/2009 (B.S. van 19/05/2009 en van 29/05/2009) betreffende het cervicovaginale uitstrijkje (verstrekkingen van artikel 3) en het cytopathologisch onderzoek dat is uitgevoerd op een cervicovaginale afname (verstrekkingen van artikel 32 en 24) zijn op 1 juli 2009 in werking getreden.
Een KB met terugwerking tot 1 juli 2009 zal een aantal incoherenties corrigeren die nog bestaan bij vergelijking van de teksten van de verschillende artikelen, meer bepaald wat betreft de termen “per jaar” en “per kalenderjaar”. De bekendmaking van dat besluit wordt echter pas binnen enkele maanden verwacht.
Daarom
circuleert het RIZIV reeds de Omzendbrief 2009/311 met de nieuwe vergoedingsregels voor de verstrekkingen 114030-114041, 149612-149623, 588350-588361, 588873-588884 et 588932-588943 in het kader van een screening en de verstrekkingen 114170-114181, 149634-149645, 588895-588906, 588954-588965 die in het kader van een diagnostische of therapeutische follow-up zijn uitgevoerd.
U kan de Omzendbrief 2009/311 hier raadplegen.

HAIO-statuut : Open brief aan minister Onkelinx dd. 11-05-2009
Geachte Mevrouw de Minister,
Naar aanleiding van de besprekingen over het nieuw statuut voor de kandidaat-huisartsen is het voor ons noodzakelijk om over verduidelijkingen te beschikken aangaande enkele uitgangspunten aangezien dit dossier raakvlakken heeft met Volksgezondheid, Sociale Zekerheid, Arbeid en RIZIV.
Momenteel beschikken wij over onderstaande gegevens.
1. Via het FVIB, waarvan het VAS lid is, zijn wij op de hoogte gebracht van uw adviesaanvraag dd. 16.04.2009 aan de NAR, betreffende een ontwerpK.B. tot wijziging van artikel 15bis van het K.B van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Hierbij vraagt u ondermeer advies aangaande de wijziging van de term “interuniversitair centrum voor algemene geneeskunde” in “coördinatiecentra voor de opleiding in de huisartsgeneeskunde”.
Tijdens de vergadering van 30 maart 2009 van
de Nationale Commissie Geneesheren-ziekenfondsen werd er een ontwerpK.B. besproken tot vaststelling van het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de vergoeding voor de kandidaat-huisartsen. In dit ontwerpK.B. is sprake van dit coördinatiecentrum dat werd gedefinieerd binnen artikel 1 §2,3° van het ontwerpK.B. als zijnde een door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft erkend centrum zoals bepaald in artikel 1, 10° van het K.B. van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen en waarin de betaling van de vergoeding beheerd wordt door een beheersorgaan dat paritair is samengesteld is uit vertegenwoordigers van de universiteiten en de representatieve beroepsorganisaties.
Tot op heden kennen wij nog altijd niet de samenstelling en bevoegdheden van dit centrum zoals vernoemd in artikel 1,10° van het bovenvermelde besluit dat normalerwijze voor advies moet voorgelegd worden aan de Hoge Raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen.
Binnen het K.B. van 21 april 1983 waar zowel de Hoge Raad als de erkenningscommissies hun taken hebben aangaande o.a. de erkenning van de huisartsen aanvaarden wij niet dat bevoegdheden van de hierin opgesomde organen zouden overgeheveld worden aan een extern orgaan zijnde het coördinatiecentrum zoals hierboven vermeld, indien dit tot gevolg zou hebben dat de representatieve beroepsorganisaties hierdoor op een zijlijn zouden gesteld worden.
Zo ook zijn wij niet akkoord dat de financiële en arbeidsrechterlijke aspecten aan onze medezeggenschap zouden ontrokken worden.
Op 31 maart 2009 heeft de heer De Cock, voorzitter van de Nationale Commissie Geneesheren-ziekenfondsen U een schrijven gericht aangaande het statuut voor de kandidaat-huisartsen (cfr. RIZIV Nota CVG - 2009/126).
Op dit moment was er een algemene consensus binnen de Nationale Commissie om de sociale bescherming van het statuut van de kandidaat-huisartsen zoals voorzien in het besluit zo vlug als mogelijk te laten ingaan.
Dit had wel tot gevolg dat er nog een aantal begrippen moesten gedefinieerd worden binnen het K.B. van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor de erkenning van geneesheren-specialisen en van huisartsen waaronder de samenstelling en de bevoegdheden van het coördinatiecentrum waarvan wij tot op heden nog in het ongewisse zijn en waarover binnen de Nationale Commissie Geneesheren Ziekenfondsen een consensus bestond om U hierover aan te schrijven.
Terecht had de heer De Cock dan ook gesteld dat o.a. de afwikkeling van de financiële aspecten binnen het coördinatiecentrum dient beheerd te worden door een beheersorgaan dat paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de universiteiten enerzijds en vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties anderzijds. Gezien de opleidingaspecten binnen het K.B. van 21 april 1983 worden behandeld wensen wij betrokken te worden bij de klare en duidelijke afspraken aangaande de financiële aspecten van het statuut.
2. Op 6 mei 2009 hebt U ons bovendien een brief gestuurd betreffende het statuut van de kandidaat-huisarts waarin U duidelijk stelt dat wij op de hoogte zullen gebracht worden omtrent alle besluiten die zullen uitgewerkt worden.
Bovendien bevestigt U ook het schrijven van de heer De Cock waarbij U stelt dat het coördinatiecentrum paritair zal samengesteld worden bestaande uit vertegenwoordigers van de universiteiten en van de beroepsorganisaties en waarbij dit centrum zich zal inlaten met de financiële aspecten van het statuut en de goedkeuring van de type-contracten die bijkomend moeten voorgelegd worden aan de Hoge Raad.
3. Aangezien wij verontrust werden door een recent verslag van Overstag, een Vlaamse feitelijke vereniging van huisartsen-stagemesters, waarin vermeld wordt dat Professor Dr. Jan De Maeseneer (UGent) zou verklaard hebben dat het coördinatiecentrum zou bestaan uit een vertegenwoordiging van 2/3 van de universiteiten en waarbij niet gesproken word over de representatieve beroepsorganisaties hebben de ondervoorzitter van de BVAS, Dr. Moens, en vertegenwoordigers van de BVAS een onderhoud gehad met vertegenwoordigers van Overstag. Tijdens dit onderhoud bleek overduidelijk dat de universiteiten de touwtjes in handen willen nemen. Zo hebben zij ondermeer de overname gepland van de activiteiten van de eind 2008 opgerichte
VZW SUI door de op te richten VZW coördinatiecentrum. Alle macht ligt dan bij de universiteiten en Prof. De Maeseneer heeft op 25.04.2009 aangekondigd dat dit K.B. op 15.06.2009 in het Belgisch Staatsblad zou worden gepubliceerd.
Dergelijk K.B. zou diametraal ingaan tegen de vereiste van het paritair beheer zoals unaniem werd goedgekeurd door de nationale commissie artsen – ziekenfondsen op 30.03.2009 en door het Comité Geneeskundige Verzorging op 06.04.2009, met goedkeuring door de aanwezige regeringscommissarissen Bertels, Close, Dekeyser en Stoefs.
Besluit:
Gezien het sociaal statuut van de kandidaat-huisartsen ingang moet vinden op 1 juli 2009 wensen wij zo vlug als mogelijk te beschikken over alle ontwerpbesluiten die deze materie regelen. We willen er ons kunnen van vergewissen dat wel degelijk rekening wordt gehouden met de plaats en de bevoegdheden van de representatieve beroepsorganisaties zoals vastgelegd in het hierboven vermelde koninklijk besluit van 21 april 1983.
Met dank bij voorbaat en met de meeste hoogachting,
Dr. Marc Moens Dr. Roland Lemye
Ondervoorzitter Voorzitter

Open brief betreffende enquête omzet en inkomen klinische biologie en radiologie
Aan de Heer Peter Degadt, afgevaardigd bestuurder Zorgnet Vlaanderen
Geachte heer Degadt,
Wij vernemen informeel dat u bezig bent met het inzamelen van de omzetten klinische biologie en radiologie alsook de inkomsten van de klinisch biologen en radiologen werkzaam in de Zorgnet Vlaanderen ziekenhuizen.
Mogen wij u er nadrukkelijk op wijzen dat het opvragen van deze gegevens in strijd is met de Wet van 8 december 1992 voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Deze private persoonsgegevens mogen en kunnen slechts medegedeeld worden met de instemming en formele goedkeuring van de betrokken artsen.
De ziekenhuisbestuurders die deze informatie zouden overmaken aan het VVI/Zorgnet Vlaanderen, schenden derhalve het recht op bescherming van het privéleven van de betrokken artsen, zoals bevestigd door het Europese Hof van Justitie.
In een arrest van 20 mei 2003 oordeelde het Hof van Justitie immers in de zaak Rechnungshof c. Österreichischer Rundfunk en anderen, Gevoegde zaken C-465/00, C-138/01 en C-139/01 dat de eenvoudige opslag door de werkgever van nominatieve gegevens betreffende de aan zijn personeel betaalde salarissen, als zodanig weliswaar geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer vormt, maar dat de mededeling van die gegevens aan een derde, in casu een overheidsorgaan, afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen, ongeacht het latere gebruik van de aldus meegedeelde gegevens, en een inmenging in de zin van artikel 8 EVRM vormt. Voor de vaststelling van een dergelijke inmenging is van weinig belang, of de meegedeelde gegevens al dan niet gevoelig zijn en of de betrokkenen door die inmenging enig nadeel hebben ondervonden. Het volstaat dat de werkgever gegevens inzake het door een werknemer of een gepensioneerde ontvangen inkomen aan een derde heeft meegedeeld
Ofschoon deze zaak is uitgesproken m.b.t. het meedelen van loongegevens van gesalarieerden, is deze rechtspraak uiteraard ook mutadis mutandis toepasselijk voor het meedelen van inkomsten van zelfstandigen.
Wij zijn van oordeel dat voor deze verwerking van persoonsgegevens een voorafgaandelijk verzoek aan de Privacycommissie gericht diende te worden.
Indien wij vaststellen dat deze gegevensverzameling aangaande de inkomens van de geneesheren niet wordt stopgezet, zijn wij genoodzaakt verdere stappen te ondernemen en zullen wij niet nalaten klacht neer te leggen bij de Privacycommissie.
Wij brengen de collegae die ons over deze aangelegenheid contacteerden op de hoogte van deze brief.
Hoogachtend,
Dr. Marc Moens, Ondervoorzitter BVAS
Dr. Roland Lemye, Voorzitter BVAS

Budget ziekteverzekering voor 2010 goedgekeurd
De ziekteverzekering krijgt een budget van € 24,2 miljard toegewezen, waarvan een marge van € 781,14 miljoen in reserve wordt gehouden. Voor de artsenhonoraria wordt € 6,845 miljard euro voorzien, hetgeen € 13,6 miljoen lager ligt dan de initiële technische raming voor 2009. Ondanks het feit dat de artsenbank unaniem tegenstemde, werd het begrotingsvoorstel al in de eerste stemronde met de vereiste meerderheid van tweederden goedgekeurd.
Over de besteding van die gebudgetteerde reserve van € 781,14 miljoen werd nog geen akkoord bereik. Daarover moet de Algemene Raad van het RIZIV en de regering zich volgende week buigen.
Het begrotingsvoorstel bevat voor € 231 miljoen euro besparingen. Er wordt voor € 100 miljoen euro bespaard in de medische beeldvorming en de klinische biologie en voor € 29,5 miljoen in de operatieve hulp en de elektrofysiologie. De rest van de besparingen wordt gevonden bij de geneesmiddelen. De prijs van geneesmiddelen waarvoor een generisch alternatief bestaat, zal verder dalen.
Het verzekeringscomité stelt voor om 186 miljoen euro uit te trekken voor nieuwe initiatieven: het afschaffen van kamersupplementen voor tweepersoonskamers, een hogere tegemoetkoming voor dringend medisch vervoer en een verlaging van het remgeld voor thuisverpleging.
Ondermeer de afschaffing van kamersupplementen voor tweepersoonskamers is onaanvaardbaar in een akkoordensysteem waar artsen de mogelijkheid hebben om zich niet te binden aan het akkoord. Bovendien heeft minister Onkelinx in 2007 een maatregel getroffen waarbij ziekenhuizen geen aanspraak konden maken op een inhaalbedrag, in het geval artsen deze supplementen vroegen. Het verschil in het budget van financiële middelen moet nu bijgepast worden door deze artsen, hetgeen mogelijk is met de gevraagde supplementen. Maar als de supplementen voor tweepersoonskamers worden afgeschaft, moeten ze dit verschil in het budget bijpassen met hun honoraria.
Klik hier voor de reactie van BVAS voorzitter, Dr. Lemye.

Gedragscode : Keuze van de arts bij spoedgevallen en/of tijdens de wachtdienst
De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 26 april 2008 zijn goedkeuring gehecht aan de Gedragscode die hem werd voorgelegd door de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie en de Beroepsvereniging van Belgische Gynaecologen en Verloskundigen.
De vrije artsenkeuze is een essentieel recht van iedere patiënt. Elke patiënt mag onvoorwaardelijk beroep doen op een arts van zijn/haar keuze : zowel voor de diagnostiek als voor de behandeling. Dit recht is fundamenteel. Artikel 6 van de wet Patiëntenrechten zegt : “De patiënt heeft recht op vrije keuze van de beroepsbeoefenaar en recht op wijziging van deze keuze behoudens, in beide gevallen, beperkingen opgelegd krachtens de wet”. Wanneer beroep wordt gedaan op spoedgevallendiensten of georganiseerde wachtdiensten van de verschillende medische disciplines kan de toepassing van deze stelregel niet worden gegarandeerd.
Elke patiënt dient bij het eerste contact ervan op de hoogte gebracht te worden dat de organisatie van de spoedbehandeling en van de wachtdiensten beperkingen kan inhouden voor de integrale vrije keuze van een arts. De bestaffing van hoger genoemde diensten gebeurt op basis van medische competentie en kwaliteit van zorg. De organisatie van wacht- en urgentiediensten kan niet afhankelijk zijn van het geslacht van de zorgverstrekker (net zo min als van andere criteria die geen verband houden met de competentie voor medische zorg). De beschikbaarheid en aanwezigheid van artsen in het ziekenhuis in het kader van spoed- of wachtdiensten zijn vooraf vastgelegd en raadpleegbaar.
Overeenkomstig de wet betreffende de rechten van de patiënt en de deontologie heeft de patiënt steeds het recht zorg te weigeren. Deze in principe schriftelijke weigering wordt toegevoegd aan het dossier. Bij weigering of intrekking van toestemming wordt in functie van de urgentie binnen de perken van het mogelijke de nodige kwaliteitszorg toegediend, zonder evenwel dwang uit te oefenen.
De vrije keuze komt uitsluitend toe aan de patiënt zelf (of de wettig voor hem optredende persoon) en geenszins aan andere personen, ten opzichte van wie zo nodig de gepaste ordemaatregelen dienen te worden genomen. In dit verband wordt vanwege de patiënt of andere personen een correcte houding ten aanzien van de organisatie van spoedgevallendiensten en wachtdiensten gevraagd.

Mexicaanse griep
Sedert vorige week werden de procedure en maatregelen mbt de Mexicaanse griep aangepast : vanaf nu dient er geen melding meer gemaakt te worden van elk individueel geval, maar zal de epidemiologische opvolging vooral gebeuren door een aantal peilpraktijken. Voor een influenza-infectie wordt niet meer systematisch een staal afgenomen voor de bevestiging van de diagnose en de typering van het virus.
De maatregelen die worden voorgesteld bij een griepaal syndroom kan u nalezen in volgende brief van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid en van de Interministeriële Commissaris Influenza.
Het betreft een nieuw menselijk virus met een gemengde genetische oorsprong, deels afkomstig van varkensgriepvirussen, deels van vogelgriepvirussen, en deels van menselijke griepvirussen. Dit virus werd voor het eerst ontdekt in Mexico op 18 maart 2009.
Alle informatie met betrekking tot de te volgen procedures vindt
u rechtstreeks op deze link:
www.influenza.be/pdf/Procedure_A_H1N1NL_20090501.pdf
Meer informatie over de Belgische situatie en Belgische maatregelen zijn terug te vinden op de website: www.influenza.be/nl/H1N1_nl.asp.
Download het werkmodel grieppandemie (474.41 Kb)
Call center influenza
Als u vragen hebt, kan u bellen naar het call center influenza via het gratis nummer 0800 99 777, van maandag tot en met vrijdag tussen 8u en 17u en tijdens het weekend tussen 9u en 17u.
Maar ook per email op het volgende adres info@influenza.be.
Newsletter
Wenst u regelmatig geïnformeerd te worden over de A/H1N1 griep? Schrijf u dan in op de newsletter van het Interministerieel Commissariaat Influenza en u ontvangt de communicaties voor uw doelgroep.

Maak werk van samenwerken!
Samenwerken in associatie lijkt vandaag de dag steeds meer de noodzaak. Alles begint met goede informatie. Daarom richtte FVIB met medewerking van het VAS het Kenniscentrum|samenwerken in associatie:Associëren om te innoveren op. We maken vrije en intellectuele beroepsbeoefenaars wegwijs via advies en up-to-date informatie. Bovendien bieden we u effectieve ondersteuning bij het oprichten of verder uitbouwen van een associatie.
Workshops, seminaries en audits
In workshops begeleiden we op een individuele manier via coaching startende associaties doorheen het proces. De seminaries zijn aangepaste opleidingsmomenten die belangrijke aandachtspunten in het samenwerkingsproces aankaarten. FVIB en VAS
geven u ook de mogelijkheid om een audit van uw associatie de laten doen. Op basis van de analyseresultaten wordt u dan een verbeterplan aangereikt.
Associëren stap voor stap
Wie alles wil weten over samenwerken in het vrije en intellectuele beroep, moet zich beslist het Handboek voor vrije beroepen. Samenwerken in associatie aanschaffen. Dit naslagwerk vormt de onmisbare handleiding voor wie samenwerking overweegt of z’n associatie verder wil uitbouwen. Voor wie echter op een beknopte en overzichtelijke manier de verschillende wegen wil kennen die leiden tot een associatie, is er zopas het praktisch stappenplan verschenen. Associëren stap voor stap zal u begeleiden tijdens uw associatieproces op een stapsgewijze manier. Kortom, alles wat u nodig heeft om tot een succesvolle associatie te komen.
U kan een gratis exemplaar bekomen via het VAS.
Communicatie
Via onze elektronische nieuwsbrief houden we u op de hoogte van alle initiatieven van het FVIB Kenniscentrum|samenwerken in associatie: Associëren om te innoveren. De website www.fvib.be/samenwerken biedt u een waaier aan nuttige en bruikbare instrumenten, evenals een activiteitenkalender.
Vragen ? Raadpleeg onze helpdesk !
Onze site en naslagwerken bevatten heel wat nuttige informatie. Nog niet gevonden wat u zoekt? Blijf dan niet met uw vragen over associëren zitten, maar raadpleeg gratis onze online en telefonische helpdesk. Onze medewerkers
helpen u graag op weg met eerstelijnsadvies en maken u wegwijs in onze instrumenten en hulpmiddelen.

Parkeerproblematiek : Open brief aan de Kamer en Senaat
Geachte,
In afwachting van een degelijk wettelijk kader heeft het Vlaams Artsensyndicaat onlangs een standaardbrief aangereikt waarmee huisartsen, die tijdens een huisbezoek of een dringende oproep van een patiënt genoodzaakt waren om kortstondig hun wagen foutief te parkeren zonder hierbij het verkeer te hinderen noch weggebruikers in gevaar te brengen, de bevoegde procureur des Konings kunnen verzoeken de verkeersboete te seponeren. In dit schrijven kunnen de betrokken artsen de omstandigheden verduidelijken die tot de boete hebben geleid, alsook de noodzaak van het huisbezoek.
Aangezien er tot op vandaag slechts in een beperkt aantal gemeenten een parkeerregeling bestaat om hieraan het hoofd te bieden, kunnen we enkel vaststellen dat er nog steeds veel rechtsonzekerheid bestaat op dit vlak. Het Koninklijk besluit van 9 januari 2007 was ongetwijfeld een stap in de goede richting, maar volstaat duidelijk niet. De parkeerproblemen van huisartsen kunnen onmogelijk regionaal opgelost worden, doch dienen op federaal vlak door middel van een algemene regeling aangepakt te worden. Het Vlaams Artsensyndicaat wil daarom nogmaals een oproep doen voor een snelle wettelijke oplossing van de huidige parkeerproblematiek van artsen die de continuïteit van de zorg binnen onze maatschappij verzorgen.
Meerdere wetsvoorstellen werden reeds ingediend om een uitzonderingsregeling uit te werken voor geneesheren waardoor foutparkeren onder welbepaalde voorwaarden geen overtreding zou uitmaken. Tot op heden werd evenwel nog geen wijziging aangebracht aan de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Om deze reden, verzoeken wij u ons de stand van zaken m.b.t. dergelijke uitzonderingsregeling mee te delen en vragen wij u met aandrang deze problematiek nauwlettend op te volgen.
Met dank voor de aandacht die u aan dit probleem zult schenken, verblijven wij, met de meeste hoogachting,
Dr. Hilde Roels
Voorzitter Vlaams Artsensyndicaat vzw

De toepassing ORTHOpride is nu beschikbaar
ORTHOpride "ORTHOpedic Prosthesis Identification Data" is een nieuwe elektronische toepassing die aan de chirurgen-orthopedisten en hun administratief personeel binnen het ziekenhuis toelaat de gegevens over de plaatsing van heup- of knieprothesen te registreren en te consulteren.
De heup- en knieprotheses representeren een belangrijk deel van de activiteiten in de orthopedische chirurgie (37.153 gevallen voor een bedrag van 25,6 miljoen euro). Er bestaat een grote verscheidenheid aan protheses, materialen en operatietechnieken waarvan de verschillende eigenschappen de levensduur van de prothese beïnvloeden. Voortijdige herhalingen van de b ehandeling zijn geen uitzondering. Men merkt eveneens breuken op van de protheses, en na verloop van niet al te lange tijd ook slijtage.
De plaatsing van protheses bij steeds jongere en meer mobiele individuen verandert de mechanische levensduur van de prothese, in vergelijking met de plaatsing bij oudere personen, die ook minder beweeglijk zijn.
In verschillende landen (Frankrijk, Canada) bestaat er een nationaal register dat alle geplaatste kunstheupen en -knieën verzamelt en de patiënten opvolgt op het vlak van hernemingen en resultaten. Het doel is het verbeteren van de zorgkwaliteit en de klinische resultaten voor de patiënt. Dankzij het toezicht op de orthopedische apparaten na het op de markt brengen, leidt dit ook tot een verbetering van de chirurgische praktijken en tot een studie van de risicofactoren die de resultaten beïnvloeden.
Dankzij de internationalisatie van de registers wordt benchmarking mogelijk.
Het opstellen van een Belgisch register van vervanggewrichten zal toelaten dat
- de operatieprocedures globaal opgevolgd worden door de sector
- het materiaal geëvalueerd wordt door de sector en door de ziekteverzekering
- de demografische evoluties en epidemiologie wordt geëvalueerd door de professionals
- een dossier wordt bijgehouden waardoor, als het nodig is, de specialist orthopedie vervangingsmateriaal of een accessoire kan bestellen op basis van de kennis over het type prothese dat de patiënt draagt
Functionaliteiten
- registratie van gegevens over kunstgewrichten (heup en knie) geplaatst bij een patiënt
- consultatie van deze gegevens door de orthopeden
Meer informatie vindt u
hier of op www.ehealth.fgov.be.

Nieuw HAIO-statuut
Sinds 1 juli jl. hebben de huisartsen in opleiding een nieuw sui generis statuut, dat lijkt op het statuut van de geneesheren-specialisten in opleiding. Het nieuwe statuut biedt hen aanzienlijke voordelen. Naast een maandelijkse opleidingsvergoeding verbetert ook hun sociale bescherming op het gebied van ziekteverlof, zwangerschapsverlof en kinderbijslag. Ook voor de stagemeesters zou dit statuut voordelen kunnen bieden. Hij wordt verlost van de administratie die door de vzw SUi wordt overgenomen.
In het Belgisch Staatsblad van 18 augustus 2009 werd het MB van 17 juli 2009 tot vaststelling van de medische activiteiten van de kandidaat-huisarts, tijdens de stageperiodes bij een erkende stagemeester, in het kader van de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde gepubliceerd. Dit MB treedt vanaf 1 juli 2009 in werking en bepaalt dat de kandidaat-huisarts tijdens zijn opleiding onder volgende voorwaarden zijn medische activiteit presteert :
- minstens 38 en maximaal 48 uren per week in de praktijk van zijn stagemeester;
- gemiddeld tussen 10 en 15 patiëntcontacten per voltijdse dag van prestatie per opleidingsjaar;
- minstens 120 uur weekendwachtdienst per opleidingsjaar;
- recht op een recuperatieperiode op de dag na de wachtdienst voor iedere periode van 24 uur huisartsenwachtdienst.
Tijdens zijn stage mag de kandidaat-huisarts specifieke medische activiteiten uitoefenen die rechtstreeks verband houden met de huisartsgeneeskunde, mits voorafgaande toestemming van de stagemeester en de Minister van Volksgezondheid. Het betreft volgende limitatieve lijst van activiteiten:
- bijkomende huisartsenwachtdiensten uitgevoerd bovenop het minimum van 120 uur;
- activiteiten in de bloedtransfusiecentra, in de plaatselijke bureaus van Kind en Gezin, in de centra voor preventieve gezondheidszorg en in de centra voor gezinsplanning;
- medewerking aan wetenschappelijk onderzoek betreffende de huisartsgeneeskunde of de eerstelijnsgezondheidszorg aan universitaire centra voor huisartsgeneeskunde of in het kader van een project van een wetenschappelijke vereniging van huisartsen.
Naast het hierboven vermelde MB zijn er reeds 2 KB’s gepubliceerd met betrekking tot het nieuwe HAIO statuut :
Eerstdaags zal nog 1 besluit in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden om het nieuwe HAIO-statuut te finaliseren. We houden u hiervan op de hoogte.
Het KB van 17 juli 2009 tot vaststelling van het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de vergoeding voor de kandidaat-huisartsen dat de nieuwe toekenningsmodaliteiten van de RIZIV-financiering omvat en in een jaarlijkse, forfaitaire vergoeding voor de coördinatiecentra voorziet;
Het KB tot wijziging van het KB van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen waarbij de erkenningscriteria van zowel een Nederlandstalig als een Franstalig coördinatiecentrum voor de huisartsenopleiding worden vastgelegd. Daarenboven dient de kandidaat-huisarts een coördinatieovereenkomst af te sluiten met deze centra.

Tien tips om belastingen te besparen
Ondertussen heeft het ministerie van Financiën allicht ook bij u de beruchte bruine enveloppe voor de inkomstenbelasting in de brievenbus bezorgd. In dit verband is het nuttig even stil te staan bij een aantal belastingvoordelen waarop desgevallend aanspraak kan gemaakt worden. We beperken ons hierbij in hoofdzaak tot deel I van de aangifte in de personenbelasting.
Niet onmiddellijk in de portemonnee
In de regel kan pas aanspraak gemaakt worden op diverse belastingvoordelen nadat de uitgave in de belastingaangifte werd opgenomen, dus in het formulier ingevuld in het jaar ná dat van de uitgave. Daardoor krijgt u het financiële voordeel ook niet meteen in handen. U moet wachten tot u uw aanslagbiljet (het document met de berekening van uw belasting) van de fiscus hebt ontvangen. De enige uitzondering daarop vormt het belastingvoordeel voor een “schone” auto. In dat geval krijgt u meteen bij de aankoop van een nieuwe benzinewagen een korting van 3 % of 15 % op de factuur afhankelijk van het feit of de CO₂-uitstoot meer of minder dan 105 gram per kilometer bedraagt met een maximum van 130 gram per kilometer.
De fiscus past daarenboven niet altijd hetzelfde mechanisme toe om het belastingvoordeel toe te kennen.
Soms kent hij een belastingvermindering toe. Dat kan tegen een vast percentage zijn of tegen een variabel percentage, meer bepaald de marginale aanslagvoet (het tarief van toepassing op de hoogste inkomensschijf) of de bijzondere gemiddelde aanslagvoet (tussen 30 en 40 % al naargelang de beroepsinkomsten). In dat geval trekt hij een bedrag af van de belasting die u verschuldigd bent. Dat is slecht nieuws voor wie weinig of helemaal geen belastingen betaalt. De belastingvermindering gaat dan verloren. U kan het overschot immers niet overdragen naar het volgende aanslagjaar.
Dan weer trekt de fiscus een bedrag af van uw belastbaar inkomen. Daardoor daalt uw belastbaar inkomen en wordt een kleiner bedrag tegen uw marginale aanslagvoet belast.
Onderstaand kan u tien tips vinden die enkele tientallen tot duizenden euro belastingvoordeel kunnen opleveren.
Tip 1: Hypothecaire lening
Iedereen weet dat een hypothecaire lening fiscaal aftrekbaar is, maar het is niet altijd interessant om de premie van uw schuldsaldoverzekering fiscaal aan te geven. Een aangifte heeft tot gevolg dat eventuele latere uitkeringen belastbaar worden. Dat is zelfs het geval als u de premie slechts één keer fiscaal benutte.
Indien u in 2009 een lening afsloot met een looptijd van ten minste 10 jaar voor de aankoop, oprichting of verbouwing van een enige en eigen woning, dan worden de kapitaalaflossingen, intrestbetalingen en de premies voor de levensverzekering samengeteld (systeem van de woonbonus).
Het totale bedrag dat recht geeft op een fiscaal voordeel is voor inkomstenjaar 2008 begrensd op maximaal 2.720 euro. Het is perfect mogelijk dat u dat maximumbedrag al bereikt met de kapitaalaflossingen en de intrestbetalingen alleen. In dat geval geeft u de premies van de schuldsaldoverzekering beter niet aan. Ze leveren geen fiscaal voordeel op en zo vermijdt u een latere belasting van uitkeringen. Er bestaat wel de mogelijkheid om de premie voor een schuldsaldo- (of andere levens)verzekering met terugwerkende kracht te betalen en dit jaar nog op uw belastingaangifte in te vullen (zie tevens tip 2).
Voor het oude fiscale systeem (leningcontracten voor vóór 1 januari 2005 of niet aan de voorwaarden voor de aftrek van enige en eigen woning voldaan) geldt dezelfde opmerking. Als u met de in aanmerking komende kapitaalaflossingen alleen al het maximum bereikt (1.990 euro voor inkomstenjaar 2008), dan geeft u de premies van de levensverzekering beter niet meer aan.
Ook de samenloop van een gewone levensverzekering (niet gerelateerd aan het woonkrediet) en de woonbonus is niet altijd fiscaal voordelig. Het bedrag dat in aanmerking komt voor belastingvermindering voor het langetermijnsparen (bijvoorbeeld premies levensverzekering) moet immers verminderd worden met het gebruikte deel van de basisaftrek van het nieuwe systeem. Alleen als de jaarlast van intrestbetalingen en kapitaalaflossingen relatief laag is, levert een levensverzekering een belastingvermindering op.
Als uw lening afloopt en u dus geen kapitaal en intrest meer betaalt, ontstaat er opnieuw ruimte voor premies van levensverzekeringen. U kunt uw fiscale korf vullen met andere betalingen, zoals premies voor levensverzekeringen. Die komen tot maximaal 1.990 euro (afhankelijk van het beroepsinkomen) in aanmerking voor een belastingvermindering (inkomsten 2008).
Echtgenoten en wettelijk samenwonenden die samen worden belast en die beiden recht hebben op de aftrek enig en eigen woning, mogen de aftrekbare bedragen vrij onder elkaar verdelen, zolang elk van hen niet boven zijn eigen maximumbedrag gaat. Oorspronkelijk moest elke partner ten minste 15 % van het aftrekbare bedrag vermelden, maar die beperking is vanaf 2008 opgeheven. Daarenboven mag de verdeling elk jaar gewijzigd worden.
Tip 2: Bespaar belastingen met terugwerkende kracht
Als u in de loop van dit jaar een woonkrediet afsluit, zorgen de kapitaalaflossingen en intresten er hoogstwaarschijnlijk voor dat uw fiscale korf voor 2009 volledig vol zit. De premie voor uw schuldsaldoverzekering levert u in dat geval geen fiscale aftrekmogelijkheden meer op. Het is dan zelfs nadelig om die premie aan te geven (zie tip 1).
Om toch het belastingvoordeel op uw schuldsaldopremie mee te pikken, kan de schuldsaldopremie met terugwerkende kracht betaald worden. Zo lijkt het alsof de premie in 2008 werd gestort en geniet u belastingvoordeel voor dat inkomstenjaar. De premie voor een schuldsaldoverzekering valt onder het stelsel van het langetermijnsparen waardoor de verbeterde gemiddelde aanslagvoet van toepassing is. Concreet ligt die tussen 30 % en 40 %.
Met die kunstgreep kan u maximaal 6 maanden teruggaan in de tijd. Dat betekent dat de schuldsaldopremie uiterlijk op 30 juni 2009 betaald moet zijn om hem voor het inkomstenjaar 2008 te kunnen aangeven.
Als u opteert voor een retroactieve premiebetaling, kan u beter meteen voor het volle pond gaan. De kans is klein dat uw fiscale korf voor het inkomstenjaar 2008 volledig gevuld is. U kan ze dan beter vullen met de maximaal aftrekbare schuldsaldoverzekeringspremie. Voor het inkomstenjaar 2008 ligt de bovengrens op 1.990 euro verhoogd met 660 euro gedurende de eerste 10 jaar van de lening, met nog eens 70 euro erbij als het gezin ten minste 3 kinderen ten laste telde op 1 januari van het jaar na het leningsjaar (totale aftrek dus van 2.720 euro).
Ook de eerste premie voor een levensverzekering kan u voorlopig nog retroactief betalen. Indien u thans weinig aftrekmogelijkheden hebt en belastingen moet bijbetalen, dan is het een optie om nu een levensverzekering te onderschrijven en de eerste premie met terugwerkende kracht te betalen. Meteen kan u dan een extra aftrekpost op uw eerstvolgende belastingaangifte invullen. Let er wel op dat ook hier de maximale retroactiviteit 6 maanden bedraagt.
Tip 3: Energiebesparende uitgaven
Sinds 2003 kent de fiscus al een belastingvermindering toe voor energiebesparende investeringen aan een woning, zoals het plaatsen of vervangen van dubbele beglazing, dakisolatie, het plaatsen van zonnepanelen. Niet alleen eigenaars, maar ook huurders komen daarvoor in aanmerking.
De belastingvermindering bedraagt, ongeacht het soort van de werkzaamheden, 40 % van het totaal betaalde bedrag (incl. btw). Er geldt evenwel een maximum van 2.650 euro per woning, ongeacht of het nieuwbouw of renovatie betreft. Dit komt overeen met een totale uitgave van 6.625 euro.
In specifieke gevallen kan dat maximum worden verhoogd. Als de totale uitgave in 2008 hoger uitvalt dan 6.625 euro maar tevens de installatie van een systeem van waterverwarming door middel van zonne-energie en/of de plaatsing van zonnepanelen betreft, is op die specifieke uitgave een bijkomende belastingvermindering van maximaal 790 euro van toepassing. In deze veronderstelling kan de maximale vermindering neerkomen op 3.440 euro.
Voor uitgaven in 2009 mag u het bedrag waarmee u boven het maximum uitkomt, op de volgende drie jaar overdragen indien de woning ten minste vijf jaar oud. Tot nu toe bestond de enige mogelijkheid erin om te vermijden dat een deel van de uitgave geen recht gaf op belastingvermindering, de betaling over verschillende jaren te spreiden. Dat blijft interessant voor woningen minder dan vijf jaar oud.
Indien in een en hetzelfde jaar in verschillende woningen energiebesparende uitgaven worden gedaan, dan geldt het maximum apart voor elke woning.
Tip 4: Woningbeveiliging
Wie in 2009 in België zijn woning beveiligd tegen inbraak kan tot 690 euro belastingvermindering genieten. U kan 50% van de uitgaven met een maximumbedrag van 690 euro inbrengen. De werken dienen wel uitgevoerd te worden door een vakman die een attest kan voorleggen dat zijn product voldoet aan de vooropgestelde inbraakwerende eisen. Ook huurders kunnen aanspraak maken op deze belastingvermindering.
Tip 5: Belastingkrediet voor zelfstandigen
Dit belastingkrediet is een belastingvermindering voor alle zelfstandigen, die neerkomt op 10 % van de aangroei van de middelen die de betrokkenen in hun beroepsactiviteit hebben geïnvesteerd, met een maximum van 3.750 euro.
De geïnvesteerde of eigen middelen zijn het verschil tussen enerzijds de fiscale of boekwaarde van de goederen die in de beroepsactiviteit zijn geïnvesteerd en anderzijds het bedrag van de schulden voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid met een looptijd van meer dan één jaar.
Om de aangroei van de eigen middelen te berekenen, moet eerst het bedrag bepaald worden van uw eigen middelen gedurende de drie voorgaande jaren, om vervolgens het hoogste bedrag van de drie voorgaande jaren te gaan vergelijken met de eigen middelen op het einde van 2008.
Op het positieve verschil kent de fiscus een belastingkrediet toe van 10 %, met een maximum van 3.750 euro. Dit bedrag zal worden afgetrokken van de belasting met betrekking tot de winst van uw zelfstandige activiteit in 2008. Als op de winst geen belasting verschuldigd is, wordt het belastingkrediet naar later overgedragen, maar dan kan hooguit drie keer.
Tip 6: kostenforfait vs. werkelijke beroepskosten - Bijdrage financiële verantwoordelijkheid
Bedienden en vrije beroepsbeoefenaars mogen hun beroepskosten forfaitair begroten. De toekenning hangt af van het bedrag van het loon, en wel volgens een degressieve schaal. Per inkomensschijf wordt telkens een andere aanslagvoet toegepast die daalt naarmate de inkomsten toenemen. Er geldt wel een absoluut maximum van 3.380 euro (inkomstenjaar 2008) dat van toepassing is voor een belastbaar inkomen vanaf 56.769 euro.
Indien de uitgaven inherent zijn aan de beroepsactiviteit, gedragen of betaald in 2008, bewezen kunnen worden en ze slechts worden afgetrokken ten belope van het beroepsgebruik, kunnen deze uitgaven als werkelijke beroepskosten worden aangegeven.
Als u uw werkelijke beroepskosten inbrengt en daarbij blijkt dat die lager uitvallen dan het kostenforfait, trekt de fiscus het aftrekbare bedrag automatisch op tot het kostenforfait wanneer u loontrekkende of bedrijfsleider bent. Dat doet hij niet wanneer u vrije beroepsbeoefenaar bent.
De zogenaamde bijdrage financiële verantwoordelijkheid ziekenfondsen is aftrekbaar als werkelijke beroepskosten bovenop het kostenforfait. Bij de aangifte dient geen bewijs van betaling toegevoegd te worden. De ziekenfondsen bezorgen het bedrag van deze bijdrage immers al aan de fiscus. Het aftrekbare bedrag hangt af van het ziekenfonds waarbij u bent aangesloten en van het feit of u als loontrekkende of op zelfstandige basis werkt.
Tip 7: Pensioensparen
Wie geld opzij zet om zich te verzekeren van een appeltje voor de dorst (via een pensioenspaarrekening of een individuele levensverzekering) op pensioenleeftijd heeft recht op een belastingvermindering. In 2009 mag u maximaal 870 euro per persoon aangeven, maar de aftrek blijft bestaan naast de aftrek door de woonbonus.
Om deze premie fiscaal in mindering te brengen, moet ze betaald worden vóór 31 december van het kalenderjaar en kan derhalve niet met terugwerkende kracht worden betaald.
Tip 8: Bepaling eigen woning
Indien u eigenaar bent van verschillende woningen die u zelf bewoont (en dus niet verhuurt), dan mag u kiezen welke woning u als zogenaamde eigen woning beschouwt. De eigen woning is immers vrijgesteld in de personenbelasting. Als derhalve uw buitenverblijf (zelfs gelegen in het buitenland) een opmerkelijk hoger kadastraal inkomen heeft dan uw eigen woning, dan hebt u er belang bij uw vakantieverblijf als eigen woning op te geven en de gezinswoning als tweede verblijf.
Tip 9: Kinderopvang
Uitgaven gedaan voor de opvang van uw kinderen binnen de EU mag onder bepaalde voorwaarden worden afgetrokken.
Het kind mag hoogstens de leeftijd van 12 jaar hebben bereikt in 2008 en dient wel ten uwe laste te zijn. Bij gescheiden ouders die voor hun kinderen de gelijkmatige verdeling van de huisvesting toepassen, mag de ouder die de kinderen niet ten laste heeft, toch de opvangkosten aftrekken die hij/zij heeft betaald. Het officieel attest van de erkende opvanginstelling of opvanggezin dient evenwel op zijn/haar naam te zijn uitgereikt.
Indien het kind 12 jaar is geworden in 2008, mogen de opvangkosten slechts in mindering worden gebracht tot de 12e verjaardag.
Tip 10: PWA- en dienstencheques
Kleine huishoudelijke werken kunt u betalen met PWA-cheque of dienstencheques. De uitgaven voor de PWA-cheques geven altijd recht op een gewone belastingvermindering, dus tegen 30 tot 40 %, terwijl de uitgaven voor de dienstencheques recht geven op een vaste belastingvermindering van 30 %, of sinds inkomstenjaar 2008 eventueel op een belastingkrediet (dus een terugbetaling) voor belastingplichtigen met een belastbaar inkomen van hooguit 22.870 euro die dienstencheques hebben gekocht.
Voor 2008 houdt de fiscus voor beide uitgaven samen rekening met maximaal 2.400 euro. Elke partner van een getrouwd of wettelijk samenwonend paar kan afzonderlijk aanspraak maken op dat maximum. Indien zowel PWA- en dienstencheques worden gekocht voor meer dan 2.400, dan zal de fiscus voorrang geven aan de PWA- of dienstencheques volgens wat het meest voordeel opbrengt.
Bovenstaande tips dienen uiteraard afgewogen te worden aan uw persoonlijke situatie. Zij kunnen leiden tot een enorme belastingbesparing.
Jaimie Wilms
Senior Advisor Alaska

Reactie Dr. Moens dd. 07.04.2009 : Decanen, graag correcte informatie
Sinds begin van de jaren 70 betalen de stagemeesters uit hun honoraria de artsen specialisten in opleiding (ASO) die ze begeleiden. Veelal verzorgt de personeelsdienst van de faculteit waar de ASO afstudeerde voor de administratieve afhandeling, soms het ziekenhuis van de stagemeester. Het sociaal statuut dat de ASO geniet is “sui generis”, dat wil zeggen een bijna “bediendestatuut” maar toch net niet, want pensioenvorming en werkloosheidsvergoeding is
niet inbegrepen. De huisartsen in opleiding (HAIO) kennen het minder gunstige statuut van zelfstandige en vragen een opwaardering tot het statuut van de ASO.
Zowel de huisartsen- als de specialistenopleiding in België is federale materie en wordt gedefinieerd door de federale Hoge raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen en door de federale erkenningscommissies, één per specialisme (o.a. huisartsgeneeskunde), die elk een Nederlands- en een Franstalige Kamer hebben. De eerste zeven studiejaren om het diploma van arts te verwerven zijn gemeenschapsmaterie. De daarop volgende specialistische beroepsopleiding wordt federaal vastgelegd. Maar de universiteiten willen graag de gediplomeerde artsen nog jaren als student houden. Voor de huisartsen is hen dat in Vlaanderen gelukt, omdat ze de voorbije twintig jaar in hun colleges en erbuiten de Belgische Vereniging van Artsensysndicaten als baarlijke, uitsluitend op geld beluste duivels hebben afgeschilderd. Maar de Vlaamse Overheid financiert deze zogezegde studiejaren niet, omdat ze het niet zijn. Het betreft immers een beroepsopleiding . En dus wenden de universiteiten zich nu tot de federale ziekteverzekering. Ze komen dan bij het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) terecht waar overleg de normale gang van zaken is en dictaten vanuit een universitaire ivoren toren argwanend worden bekeken.
De HAIO’s wensen het statuut dat de ASO’s al 40 jaar kennen. De Vlaamse universiteiten zijn er in geslaagd de beroepsvertegenwoordigers uit de inhoudelijke beroepsopleiding tot huisarts buiten te werken. De gevolgen zijn navenant: leegloop want te academisch. De artsensyndicaten nu ook nog de factuur laten betalen zonder paritair medebestuur is meer dan een brug te ver. Gaan zij nu “hun studenten”, onze collegae huisartsen, gijzelen? Of willen ze, zoals wij vragen, opnieuw samenwerken met de artsen uit het dagelijkse werkveld om onze toekomstige collegae en opvolgers een gedegen opleiding te geven die afgestemd is op realistische verwachtingspatronen van patiënten en gevestigde artsen met wie ze zullen moeten samenwerken en met een sociaal statuut dat 21ste- eeuws is?
Dr. Marc Moens,
Ondervoorzitter BVAS
07.04.2009
P.S.: Dank zij de “middeleeuwse gilden” staat Vlaanderen op de wereldkaart. En vele revolutionaire medische ontwikkelingen werden niet in universiteiten maar elders bedacht en uitgewerkt, door ondernemende artsen.

Persmededeling BVAS dd. 26/03/2009 mbt het voorontwerp van de wet betreffende de vergoeding van therapeutische ongevallen
Dit dossier wordt nu al 18 jaar met de opeenvolgende regeringen besproken.
Een wet die tijdens de vorige legislatuur werd gestemd, wordt zonder ooit te zijn toegepast in de vergeethoek geworpen.
Dit voorontwerp wordt geacht de wet te vervangen, maar wijzigt de filosofie erachter grondig.
Het lost de artsenproblemen niet op, maar stelt alles ter hunner laste zonder enige voordelen voor de patiënt.
Het betreft hier een politiek anti-geneeskundig project.
Het probleem voor de patiënten is dat de medische schade die niet uit een medische fout voortvloeit, niet werd vergoed.
Om dit te kunnen realiseren moest men een belangrijk bijkomend budget voorzien en de procedurekosten waarvan niet de slachtoffers maar wel de advocaten profiteerden, verminderen.
Het voorgestelde systeem vermindert in geen enkel opzicht het aantal procedures.
Integendeel, de macht die aan het Fonds wordt toevertrouwd om tot een medische fout te besluiten, zijn recht tot subrogatie, de mogelijkheid voor de patiënt om op elk moment over te stappen naar een andere procedure en het feit dat de patiënt eerder richting burgerlijke rechtspraak wordt geleid waarvan de kosten ten laste van de verstrekker zijn, voorspelt een vermenigvuldiging van procedures.
Het Fonds zal alleen ernstige schade vergoeden (25% van TTO, minstens 6 maanden invaliditeit), maar al degenen die geweigerd worden, zullen zich tot de burgerlijke rechtbank kunnen richten.
De samenstelling van de Raad van Bestuur van het Fonds is ook verontrustend.
De macht wordt aan de vertegenwoordigers van de regering, de werknemersvakbonden, de werkgevers en de ziekenfondsen toevertrouwd. Het is een politiek spel waarbij alle partijen er belang bij hebben dat de vergoedingen door de verzekeringen i.p.v. het Fonds worden betaald.
De artsen zijn bovendien niet officieel vertegenwoordigd. Men kan veronderstellen dat er binnen de 5 leden die de beroepsbeoefenaars vertegenwoordigen iemand zal worden afgevaardigd, maar dit wordt niet expliciet in de formulering vermeld.
Zij zullen in ieder geval slechts een raadgevende stem hebben.
De artsen wensen dat de patiënten voor alle medische schade worden vergoed, maar het is niet aan de artsen die niet in fout zijn om de schadevergoeding te financieren. Het is alsof men aan brandweerlieden vraagt om de waterschade die zij bij het blussen veroorzaken, te financieren.
Dit voorontwerp beantwoordt niet alleen aan geen enkel van de gewettigde bezorgdheden van de artsen, maar zet alles ter hunner last.
Het systeem is ten laste van de begroting van de gezondheidszorgen, maar niets garandeert dat de te voorziene budgettaire overschrijdingen niet in de verzekeringspremies van de artsen zullen worden ingecalculeerd. Behalve het belang van het Fonds om te verklaren dat het een ongeval met fout betreft, heeft het Fonds een subrogatierecht. De patiënt wordt quasi "gedwongen" om een beroep tegen de arts in te dienen en dit zal hem niets kosten, aangezien hij zoals bij de loterij de kans ziet maar wel met een gratis ticket.
Het probleem van de artsen was de exorbitante premieverhogingen, de vermenigvuldiging van de processen, de verzekerbaarheid door het feit dat de verzekeraars de contracten bij de minste schade ontbonden en de enorme posterioriteit
(25 tot 30 jaar). Geen enkel van deze problemen werd opgelost noch in overweging genomen. Zij worden daarentegen groter. De minachting van het artsencorps is aan zijn toppunt. Het belang van de patiënten wordt niet meer in aanmerking genomen.
Dit voorontwerp beantwoordt vooral de bezorgdheid van de verzekeraars, de ziekenfondsen, de werkgevers en vakbonden.
De regering dient te beseffen dat dit voor ons een casus belli is.
Dr. Roland Lemye
Voorzitter BVAS

Startersdag voor artsen was weer een succes - 14.03.2009
Op zaterdag 14 maart jl. organiseerde het Vlaams Artsensyndicaat voor de tweede Startersdag voor artsen voor laatstejaarsstudenten geneeskunde, HAIO's,
GSO's
en beginnende artsen.
Het bleek weer een succes. De sprekers bespraken hun uiteenzettingen voor een enthousiast en actief publiek, bestaande uit ruim 160 deelnemers. Tijdens de daaropvolgende walking lunch, aangeboden door het VAS, konden de deelnemers hun vragen stellen aan de verschillende sprekers en andere deskundigen, alsook wat bijpraten met hun collega's.
De powerpointpresentaties van onze sprekers vind je hieronder terug.
Dr. Marc Moens - Startersformaliteiten
Mevr. Petra Geerdens - Tussenkomst van het Participatiefonds: impulseo I + II, starteo
Dr. Rudi Van Driessche - Het statuut van de ziekenhuisgeneesheer : wegwijs in het ziekenhuis
Mevr. Sanderijn Vanleenhove - Associatie of eigen praktijk?
Mr.
Kathy Kamers - Aandachtspunten bij het afsluiten van een associatiecontract
Dhr. Eddy Mullens en dhr. Detlef Vanhove - Uw aansprakelijkheid, uw verdediging en uw bezittingen. Goed Verzekerd?
Dhr. Aimé Mertens - Het sociaal statuut van de arts
Dhr. Jaimie Wilms - De arts en zijn fiscaliteit

Moegetergde artsen betalen hun parkeerboetes niet meer. De Standaard Online 11.03.2009
BRUSSEL - Het Vlaams Artsensyndicaat (VAS) roept huisartsen op de parkeerboetes die ze tijdens huisbezoeken krijgen, niet langer te betalen. De situatie is niet meer werkbaar, wordt gezegd.
Het Vlaams Artsensyndicaat (VAS), het grootste Vlaamse artsensyndicaat, roept huisartsen op
hun parkeerboetes niet langer te betalen. 'Op onze website hebben we een standaardbrief gezet waarmee huisartsen aan het parket kunnen vragen de boete te seponeren'. zegt VAS-voorzitter Hilde Roeis. 'We hopen dat op die manier ook de parketten aan de alarmbel trekken, want zij krijgen veel extra werk.'
Volgens Roels is de situatie voor huisartsen nog amper werkbaar. 'Door files en een gebrek aan parkeerplaatsen duurt het steeds langer om je huisbezoeken af te leggen. En soms heb je geen andere keuze dan fout te parkeren. Laatst had ik een kind met koortsstuipen. Maar de politieagent die mij een boete gaf had geen oren naar mijn uitleg.'
Ook Open VLD-parlementslid Maggie De Block, zelf huisarts, dringt aan op een snelle regeling. 'Op dit moment is willekeur troef. Sommige politiekorpsen en erkennen de problematiek en zien het foutparkeren door de vingers. Anderen oordelen dat iedereen gelijk is voor de wet.' (wer)

Huisartsen weigeren parkeerboetes. Het Nieuwsblad 11.03.2009
Het Vlaams Artsensyndicaat roept huisartsen op hun parkeerboetes niet langer te betalen.
lees verder over Huisartsen weigeren parkeerboetes. Het Nieuwsblad 11.03.2009

Open brief aan Minister Onkelinx en Eerste Minister Van Rompuy dd. 16.10.2008 mbt het HAIO-statuut
Mevrouw de Minister,
Wij hebben kennis genomen van uw voornemen om het probleem van het statuut van de huisartsen in opleiding door een drievoudig contract op te lossen.
1°. Een eerste contract tussen de stagemeester en een hiervoor, specifiek, opgerichte universitaire VZW.
Dit zou als gevolg hebben dat de stagemeester, die tot op heden volledig onafhankelijk was, volledig afhankelijk wordt van deze universitaire VZW teneinde een stagiair toegewezen te krijgen en implicaties hebben voor de betrekking stagemeester/stagiair. In deze situatie verliest de stagemeester zijn vergoeding en dient hij de VZW in kwestie te betalen om de stagiairs te financieren. Terloops en tezelfdertijd houdt deze VZW nog een percentage in.
2°. Een tweede contract tussen de VZW en de stagiair die, slechts gedeeltelijk, loontrekkend wordt aangezien hij een statuut sui generis toegewezen krijgt dat hem niet toelaat om bij te dragen voor zijn pensioen.
Onder deze omstandigheden is de werkgever in geen enkel opzicht meer de organisator van het werk van de stagiair. Men kan zich trouwens de vraag stellen hoe de VZW de verantwoordelijkheid van werkgever zal opnemen.
3°. Een derde contract tussen de stagemeester en de stagiair zou tot doel hebben om aan de stagiair nog bijkomend een zelfstandigenstatuut te geven.
Dit zou tot gevolg hebben dat de stagiair op eenzelfde arbeidsplaats het dubbele statuut zou hebben, dat van zelfstandige en dat van werknemer; wat niet echt in overeenstemming lijkt met de wetgeving.
Besluiten
overeenkomstig de Europese richtlijn over de werktijdbeperking, beperken de werkuren van de stagiair tot 48 uur per week, wachtdiensten inbegrepen (alsmede studietijd).
Hoe ziet U, onder deze omstandigheden, de werktijdverdeling tussen enerzijds de praktijk als werknemer en anderzijds de praktijk als zelfstandige?
In deze tijd waar de administratieve inflatie een dusdanige last wordt dat alle artsen zeggen hierdoor verzadigd te zijn, kan ik me niet inbeelden dat dit drievoudige contract, gepaard gaande met een nieuwe instantie die belast is met het (gedeeltelijk) beheer van dit contract, als enig doel de administratieve vereenvoudiging heeft.
Wat is dan het doel van deze operatie?
Met dank voor de aandacht die u aan dit probleem zult schenken, verblijven wij, met de meeste hoogachting;
Dr. Roland LEMYE
Voorzitter BVAS

Onterechte parkeerboetes : Standaardbrief
Huisartsen en andere zorgverleners zijn vaak genoodzaakt hun wagen op een niet gereglementeerde plaats op de openbare weg te parkeren. Het feit dat een huisarts op huisbezoek is of zeer snel
aanwezig moet zijn voor een dringende oproep van een patiënt, weerhoudt de gemeenten, de privéparkeerbedrijven en de politiediensten niet om de desbetreffende arts te verbaliseren.
Aangezien er geen duidelijk wettelijk kader voorzien is en zelfs de Nationale Raad van de Orde der Geneesheren op 5 april 2008 stipuleerde dat de huisarts de zorgcontinuïteit en de permanentie van ambulante eerstelijnszorg in onze maatschappij verzekert, rest de geverbaliseerde arts enkel een motivatiebrief ter attentie van de Procureur des Konings en de desbetreffende gemeente te schrijven .
Om deze reden en om uw tijd te besparen hebben we een standaardbrief opgesteld voor een parkeerboete bij een huisbezoek en bij een dringende oproep van een patiënt. U kan deze brieven makkelijk naar eigen goeddunken aanpassen. We benadrukken dat u een zo duidelijk mogelijke omschrijving geeft van de plaats en de situatie waarin u uw wagen heeft moeten parkeren.
Klik hier voor de standaardbrief bij een huisbezoek.
Klik hier voor de standaardbrief bij een dringende oproep.
Kent u het adres van het bevoegde parket niet?
Klik dan hier, geef de gemeente in waar u geverbaliseerd bent of noteer de postcode en kies voor "POLITIERECHTBANK" in het vakje waar u de soort van rechtbank moet kiezen.
Verder heeft Dr. Hilde Roels, voorzitter van het VAS, alle leden van de Kamer en Senaat aangeschreven om de stand van zaken mbt een mogelijk wettelijk kader hieromtrent mee te delen en om met aandrang te vragen deze problematiek nauwlettend op te volgen. U kan deze open brief hier nalezen.

Persmededeling BVAS 03.02.2009 : De praktijkassistent, een nieuw beroep?
Geachte heer Michel van Hoegaerden, Directeur-generaal basisgezondheidszorg en crisisbeheer en heer J. De Cock, Voorzitter Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen,
Op 22.01.2008 werden wij op de hoogte gebracht van een project tot creatie van “de praktijkassistent in de eerstelijnsgezondheidszorg”, een nieuw “beroep en beroepscompetentieprofiel”.
1. Evolutie naar een nieuw beroep ?
Wij zijn ten zeerste verwonderd over het bestaan en de evolutie in dit dossier aangezien hierover geen overleg heeft plaatsgevonden met de vertegenwoordigers van de artsensyndicaten.
De ontstaansgeschiedenis van de praktijkassistent kadert in de optiek van de herwaardering van de huisartsgeneeskunde. Twee jaar geleden werd voor de huisartsen, die in hun praktijkvoering beroep doen op een administratieve bediende, een tussenkomst door het RIZIV uitgewerkt.
De BVAS heeft meegewerkt aan de uitvoering van dit project en onze vijf Syndicale Kamers/ Afdelingen werden erkend als steunpunten voor de aanvraag van de tussenkomst bij het RIZIV.
In het nieuwe akkoord 2009-2010 werd er ook een betoelaging voorzien voor de creatie van deze assistent voor solopraktijken.
Via een document “beroepscompetentieprofiel praktijkassistent in de eerstelijnsgezondheidszorg” dat werd uitgewerkt door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zijn wij nu op de hoogte gebracht aangaande een nieuw profiel van deze praktijkassistent.
Met andere woorden, het bestaan van de praktijkassistent binnen het kader van Impulseo II en III wordt nu als voorwendsel gebruikt om een nieuwsoortig beroep te creëren. Wij kunnen niet toestaan dat een deel van de federale financiering van de gezondheidszorg zou aangewend worden ter ondersteuning van dit nieuw beroepsprofiel. Als dergelijk beroep zou worden gecreëerd en als men dat federaal zou willen financieren, dan zou er ook een Franstalig equivalent dienen te worden gecreëerd en dan zouden hieromtrent eerst afspraken moeten worden gemaakt binnen de Nationale commissie artsen ziekenfondsen met de vertegenwoordigers van de representatieve artsenorganisaties.
Wij lichten U over dit dossier in omdat op 22.01.2009 hierover een vergadering werd georganiseerd in de lokalen van de FOD Volksgezondheid, in aanwezigheid van Prof. dr. Jan De Maeseneer en van vertegenwoordigers van het Interuniversitair Centrum voor Huisartsen Opleiding (ICHO), van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB) en van de SERV. Op het allerlaatste moment werd ook het VAS uitgenodigd nadat men vernomen had dat het VAS kritiek had geuit op het document. Tijdens die vergadering lichtte Prof. De Maeseneer het document verder toe. Het werd blijkbaar uitgewerkt door de SERV in samenwerking met Domus Medica en het ICHO.
Blijkbaar zou men de bedoeling hebben om een zevental taken onder leiding van een huisarts te laten uitvoeren:
- bloedafname;
- bloeddrukmeting;
- meten van lengte en gewicht;
- assistentie bij wondzorg en het verwijderen van hechtingen;
- urinecontrole met strip;
- zwangerschapstest (urine);
- glycemiebepaling met glucosemeter.
Wij benadrukken dat de BVAS geen signalen heeft gekregen van huisartsen om praktijkassistenten prestaties te doen verrichten die buiten het administratieve kader zouden vallen. Na contactname met sommige bestuursleden van Domus Medica blijkt trouwens dat dezen geen weet hebben van bovenvermeld document, laat staan dat een consensus zou bestaan over de inhoud ervan.
Wij zijn erg bezorgd over de ontwikkeling van een kwaliteitsvolle huisartsgeneeskunde. De mogelijke administratieve ondersteuning van de huisarts door een bediende via het RIZIV is een element in haar herwaardering.
Het is nooit de bedoeling geweest het takenpakket van deze administratieve bediende uit te breiden met verpleegkundige of paramedische handelingen.
Wij zullen ons dan ook verzetten binnen de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen indien nog maar sprake zou zijn van een heroriëntering van dit takenpakket.
Wij stellen vast dat dit voorstel bewust sleutelt aan het “versluizen” van wettelijk beschermde handelingen, die behoren tot de medische, verpleegkundige en paramedische sector, zoals voorzien in het KB n°78 aangaande de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, naar een mogelijks andere te creëren beroepsgroep.
Wij gaan niet akkoord met het feit dat de FOD Volksgezondheid dit initiatief steunt of mede-organiseert via het hierboven vermelde overleg.
Ondertussen hebben wij ook vernomen dat er geen advies werd gevraagd aan de bevoegde raden, met name de Nationale Raad voor Verpleegkunde en de Nationale Raad voor Paramedische beroepen. Wij zijn van oordeel dat dit dossier moet worden voorgelegd aan de betrokken beroepsgroepen. Het is onaanvaardbaar dat niet – bevoegden een profiel zouden opstellen dat op geen enkele vorm van consensus berust.
2. Bijhorende opleiding
Dit project werd ondertussen toegelicht op het kabinet van Frank Vandenbroucke, Vlaams Minister van Onderwijs. Daar wacht men op een voorstel van de SERV aangaande de concrete invulling van dit profiel met voorstel van opleiding.
Indien wij vaststellen dat hierover verder overleg plaatsgrijpt op het kabinet de Vlaamse Minister van Onderwijs zonder een breed overleg met de sector, zullen wij niet nalaten minister Frank Vandenbroucke te contacteren om hem ons standpunt over te maken en hem te wijzen op de juridische problemen die dergelijke eventuele beroepsbeoefenaars te wachten zullen staan.
Wij verzoeken de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu dringend een overleg te organiseren omtrent voormeld dossier met alle betrokken representatieve partijen.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Marc MOENS, Ondervoorzitter BVAS
Dr. Hilde ROELS, Voorzitter VAS
Dr. Roland LEMYE, Voorzitter BVAS

Kritische lezing van “Infobox RIZIV – Wegwijzer voor de geneesheer-specialist"
Op 11.12.2008 zond Dr. Bernard HEPP, geneesheer-directeur-generaal van de Dienst geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV, aan alle geneesheren-specialisten in opleiding, geneesheren-specialisten stagemeesters, en geneesheren-specialisten verantwoordelijken van een LOK-groep, een mooi ogende en interessante brochure met als doel “eventuele inbreuken uit onwetendheid op de wetgeving inzake geneeskundige verzorging en uitkeringen te voorkomen” (einde citaat).
Jammer genoeg ontsieren enkele storende fouten de brochure. Op 06.01.2009
stuurde Dr. Marc MOENS, ondervoorzitter BVAS, hierover een omstandige brief aan het RIZIV ter attentie van de Heer Jo De COCK, administrateur-generaal, Dr. Bernard HEPP en Dr. Ri DE RIDDER, directeur-generaal, leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging. In een gedetailleerde bijlage vroegen we voor een 65-tal punten verbeteringen en/of verduidelijkingen aan. Het is natuurlijk jammer dat we dit slechts hebben kunnen doen nadat de duizenden brochures de RIZIV-deur uitgingen.
Twee onaanvaardbare fouten staan op bladzijde 13, op de eerste bladzijde van het “1ste deel - Algemeen kader”.
1. Onder “I.1.Wat betekenen de begrippen bachelor, master en master na master?” moeten we lezen dat “De eigenlijke opleiding tot specialist een Master Na Master-opleiding (is)”. Dit is flagrant in tegenstrijd met de in voege zijnde federale wetgeving en het is ergerlijk dat een federale instelling als het RIZIV de “MaNaMa” als een feit voorstelt, terwijl het niet meer is dan wishful thinking van een aantal professoren. Het enige dat hierover in België bestaat, is een decreet van de Franse Gemeenschap dat aan de Franstalige universiteiten een “master complémentaire” heeft ingevoerd om een diploma van specialist te bekomen. Op het bevoegde federale niveau van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en huisartsen en de erkenningscommissies bestaat dit diploma voor specialisten niet, laat staan dat de MaNaMa-gedachte zou meetellen.
2. Onder “I.2. Wanneer kan ik mijn opleiding starten?” staat een ongelooflijke blunder. Het starten van de opleiding vereist ondermeer dat de kandidaat in het bezit moet zijn van een stageplan. Dat stageplan moet aanvaard zijn, maar uiteraard niet door een “erkende faculteit” maar wel door de erkenningscommissie van het specialisme waarin de kandidaat zijn opleiding wil starten.
Een majeur bezwaar maakt Dr. M. Moens tegen de tendentieuze voorstelling en het gebruik van de term forfaitaire vergoeding in “Hoofdstuk V. Hoe moet ik aanrekenen?”, punt 6 “Bestaat er forfaitaire vergoeding in het ziekenhuis?” (blz. 68-69). Het aanrekenen van de honoraria klinische biologie en radiologie horen niet thuis in de reeks forfaits voor vergoedbare geneesmiddelen, per gewone opname of bij daghospitalisatie. Het betreft daarentegen forfaitaire honoraria klinische biologie of radiologie die worden omschreven in de nationale commissie artsen – ziekenfondsen en in het Verzekeringscomité. Ze zijn wettelijk eigendom van de artsen – verstrekkers zoals om het even welk ander honorarium.
We hebben aan de RIZIV-verantwoordelijken gevraagd de verbetering van deze fouten schriftelijk te bezorgen aan allen die de brochure ontvingen.
De brief en de bijlage met alle details kunt u hier raadplegen.
Dr. Marc Moens,
Secretaris-generaal VBS,
Ondervoorzitter BVAS.

OVMB biedt extra kosteloze waarborg aan
Sinds het Sociaal VAP naar alle zelfstandigen werd opengesteld, is het Solidariteitsfonds OVMB, Onderlinge Verzekeringsvereniging, uitgegroeid tot één van de grootste van het land. Het concrete resultaat hiervan is dat het OVMB vanaf 2009 een extra kosteloze waarborg (lees: uitbreiding) voorziet.
De Sociaal VAP’s via OVMB bieden momenteel volgende waarborgen :
- een rustpensioen = extra wettelijke pensioenopbouw
- een overlevingspensioen
- een garantie dat de VAP-bijdrage door ons wordt doorbetaald in geval van arbeidsongeschiktheid door hetzij een ziekte of een ongeval (arbeids- of privéongeval) of in het kader van de moederschapsverzekering en dit uiterlijk tot aan 65 jaar ;
- bij arbeidsongeschiktheid (eveneens door een ziekte of een ongeval) ontvangt men bovendien een uitkering onder de vorm van een rente (ook uiterlijk tot aan 65 jaar).
Vanaf 1 januari 2009 wordt een extra vergoeding voorzien wanneer men het slachtoffer zou worden van een ernstige ziekte (zoals bijvoorbeeld kanker). Deze unieke bijkomende waarborg “vergoeding bij ernstige ziekte” heeft volgende voordelen :- deze bijkomende vergoeding komt bovenop de rente bij arbeidsongeschiktheid ;
- men krijgt als zelfstandige dadelijk een uitkering indien men getroffen wordt door een ernstige ziekte.
Zo komt deze extra uitkering tegemoet aan de dringende behoefte op het moment dat de ernstige ziekte wordt vastgesteld en men een aantal maatregelen moet nemen in het licht van de continuïteit van de onderneming ; - het betreft volgende ernstige ziekten : kanker, leukemie, multiple sclerose, tuberculose, ziekte van Parkinson en ziekte van Hodgkin (allen erkend door de Minister van Sociale Zaken) ;
- en niet onbelangrijk, het betreft een kostenvergoeding, d.w.z. dat de uitkering niet belastbaar is !
Indien u nog bijkomende vragen zou hebben, aarzel dan niet de heer Jannick Beyens te contacteren op het nummer (02)238 04 78 of via fax (02)238 04 79, via mail : jannick.beyens@ovmb.org of surf naar www.ovmb.org.

Nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2009
In het akkoord Artsen – Ziekenfondsen 2009 – 2010 wordt ondermeer overeengekomen dat alle raadplegingen en technische verstrekkingen van zowel de huisartsen als de geneesheren-specialisten met ingang van 1 januari 2009 lineair worden verhoogd met 4,32 %. Voor de anesthesieverstrekkingen treedt deze maatregel echter slechts in werking vanaf 1 april 2009.
De nieuwe tarieven kan u hier terugvinden:
Artikel 2 - Raadplegingen, bezoeken en adviezen
Artikel 3 - Gewone geneeskundige hulp
Artikel 3 - Artikel 18, §2 B, e (in vitro) - Artikel 24 - Klinische biologie
Artikels 4, 5 en 6 - Tandverzorging
Artikel 7 - Kinesitherapie
Artikel 9 - Verlossingen
Artikels 11 - Algemene speciale technische verstrekkingen & puncties
Artikel 12 - Anesthesie
Artikel 13 - Reanimatie
Artikel 14 a - Algemene heelkunde
Artikel 14 b – Neurochirurgie
Artikel 14 c - Plastische heelkunde
Artikel 14 d - Heelkunde op het abdomen
Artikel 14 e - Heelkunde op de thorax
Artikel 14 f - Bloedvatenheelkunde
Artikel 14 g – Gynaecologie
Artikel 14 h – Oftalmologie
Artikel 14 i – Otorhynolaryngologie
Artikel 14 j – Urologie
Artikel 14 k – Orthopedie
Artikel 14 l – Stomatologie
Artikel 14 m - Transplantaties
Artikel 15 - Hulp bij operatieve ingreep
Artikel 17 - Radiologie
Artikel 18 - Radiotherapie en radiumtherapie
Artikel 20 a - Inwendige geneeskunde
Artikel 20 b – Pneumologie
Artikel 20 c - Gastro-enterologie
Artikel 20 d – Kindergeneeskunde
Artikel 20 e – Cardiologie
Artikel 20 f - Neuropsychiatrie
Artikel 20 g - Reumatologie
Artikel 21 - Dermatologie
Artikel 22 - Fysische geneeskunde & revalidatie
Artikel 3 - Artikel 18, §2 B, e (in vitro) - Artikel 24 - Klinische biologie
Artikel 25 - Toezichtshonorarium
Artikel 26 - Bijkomend honorarium nacht, weekend, feestdag
Artikel 32 - Pathologische anatomie
Artikel 33 - Genetische onderzoeken - moleculaire biologische testen op menselijk genetisch materiaal bij verworven aandoeningen
Artikel 34 - Percutane interventionele verstrekkingen

