Nieuws 2010
- Persmededeling VAS - Conferentie Eerstelijnsgezondheidszorg
- Nationaal akkoord geneesheren-ziekenfondsen 2011
- Plaag reclameronselaars blijft aanhouden
- Raad van State vernietigt het verbod op supplementen
- Akkoord artsen–ziekenfondsen dd. 13.12.2010: Moeilijk gaat ook
- ‘Limericks for Life’ bracht 1060 euro op voor het goede doel
- 24.12.2010 (neuro)psychiatrie: intake- en ontslagonderzoek
- Tarieven raadplegingen vanaf 01.01.2011
- Registratie huisartsengroeperingen
- Circulaire - financiële tegemoetkoming RIZIV - belastingstelsel
- Preventiemodule op de lange baan geschoven
- Klinische studies onderworpen aan btw
- Meldingsplicht risicovolle praktijken
- VAS blikt terug op een succesvol najaarssymposium !
- KCE-rapport:Wetsvoorstellen voor de vergoeding van bloedtransfusieslachtoffers – goed bedoeld, maar disciminerend
- Ontwerprapport commissie Begrotingscontrole : reactie Dr. Marc Moens
- Tussentijdse rapporten Conferentie eerstelijnsgezondheidszorg: uw mening is van belang
- Impulseo: Huisartsenzones vanaf 1 juni 2010
- Vaccinatie tegen HPV ter preventie van baarmoederhalskanker:
- FVIB: Eén vijfde zelfstandigen met vreemde nationaliteit is vrij beroeper (persbericht dd. 15/08/2010)
- Huisartsenopleiding in populariteit gestegen
- Reactie van Dr. Moens nav het KCE-rapport over de stageplaatsen van toekomstige artsen dd. 09-07-2010
- Persmededeling VAS - Afschaffing numerus clausus dd. 21/09/2010
- Open brief dd. 25/08/2010 nav de publicatie van financiële gegevens door Infobel
- Persbericht dd. 05.07.2010 nav de buitenissige RIZIV-boetes
- Fiscale implicaties van een geneesherenassociatie
- Cholesteroloorlog CM bis: Persbericht BVAS dd. 10-06-2010
- Brief nav aanrekening psychiatrisch intake- en ontslagonderzoek dd. 14-07-2010
- Open 10 punten Mini Memorandum BVAS aan de politieke partijen dd. 11-06-2010
- Wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
- VAS Startersdag voor artsen op 20 maart 2010
- Zelfstandige zorgverstrekkers mogen weer ondernemen met Flanders' Care
- De keuze tussen een NV of een BVBA
- Dr. Marc Moens, nieuwe voorzitter van de BVAS
- Open brief aan Prof. Dr. Marleen Temmerman dd. 27.04.2010
- Brief dd. 25/03/2010 van Dr. Moens tav Minister Onkelinx en de bestuursleden van het KCE
- Infoavond Artsen in associatie : Verslag
- De zelfstandige arts en zijn beroepskosten
- Informatieavond – Artsen in Associatie
- Artsenseminarie: Bent u fiscaal en financieel gezond?
- Vrij Beroeper meer dan 20% van de tijd bezig met administratie
- Marc Moens: 'Ik hoop dat het niet tot een boycot van de verkiezingen komt' Artsenkrant dd. 15.04.2010
- Verlenging experiment beschikbaarheid huisartsen
- Persmededeling BVAS dd. 08/03/2010: De geneeskundestudie gaat van 7 naar 6 jaar
- Beschikbaarheidshonoraria voor specialisten: laatste nieuws
- Het VOS tegen wil en dank : persbericht BVAS dd. 06/04/2010
- Aansluiten bij Zenito: Nieuwe aansluitingstermijn vanaf 1 april 2010!
- Veroordeling Nova Channel AG
- Cumul miniforfait met toezichtshonorarium voor de medische wachtdienst 590435
- Reactie dd. 23/03/2010 van het KCE mbt percutane hartkleppen
- Verkiezingsprogramma BVAS: persmededeling dd. 22/03/2010
- Nieuwe BTW-verplichtingen voor vrije beroepers
- Burgerlijke maatschap als planningsmiddel
- Vraag om suggesties mbt evaluatie van het eHealthplatform
- Nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2010
- Mogelijke uitkomsten mbt de beschikbaarheidshonoraria
- TWEEDE PATIENTENDAG: een fraai succes dat de patiënten de kans geeft hun stem te laten horen!
- Reactie van Dr. Moens n.a.v. het recent KCE-rapport over de nierdialyse dd. 14/02/2010
- Registreren in de Kruispuntdatabank vanaf 1 juli 2009
- Persmededeling BVAS dd. 04/02/2010: Numerus clausus
- Reactie van Dr. Moens n.a.v. het recent KCE-rapport over de all-in voor de ziekenhuizen
- Persmededeling BVAS dd. 20/01/2010: Werktijd van de artsen in opleiding

Persmededeling VAS - Conferentie Eerstelijnsgezondheidszorg
Reactie van het VAS over de tussentijdse rapporten van de werkgroepen conferentie Eerstelijnsgezondheidszorg
Op 13 september vindt het eerste provinciaal gespreksplatform plaats waar het werkveld zal worden geïnformeerd en bevraagd over de tussentijdse rapporten, die werden opgesteld door de zes werkgroepen die in december 2010 zullen uitmonden in een conferentie eerstelijnsgezondheidszorg, georganiseerd door Vlaams Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen.
Hieronder vindt u een samenvatting van de belangrijkste bezwaren terug die het Vlaams Artsensyndicaat wenst te formuleren op deze tussentijdse rapporten. Op ieder rapport werden daarenboven concrete bemerkingen geformuleerd, die aan de betrokken overheid en overlegplatformen werden overgemaakt. De BVAS, Belgische Vereniging van Artsensyndicaten, waarvan het VAS deel uitmaakt, verdedigt sedert 1971 de belangen van de artsen, zowel de huisartsen als de specialisten. Bij de laatste medische verkiezingen stemden 63 % van de artsen voor de BVAS.
Het Vlaams Artsensyndicaat wenst hiermee alle artsen te informeren over de strategische visie die op Vlaams niveau wordt ontwikkeld over de eerstelijnsgezondheidszorg, en die – althans in zijn huidige versie – niet strookt met de verzuchtingen die op het terrein bestaan.
lees verder over Persmededeling VAS - Conferentie Eerstelijnsgezondheidszorg

Nationaal akkoord geneesheren-ziekenfondsen 2011
In de vergadering van 13 december 2010 heeft de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een nieuw akkoord 2011 gesloten
Overeenkomstig artikel 22 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 is dit akkoord onderzocht en goedgekeurd door de Commissie voor begrotingscontrole. Het Verzekeringscomité en de Algemene raad van het RIZIV onderzoeken het op 20 december 2010.
U vindt de tekst van het nieuwe akkoord hier terug.

Plaag reclameronselaars blijft aanhouden
Nadat we u in verscheidene nieuwsbrieven er op attent maakten om niet in te gaan op de vraag van een of andere medische gids om uw gegevens in deze medische gidsen bij te werken, waarschuwen we u nogmaals voor dergelijke malafide praktijken.
Let op voor volgende bedrijvengidsen:
- Ariez Medical Publising
- BedrijvenGidsonline
- Bedrijvengids-Rotterdam
- BIZ Telefoongids
- BMS
- BPS (Belgium Packet Service)
- Construct Data
- DAD - Deutscher Adressdienst / Registre Internet belge
- Easy Pages Ltd / European www register
- Edition Hekking Cornélis
- Emdé adviezen (te Peize)
- Euro Business Guide
- Euroguide.de
- European City Guide
- European Medical Director
- Expo Guide
- Global Earth Register
- Globe Trade Control
- Guide pour la ville
- Index-Entreprise / Etude Grivière SAO France
- Inet Biz Solutions
- Intercable Verlag
- IRD
- MCH Printing Services
- Media Belgique Design
- Media Connect
- Media Group Vlaanderen
- Media Perspectief (te Rotterdam)
- Media Print
- MKB Online
- Nederland Media Register
- Nieuwe Bedrijvengids / Belga Marketing / Internet Bedrijvengids / Annuaire pro
- Office Business Company Service
- OfficeDirect 24
- OfficeExpert
- Pan World Life
- R.P.B. Regionale Publiciteits Buro (www.provinciaalregister.com)
- Regionaal Zoeken
- Registre des Branches professionnelles
- Service-pro / Eurl Media Press
- Teleinfobel B.V.
- TM - Collections
- TVV - Tele Verzeichnis Verlag / Ondernemings Portaal
- United Lda / Nova Channel / Temdi / Med1web
- Webmedia Solutions
- World Business Guide
- World Company Register / World Company Directory
- WZD - Wolf SW / Banque Centrale des données économiques
- Yellow-Pages
Wie er toch is op ingegaan, kan zich bij ons melden op info@vlaamsartsensyndicaat.be of contacteer ons op het nummer 03 238 98 60.
Tot slot geven u graag nog enkele tips mee om problemen te vermijden.
- Geef nooit een telefonische toestemming zonder dat u het advertentiekatern of het magazine waarin u zult adverteren, in uw handen hebt gehad. Eens u een voorbeeldexemplaar ziet, zult u al snel vaststellen dat de kwaliteit ondermaats is en bovendien commercieel waardeloos.
- Nooit tekenen als u niet hebt gezien waarvoor u tekent
Als u mondeling in uw praktijk wordt overvallen, wordt het soms heel wat moeilijker om de opdringerige verkopers uit uw zaak te krijgen. U tekent al snel ‘een document’ om toch maar van die lastige verkoper af te zijn. En zo is de buit binnen voor de ronselaar: een handtekening is het enige wat hij nodig heeft. Pas later ontdekt u dat hij in werkelijkheid zijn handtekening plaatste onder een bestelorder.
Geef ook nooit uw handtekening als u wordt gevraagd dit te doen om uit ‘het bestand’ gehaald te worden of om een contract te verlengen. - Wees kritisch in verband met de gevraagde prijs voor een advertentie.
Vraag altijd na of het boekje of de internetgids wel bestaat, in welke regio de advertentie verschijnt, in welke oplage het boekje wordt verspreid, wie de doelgroep is of wat het bezoekersaantal is van een bepaalde ondernemersgids waarvoor men ronselt. Wees vooral argwanend als er wordt gezwaaid met gratis advertenties. Een advertentie heeft altijd zijn prijs, kan nooit gratis zijn. Ook moet de gevraagde prijs redelijk zijn, in verhouding met de te verwachten tegenprestatie. Vraag een proefdruk indien u er toch wil op ingaan, zo kan u de kwaliteit van het document pas echt beoordelen. - Lees goed na welk document u tekent.
Gaat het om een aanvraag naar nadere informatie of plaatst u een handtekening onder een bestelbon? Ga op zoek naar de mogelijke kleine lettertjes op het document. Daaruit valt vaak de werkelijke aard van de aanbieding af te leiden. De kleine lettertjes zullen melding maken van de prijs en de duurtijd van het contract. - Hebt u toch een bestelbon getekend waarvan u achteraf twijfels krijgt over de eerlijke aard van de firma of bent u recentelijk op een soortgelijk aanbod ingegaan en was dit niet de bedoeling?
Stuur meteen een aangetekend protestschrijven waarbij u aangeeft dat u misleid werd door de gebrekkige informatie en dat u nooit de intentie had om te contracteren en uw handtekening dus op basis van dwaling tot stand kwam en er daarom geen sprake kan zijn van een geldige toestemming. Vraag daarin ook meteen uit al hun bestanden gewist te worden zodat u in de toekomst niet langer door hen aangeschreven wordt. U kan daarnaast ook een klacht indienen bij de bevoegde Economische Inspectie bij de FOD Economie.
Bij ons kan u op eenvoudige vraag een modelbrief en een klachtenformulier ontvangen.
Twijfelt u over een bepaald aanbod, contacteer ons dan op info@vlaamsartsensyndicaat.be
of contacteer ons op het nummer 03 238 98 60.
Bron: Unizo

Raad van State vernietigt het verbod op supplementen
De KB's van 10 november 2006 en van 19 juni 2007 voorzagen een bijkomende financiering ( in totaliteit 9,6 miljoen euro voor ziekenhuizen die in twee- en meerpersoonskamers de conventietarieven toepassen) in de onderdelen A1, B2 en C3 van het budget van het ziekenhuis teneinde een financiële injectie te geven aan de ziekenhuizen. Op vraag van de Franstalige koepel van privé-ziekenhuizen en van de Brusselse ziekenhuisgroep annuleerde de Raad van State op 26 oktober 2010 verscheidene artikelen van de voormelde KB’s waaronder het verbod op supplementen.
De Raad van State heeft de gewraakte bepalingen intussen dus vernietigd. Ten gevolge van deze arresten (nummers 208.434 en 208.435) kan de minister voor de betrokken periode geen nieuwe regeling meer opleggen die ereloonsupplementen zou verbieden.
In principe zal bij de ziekenhuizen die de extra financiering ontvingen, dat bedrag moeten worden gerecupereerd. De realiteit leert echter dat een door de Raad van State vernietigd reglement soms toch nog verder wordt toegepast (vb. een oude zaak inzake de niet-opname in het budget van financiële middelen van de loonindex van sommige personeelsleden).
Ziekenhuizen die in het verleden niet hebben kunnen genieten van deze extra financiering, moeten bij de FOD Volksgezondheid eisen dat hun budget van financiële middelen wordt gecorrigeerd.
Artsen die geschaad werden door de inmiddels vernietigde bepalingen o.a omdat hun ziekenhuisdirecties hen dwong geen supplementen meer te vragen of omdat zij in samenspraak met het beheer het gemis aan financiering van inkomsten voor het ziekenhuis helpen dragen kunnen eventueel een verhaal indienen bij de rechtbank om de gemiste inkomsten te recupereren. Dit dient uiterlijk op 31.12.2010 te gebeuren. Zo niet verjaart het dossier om technisch -juridische redenen. U kan ons steeds contacteren indien u inkomsten hebt moeten derven door de vernietigende bepalingen.
BVAS voorzitter, Dr. Marc Moens, schreef hierover een brief aan minister Onkelinx.

Akkoord artsen–ziekenfondsen dd. 13.12.2010: Moeilijk gaat ook
In de context van de moeilijke budgettaire en politieke Belgische situatie hebben de partners van de nationale commissie artsen ziekenfondsen hun verantwoordelijkheid opgenomen en hebben op 13.12.2010, onder de deskundige leiding van haar voorzitter, de Heer Jo De Cock, en met de steun van de RIZIV administratie, unaniem een akkoord artsen – ziekenfondsen afgesloten voor het jaar 2011. Het is, alle omstandigheden in acht genomen, een eerbaar en wellicht ook het enig haalbare compromis geworden.
De BVAS betreurt uiteraard dat de Regering een besparing van € 130 miljoen heeft doorgedrukt in de specialistische geneeskunde: € 50 miljoen in de medische beeldvorming, € 50 miljoen in de klinische biologie en € 30 miljoen in de andere gespecialiseerde medische prestaties.
Tot op het laatste moment werden onder impuls van de vertegenwoordigers van BVAS alternatieve pistes onderzocht om de onafwendbare inspanningen te verzachten.
Het afgesloten akkoord spreidt die maatregelen zo evenwichtig als mogelijk en houdt vooral rekening met de budgettaire voorgeschiedenis van de verschillende specialistische disciplines. Bepaalde disciplines die de voorbije jaren relatief buiten schot zijn kunnen blijven werden deze keer door de overheidsvertegenwoordigers extra kritisch doorgelicht en tot een ernstige inspanning gedwongen.
Tegenover deze inspanningen staan echter ook positieve punten.
Zo bijvoorbeeld is de BVAS er in geslaagd een indexsprong in 2011 te vermijden, zoals door sommigen als besparing voor een aantal disciplines was gesuggereerd. Dit scenario kon echter worden afgeblokt. Alle prestaties van consultatie, huisbezoek, toezicht op opgenomen patiënten (de “intellectuele verstrekkingen”) voor huisartsen en specialisten, alsook de verloskundige prestaties worden vanaf 01.01.2011 wel degelijk geïndexeerd met 1,40 %. De indexering van de overige specialistische prestaties wordt mogelijk op 01.05.2011 maar wordt gekoppeld aan de realisatie van de opgelegde besparingsmaatregelen.
Er komt ook een betere vergoeding van
de artsen-specialisten die ’s nachts, weekends en feestdagen werken en die omwille van de structureel ondergefinancierde spoedgevallenzorg financieel ondergewaardeerd werden. Daartoe wordt een bescheiden bedrag van € 8,3 miljoen geïnjecteerd in de spoedhonoraria, bedrag dat bezuinigd diende te worden op andere specialistische prestaties.
Naast hun indexering met 1,40 % vanaf 01.01.2011 verkreeg de BVAS voor de huisartsen nog een aantal positieve maatregelen, zoals een verhoging met € 3 miljoen voor de steun aan huisartsenwachtposten, ondermeer in afgelegen gebieden, en keurde de BVAS de opwaardering van de praktijktoelage tot € 1.500 goed vanaf
2011.
De BVAS realiseerde niet alleen de verderzetting van de toeslag voor de avondraadpleging door de huisarts voor zijn eigen patiënten maar ook een verhoging van dit bijkomend honorarium van € 2 naar € 3, zonder dat de patiënt extra remgeld moet betalen om zijn eigen vertrouwde huisarts op te zoeken.
De BVAS aanvaardde dat – mits belangrijke vereenvoudiging van de administratieve verwerking - de toegetreden huisartsen de sociale derdebetalersregeling toepassen, tenzij zij vermoeden dat er misbruik vanwege de patiënt dreigt.
Kortom, de BVAS heeft binnen een strak budget en in moeilijke omstandigheden een verdedigbaar akkoord uit de brand gesleept. De BVAS houdt er rekening mee dat sommigen, die onderhevig zijn aan besparingen, het akkoord allicht zullen weigeren. Dat is hun goed recht.
In elk geval kan men niet om de vaststelling heen dat het budget 2011 +3,59 % hoger ligt dan het budget 2010, wat in realiteit overeenstemt met een reële stijgingstrend van +2,19 % als we de index van 1,40 % buiten beschouwing laten. We zullen volgend jaar evalueren of dit realistisch was. De laatste jaren stegen de behoeften immers jaarlijks gemiddeld met 4,5 %, index exclusief.
Dr. Marc MOENS
Voorzitter BVAS

‘Limericks for Life’ bracht 1060 euro op voor het goede doel
De actie die het Vlaams Artsensyndicaat op touw zette voor Music for Life kende een enorm succes. Het grootste artsensyndicaat riep artsen op in hun pen te kruipen en zich van hun meest creatieve kant te laten zien met de actie ‘Limericks for life’. Welgeteld 212 limericks werden verzonden aan het VAS. Iedere ingezonden limerick bracht 5 euro op voor het goede doel, zodat dankzij de dichtende artsen het mooie bedrag van 1060 euro aan Music for Life kan worden overgemaakt.
Dit jaar verzamelt Music for Life van Studio Brussel de nodige steun voor Afrikaanse weeskinderen die één of beide ouders hebben verloren aan de gevolgen van aids. Het Rode Kruis probeert deze kinderen via verschillende programma’s een kans te geven op een goede basis voor een normaal leven en een degelijk toekomstperspectief.
De actie ‘Limericks for Life’ liet de artsen duidelijk niet onberoerd. Ook collega’s Beaucourt en Ide lieten hun creativiteit de vrije loop voor het goede doel en zonden hun limerick in:
De komende week worden de vijf beste limericks uitgekozen door een deskundige jury onder leiding van dhr. Michaël Vandebril, coördinator Antwerpen Boekenstad, en niemand minder dan Wim Helsen. De winnaars ontvangen het boek ‘Meneer Doktoor’ in hun brievenbus en zien hun limerick verschijnen in een editie van de Artsenkrant.
Een bekende dokter uit ’t Antwerps Uzet
Komt nogal veel met zijn gezicht in ’t gazet
Mischien reed hij wel te snel
Maar hij red wel je vel
Bij een ramp waar ter wereld Met zijn team van V-med
Er was eens een dokter uit ’t Parlement
Geen kort rokske, 't was immers ne vent,
Toen op n’n keer Michel Daerden
Na een paar wijntjes, één en al Zen
Hij de dokter een cirrose bekent
De laatste limerick werd toegevoegd door de medewerkers van het VAS en sluit de actie op gepaste wijze af:
We stonden versteld hoe artsen erop bleven komenHet Vlaams Artsensyndicaat wenst iedereen fijne feestdagen en een gelukkig en gezond 2011 toe.
De grappige en ontroerende limericks bleven maar toestromen
Bedankt allemaal !
Jullie reactie was fenomenaal
Van zo’n groot succes konden we alleen maar dromen

24.12.2010 (neuro)psychiatrie: intake- en ontslagonderzoek
Brussel, 24 december 2010
Aan de geneesheren specialisten in de psychiatrie
Aan de geneesheren specialisten in de neuropsychiatrie
Geachte Collega’s,
Betreft: het gemeenschappelijk schrijven van 14.07.2010 betreffende het intake en ontslagonderzoek.
Op 28 oktober en 6 december 2010 werd op het hoogste niveau overleg gepleegd met een aantal vertegenwoordigers van de DGEC binnen het Riziv onder de leiding van Dhr. J. DE COCK, administrateur-generaal.
In een eerste stadium heeft het Riziv met het oog op het overleg ingestemd om de oorspronkelijke terugbetalingstermijn van 31 oktober 2010 op te schorten. De overlegvergaderingen hebben echter niet het gewenste resultaat opgeleverd. De DGEC blijft haar oorspronkelijke argumentatie aanhouden en eist de terugbetaling van de gevorderde bedragen voor 31 december 2010.
Het dossier van diegenen die uiterlijk op 31 december 2010 niet overgegaan zijn tot de terugbetaling van de gevorderde bedragen zal naar naargelang het teruggevorderde bedrag overgemaakt worden aan de leidende ambtenaar of aan de Kamer van eerste aanleg om uitspraak te doen in dit dossier.
Het VBS en de BVAS blijven van oordeel dat de argumentatie van de DGEC onterecht is doch de psychiaters en/of de ziekenhuizen kunnen dit enkel individueel betwisten.
Met collegiale groeten.
Dr. J.L. DEMEERE Dr. M. MOENS
Voorzitter VBS Voorzitter BVAS

Registratie huisartsengroeperingen
De Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen heeft het afgelopen jaar belangrijke inspanningen geleverd met het oog op een betere organisatie van de remgeldvoordelen voor de patiënt en een versoepeld mechanisme voor de verlenging van het GMD wanneer de huisartsgeneeskundige zorg binnen een huisartsengroepering wordt uitgeoefend. Deze inspanningen hebben er meer bepaald toe geleid dat vanaf 2011 een patiënt, in het kader van zijn GMD of zorgtraject, dezelfde remgeldvoordelen zal hebben als hij zich wendt tot een huisarts van dezelfde groepering, ongeacht welke huisarts binnen deze groepering het GMD heeft geopend of het zorgtraject-contract heeft ondertekend.
Voor wat betreft het GMD wordt het bestaande recht op remgeldverlaging van 30% dus uitgebreid tot de prestaties van alle huisartsen van eenzelfde groepering, zonder dat op het getuigschrift voor verstrekte hulp nog de letter G gevolgd door het RIZIV-nummer van de GMD-houdende arts moet vermeld worden. In het kader van het zorgtraject-contract zal de remgeldafschaffing voor de patiënt gelden voor de raadplegingen van alle huisartsen binnen eenzelfde groepering.
Ook zullen de verzekeringsinstellingen een GMD van een patiënt administratief kunnen verlengen indien er in 2011 een contact is geweest tussen deze patiënt en een andere huisarts binnen de groepering dan de huisarts die het GMD van deze patiënt beheert.
Daarom heeft het RIZIV op 20 oktober 2010 een brief aan alle huisartsen verstuurd om de huisartsengroeperingen op te roepen zich ten laatste tegen maandag 15 november 2010 te registreren.
Indien een huisarts deel uitmaakt van een huisartsengroepering en deze groepering nog niet bij het RIZIV gekend is, vraagt het RIZIV om een aanvraag tot registratie in te dienen aan de hand van het standaardformulier.
Ookal is hetzelfde formulier naar alle gekende artsen binnen uw groepering gestuurd, moet er slechts één ingevuld, door alle artsen van uw groepering ondertekend formulier aan het RIZIV worden overgemaakt.
Solo-artsen die geen schriftelijk samenwerkingsakkoord hebben afgesloten met één of meerdere huisartsen, dienen geen rekening te houden met het rondschrijven van het RIZIV.
U kan het registratieformulier hier raadplegen.

Circulaire - financiële tegemoetkoming RIZIV - belastingstelsel
Circulaire nr. Ci.RH.241/598.582 (AOIF Nr. 32/2010) dd 19.04.2010
Financiële tegemoetkoming van het RIZIV aan zelfstandige zorgverstrekkers voor het gebruik van telematica en voor het elektronisch beheer van dossiers. - Belastingstelsel.
Aan alle ambtenaren van de sector Directe belastingen.
1. De centrale diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit hebben vastgesteld dat er in de praktijk enige twijfel bestaat over de fiscale behandeling van de jaarlijkse financiële tegemoetkoming van het RIZIV aan zelfstandige kinesitherapeuten voor het gebruik van telematica en voor het elektronisch beheer van dossiers (1).
(1) Cf. het KB van 18.2.2005 (BS 28.2.2005, Ed. 1), gewijzigd door het KB van 8.3.2006 (BS 31.3.2006, Ed. 2), het KB van 14.9.2007 (BS 25.9.2007, Ed. 1) en het KB van 28.1.2008 (BS 11.2.2008, Ed. 1).
Dienaangaande wordt eraan herinnerd dat dergelijke tegemoetkomingen, zoals de andere inkomsten die zelfstandige kinesitherapeuten ingevolge hun beroepswerkzaamheid verkrijgen, in de regel als baten van een vrij beroep in de zin van de artikelen 23, § 1, 2° en 27, WIB 92, worden aangemerkt.
2. Dit geldt evenzeer voor gelijkaardige tegemoetkomingen die aan andere zelfstandige zorgverstrekkers worden verleend, zoals inzonderheid artsen (2) en verpleegkundigen (3) (hierna, met inbegrip van de kinesitherapeuten, "zorgverstrekkers" genoemd).
(2) Cf. het KB van 6.2.2003 (BS 21.2.2003, Ed. 1), gewijzigd door het KB van 31.10.2008 (BS 27.11.2008, Ed. 1).
(3) Cf. het KB van 21.4.2007 (BS 4.5.2007, Ed. 1), gewijzigd door het KB van 29.10.2007 (BS
20.11.2007, Ed. 3) en het KB van 7.12.2008 (BS 17.12.2008, Ed. 1).
3. Daartoe is het feit dat er door het RIZIV geen afschrift van het individuele fiche 281.50 aan de zorgverstrekker zou zijn bezorgd uiteraard geen reden om de beoogde tegemoetkoming niet als een belastbaar beroepsinkomen te beschouwen. Het afleveren van een afschrift van het individuele fiche 281.50 aan de verkrijger van de inkomsten is immers geen wettelijke verplichting.
4. Daarnaast zijn problemen vastgesteld rond de door het RIZIV opgemaakte individuele fiches 281.50 in de gevallen waarin de zorgverstrekker zijn vrij beroep uitoefent in een professionele vennootschap met rechtspersoonlijkheid (hierna afgekort "vennootschap") waarbinnen hij doorgaans de functie van bedrijfsleider bekleedt.
Overeenkomstig de huidige koninklijke besluiten (zie voetnoten hiervoor) kan de zorgverstrekker enkel n persoonlijke naam een aanvraag tot tegemoetkoming indienen bij het RIZIV, wat ook blijkt uit de hiertoe door het RIZIV beschikbaar gestelde aanvraagformulieren. Veelal zal de tegemoetkoming door het RIZIV evenwel effectief worden gestort op de bankrekening van de vennootschap, meer bepaald wanneer de zorgverstrekker het bankrekeningnummer van de vennootschap op het aanvraagformulier heeft ingevuld.
5. Blijkbaar gaat het RIZIV er (ten onrechte) steeds van uit dat de tegemoetkoming persoonlijk aan de zorgverstrekker is toegekend, zodat deze laatste in zulke situaties dikwijls ten onrechte als de verkrijger van de tegemoetkoming op het individuele fiche 281.50 is vermeld.
6. Nochtans moet er in de regel worden van uitgegaan dat ingeval de zorgverstrekker zijn beroepsactiviteit onder vennootschapsvorm uitoefent, het de vennootschap is die de kosten draagt van de in de voormelde koninklijke besluiten beoogde softwarepakketten (voor het elektronisch beheer van de dossiers) waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend.
In die gevallen moet er derhalve worden van uitgegaan dat de beoogde tegemoetkomingen ten goede komen aan de vennootschap en ze dan ook deel uitmaken van haar belastbaar resultaat.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :
J. VANHOUTTE
Directeur

Preventiemodule op de lange baan geschoven
Maandag 26 juli jl. heeft het RIZIV Verzekeringscomité de checklist voor de bespreking en opvolging van de preventiemodule goedgekeurd. In het kader van het beheer van het globaal medisch dossier wordt een nieuwe verstrekking 102395 voorzien die een honorarium voor de huisarts creëert voor de bespreking met de patiënt en de opvolging van de checklist van de preventiemodule.
Eind maart 2010 al had de Medicomut het ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd. Verwacht werd dat de preventiemodule of het zogenaamde “GMD plus” vanaf 1 juni dit jaar zou van start kunnen gaan. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen (CD&V) is er echter niet over te spreken dat hij niet via een voorafgaand overleg bij het dossier betrokken werd. Preventie is immers een gemeenschapsbevoegdheid. Ondertussen heeft ook federaal vice-premier en minister van buitenlandse zaken en institutionele hervormingen, Steven Vanackere (ook CD&V), al aangedrongen op overleg met de gemeenschappen. Op 26 juli 2010 antwoordde de commissaris van de regering in het Verzekeringscomité dat hij dus geen datum voor invoegetreding van dit dossier kon vooropstellen.
De BVAS is erg misnoegd dat dit dossier, waar een goedgekeurd budget van € 21,5 miljoen voor klaar staat, eens te meer wordt uitgesteld. Na het geruzie tussen de techneuten van de mutualiteiten zorgt nu het politiek-communautaire gekissebis voor tijd- en inkomensverlies voor de huisartsen. Met de (nog lang?) aanslepende regeringsonderhandelingen, ziet het er niet naar uit dat het “GMD plus” snel in voege zal treden. Minister Vandeurzen heeft op dit moment zelfs geen officiële partner om aan te spreken, want strikt genomen zou zijn klacht niet kunnen worden behandeld door de in lopende zaken zijnde minister Onkelinx.
De mutualiteiten zijn alleszins niet gehaast. Hun bonus op het niet uitgegeven bedrag wenkt. Het wordt tijd dat die wetgeving wordt herzien …. door de volgende regering. Die trukendoos is al te gemakkelijk manipuleerbaar.
Ondertussen neemt de BVAS initiatieven om het "GMD plus"-dossier te deblokkeren.

Klinische studies onderworpen aan btw
Onlangs heeft de administratie standpunt ingenomen met betrekking tot het feit of het verrichten van klinische studies door artsen en ziekenhuizen al dan niet onder het toepassingsgebied van de btw valt.
Het Belgische btw-wetboek stelt diensten verricht door artsen in de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid vrij van btw, voor zover zij over de vereiste beroepskwalificaties beschikken en zij erkend zijn in België om de geneeskunde uit te oefenen.
De Belgische administratie heeft deze vrijstelling sinds oudsher vrij ruim geïnterpreteerd. Zo aanvaardt de Administratie dat de vrijstelling van toepassing is op alle handelingen
die verband houden met de uitoefening van het beroep van arts, zoals bijvoorbeeld medische expertises, arbeidsgeneeskunde, etc.
In een antwoord op een parlementaire vraag dd. 6 april 2010 heeft onze minister van Financiën duidelijkheid verschaft omtrent het verrichten van klinische studies. Het testen van geneesmiddelen moet aan btw onderworpen worden, zelfs als het toedienen van de geteste geneesmiddelen aan patiënten kadert in een medische behandeling.
Momenteel is men nog een vereenvoudigde regeling aan het uitwerken waarbij artsen zich weliswaar dienen te identificeren voor btw-doeleinden, maar worden ontheven van de aangifteplicht. Daarenboven zou het systeem van self-billing dienen te worden toegepast door Belgische farmaceutische bedrijven die dergelijke studies bestellen. Indien men niet voor de vereenvoudiging opteert, valt de arts onder het gewone btw-regime.
Let er wel op dat ingevolge de nieuwe plaatsbepalingregels, de arts of het ziekenhuis sowieso een btw-nummer dient aan te vragen wanneer klinische studies worden verricht voor buitenlandse belastingplichtigen. Daarenboven zal men in de betrokken buitenlandse btw-wetgeving dienen na te gaan of het verrichten van klinische studies al dan niet is vrijgesteld van btw.
Jaimie Wilms
Senior advisor Alaska-Antwerpen

Meldingsplicht risicovolle praktijken
Bemerkingen VAS en VBS op het voorontwerp van decreet houdende verplichte melding van risicovolle medische praktijken
Het Vlaams Artsensyndicaat en het Verbond der Belgische Beroepsverenigingen van Geneesheren-Specialisten hebben met aandacht kennis genomen van het Voorontwerp van decreet houdende verplichte melding van risicovolle medische praktijken.
Ofschoon het VAS en het VBS overtuigd zijn dat kwaliteits- en veiligheidsvoorschriften voor de patiënt in het kader van een medisch-chirurgische praktijk buiten het ziekenhuis eveneens moeten worden gegarandeerd, willen wij met dit schrijven een aantal fundamentele bedenkingen en bemerkingen over het betreffende voorontwerp van decreet te formuleren.
Vooreerst wensen wij een aantal bemerkingen te maken met betrekking tot de gegeven definities in artikel 2 van het voorontwerp van decreet.
Artikel 2,1° definieert arts als zijnde « iedere persoon die, conform de bepalingen van het Koninklijk Besluit nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gemachtigd is om de geneeskunde uit te oefenen ».
Wij wensen erop te wijzen dat volgens het KB nr. 78 volgende personen gemachtigd zijn de geneeskunde uit te oefenen : de geneesheren, de tandartsen (want de tandheelkunde is een hen voorbehouden deel van de geneeskunde), de vroedvrouwen (met weliswaar beperking tot normale bevallingen) en de kinesitherapie (art. 21 KB nr. 78) weliswaar onder verwijzing van een arts.
Onder erkend ziekenhuis wordt begrepen ieder ziekenhuis (…) erkend door de Vlaamse Gemeenschap (art. 2 , 2°). Quid met de risicovolle praktijken die aangeboden aan de Vlaamse bevolking en verricht in erkende ziekenhuizen over de taalgrens? Quid met risicovolle praktijken georganiseerd door een erkend ziekenhuis doch in een niet erkende setting (die
dus) buiten de erkenningssfeer van de Vlaamse gemeenschap
zou vallen?
In artikel 2,3° wordt ‘risicovolle medische praktijk’ gedefinieerd. Aangezien hieronder welbepaalde invasieve, chirurgische of medische procedures met diagnostisch of therapeutisch doel worden begrepen, vallen louter esthestische of cosmetische behandelingen momenteel buiten de toepassingssfeer. Nochtans ligt de aanleiding voor dit voorontwerp
precies in de bijzonder risicovolle praktijken met soms zelfs dodelijke ongevallen tot gevolg in de esthetische chirurgie. In plaats van het voorliggend ontwerp van decreet verder uit te werken, lijkt het ons eerder aangewezen dat de Overheid in eerste instantie een meldingsplicht van deze praktijken zou beogen en daaropvolgend zijn regelgeving op deze praktijken zou afstemmen.
b) "een inherent gekend risico op ernstige verwikkelingen": alle medische handelingen hebben een inherent gekend risico op ernstige verwikkelingen.
Alle (tand-)artsen oefenen een risicovol beroep uit. In dit kader verwijzen we naar de creatie van de “Asbl Erreurs médicales” die werd opgericht toen een 16-jarige, perfect gezonde, zoon van een advocaat in een tandartsstoel overleed bij de vulling van een tand na inspuiten van lokale verdoving.
Het VBS en het VAS zouden willen verduidelijkt zien vanaf wanneer verwikkelingen ernstig zijn. De meldingsplichtige heeft een duidelijke lijn nodig om te weten wanneer hij moet melden.
c)"verlengd medisch of paramedisch toezicht". Wij hebben geen weet van « paramedische toezichtfuncties » die zouden gedefinieerd staan in de verschillende KB's over de paramedische beroepen. Daarentegen spreekt men wel over "verpleegkundig toezicht". Misschien beter:"medisch, verpleegkundig of paramedisch toezicht ». In concreto, wordt hierin bepaald dat als de arts één uitzonderlijk en onvoorspelbaar geval tegenkomt van één patiënt, hij in de fout gaat wegens tekortkoming aan de meldingsplicht.
De toepasselijkheid van a), b) of c) is voor het VAS en het VBS onaanvaardbaar als basis voor een anticipatieve meldingsplicht. Het toepassingsgebied wordt veel te ruim omschreven. Buiten de ziekenhuisgeneesheren zal elke arts met een extra-murale praktijk onder dit voorontwerp van decreet vallen. Op die manier worden artsen verplicht alles in het ziekenhuis te laten gebeuren.
Dit terwijl bvb. de RIZIV-nomencatuur van stomatologie (art. 14, l)) voorziet dat tandextracties slechts in een ziekenhuis mogen gebeuren wanneer bewezen wordt dat het risico voldoende gestaafd is: “Voor de verstrekkingen 317376 - 317380 en 317391 - 317402, is een medisch verslag van een geneesheer-specialist in inwendige geneeskunde, pneumologie, cardiologie, gastro-enterologie, reumatologie, pediatrie of anesthesie-reanimatie vereist waaruit blijkt dat de extracties niet buiten het ziekenhuis kunnen gebeuren en dat het gaat om een medisch risicopatiënt. Dit verslag dient in het dossier bewaard te blijven”
Het toepassingsgebied zou o.i. beperkt moeten worden tot a)
= één duidelijk afgebakend criterium ; b) lijkt misschien op een criterium, doch is slechts concreet als criterium vatbaar post factum, dwz als er zich een (eventueel zeldzaam) risico voordoet; c) lijkt op een criterium als de procedure steeds een verlengd toezicht vergt van meerdere uren, maar quid wanneer dat slechts uitzonderlijk zo is: heeft de arts dan een foutieve melding gedaan?
Art 3,§1 bepaalt dat iedere arts die, binnen het Vlaams Gewest een risicovolle medische praktijk stelt buiten een erkend ziekenhuis, zich moet melden bij
het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid. Men houdt hierbij geen rekening met het feit dat elke arts op een bepaald ogenblik met overmacht geconfronteerd kan worden. Binnen de nomenclatuur der geneeskundige verstrekkingen van het RIZIV wordt daarentegen wel met overmacht rekening gehouden :
Art. 15 § 2. Behoudens in geval van overmacht moeten de ingrepen met een waarde gelijk aan of groter dan K 120 of N 200 of I 200 worden verricht in een verpleeginrichting welke door de bevoegde overheid is erkend en ten minste een dienst C of D omvat.
Onder overmacht dient te worden verstaan: het optreden bij de patiënt van een uitzonderlijke pathologische toestand, die onvoorzienbaar en onvermijdbaar is, en onafhankelijk van de wil van de zorgverstrekker.
Deze regel is niet van toepassing in geval van overmacht en op verstrekkingen vermeld in artikel 14 h) van de nomenclatuur, voor zover deze ingrepen ambulant worden uitgevoerd in een extramurale omgeving, die voldoet aan de architectonische normen van een functie chirurgische daghospitalisatie zoals beschreven in de artikelen 2 tot 6 van het koninklijk besluit van 25 november 1997 houdende vaststelling van de normen waaraan de functie « chirurgische daghospitalisatie » moet voldoen om te worden erkend, en indien deze ingrepen onder lokale of topische anaesthesie gebeuren, geen sedatie van de patiënt vereisen, en geen directe verpleegkundige opvang of nazorg behoeven.
Voorstel :
"Iedere arts die behoudens in geval van overmacht, binnen het Vlaams Gewest ...
Op dit ogenblik is het niet volledig duidelijk of het voorontwerp van decreet ook van toepassing wil zijn op occasionele risicovolle procedures. Dit is uiteraard van belang gelet op de meldingsplicht, waarop bij niet-naleving sancties gesteld staan: moet men melden voor één of enkele occasionele gevallen op jaarbasis? Het VAS en het VBS roepen op tot een duidelijkere aflijning.Dat dit evenwel geen evidentie is, blijkt uit de jarenlange pogingen die op federaal niveau hiertoe werden ondernomen binnen de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen (werkgroep “artikel 76 quinquies”). Uiteindelijk concludeerde men hier dat “wegens de voortdurende evolutie van de technische en medische praktijken het onmogelijk blijkt om een nauwkeurige lijst op te stellen van de ingrepen die niet buiten het ziekenhuis kunnen worden verricht” (NRZV/D/288-1, 14/06/2007).
Het VAS en het VBS stellen zich daarnaast de vraag waarom men de verantwoordelijkheid voor de informatieplicht uitsluitend bij de indidivuele arts legt en waarom een gelijkaardige verantwoordelijkheid niet kan gelegd worden bij "instellingen" die een zorgaanbod van risicovolle praktijken aanbieden. Het kan nuttig zijn de structuren rond bepaalde soorten van zorgverlening beter te kennen.
De melding van dergelijke risicovolle praktijk moet gebeuren via een door de overheid aangeleverde online informaticatoepassing, gekoppeld aan eHealth (art. 5). Tot op heden werd het gebruik van de eHealthtoepssingen niet verplicht gesteld in de bestaande wetgeving. In plaats van een verplichting zouden wij liever de mogelijkheid om gebruik te maken van de eHealthtoepassingen gestipuleerd zien in dit voorontwerp van decreet.
De bevoegdheid van de Orde (artikel 4)
inzake de overmaking van de informatie zoals voorzien in artikel 3 van het decreet is onbestaand. Wij gaan ervan uit dat de mededeling naar de provinciale raden louter informatief bedoeld is, vermits artikel 6 voorziet dat de Vlaamse regering het toezicht en de controle zelf gaat organiseren, weliswaar zonder bepaling van maatstaven. Dat artikel voorziet ten andere een delegatie tot het treffen van Besluiten, zonder enige beperking wat de aard en draagwijdte van die besluiten kunnen zijn.
In artikel 7 dat handelt over externe kwaliteitstoetsing worden een aantal vage bepalingen opgenomen, met name :
- in functie van de "aard van de risicovolle praktijk"
- accreditering door "experten" van de Vlaamse Regering
- "de voorwaarden" bepalen van de toetsing
Zoals hierboven reeds uiteengezet is het voor wat betreft de toepassing van artikel 8 sancties in geval van niet-melding, van belang te weten of onder het begrip ‘risicovolle medische praktijk’ één toevallige extramurale invasieve procedure dan wel het regelmatig extramuraal uitvoeren van welbepaalde invasieve procedures wordt begrepen.
Gegeven bovenstaande overwegingen kunnen het VAS en het VBS zich niet akkoord verklaren met het huidige voorontwerp van decreet. We merken tot slot op dat in het voorliggende voorontwerp van decreet geen rekening wordt gehouden met de Wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Hilde Roels, Voorzitter VAS
Dr. Marc Moens, Voorzitter BVAS en secretaris-generaal VBS

VAS blikt terug op een succesvol najaarssymposium !
VAS-Symposium “De toekomst van de gezondheidszorg” (27.11.2010)
Het traditionele najaarssymposium van het Vlaams Artsensyndicaat vond dit jaar plaats op zaterdag 27 november in het ING auditorium in hartje Antwerpen. Dankzij vooraanstaande sprekers zoals Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen, dokters Raf Mertens en Jan Van Emelen en de heren Van Damme en Thomaes waren we genoodzaakt om de inschrijvingen een week voor het symposium stop te zetten. We danken dan ook iedereen voor de massale belangstelling voor ons symposium. We verontschuldigen ons nogmaals voor de artsen die zich later nog wensten in te schrijven en hopen iedereen bij onze toekomstige activiteiten opnieuw te verwelkomen.
Onze eerste spreker was de Algemene Directeur van het Federaal Kenniscentrum voor de gezondheidszorg, Dr. Raf Mertens. Hij besprak in het kader van het internationaal perspectief van Health Technology Assessment de werkwijze van het Federaal Kenniscentrum, kortweg het KCE. Het KCE
heeft de opdracht om de weg te wijzen naar de best mogelijke oplossingen in een context van een optimaal toegankelijke gezondheidzorg van hoge kwaliteit, rekening houdend met de toenemende vraag en de budgettaire beperkingen. Het KCE voert studies uit en maakt rapporten om de beleidsmakers te adviseren bij hun beslissingen inzake gezondheidszorg en ziekteverzekering. Een van de drie grote onderzoeksdomeinen van het KCE is de evaluatie van medische technologie en geneesmiddelen. Hierbij gaat het KCE dieper in op de verschillende domeinen van het Health Technology Assessment, waaronder de veiligheid en de klinische effectiviteit van nieuwe technologieën en geneesmiddelen.
Dr. Jan Van Emelen sprak als Directeur Innovatie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen over de globale benadering van chronische aandoeningen waarbij de patiënt via een coaching programma veel beter kan opgevolgd worden. Dr. Van Emelen benadrukt dat tele-coaching de zorg voor de patiënt in de eerste lijn ondersteunt en de continuïteit van de zorg met IT-oplossingen kan worden vergemakkelijkt en verbeterd. Maar vooraleer we zo ver zijn, dient de financiering door de verplichte ziekteverzekering nader onderzocht te worden en is een multidisciplinair overlegplatform noodzakelijk.
De auteur van “Het grijze goud - Hoe de babyboomers van de ouderenzorg een succesverhaal kunnen maken”, Dhr. Brieuc Van Damme, is van oordeel dat de instroom van de babyboomers in de ouderenzorg over 10 à 20 jaar best nu reeds wordt voorbereid, en dit via een innovatieve aanpak op alle niveaus. De Fellow van het Itinera Institute stelt dat door meer dynamiek in de sector te brengen en nieuwe groeimarkten aan te boren men terug banen en groei kan creëren. De babyboomers kunnen nakende personeelstekorten voorkomen wanneer ze door middel van een bonussysteem langer aan het werk zouden blijven. Dit vergt echter wel de nodige inspanningen van de overheid en de beroepssector, maar eveneens van het individu zelf.
Na het debat met de BVAS-voorzitter, Dr. Marc Moens, kwam Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen aan het woord. Voor wat betreft de beleidsaccenten in de Vlaamse Gezondheidszorg benadrukte minster Vandeurzen dat er qua informatisering nog veel moet en kan veranderen. Momenteel bestaan er veel handige ICT-toepassingen die artsen kunnen bijstaan in een patiëntendossier, maar de toepassingen zijn nog onvoldoende op elkaar afgestemd.
Tot slot sprak Dhr. Rudi Thomaes, gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), over de internationale uitstraling van ons medisch kunnen aan. Dhr. Thomaes benadrukte dat België geen angsthaas mag worden, maar vooral de opportuniteiten moet zien. België heeft bovendien heel wat troeven in huis zoals de uitstekende ligging als hoofdstad van Europa en de meertaligheid. Hierbij zette dhr. Thomaes uiteen op welke manier ‘Healthcare Belgium’ momenteel reeds bijdraagt aan de internationalisering van de Belgische gezondheidszorg.
lees verder over VAS blikt terug op een succesvol najaarssymposium !

KCE-rapport:Wetsvoorstellen voor de vergoeding van bloedtransfusieslachtoffers – goed bedoeld, maar disciminerend
De zeer recente wet van 31 maart 2010, die een schadevergoeding voorziet bij medische ongevallen, is nog niet van toepassing, maar er zijn al voorstellen om ze te wijzigen. Een aantal parlementsleden zou graag de wet uitbreiden naar mensen die voor de jaren 90 door bloedtransfusie met het hepatitis-C-virus of het AIDS-virus (HIV) werden besmet. Deze wetswijziging zou ongeveer 40 miljoen € kosten en discriminerend zijn voor andere slachtoffers van medische ongevallen.

Ontwerprapport commissie Begrotingscontrole : reactie Dr. Marc Moens
In een artikel van De Standaard van 2 september ll. werd het ontwerprapport van de commissie Begrotingscontrole besproken. In het rapport worden maatregelen voorgesteld waardoor de kosten van de gezondheidszorg kunnen dalen. De opmerkingen over de honoraria voor de artsen, die slechts goed zijn voor minder dan een derde van de uitgaven, waren uitgebreid, maar - op zijn minst gezegd - niet altijd even accuraat.
Dr. Marc Moens, voorzitter van de BVAS, schreef hierover een uitgebreide brief aan dhr. Guy Tegenbos (auteur van het artikel) om op deze flagrante fouten te wijzen.
U kan deze brief hier nalezen.
Noot: tot op heden verscheen de reactie van dr. Moens niet in "De Standaard".

Tussentijdse rapporten Conferentie eerstelijnsgezondheidszorg: uw mening is van belang
De Vlaamse Regering wil een strategische visie ontwikkelen over de eerstelijnsgezondheidszorg van de 21ste eeuw. Daarom zijn 6 werkgroepen opgestart waarin de Vlaamse overheid, de organisaties van zorgverstrekkers en de vertegenwoordigers van de patiënten met elkaar in dialoog gaan. Deze werkgroepen zullen in december 2010 uitmonden in een conferentie eerstelijnsgezondheidszorg, georganiseerd door Vlaams minister Volksgezondheid, Jo Vandeurzen. Tijdens die conferentie zal een gezamenlijke visie worden gegeven op de positionering en de opdrachten van de eerstelijnsgezondheidszorg van waaruit een gedragen beleid kan worden opgebouwd. De conferentie zal dus leiden tot een visie die het toekomstige Vlaams beleid in de eerstelijnsgezondheidszorg zal vormen. 2 doelstellingen worden hier voorop gesteld: de verbetering van de kwaliteit van de eerstelijnsgezondheidszorg voor de patiënten door een betere en meer professionele samenwerking tussen de verschillende zorgverstrekkers en een betere garantie van de kwaliteit van leven en werken van de zorgverleners door de samenwerking te ondersteunen en te faciliteren, en ze zo te organiseren dat de administratieve lasten voor alle betrokkenen worden verlaagd.
Na het bijeenbrengen van een groot aantal invalshoeken, ideeën en discussiepunten, hebben de 6 werkgroepen elk een tussentijds rapport ingediend bij de minister.
Wij vernemen graag UW mening hierover.U vindt hieronder de 6 tussentijdse rapporten en de visietekst van het Vlaams patiëntenplatform:
Gedurende de zomermaanden geven wij u graag de tijd om deze rapporten door te nemen en uw visie kenbaar te maken. U kan ons uw opinie doormailen naar info@vlaamsartsensyndicaat.be of eventueel per post overmaken aan: Vlaams Artsensyndicaat vzw, Korte Lozanastraat 20-26, 2018 Antwerpen.
- Tussentijds rapport werkgroep 1: positionering
- Tussentijds rapport werkgroep 2: ICT-ontwikkeling in de eerstelijnspraktijken
- Tussentijds rapport werkgroep 3: preventie
- Tussentijds rapport werkgroep 4: samenwerking
- Tussentijds rapport werkgroep 5: zorg om talent
- Tussentijds rapport werkgroep 6: geestelijke gezondheidszorg
- Visietekst Vlaams patiëntenplatform
Welke werkgroepen hebben deze tussentijdse rapporten samengesteld?
De werkgroep Positionering van de eerstelijnsgezondheidszorg buigt zich over de vraag welke positie de eerstelijnsgezondheidszorg in het komende decennium in Vlaanderen moet innemen. Welke ontwikkelingen op het niveau van kennis, technologie, ziektebeelden en organisatie van de gezondheidszorg zullen een impact hebben op de eerstelijnsgezondheidszorg?
De werkgroep ICT-ontwikkeling gaat na hoe de overheid de ICT-ontwikkelingen in de eerstelijnspraktijken zinvol en doelmatig kan ondersteunen op een manier dat de patiënt, de zorgverstrekker en de overheid er het meest baat bij hebben.
De werkgroep Samenwerking tussen zorgverstrekkers legt zich toe op het zoeken naar de gewenste ontwikkeling van samenwerking tussen zorgverstrekkers in de eerstelijnsgezondheidszorg om een optimale kwaliteit van zorgverlening te verkrijgen. Welke praktijkvormen kunnen door de Vlaamse overheid worden ondersteund en op welke wijze kan de Vlaamse overheid haar steun best omzetten in concrete maatregelen?
De vierde werkgroep denkt na over de rol in de preventieve gezondheidszorg die de eerstelijnszorgverstrekker kan spelen en hoe die zorg het best kan worden gevaloriseerd.
Verder heeft de vijfde werkgroep als doel na te gaan hoe de Vlaamse overheid een mogelijk tekort aan eerstelijnszorgverleners kan aanpakken en voorkomen. Er wordt ook aandacht besteed aan de mogelijke rollen die de beroepsverenigingen hierin kunnen opnemen.
Tenslotte gaat de werkgroep De plaats van geestelijke gezondheidszorg op zoek naar de rol die de geestelijke gezondheidszorg kan spelen binnen de eerstelijnsgezondheidszorg. Er wordt getracht om het aanbod aan zorgaanbieders uit de geestelijke gezondheidszorg binnen de eerstelijnsgezondheidszorg in kaart te brengen. Daarbij wordt er uiteraard ook nagedacht over mogelijke oplossingen voor de knelpunten en wordt er stil gestaan bij mogelijke manieren om de toegankelijkheid van de geestelijke gezondheidszorg binnen de eerstelijnsgezondheidszorg te verhogen.
Gespreksplatformen
De input en ideeën die vanuit de debatten met het werkveld opborrelen, worden verzameld via gespreksplatformen. De SEL's organiseren een gespreksplatform per provincie en een voor Brussel, die zullen plaatsvinden in de tweede helft van september en begin oktober. Zo is er tijdens de zomermaanden tijd voor reflectie en inspiratie.
De data en de locaties van deze gespreksplatformen vindt u hier terug.

Impulseo: Huisartsenzones vanaf 1 juni 2010
Zoals u ongetwijfeld wel weet, voorziet het Impulsfonds ook in een eenmalige toekenning van een premie van € 20.000 om de vestiging van huisartsenpraktijken in zones die een tekort aan huisartsen kennen, te stimuleren. De zogenaamde prioritaire zones dienen te voldoen aan één van de volgende criteria:
- Ofwel een zone voor positief grootstedelijk beleid afgebakend in het kader van het grootstedenbeleid;
- Ofwel in een huisartsenzone met:
- Ofwel minder dan 90 huisartsen per 100 000 inwoners
- Ofwel minder dan 125 inwoners per km² en minder dan 120 huisartsen per 100 000 inwoners.
De lijst met de zones die aan deze criteria beantwoorden, wordt elk jaar herzien.
U kan de meest recente lijst geldig vanaf 1 juni 2010 tot en met 31 mei 2011 hier raadplegen.
Als erkend steunpunt van het Participatiefonds staat het Vlaams Artsensyndicaat vzw u maar al te graag te woord. Bovendien verzorgen wij volledig kostenloos al uw aanvragen.
Klik hier voor meer informatie.

Vaccinatie tegen HPV ter preventie van baarmoederhalskanker:
Vanaf september 2010 kunnen meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs of geboren in 1998 gevaccineerd worden tegen het humaan papillomavirus (HPV) met vaccins die door de Vlaamse overheid gratis ter beschikking gesteld worden van de vaccinatoren.
Hiervoor kunnen de artsen-vaccinatoren in het Vlaamse Gewest en de CLB's het vaccin Gardasil bestellen. Een volledige vaccinatie bestaat uit drie inentingen die gegeven worden in de loop van één schooljaar. Voor Gardasil wordt aanbevolen te vaccineren volgens het schema 0-2-6 maand. Variaties zijn mogelijk met een minimuminterval van 1 maand tussen de eerste en de tweede dosis en van 3 maand tussen de tweede en de derde dosis. Deze vaccins kunnen terzelfdertijd als vaccins tegen Hepatitis B toegediende worden. Vanaf 15 september zullen deze vaccins geleverd kunnen worden.
De gratis vaccins zijn enkel bedoeld voor meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs of, tijdens het schooljaar 2010-2011, voor andere meisjes die in 1998 geboren zijn. Wie de vaccinatie op latere leeftijd wil laten geven, zal hiervoor geen gebruik kunnen maken van de gratis vaccins. Er is dus geen inhaalvaccinatie voorzien.
Voor de vaccinatie van oudere meisjes moeten vaccins aangekomcht worden in de apotheek op voorschrift van een arts. Voor meisjes van 12 tot 18 jaar is er een gedeeltelijke terugbetaling voozien via de mutualiteit zodat elk vaccin € 10,80 kost.
Lees de brief van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, Afdeling Toezicht Volksgezondheid hier verder.

FVIB: Eén vijfde zelfstandigen met vreemde nationaliteit is vrij beroeper (persbericht dd. 15/08/2010)
België telt 84.020 zelfstandigen met een vreemde nationaliteit. Bijna één vijfde (17% of 14.292 personen) is beoefenaar van een vrij beroep. Dat zijn er bijna de helft zoveel als in 2005 (+48,5%). Ter vergelijking, het totale aantal zelfstandigen met een vreemde nationaliteit nam in dezelfde periode toe met 32,3%. Opvallend is het aandeel vrije beroepen met vreemde nationaliteit bij de paramedische beroepen (9,9%) en artsen (8%). De meeste vreemde vrije beroepen hebben de Franse (22%) of Nederlandse (21,8%) nationaliteit. Dat blijkt uit een analyse van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB) op basis van RSVZ - cijfers. De Federatie ziet in deze evolutie nieuwe kansen voor alle vrije beroepen om sterker en met meer kennis van zaken in te spelen op de internationalisering van cliënten en bedrijven.
In ons land zijn er 14.292 beoefenaars van een vrij beroep met een vreemde nationaliteit. Dat is 17% van het totale aantal vreemde zelfstandigen Enkel de sectoren handel en nijverheid tellen meer niet-Belgen (resp. 43,1% en 28,8%). In het totaal zijn er in België 228.142 vrije beroepsbeoefenaars (24,4% van het totaal aantal zelfstandigen). 6,3% van hen heeft dus een vreemde nationaliteit (tegenover 9% bij het totaal aantal zelfstandigen) .
De stijging van het aantal vrije beroepen met een vreemde nationaliteit is enorm. België telt 48,5% meer vrije beroepen van buitenlandse origine dan in 2005 (14.292 tegenover 9.644). De stijging is minder sterk bij het totaal aantal zelfstandigen met vreemde nationaliteit (+32,3%).
Detailfoto
De intellectuele diensten hebben het grootste aandeel (41,5%). Hier gaat het vooral over mensen die in de IT-sector actief zijn, alsook professoren en journalisten. Bij de klassieke vrije beroepen vinden we de meeste beoefenaars met vreemde nationaliteit terug in bij de paramedische beroepen (9,9%) en artsen (8%). Maar ook de advocatuur (5,7%) en architectuur (4,5%) telt heel wat niet-Belgen. De sector van fiscaal- vastgoed waaronder de economische beroepen zoals accountants is goed voor 3,8%.
De meerderheid van de vreemde vrije beroepen zijn mannen (61,1% tegenover 39,9%). De stijging van het aantal mannen en vrouwen sinds 2005 verloopt lineair (+49,1% mannen en +46,8% vrouwen).
Het overgrote merendeel van de vreemde vrije beroepen komt uit de Europese Unie. Frankrijk spant de kroon met een aandeel van 22%. Nederland is goed voor 21,8%, Italië voor 10,14%, het Verenigd Koninkrijk voor 8,4% en Duitsland voor 6,7%. 14,9% komt uit een niet-Europese landen en dan voornamelijk uit Marokko, Turkije en China.
Oorzaken
FVIB ziet verschillende mogelijke verklaringen voor het stijgend aantal vrije beroepers met vreemde nationaliteit.
In de eerste plaats gaat het vooral over vrije beroepers uit buurlanden Nederland en Frankrijk. Het Belgische onderwijs en dat van de betrokken omringende landen spelen hierin een belangrijke rol. Buitenlandse studenten komen hier studeren om de numerus clausus of loting in eigen land te omzeilen of omwille van de kwaliteitsvolle en gespecialiseerde opleidingen hier. Vaak blijven deze studenten na hun studies ‘plakken’. Vooral in de kinesitherapie en bij artsen is dit een veelvoorkomend fenomeen.
Als tweede mogelijke factor verwijst FVIB naar de internationalisering. Traditioneel zijn vrije beroepen raadgevers van KMO’s. Wanneer deze zich op de internationale markt begeven, hebben zij nood aan grensoverschrijdende expertise en bijstand. Anderzijds is er de internationalisering van het vrije beroep zelf. Steeds meer vestigen grote internationale kantoren zich hier in België, bijvoorbeeld advocatenkantoren of praktijken van economische beroepen. Daarnaast voegen praktijken buitenlandse vrije beroepen toe om internationaal competitief te kunnen zijn. Denk maar aan architectenbureaus met buitenlandse architecten als troef om internationale projecten binnen te halen. Sowieso is de architectuur een creatief beroep, wat veelal synoniem staat voor een grotere mobiliteit.
Instroom, maar ook uitstroom
Hoewel ons land bijna 15.000 vrije beroepen met vreemde nationaliteit telt, wijst FVIB ook op de grote uitstroom van eigen vrije beroepen naar het buitenland. In sommige sectoren is de balans zelfs negatief. Zo vertrekken meer artsen naar Frankrijk dan er Franse collega’s naar België komen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn een betere financiële regeling en aantrekkelijkere sociale randvoorwaarden (zoals pensioen en betere uren).
FVIB verwacht voor sommige sectoren in ons land een verdere toename van het aantal vrije beroepen met een vreemde nationaliteit. De huidige Europeanisering door de vrijmaking van de Europese markt is hier zeker van belang. FVIB ziet ook voordelen in deze evolutie. Eén daarvan is de kans voor vrije beroepen om op internationaal niveau vlotter kennis en ervaringen op te doen en in te spelen op de internationalisering van bedrijven en cliënten en de alsmaar groter impact van de Europese Unie.
Bron: FVIB

Huisartsenopleiding in populariteit gestegen
In de kranten De Morgen en De Tijd van dinsdag 3 augustus jl. meldde Jo Goedhuys, KUL-hoofddocent huisartsenopleiding, dat de huisartsenopleiding voor het eerst in tien jaar in populariteit is gestegen. Hij stelt vast dat steeds meer studenten voor een huisartsenpraktijk gaan, terwijl sommige andere specialisaties moeilijk ingevuld raken. In het academiejaar 2009-2010 hebben 32 procent van de geneeskundestudenten voor de opleiding tot huisarts gekozen, terwijl het voorbije decennium de kaap van 30 procent nooit werd gehaald. In deze artikels zou de hoofddocent huisartsenopleiding de opwaardering van de huisartsenopleiding toeschrijven aan een verbetering van de arbeidssituatie van de huisarts dankzij de Vlaams overheid.
U vindt hieronder het schrijven van Dr. Moens, voorzitter BVAS, aan Prof. Jo Goedhuys, KUL-hoofddocent huisartsenopleiding.
Geachte Heer Goedhuys,
Dinsdag 03.08.2010 stonden onderstaande artikelen respectievelijk in De Morgen en in De Tijd.
Goed nieuws haalt zelden de pers. De onderstaande melding is dus zeker positief te noemen.
Het kan natuurlijk altijd beter.
Sommige artsenverenigingen hebben inderdaad geklaagd dat de honoraria voor huisartsen te laag waren. Ik verwijt het Syndicaat van Vlaamse Huisartsen (SVH) trouwens dat ze door altijd maar negatieve berichten de wereld in te sturen er mee aan geholpen hebben om het huisartsenberoep in een negatief daglicht te stellen. Door vol te houden aan hun eisen om een aparte vertegenwoordiging te krijgen in de bevoegde organen bij het RIZIV, beperken ze zich tot effectloze kritiek, want, vermits de politieke wereld weigert in te gaan op hun eis tot afsplitsing, hebben ze zichzelf uitgesloten uit de ter zake doende onderhandelingen in de bevoegde nationale commissie artsen – ziekenfondsen.
Andere artsenverenigingen - en niet in het minst de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), zonder wie de opwaardering onmogelijk zou zijn geweest wegens haar overwicht op de artsenbank in de nationale commissie artsen – ziekenfondsen - hebben er voor gezorgd dat het huisartseninkomen de laatste 10 jaar met 70 % steeg, of, index geneutraliseerd, netto met 43 %.
Het is helemaal fout om de verdienste van die financiële opwaardering aan de Vlaamse overheid toe te schrijven.
De Vlaamse overheid heeft daar – tenminste tot op vandaag en, voor zover de politieke actualiteit toont, allicht ook niet morgen - helemaal niets mee te maken.
Het gaat over federaal geld van de sociale zekerheid dat door handig onderhandelen van de BVAS – ondermeer met een getrapte opwaardering van het GMD en een extra indexering van de consultatie – van de federale overheid werd bekomen.
Idem dito voor de financiële stimuli voor de praktijken. Ook die worden betaald met federale geldmiddelen. Daar is vandaag niets Vlaams aan.
De Vlaamse overheid stopt op dit moment zijn geld liever in allerlei geldverslindende maar inefficiënte structuren, geïnspireerd door voorbijgestreefde ideologieën die overwaaien vanuit de Gentse universiteit.
Jammer dat het goede nieuws door dergelijke fouten van een zegsman van de KULeuven werd ontsierd.
Belangrijkste boodschap blijft echter het goede nieuws dat er weer meer belangstelling bestaat voor de huisartsgeneeskunde. Punt is dat we die belangstelling moeten in stand houden en dat we de jonge startende huisartsen in het beroep kunnen houden.
Dat is vooral een syndicale opdracht die de BVAS zeer ter harte zal blijven nemen.
Met vriendelijke groet,
Dr. Marc Moens,
Voorzitter BVAS

Reactie van Dr. Moens nav het KCE-rapport over de stageplaatsen van toekomstige artsen dd. 09-07-2010
Aan Mevr. Gudrun Briat, persverantwoordelijke van het KCE
Aan Dhr. Raf Mertens, directeur van het KCE
Aan Dhr. Dirk Cuypers, voorzitter van de Hoge Raad voor
Geneesheren-Specialisten en Huisartsen
Mevrouw de persverantwoordelijke,
Mijnheer de directeur,
Tot mijn spijt moet ik vaststellen dat het verspreide persbericht in verband met de stageplaatsen :
- van een bedroevend laag kwaliteitsgehalte is en storende fouten bevat (“drie” jaar huisartsen opleiding na het behalen van het diploma???; federale bevoegdheid op 2 niveaus??)
- onvolledig is, want nergens vermeldt het bericht dat de minister of de door haar/hem aangestelde ambtenaar de erkenningen aflevert
- zeer tendentieus is ten gunste van de universiteiten ( het voorbeeld van de huisartsenopleiding – een unicum ter wereld – hebt u er toch maar graag bijgezet om de professionele wereld te jennen)
- onterecht zeer negatief uithaalt naar de Hoge Raad
De belangrijkste conclusie, namelijk dat de universiteiten de bestaande wetgeving moeten respecteren, werd angstvallig verzwegen.
Ik heb me onthouden bij de stemming over dit rapport tijdens de raad van bestuur van 29.06.2010.
Als ik een volgende keer twijfel over een rapport, zal ik tegenstemmen, zodat ik, conform het nieuw intern reglement, recht krijg op een minderheidsstandpunt.
Hoogachtend,
Dokter Marc Moens
Lid van Bestuur KCE
Voorzitter BVAS
Lees hier ook de brief van het VBS betreffende dit KCE-rapport.
Het desbetreffende persbericht van het KCE "Stageplaatsen toekomstige huisartsen en specialisten: graag een externe, onafhankelijke kwaliteitscontrole" kan u hier nalezen.

Persmededeling VAS - Afschaffing numerus clausus dd. 21/09/2010
VAS reageert op voorstel Minister Onkelinx om numerus clausus af te schaffen.
De Vlaamse afdeling van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) stelt vast dat de numerus clausus niet nagekomen wordt door de Franse gemeenschap. De Vlaamse gemeenschap heeft geopteerd voor een toelatingsexamen en heeft tot op heden zich hieraan gehouden.
Het afschaffen van de numerus clausus, zoals minister Onkelinx suggereert, is volgens het Vlaams Artsensyndicaat volstrekt onlogisch. Hierdoor zal immers niet tegemoetgekomen worden aan de reële behoeften, zoals de nacht- en weekendwachtdiensten bij huisartsen (vooral in afgelegen gebieden).
Dergelijke afschaffing van de numerus clausus getuigt bovendien van een zekere kortzichtigheid. Zo bijvoorbeeld lijkt het weinig waarschijnlijk dat er meer huisartsen zullen afstuderen bij het opheffen van de quota, aangezien de huidige quota voor huisartsgeneeskunde nog niet eens ingevuld geraken.
Het Vlaams Artsensyndicaat reageert met klem tegen het moedwillig en bij herhaling foutief gebruik van de informatie die leidt tot het verkrijgen van een premie in het kader van Impulseo I. Stellen dat in de zones die in aanmerking komen voor Impulseo I, zijnde 1 op 3 gemeenten, er een nijpend tekort aan huisartsen is, gaat voorbij aan de realiteit. Qua densiteit scoort België nog steeds het hoogste in Europa: zo is er nog steeds één fulltime equivalent huisarts op 1.100 inwoners in 2 op 3 Belgische gemeenten, daar waar het Europees gemiddelde ligt op 1 op 1.800 inwoners.
Tot slot betreurt het VAS dat Mevrouw Onkelinx al te selectief is in haar informatie naar de media. Ze deelt het aantal buitenlandse artsen mee die naar België komen,
maar ze “vergeet” te vermelden hoeveel Belgische artsen in het buitenland aan de slag zijn. Alleen al in Frankrijk werken vandaag 1.228 Belgische artsen, waarvan 371 huisartsen, 159 anesthesisten, 93 radiologen …. (mededeling Dr. Patrick Romestein op de EU conferentie d.d. 09.09.2010 “Investeren in Europa’s gezondheidswerkers van morgen: ruimte voor innovatie en samenwerking”).
Dr. Marc MOENS, Voorzitter BVAS
Dr. Hilde ROELS, Voorzitter VAS

Open brief dd. 25/08/2010 nav de publicatie van financiële gegevens door Infobel
In een artikel van vrijdag 20 augustus 2010 meldde de Artsenkrant dat de elektronische telefoongids Infobel naast contactgegevens ook financiële informatie op zijn site publiceert. Ook de financiële gegevens van artsen met een vennootschap staan momenteel zonder toelating online. Dr. Marc Moens, voorzitter van de BVAS, reageert in een aangetekende brief gericht aan de redacteur van de databank Kapitol en licht u hieronder tevens toe op welke manier u deze gegevens kan laten verwijderen.
Besten,
Meerdere artsen hebben de BVAS gecontacteerd naar aanleiding van het artikel in de Artsenkrant van vrijdag 20 augustus 2010 “Infobel.be gooit uw financiële gegevens te grabbel” en met de vraag welke stappen de BVAS onderneemt in dit dossier.
Na enig opzoekwerk op Infobel.be zijn we wel tot verassende resultaten gekomen. Niet alleen worden financiële gegevens publiekelijk te grabbel gegooid, maar ook administratieve gegevens worden meegedeeld. De betrokken artsen werden hierover nooit gecontacteerd, noch hebben zij ooit de toestemming gegeven tot publicatie van deze gegevens. De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens legt hierover nochtans strikte verplichtingen op.
Enkele voorbeelden van “vergissingen”:
- meerdere huisartsen worden onder de rubriek beroep “praktijken van specialisten” vermeld;
- onder financiële info worden gans andere gegevens geplaatst;
- de administratieve gegevens van ziekenhuizen bevatten storende fouten.
Een lid van de BVAS heeft inmiddels een dossier ingediend bij de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer.
De BVAS heeft de uitgever van Infobel.be, de N.V. Kapitol aangetekend geschreven met het dringend verzoek de gegevens van de artsen/doctors in de geneeskunde als ondernemers te verwijderen.
Indien niet wordt ingegaan op deze vraag binnen de veertien dagen na verzending van het aangetekend schrijven zullen er gerechtelijke stappen worden ondernomen.
Gezien de BVAS, ondanks de beperktheid van zijn steekproef, talrijke fouten heeft vastgesteld, roepen wij alle artsen op om te controleren of er gegevens over hen worden vermeld en om ze te doen wissen. Deze gegevens werden immers opgenomen zonder medeweten van de artsen en er worden administratieve gegevens geput en verspreid uit onbekende bronnen.
De artsen kunnen de gegevens op drie manieren laten verwijderen:
1/ U kan de verwijdering van de inschrijving in deze database hier online aanvragen. U dient echter wel elk verplicht veld van dit contactformulier zorgvuldig in te vullen.
2/ De aanvraag voor de verwijdering kan via fax worden aangevraagd op het volgende nummer +32 2 379 29 88. Zij moet worden vergezeld van een kopie van een identiteitsdocument van de persoon die de verwijdering vraagt.
3/ De aanvraag voor de verwijdering kan per gewone brief worden gedaan, gericht aan de redacteur van de database (zie hieronder), samen met een kopie van een identiteitsdocument. De aanvragen van rechtspersonen moeten bovendien vergezeld zijn van een machtiging voor de vertegenwoordiging van de fysieke persoon die de aanvraag doet.
Met vriendelijke groet,
Kapitol
St.-Joblaan 506
1180 Brussel
België
Dr. Marc Moens,
Voorzitter BVAS
U kan de aangetekende brief gericht aan Kapitol, de redacteur van de databank van Infobel, hier nalezen.

Persbericht dd. 05.07.2010 nav de buitenissige RIZIV-boetes
DGEC , CVS en de artsen Egmont en Hoorn
Onlangs heeft het RIZIV twee artsen veroordeeld tot een monsterboete van meer dan € 600.000. Het RIZIV trekt de behandelingsmethodes van de betrokken artsen in twijfel en eist de terugbetaling van de voorgeschreven medicijnen. Dr. Marc Moens, voorzitter BVAS, reageert.
Dr. Bernard Hepp, directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) bij het RIZIV, beweerde publiek dat de veroordeelde CVS - artsen Francis Coucke en Anne-Marie Uyttersprot alle middelen ter beschikking hebben om zich in beroep tegen het vonnis van zijn DGEC te verweren. Als je have en goed moet verkopen en als de deurwaarder beslag legt op je bescheiden inkomsten als endocrinoloog of parttime (omdat ze zelf CVS patiënte is) psychiater om de onredelijk hoge som van samen € 635.000 te betalen (€ 317.500 voor de zogenaamd onterecht aangerekende medicijnen én de boete van 100 % daarop), dan klinkt de uitspraak van de directeur-generaal wel bijzonder cynisch.
Welke bank zal die artsen geld willen lenen om die straf te betalen? Van dat geld hebben de beide artsen trouwens geen eurocent zelf ontvangen. Het is de kostprijs van de toegediende medicijnen. Als de artsen inderdaad in de fout zouden zijn gegaan, dan verplicht de (ondertussen in 2006 gewijzigde, maar nog altijd slechte) wet de DGEC niet om een boete op te leggen. Als de Dienst meent toch een boete te moeten opleggen, dan mag die variëren tussen 1 % en 150 % van het vermeende onterecht voorgeschreven bedrag aan medicijnen.
De uitkomst van het beroep bij de administratieve RIZIV rechtbank is onzeker. De geloofwaardigheid van de mutualiteiten en van hun artsen-adviseurs staan op het spel. Volgens het arrest kan de adviserende mutualiteitsarts een behandeling toestaan en later op zijn toestemming terug komen, omdat hij ondertussen, spontaan of onder druk van hogerhand, van idee veranderd is en post factum stelt dat de informatie fout of frauduleus was. De mutualiteiten kunnen op die manier hun verantwoordelijkheid systematisch afwentelen op de behandelende artsen.
Dat wordt dus een bikkelhard machtsvertoon van de alleswetende mutualiteiten die over dood of leven menen te mogen beslissen. De twee nietige zorgverstrekkers die er een andere mening durven op nahouden over wat het chronisch vermoeidheidssyndroom is (CVS) en hoe deze moeilijk te definiëren aandoening (of groep van aandoeningen) moet worden behandeld, zullen het bijzonder moeilijk krijgen. Ze moeten optornen tegen de mening van de vijf CVS expertcentra die sinds 2002 met miljoenen euro’s worden gesubsidieerd en tegen de met meer dan een miljard euro gesubsidieerde mutualiteiten, die gemakshalve de kant hebben gekozen van de centra. Hoewel er geen enkel deugdelijk bewijs bestaat dat die centra betere resultaten boeken dan om het even welke andere therapie, inclusief de immunotherapie die de veroordeelde artsen nu moeten terugbetalen. Toch blijft het RIZIV de centra subsidiëren met overheidsgeld a rato van gemiddeld € 1,3 miljoen per jaar (2002-2010).
De BVAS kan geen inhoudelijke positie innemen over de beide dossiers.
We stellen wel vast dat in dit geschil rechtvaardigheid ver te zoeken is en dat de administratieve RIZIV-rechtbank collega’s en hun families ruïneert. Ik herinner me zeer levendig hoe de BVAS- delegatie (de dokters de Toeuf, Lemye, Moens) in 2002 in de clinch ging met toenmalig minister Frank Vandenbroucke over (het toen nog ontwerp van) nieuwe wet over de individuele responsabilisering. Het Kartel koos toen de kant van de mutualiteiten en de minister en het bleef een schrikbewind verdedigen. Sindsdien zijn de eerste koppen gevallen op basis van deze genadeloze wetgeving. Dura lex sed lex. In 2007 kreeg een vrouwelijke Franstalige huisarts een waarschuwing van de DGEC na het niet volgens de RIZIV- regeltjes voorschrijven van een voor de betrokken, immobiele, oude, patiënten levensbelangrijk geneesmiddel in 20054. Deze milde straf kwam er allicht slechts dank zij de solidariteitsbetogingen en de vele protesten van haar collega’s huisartsen.
Vandaag worden twee specialisten zeer hard aangepakt. Volgens de veroordeelde artsen om enkele universitaire centra en mutualiteiten te plezieren. Omdat CVS zo’n glibberig terrein is volgt er nauwelijks protest. Want er zijn jammer genoeg ook charlatans bezig op het CVS terrein, met artsendiploma maar zonder ethiek of scrupules. Die schudden de zakken van hun patiënten leeg met ondermeer volstrekt nutteloze laboratoriumonderzoeken en ander fraais, maar buiten de ziekteverzekering. Zo worden ze niet door het RIZIV vervolgd.
In 2002 heeft de BVAS zich op het kabinet van oud-minister Vandenbroucke en in de media verzet tegen het toen nog ontwerp van wet op de individuele responsabilisering.
Vandaag klaagt de BVAS het vonnis Uyttersprot – Coucke om principiële redenen aan: de strafmaat is buitenissig, de artsenadviseurs van de mutualiteiten worden tot onaantastbaren gepromoveerd en het beroep tegen het vonnis is niet opschortend, zodat de veroordeelden in een aantal gevallen geen financiële middelen meer hebben om in beroep te kunnen gaan
Zoals ik al in 2002 aan de voltallige RIZIV- top en aan Vandenbroucke zei bij een bespreking in zijn kabinet: deze wet is een rechtsstaat onwaardig.
De BVAS eist dat ze gewijzigd wordt.
U kan het volledige persbericht hier nalezen.

Fiscale implicaties van een geneesherenassociatie
Het is een veel voorkomende praktijk dat meer een meer geneesheren zich associëren met andere geneesheren binnen eenzelfde of aanverwante discipline. Praktisch gebeurt dit door middel van een associatieovereenkomst of een middelenvennootschap. Vaak wordt onvoldoende belangstelling gehecht aan
de fiscale gevolgen van een dergelijke samenwerking. Onderhavig artikel heeft dan ook tot doel kort even stil te staan bij de fiscale context van een geneesherenassociatie en middelenvennootschap.
Eerst en vooral willen we er op wijzen dat het sluiten van een associatieovereenkomst een louter contractuele aangelegenheid betreft. Bij een dergelijke vorm van samenwerking doen de betrokken partijen immers geen enkele inbreng, anders dan bij een middelenvennootschap waar middelen worden ingebracht (uitrusting, computermateriaal, administratieve diensten, etc.) nodig in kader van de beroepsuitoefening.
De medische honoraria blijven volledig buiten de middelenvennootschap die los staat van de beroepsuitoefening zelf. In dergelijke vennootschappen behoudt de geneesheer derhalve een persoonlijk recht op de erelonen, zodat die in de personenbelasting belastbare baten blijven uitmaken (voor zover de vennootgeneesheer een natuurlijk persoon is).
Ook in een associatie int elk lid zijn honoraria in persoonlijke naam en voor eigen rekening. De door de associatie geaccepteerde beroepskosten worden betaald via een gemeenschappelijke rekening of door de individuele leden, die op afgesproken tijdstippen de betalingen onderling afrekenen. Daarenboven kan men in een associatie er zich toe beperken enkel de kosten en/of uitgaven te gaan poolen (de zgn. kostenassociatie).
De middelenvennootschap of de zuivere kostenassociatie van geneesheren kan verschillende rechtsvormen aannemen: een zuivere onverdeeldheid, een vennootschap (al dan niet met rechtspersoonlijkheid), een vereniging of een economisch samenwerkingsverband. Afhankelijk van de gekozen rechtsvorm zal de vennootschapsbelasting dan wel de fiscale transparantie met belastbaarheid in de personenbelasting gelden. Deze keuze dient hoe dan ook afgewogen te worden aan de persoonlijke situatie van de betrokken geneesheer.
Voor de toepassing van de BTW zal de gekozen rechtsvorm evenwel niet doorslaggevend zijn. Zo is de middelenvennootschap niet vrijgesteld van BTW vermits ze diensten verstrekt die onderhevig zijn aan btw (verhuur computermateriaal en uitrusting, verstrekken administratieve functies, etc.). Het werken met een BTW-eenheid kan evenwel soelaas op dit vlak bieden. Op de handelingen verstrekt tussen de leden van een BTW-eenheid drukt immers geen BTW.
Jaimie Wilms
Senior Advisor Alaska

Cholesteroloorlog CM bis: Persbericht BVAS dd. 10-06-2010
De Christelijke Mutualiteiten stellen dat «als artsen voortaan systematisch de goedkopere merken en versies van de cholesterolverlagers voorschrijven, bespaart de overheid 140 miljoen euro en de patiënten allemaal samen ook 15 miljoen euro» (De Standaard 08.06.2010). Mogen straks kiwi’s alleen nog door Colruyt verkocht worden?
Het dossier “statines” werd binnen de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen uitvoerig besproken. Nadat ze de universitaire experten heeft aanhoord,
besloot de werkgroep van de commissie, in aanwezigheid van de afgevaardigden van de Christelijke Mutualiteiten, dergelijke extreme gang van zaken niet te aanvaarden.
Patiënten moeten, in functie van het risico van hun pathologie, het vooropgezette therapeutische doel kunnen bereiken, met de garantie van een maximale veiligheid. Gewapend met hun
algemene kennis m.b.t. de effecten van een geneesmiddelenklasse moeten de artsen hun keuze maken op basis van de karakteristieken en mogelijke reacties van elke patiënt. In de geneeskunde kan “hetzelfde voor iedereen” niet worden toegepast.
We delen de bezorgdheid van de overheid om de geneeskundige verzorging financieel leefbaar te houden en we nemen onze verantwoordelijkheid.
Maar de geneeskundige zorgverlening opleggen met zwart / wit regels zonder de mogelijkheid van nuance, zoals de christelijke mutualiteiten voorstellen, zal leiden tot minderwaardige zorg.
Via overleg moet dergelijke kwalijke evolutie worden vermeden.
Dr. M. MOENS
Voorzitter BVAS

Brief nav aanrekening psychiatrisch intake- en ontslagonderzoek dd. 14-07-2010
Aan de geneesheren-specialisten in de psychiatrie
De DGEC heeft de voorbije weken en maanden blijkbaar in gans België een onderzoek uitgevoerd omtrent de zogenaamde onterechte aanrekening van de verstrekking 597726
en de verstrekking 597741.
Ten einde de situatie klaar en duidelijk te schetsen wordt de tekst van de desbetreffende nomenclatuursbepalingen in herinnering gebracht.
De DGEC houdt voor dat de prestatie 597726 (intake-onderzoek) onterecht opnieuw wordt aangerekend bij de voorzetting van een hospitalisatie na een onderbreking van minder dan 30 dagen en waarbij een vorige verstrekking 597726 en/of 597741 werd aangerekend minder dan 30 dagen voordien. De DGEC stelt bovendien dat de prestatie 597741 onterecht wordt aangerekend voorafgaand aan een onderbreking van minder dan 30 dagen en waarbij een vorige verstrekking 597726 en/of 597741 werd aangerekend minder dan 30 dagen voordien.
597726 "Honorarium voor het psychiatrisch intake-onderzoek met verslag voor de patiënt opgenomen op een dienst A, K, T of een Sp-psychogeriatrie van een ziekenhuis uitgevoerd door een geneesheer-specialist in de psychiatrie of in de neuropsychiatrie" met C 30
Het psychiatrisch intake-onderzoek mag eenmaal worden aangerekend tijdens de eerste week opname van een patiënt op de bedoelde dienst en omvat de bepaling en verfijning van de diagnose en behandeling via anamnese en heteroanamnese, aanvullende psychologische testen en het opstellen van een psychotherapeutisch en farmacotherapeutischbehandelingsplan.
597741 "Honorarium voor het psychiatrisch ontslag-onderzoek met verslag, voor de patiënt opgenomen op een dienst A, K, T of een Sp-psychogeriatrie van een ziekenhuis uitgevoerd door een geneesheer-specialist in de psychiatrie of in de neuropsychiatrie" met C 30
Het psychiatrisch ontslag-onderzoek mag eenmaal worden aangerekend tijdens de laatste week opname van een patiënt op de bedoelde dienst en omvat naast de omstandige weergave van de diagnose en behandeling, de psychotherapeutische conclusies en de richtlijnen voor de verdere ambulante nazorg.
Het omstandig schriftelijk verslag van de verstrekkingen 597726 en 597741(intake- en/of ontslag-onderzoek) wordt verstuurd aan de verwijzend geneesheer en bevindt zich tevens in het medisch dossier.
De verstrekkingen 597726 en 597741 mogen worden gecumuleerd met het honorarium voor toezicht.
De DGEC steunt (ten onrechte) haar tenlastelegging daarbij op de bepaling van art.25 §2 :
“a) 1° Het honorarium voor dagtoezicht dat verschuldigd is voor een bepaalde periode, wordt berekend vanaf de eerste vergoede dag opneming in een verplegingsinrichting, ongeacht de dienst of de afdeling waarin de rechthebbende aanvankelijk wordt opgenomen.
Wordt de opneming één, twee of drie dagen onderbroken, dan mag het honorarium dat is bepaald bij de aanvang van de opneming, niet opnieuw worden aangerekend."
"In de diensten K, A, T, Sp, Tp en Tf, mag na een onderbreking in de opneming van niet langer dan 30 dagen, het honorarium waarin is voorzien bij de aanvang van de opneming, niet opnieuw worden aangerekend."
De DGEC stelt in haar aangetekend schrijven naar de betrokken collega’s dat gezien de bepalingen van art. 25 §2 een hospitalisatieperiode in een K, A, T, Sp, Tp en Tf
dienst niet wordt beëindigd als een opname niet langer van 30 dagen wordt onderbroken.
De DGEC verliest hierbij gemakshalve uit het oog dat art. 25§2 uitsluitend betrekking heeft op het verschuldigde honorarium voor dagtoezicht. Bij een onderbreking van minder dan 30 dagen heeft dit alleen tot gevolg dat in casu het honorarium voor dagtoezicht meteen op het niveau valt van de 13de dag, en dat
het dagtoezicht zoals voorzien voor de eerste 12 dagen niet
mag aangerekend worden.
Men vraagt zich trouwens af of het medisch gezien rationeel zou zijn de psychische toestand van de patiënt bij een heropname na minder dan 30 dagen ipso facto als identiek te beschouwen aan deze bij de aanvang van de eerste opname. Vermits een heropname noodzakelijk is gaat het duidelijk om een complexe problematiek.
Bovendien is het in elk geval onjuist om te stellen dat het ontslagonderzoek niet zou mogen aangerekend worden na een tweede opname ook al vindt deze heropname plaats binnen de 30 dagen na een eerste hospitalisatieperiode. De DGEC stelt ten onterechte dat bij een heropname minder dan 30 dagen na een eerste ontslag uit het ziekenhuis, de hospitalisatieperiode niet wordt beëindigd. De DGEC interpreteert hier niet alleen de nomenclatuur maar gaat nog een stap verder en maakt een toevoeging aan de nomenclatuur.
Het VBS en de BVAS raden dus alle collega’s ten stelligste aan om niet in te gaan op de vraag van de DGEC om vrijwillig over te gaan tot de terugbetaling van de zogenaamde onterechte aangerekende prestaties.
Dr. J.L. DEMEERE, Voorzitter VBS
Dr. M. MOENS, Voorzitter BVAS
Bent u reeds overgegaan tot de terugbetaling van deze prestaties, dan vindt u hier een modelbrief om deze betaling terug te vorderen.

Open 10 punten Mini Memorandum BVAS aan de politieke partijen dd. 11-06-2010
Geachte partijvoorzitters,
Geachte kandidaat-verkozenen,
Op de vooravond van de federale verkiezingen bezorgen we U uiterst beknopt enkele BVAS kerngedachten die we naderhand in een meer omstandig memorandum aan de toekomstige formateur zullen bezorgen.
1) De groeinorm moet 4,5 % blijven. Patiëntenzorg betekent niet alleen uitgaven. Ze zorgt voor een belangrijke economische activiteit, met een positieve sociale en fiscale spin off.
2) De vrije keuze door de patiënt van zijn arts en door de arts van zijn diagnosemiddelen en therapie blijven de hoeksteen van ons systeem. Alle partners moeten beseffen dat de bomen niet tot in de hemel groeien en dat mits overleg en onderlinge samenwerking nog efficiënter kan worden gewerkt. Zo schrijven artsen meer goedkope geneesmiddelen voor en proberen zij samen te werken om adequaat en efficiënt dure infrastructuur aan te wenden. Alle partners in de zorgverlening moeten aangezet worden tot selectiever gebruik van de middelen, ziekenhuizen incluis. Prestigeprojecten betekenen niet automatisch betere zorg.
3) Vermijd kosteninducerende normering en reglementitis. Informatisering van nutteloze administratieve verplichtingen brengt geen soelaas. We wensen de verdere ontplooiing van zinvolle informatietechnologie met een absolute beveiliging van de (medische) privacy.
4) Gemeenschappen, gewesten, federale en andere overheden moeten stoppen met het in duplo, in drievoud of nog meer doen registreren van gelijkaardige gegevens, maar telkens onder een iets andere vorm. Dit geldt vanzelfsprekend en des te meer voor de toepassingen van de IT in de medische zorgsector.
5) Identieke verstrekkingen moeten binnen en buiten het ziekenhuis op dezelfde wijze gehonoreerd worden, zeker ook consultaties. Binnen de goedgekeurde budgetten moeten goedgekeurde voorstellen inzake zorg vernieuwing sneller worden geïmplementeerd. Uitstel van implementatie (tientallen miljoenen euro’s alleen al in de sector medische honoraria) om welke politieke of technische reden ook, is alleen interessant voor de mutualiteiten. Hun financiële verantwoordelijkheid moet dan niet worden aangesproken.
6) Het systeem van de referentiebedragen in de ziekenhuizen moet dringend worden verbeterd. Vandaag worden enkele correct werkende ziekenhuizen en hun artsen zwaar gestraft, terwijl anderen door toevallige omstandigheden aan de dans ontsnappen. Het Grondwettelijk Hof, heeft zich in zijn arrest van 27.05.2010 niet willen uitpreken over de grond van de zaak, zodat de wet, fouten incluis, ongewijzigd verder wordt toegepast. Ziekenhuizen moeten correct gefinancierd worden, maar “all-in” methoden hebben in het buitenland aangetoond dat ze alleen tot zorgschaarste leiden.
7) Opleiding tot arts-specialist, inclusief huisarts, is een beroepsopleiding en een federale materie. Na 7 jaar studie maken de universiteiten ten onrechte van gediplomeerde artsen terug “studentjes”. De specialisatieopleiding is een federale materie die paritair moet beheerd worden door vertegenwoordigers van de artsen beroepsverenigingen en van de universiteiten. De academisering die eenzijdig wordt opgedrongen leidt tot meer uitgaven voor minder zorg (cfr “productiegat in zorg”, Nederlands-Vlaamse Accreditering Organisatie, NVAO september 2009).
8) Financiële informatie moet correct worden geïnterpreteerd. Indien de voorbije paar jaar de RIZIV uitgaven voor artsenhonoraria iets sneller stegen dan voor sommige andere zorgsectoren (zoals de ziekenhuizen) heeft dat voornamelijk te maken met de vermindering van door de patiënt te betalen remgelden (wat meeruitgaven voor het RIZIV zijn) en met de invoering van de verzekering van de kleine risico’s voor zelfstandigen. De reële stijging van het gemiddelde van alle artsenhonoraria samen blijft zeer bescheiden.
9) Om oplossingen te vinden voor de problemen van de huisartsen wachtdiensten moet een wettelijk kader worden gecreëerd dat een flexibele lokale invulling toelaat. Met moet daarbij rekening houden met de lokale huisartsenkringen en de eventuele lokale ziekenhuizen.
10) Overleg tussen specialisten en huisartsen is essentieel voor een goede patiëntenzorg, en kan alleen door positieve maatregelen aangemoedigd worden. Ban het woord echelonnering voor eeuwig uit uw jargon. Alleen door een betere afstemming van het aantal artsen op de zorgbehoefte binnen een verstandige numerus clausus zal de oneigenlijke en niet-gewenste concurrentie tussen huisartsen en sommige specialismen verdwijnen.
Dr. Marc MOENS
Voorzitter BVAS

Wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg
De nieuwe versie van de No Fault-wet – Wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg – werd vandaag, 2 april 2010, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De wet regelt de vergoeding van de schade als gevolg van gezondheidszorg, onverminderd het recht van het slachtoffer of zijn rechthebbenden om, de vergoeding van zijn schade voor de hoven en rechtbanken te vorderen.
A. Gedekte schade
B. Fonds voor de medische ongevallen
C. Inwerkingtreding
A. Gedekte schade
Deze wet is van toepassing op schade veroorzaakt door een feit dat dateert van na 2 april 2010.
De schade die gedekt wordt, is de schade die haar oorzaak vindt in een verstrekking van gezondheidszorg en die voortvloeit uit :
- ofwel een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van een zorgverlener
- ofwel een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid, dit is een ongeval dat verband houdt met een verstrekking van gezondheidszorg dat geen aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van de zorgverlener, dat niet voortvloeit uit de toestand van de patiënt en dat voor de patiënt abnormale schade met zich meebrengt. De schade is abnormaal wanneer ze zich niet had moeten voordoen rekening houdend met de huidige stand van de wetenschap, de toestand van de patiënt en zijn objectief voorspelbare evolutie. Therapeutisch falen en een verkeerde diagnose zonder fout zijn geen medisch ongeval zonder aansprakelijkheid.
Valt buiten de wet, de schade die het gevolg is van een experiment in de zin van de Wet van 7 mei 2004 en esthetische ingrepen die niet terugbetaalbaar zijn door de Ziv.
Het slachtoffer van schade als gevolg van gezondheidszorg kan niet meer dan één keer worden vergoed voor dezelfde schade door een beroep te doen op de procedure voor het Fonds en de gerechtelijke weg of door een beroep te doen op die procedure na reeds in der minne voor die schade te zijn vergoed.
B. Fonds voor de medische ongevallen
Het Fonds voor de medische ongevallen is een instelling van openbaar nut. In de raad van bestuur zetelen vertegenwoordigers van de overheid (4), de werkgevers en zelfstandigen (4), de werknemers (4), de ziekenfondsen (4), de beroepsbeoefenaars, waaronder minstens drie artsen (5), de verzorgingsinstellingen, waaronder minstens een geneesheer-hygiënist (3), de patiënten (4) en twee professoren gespecialiseerd in medisch recht.
Het Fonds is ermee belast :
1. Te bepalen of de schade als gevolg van gezondheidszorg die de patiënt heeft geleden al dan niet aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van een zorgverlener en de ernst van de schade te beoordelen.
Daartoe kan het Fonds:
a) aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, o.a. aan de zorgverlener, alle documenten en informatie opvragen die noodzakelijk zijn om de oorzaken, omstandigheden en gevolgen van de schade waarvoor de aanvraag is ingediend te kunnen beoordelen. De informatie moet binnen een maand bezorgd worden. Gebeurt dit niet, dan wordt een herinneringsbrief gestuurd. Indien de zorgverlener binnen de maand vanaf de kennisgeving van de herinneringsbrief niet antwoordt, is hij tgo het Fonds een forfaitaire vergoeding van 500 euro/dag verschuldigd vanaf de daaropvolgende dag, en dit tot de overzending van de gevraagde informatie, met een maximum van 30 dagen.
b) een beroep doen op gespecialiseerde beroepsbeoefenaars om een verduidelijking te krijgen omtrent een specifiek domein van gezondheidszorg, een tegensprekelijke expertise organiseren met experten.
De betrokken zorgverleners kunnen zich tijdens de procedure laten bijstaand door de persoon van hun keuze. Indien gerechtvaardigd, kan het Fonds de feiten aangeven bij de bevoegde administratieve, tuchtrechtelijke of gerechtelijke overheden.
2. vast te stellen of de burgerlijke aansprakelijkheid van de zorgverlener die de schade heeft veroorzaakt daadwerkelijk en voldoende is gedekt door een verzekering;
3. wanneer het oordeelt dat de schade voldoet aan de vereiste voorwaarden, de patiënt of zijn rechthebbenden te vergoeden.
Dit is het geval wanneer:
a) wanneer de schade is veroorzaakt door een medisch ongeval zonder aansprakelijkheid
b) wanneer het Fonds oordeelt of wanneer vaststaat dat de schade is veroorzaakt door een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van de zorgverlener, wiens burgerlijke aansprakelijkheid niet of niet voldoende is gedekt door een verzekeringsovereenkomst
c) wanneer het Fonds oordeelt dat de schade veroorzaakt door een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van de zorgverlener en wanneer deze of zijn verzekeraar de aansprakelijkheid betwist
d) wanneer de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de zorgverlener die de schade heeft veroorzaakt een voorstel tot vergoeding doet dat het Fonds kennelijk ontoereikend vindt
4. wanneer het oordeelt dat de schade is veroorzaakt door een feit dat aanleiding geeft tot de aansprakelijkheid van een zorgverlener, de zorgverlener of diens verzekeraar te verzoeken een voorstel te doen tot vergoeding van de patiënt of zijn rechthebbenden;
5. op verzoek van de patiënt (zijn rechthebbenden), van een zorgverlener of zijn verzekeraar, een bemiddeling te organiseren
6. Op vraag van de patiënt (zijn rechthebbenden) advies te verstrekken over de toereikendheid van het bedrag van de vergoeding die door de zorgverlener of zijn verzekeraar wordt voorgesteld.
C. Inwerkingtreding
Bij KB zal de datum van inwerkingtreding worden bepaald. Dit geldt niet voor het Fonds zelf, dat vanaf 12 april 2010 in werking treedt.
Vanaf 12 april zullen ook de oude wetten van 15 mei 2007 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg en met betrekking tot de regeling van de geschillen worden opgeheven.
terug

VAS Startersdag voor artsen op 20 maart 2010
Het toenemend aantal aanwezigen wijst erop dat de Startersdag voor artsen een daadwerkelijke hulp betekent voor de jonge arts.
Dat er nood bestaat aan duidelijke informatieverstrekking bewijst overigens ook de stijgende tendens in het ledenaantal; steeds meer jonge artsen sluiten zich aan bij het Vlaams Artsensyndicaat. Het Vlaams Artsensyndicaat streeft ernaar zo goed mogelijk te beantwoorden aan de nieuwe tendens van verjonging die zich heeft ingezet de laatste jaren; door zich te blijven engageren voor de startende artsen, hen te laten genieten van voordelen die kunnen worden aangeboden door de jarenlange samenwerking met de partners, door hen te informeren en te begeleiden doorheen hun carrière.
De Startersdag voor artsen die op zaterdag 20 maart a.s. plaatsvindt, is hiervan een mooi voorbeeld.
Inschrijven en bijkomende informatie vindt u hier.
Aandacht voor de jonge artsen….
Een deel van de website is voorbehouden voor informatie speciaal toegespitst op de jonge arts.
Welke formaliteiten dient een GSO, HAIO of pas afgestudeerde arts te vervullen? Dit, en nog veel meer is vrij te raadplegen op onze website www.vlaamsartsensyndicaat.be, doorklikken naar ‘de eerste stappen’. Onze elektronische nieuwsbrief is een interessante aanvulling op wat onze website te bieden heeft. Want op de hoogte gehouden worden van de nieuwigheden, de wetswijzigingen, de honoraria, kortom alles wat invloed heeft op het uitoefenen van het artsenberoep is van groot belang. Onze sterke vertegenwoordiging binnen alle organen in de gezondheidszorg in combinatie met onze gedrevenheid zorgen
ervoor dat deze informatie je snel bereikt. Geniet van het proefaanbod: 3 maanden gratis abonnement op de nieuwsbrief! Op die manier kan je zelf ondervinden welke meerwaarde het Vlaams Artsensyndicaat jou biedt.
Ook de dienstverlening is afgestemd op de jonge arts. We werken nauw samen met onze partners omdat ze kennis van zaken hebben binnen de sociale zekerheid, boekhouding, fiscaliteit en het verzekeringswezen. Het zijn toonaangevende organisaties binnen de sector die net zoals wij streven naar vernieuwing, meer voordelen en een betere bescherming van het artsenberoep. Door de jarenlange samenwerking met onze partners kunnen onze leden genieten van speciale voordelen, zoals het meest gunstige verzekeringspakket (polis beroepsaansprakelijkheid, rechtsbijstand, auto- en familiale verzekering); kosteloos eerstelijnsadvies mbt boekhoudkundige en/of fiscale problemen; advies op maat mbt de beste sociale regeling.
Geen zoektocht naar het juiste advies….
Het VAS is een erkend steunpunt van het Participatiefonds. Om de jonge arts nog beter te begeleiden worden dossieraanvragen voor Impulseo I en II (binnenkort III) gratis samengesteld en opgevolgd door ervaren medewerkers van het VAS. Een informatiebrochure over Impulseo is overigens gratis te verkrijgen via ons secretariaat.
Ons engagement voor de nieuwe tendens van verjonging….
Het Vlaams Artsensyndicaat is een vereniging in beweging met geëngageerde leden die zich inzetten voor jonge artsen binnen de verschillende beleidsorganen.
We hebben oog voor vernieuwing en verjonging (en vertalen dit ook graag in al onze communicatiemiddelen), 2010 betekent ook de lancering van onze vernieuwde website!

Zelfstandige zorgverstrekkers mogen weer ondernemen met Flanders' Care
‘Zelfstandige zorgverstrekkers zijn voor patiënten het eerste aanspreekpunt. Zij zijn een belangrijke schakel in de gezondheidszorg. Zelfstandige zorgverstrekkers kregen vandaag dan ook terecht een expliciete rol in het project Flanders’ Care.’ De Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB) en de aangesloten beroepsorganisaties van zelfstandige zorgverstrekkers (APB-VAS-NVKVV-VVT en Axxon) reageren hiermee positief op het vandaag voorgestelde Flanders’ Care van de Vlaamse Overheid. Het FVIB-overleg zelfstandige zorgverstrekkers bekijkt hoe de beroepsbeoefenaars deze rol concreet kunnen invullen.
Het project ‘Flanders’ Care’ van de Vlaamse Overheid wil het aanbod van kwaliteitsvolle zorg verbeteren door innovatie en ondernemerschap. Flanders’ Care brengt hiervoor zorginstellingen, zorgverstrekkers, kennisinstellingen en bedrijven samen. Samen moeten ze zorgen voor innoverende en praktijkgerichte oplossingen.
FVIB en het overleg zelfstandige zorgverstrekkers zijn tevreden dat Flanders’ Care een expliciete taak ziet voor de zelfstandige zorgverstrekkers. De Federatie heeft altijd aangedrongen op een grotere rol voor de zelfstandige zorgverstrekkers in de gezondheidszorg. Zij staan door de laagdrempeligheid en permanente beschikbaarheid dicht bij de bevolking. Zij beschikken over de competenties en weten welke opgebouwd moeten worden om innovatieve oplossingen in de zorgsector te vinden. Net deze competentieopbouw is een streefdoel van Flanders’ Care. Belangrijk is ook dat Flanders’ Care zelfstandige zorgverstrekkers weer laat ondernemen.
Meer info vindt u op www.fvib.be.

De keuze tussen een NV of een BVBA
In een vorige bijdrage werd de overstap van een eenmanszaak naar een vennootschap besproken. Eens de beslissing voor een vennootschap genomen is, dient nagedacht te worden over welke vennootschapsvorm het meest interessante is.
De meest courante en ook meest gekende vennootschapsvormen zijn de NV en de BVBA. Maar wanneer kiezen voor een NV en wanneer voor een BVBA? Wat zijn de verschillen?
Eén van de belangrijkste verschillen voor een artsenvennootschap is het aantal betrokken personen.
Een NV vereist immers minstens twee oprichters, terwijl een BVBA ook door één persoon kan opgericht worden. Aangezien de deontologie vereist dat in een artsenvennootschap enkel artsen betrokken worden, is een NV niet aangewezen wanneer een arts alleen en volledig onafhankelijk zijn artsenpraktijk runt.
Daarnaast is het bestuur van een NV samengesteld uit minstens drie bestuurders (twee bestuurders volstaan indien slechts twee aandeelhouders). Een BVBA daarentegen kan bestuurd worden door slechts één zaakvoerder. Wederom wint de BVBA het van de NV wanneer de arts alleen en onafhankelijk werkt.
Een ander niet te minimaliseren verschil tussen NV en BVBA is het wettelijk minimumkapitaal. Voor een NV bedraagt deze € 61.500 terwijl voor een BVBA € 18.550 het minimum is. Daarenboven dient voor een NV deze € 61.500 volledig volstort te zijn. De oprichters van een BVBA kunnen starten met een volstorting van slechts € 6.200 (evenwel € 12.400 voor een eenpersoons-BVBA). Belangrijk om weten is dat dit kapitaal niet dient geblokkeerd of gereserveerd te blijven, maar effectief kan gebruikt worden als werkkapitaal van de vennootschap.
De overdracht van aandelen van een BVBA wordt door de wet aan strengere voorwaarden onderworpen dan voor een NV. Hier kan evenwel voor beide vennootschappen een mouw aangepast worden in de statuten. Voor een BVBA kan statutair een mildering voorzien worden door vrije overdrachten (dus zonder te voldoen aan de wettelijk vereisten) aan bepaalde personen mogelijk te maken. De aandelenoverdracht van een NV kan anderzijds verstrengd worden door goedkeuringsclausules in de statuten op te nemen.
In een volgende bijdrage kan stilgestaan worden bij de minder gekende, maar daarom niet minder interessante, vennootschapsvormen zoals de gewone commanditaire vennootschap.
Cindy Dhondt
Alaska Antwerpen-Waasland

Dr. Marc Moens, nieuwe voorzitter van de BVAS
De BVAS algemene vergadering analyseerde de mogelijke consequenties van de val van de Belgische federale regering op het federale gezondheidszorgbeleid. Eens te meer zorgt deze politieke crisis voor een vertraging van een aantal dossiers.
BVAS stelt vast dat, tegen de achtergrond van de Europese muntproblemen en de mondiale economische crisis, het voor de politieke verkozenen en in het bijzonder voor de minister(s) die de verantwoordelijkheid op Volksgezondheid en Sociale Zaken zullen opnemen, moeilijk zal zijn om ons gezondheidssysteem niet alleen op peil te houden, maar mee te laten evolueren met de groeiende mogelijkheden voor alle burgers van preventie, diagnose en therapie.
Op de algemene vergadering van de BVAS van 8 mei 2010 werd ook het bestuur voor de volgende drie jaar verkozen. Zoals statutair voorzien komt het voorzitterschap in de handen van een Vlaming, Dr. Marc Moens. Hij oefende deze functie al tweemaal uit (1998-2001 en 2004-2007).
Scheidend voorzitter, de Franstalige huisarts Roland Lemye gaat zich vooral toeleggen op de internationale betrekkingen. De Europese regelgeving wordt dermate belangrijk, en de voorbereiding en opvolging ervan zo tijdopslorpend, dat de BVAS besliste hiervoor een bijzondere functie in het leven te roepen.
Binnen de BVAS nemen de huisartsen een zeer belangrijke plaats in. Daarom wordt Dr. Michel Vermeylen, voorzitter van de Vereniging van huisartsen binnen de BVAS, als beheerder, specifiek belast met de huisartsaangelegenheden, met de rang van BVAS – ondervoorzitter.
Als andere directieleden van de raad van bestuur werden verkozen:
- Dr. Rudi Van Driessche (Nl) en Dr. Jacques de Toeuf (Fr), als ondervoorzitters
- Dr. Yves Louis (Nl) en Dr. Michel Masson (Fr) als secretarissen-generaal
- Dr. Louis Deflandre als penningmeester.
Samen met de voltallige raad van bestuur hebben zij de campagne gestart voor de medische verkiezingen die plaatsvinden tussen 2 en 17 juni 2010.
Dr. Marc MOENS, Voorzitter raad van bestuur

Open brief aan Prof. Dr. Marleen Temmerman dd. 27.04.2010
Met uw interviews in de medische pers ten gunste van de volledige academisering van de specialistische geneeskunde heeft u, Professor Marleen Temmerman, voorzitter van de Nederlandstalige kamer van de Hoge Raad en ondervoorzitter van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en huisartsen bij de FOD Volksgezondheid, jammer genoeg de onpartijdigheid prijsgegeven die wij zouden mogen verwachten van een leider van een gremium waarin een bij koninklijk besluit vastgelegd perfect equilibrium tussen de
universiteiten en de beroepsgroepen gehuldigd zou moeten worden.
U bent, collega Temmerman, als professor gynaecologie aan de Universiteit Gent, vanzelfsprekend op de hoogte van het debat over de academisering, dat op dit ogenblik
gevoerd wordt tussen de twee belangengroepen van de Hoge Raad van geneesherenspecialisten en huisartsen: de bank van de beroepsverenigingen en die van de universiteiten.
Het is volledig ongepast vanwege een door de koning benoemde gezagsdrager, die officieel het ganse beroep zou moeten vertegenwoordigen, om op een zo flagrante manier partij te
kiezen, eerder dan zich te manifesteren als de vertegenwoordigster van alle artsen die samen de Hoge Raad uitmaken.
Indien u zich ten gunste van de academisering wil profileren, menen wij dat het gepast zou zijn uit uw functie te treden ten voordele van een afgevaardigde van de Academie voor
Geneeskunde van België die in de Hoge Raad op een correcte wijze zijn representatieve functie namens alle artsen wenst te behartigen.
De VBS-bestuursleden zetelend in de Hoge Raad voor artsen–specialisten en huisartsen.
Dr. Marc MOENS, Secretaris-generaal VBS
Prof. Dr. Francis HELLER, Adjunct-secretaris VBS
Prof. Dr. Jacques GRUWEZ, Ondervoorzitter VBS

Brief dd. 25/03/2010 van Dr. Moens tav Minister Onkelinx en de bestuursleden van het KCE
Naar aanleiding van de recente reactie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg op het artikel in De Standaard betreffende de percutane hartkleppen reageert Dr. Marc. Moens, ondervoorzitter van BVAS, als volgt:
Mevrouw de Minister,
Dames en Heren,
Gelieve te noteren dat ik als lid van de raad van bestuur van het KCE publiek afstand neem van het laag-bij-de-grondse (anti-) propaganda artikel dat de KCE directie dinsdag 23/03/2010 om 19u57de wereld instuurde over de percutaan geplaatste hartkleppen, naar aanleiding van een publicatie in “De Standaard” van die dag.
Na de debacle van de raad van bestuur van dezelfde dinsdag 23.03.2010 (één studie goedgekeurd, twee die fundamenteel dienden te worden aangepast door de raad van bestuur – naar mijn inziens niet eens voldoende - en twee die terug naar af werden gestuurd wegens een absoluut gebrek aan inzicht in de behandelde materie) zou enige bescheidenheid het KCE hebben kunnen sieren.
Het gaat van kwaad naar (veel) erger met het KCE.
De reactie van het KCE op het artikel van de Antwerpse cardiologen is er een van rancune en van het grote gelijk. Onwaardig voor een wetenschappelijk orgaan.
Dr. Marc MOENS,
Ondervoorzitter BVAS, lid raad van bestuur KCE.

Infoavond Artsen in associatie : Verslag
De informatieavond ‘Artsen in associatie’ die gisterenavond, 26 mei, plaatsvond in het KBC-gebouw te Brussel, werd gekenmerkt door een talrijke opkomst, met opvallend veel huisartsen onder de aanwezigen ook, boeiende presentaties en interessante vragen en gesprekken achteraf.
Het aantal geassocieerde artsen neemt dag na dag toe. Dit is
een logische evolutie, want voor vele huisartsen en specialisten biedt samenwerken een oplossing voor de torenhoge investeringskosten, de hoge werkdruk, voor velen biedt het een garantie op de continuïteit en de overdracht van de praktijk, …om maar enkele voordelen te noemen.
De talrijke opkomst gisteren bewijst de nood aan veelzijdige informatie rond dit onderwerp, ook op juridisch, financieel en fiscaal vlak. De artsen die zich hebben vrijgemaakt voor deze avondsessie werden beloond voor de moeite met drie interessante presentaties.
Mevr Verhavert van het FVIB besprak de verschillende samenwerkingsvormen inclusief hun voor –en nadelen. Deze Unizo-federatie, waarvan het Vlaams Artsensyndicaat deel uitmaakt, bracht het handboek ‘Samenwerken in associatie’ uit. Elke deelnemer ontving hiervan een exemplaar, eveneens te verkrijgen op eenvoudige vraag via ons secretariaat.
Als u eraan denkt om een associatie op te richten, maar u blijft nog met veel vragen en onzekerheden zitten, dan kan u deelnemen aan een individuele workshop. Tijdens deze workshop wordt u in 3 sessies gecoacht om tot een succesvolle associatie te komen. Er wordt samen met de associés bekeken op welke manier u het best van start gaat en welke stappen u nog dient te ondernemen. Voor artsen die reeds actief zijn in een associatie, bestaat de mogelijkheid om een audit aan te vragen.
Leden van het VAS kunnen GRATIS intekenen op deze workshop of audit.
Meer informatie over deze workshops vindt u hier.
Indien u zich wenst in te schrijven voor deze workshops, kan u ons contacteren op info@vlaamsartsensyndicaat.be.
Mr Kamers van het advocatenkantoor Medilex gaf een klare kijk op de juridische en deontologische aspecten van associatieovereenkomsten. Het belangrijke verschil tussen de maatschap en een associatie werd uitvoerig toegelicht, ten gevolge van een stijging van de geschillen die hierop betrekking hebben. Mr Kamers gaf tekst en uitleg bij het opstellen van een overeenkomst, wat is essentieel en wat laat u er best uit. Maak vooral duidelijke afspraken, zorg voor een gelijke verdeling van rechten en lasten met een revisie van de inhoud op termijn, vermijd gerechtelijke procedures die tijdsrovend en kostelijk zijn, kies eerder voor bemiddeling of arbitrage.
Dhr Van Peteghem van het bedrijfsrevisorenkantoor Moens, Van Peteghem & Co besprak de problematiek van de financiële en fiscale regelingen in een associatie en gaf concrete tips. Er bestaan verschillende methoden om kosten en inkomsten te verdelen welke afhankelijk zijn van de soort associatie. Er werden tips gegeven over welke afspraken je best maakt bij intrede in een associatie (de instapsom, de proefperiode, de ingroei) en bij uittrede.
Het betreft een materie die individueel toegespitst is op de situatie van de samenwerking tussen de artsen in een huisartsenpraktijk of een ziekenhuis. Er werden bijgevolg veel vragen gesteld tijdens en na de informatieavond.
Hebt u nog vragen rond dit thema of wenst u een exemplaar van het handboek ‘Samenwerken in associatie’, laat het ons weten via info@vlaamsartsensyndicaat.be.
De powerpointpresentaties van de sprekers kan u hier downloaden:

De zelfstandige arts en zijn beroepskosten
De meeste startende artsen beginnen te werken op zelfstandige basis. Vanuit fiscaal oogpunt zal een zelfstandige arts personenbelasting dienen te betalen op zijn/haar netto-beroepsinkomsten. Om de netto-beroepsinkomsten te bepalen, worden alle beroepskosten afgetrokken van het bruto-inkomen. Hierdoor vermindert de belastbare basis en dient minder belasting te worden betaald aan vadertje staat. De verleiding is derhalve groot om zoveel mogelijk kosten als aftrekbare beroepskosten in te brengen. Let er wel op dat niet alle kosten als beroepskosten zullen worden beschouwd. Daarenboven zijn bepaalde kosten immers integraal aftrekbaar, andere slechts beperkt.
Er kan slechts sprake zijn van beroepskosten indien de gedane uitgaven tegelijkertijd aan drie voorwaarden voldoen:
- De uitgaven moeten gedaan zijn in functie van de artsenactiviteit en erop gericht zijn beroepsinkomsten te verwerven of te behouden. Er moet dus een band bestaan tussen het artsenberoep en de uitgave. Indien er uitgaven zijn die zowel beroepsmatig als privé zijn, dan kunnen ze in de kost opgenomen worden voor het beroepsgedeelte ervan. Deze kosten hebben o.m. betrekking op elektriciteit en verwarming van de privé-woning vermits de praktijkruimte hierin vaak geïntegreerd is, alsook autokosten en kosten van het internetabonnement;
- De uitgaven dienen aangetoond te worden door middel van o.m. facturen en ontvangstbewijzen;
- Enkel de kosten die werkelijk betaald zijn kunnen ingebracht worden, ook al heeft de uitgave betrekking op een ander jaar (vb. achterstallige betalingen).
Persoonlijke uitgaven zullen niet als beroepskost aanvaard worden vermits ze niet nodig zijn om het artsenberoep te kunnen uitoefenen. Dit geldt ook voor onredelijke uitgaven. Hieronder dient te worden verstaan, de uitgaven die voortkomen uit een bepaalde levensstijl die niet noodzakelijk is voor het bekomen of behouden van de beroepsinkomsten. Voorbeelden hiervan zijn onredelijke restaurantkosten en reiskosten. Het is echter aan de fiscus om het bewijs te leveren van de onredelijkheid van deze uitgaven, en dit zonder zich uit te spreken over de wijze waarop u uw beroepsactiviteit voert.
Indien een zelfstandige arts er voor opteert om zijn beroepskosten niet te bewijzen, geniet men automatisch het wettelijk forfait (aanslagjaar 2010: 3.590 Euro). De praktijk wijst echter uit dat het maximum van het wettelijk forfait snel bereikt is en doet men er goed aan de beroepskosten te gaan bewijzen. Mochten de werkelijke beroepskosten toch lager uitvallen dan het wettelijk forfait, dan zal de fiscus tevens automatisch het forfait toepassen.
In een latere nieuwsbrief zullen de beroepskosten in kader van een artsenvennootschap toegelicht worden, alsook concrete voorbeelden aangehaald worden van allerhande beroepskosten.
Jaimie Wilms, Senior Advisor Alaska

Informatieavond – Artsen in Associatie
Na de succesvolle Startersdag voor Artsen en het geslaagde fiscaal-financiële seminarie te Antwerpen, wil het Vlaams Artsensyndicaat (VAS) nu ook alle artsen informeren rond het thema: associëren. De informatieavond Artsen in Associatie zal plaatsvinden in het KBC-gebouw te Brussel op woensdag 26 mei 2010 van 20u tot 22u.
Het aantal geassocieerde artsen neemt dag na dag toe. Onlogisch is deze evolutie niet. Het uit de grond stampen van een eigen praktijk is vandaag de dag voor vele jonge artsen, o.m. omwille van financiële redenen, geen evidentie. Oudere beroepsbeoefenaars zien samenwerken met een jongere associé als een garantie op de continuïteit en overdracht van de praktijk. Samenwerken heeft daarenboven vele voordelen: associëren stimuleert een innovatieve en kwaliteitsvolle dienstverlening, het kan een antwoord bieden op de hoge werkdruk, de nood aan specialisatie en de torenhoge investeringskosten.
Het FVIB, de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen, bespreekt de verschillende samenwerkingsvormen inclusief hun voor –en nadelen. Deze Unizo-federatie, waarvan het Vlaams Artsensyndicaat deel uitmaakt, bracht het handboek ‘Samenwerken in associatie’ uit. Aan het einde van de informatiesessie ontvangt elke deelnemer een gratis exemplaar.
Samenwerken heeft wel degelijk invloed op de manier waarop men zijn beroep uitoefent. Een gouden tip: maak daarom de beste afspraken vooraf. Naast de verplichte wettelijke en deontologische vermeldingen is het nuttig over verschillende aspecten heldere afspraken vast te leggen. Tijdens de informatieavond worden u een aantal essentiële ingrediënten meegegeven die u zeker niet mag vergeten bij het opstellen van uw associatieovereenkomst. Het advocatenkantoor Medilex geeft een klare kijk op de juridische en deontologische aspecten van associatievorming.
Afhankelijk van de samenwerkingsvorm, beschikt men over verschillende methoden om de inkomsten en / of kosten te verdelen. Het derde deel van de avond zullen we de financiële kant van de associatie toelichten, bekeken door het oog van een bedrijfsrevisor. Worden er veel contracten afgesloten met een sleutelpercentage? Hoe zit het met de associatieovereenkomsten binnen ziekenhuizen (afdrachten, personeel, investeringen, werkt men best met volmachten…) en een huisartsengroepspraktijk? Het bedrijfsrevisorenkantoor Moens, Van Peteghem & Co bespreekt de problematiek van de financiële regelingen in een associatie en geeft concrete tips.
Zowel de aandachtspunten bij associatieovereenkomsten tussen huisartsen als tussen geneesheer-specialisten komen aan bod waarbij ruim de tijd voorzien wordt om vragen te stellen. Wilt u uw vraag zeker besproken zien tijdens deze informatieavond? Bezorg ons dan nu al uw vraag via e-mail (info@vlaamsartsensyndicaat.be)
Bijkomende informatie vindt u hier.![]()
Klik hier om u online in te schrijven.

Artsenseminarie: Bent u fiscaal en financieel gezond?
Afgelopen zaterdag 24 april 2010 organiseerde het Vlaams Artsensyndicaat in samenwerking met haar kennispartner inzake accountancy en fiscaliteit, Alaska, en de Bank J. Van Breda een seminarie waar het artsenberoep eens grondig onder de fiscale en financiële loep werd genomen. De talrijke opkomst maakte duidelijk dat het een thema betrof dat zondermeer leeft bij het artsenpubliek. Het concept; op een interactieve wijze informatie aan te reiken, gaf de mogelijkheid om uitgebreid concrete voorbeelden te geven en vragen te stellen.
De spits werd afgebeten door Dhr. Jaimie Wilms, Senior Advisor van Alaska, met een uiteenzetting over de patrimoniumvennootschap. Aan de hand van verschillende scenario’s werd verduidelijkt hoe een optimale samenwerking kan bekomen worden tussen een artsenvennootschap en een patrimoniumvennootschap. Op vraag van het publiek werd aangetoond wat de impact is van dergelijk samenwerkingsverband op successierechtelijk vlak.
Ook de kostenstructuur werd uitgebreid besproken.
Vervolgens gaf Cindy Dhondt, senior Advisor van Alaska, een toelichting over de verschillende clausules die in een huwelijkscontract kunnen worden ingebouwd. Nadien werden
vragen gesteld hoe de gezinswoning kan beschermd worden tegen toekomstige schulden, alsook de verschillende huwelijksvermogenstelsels in het kader van de beroepsaansprakelijkheid van de arts.
Als laatste sprekers hebben Mevr. Ingrid De Muynck en Dhr. Steve Wagemans van de Bank J. Van Breda het seminarie afgesloten met een uiteenzetting over de pensioenplanning van de arts. Ook hier werd gevraagd naar het kostenplaatje van de verschillende mogelijkheden die een arts heeft om te zorgen voor het spreekwoordelijke appeltje voor de dorst.
Tenslotte werd het artsenseminarie afgesloten met een hapje en een drankje, en werd er geklonken op het succesvolle verloop van deze dag.
Bedoeling van het artsenseminarie was de arts een aantal structuren en modellen aan te reiken om hen er toe aan te zetten deze modellen te reflecteren op hun eigen situatie. Kortom, om bij de arts de vraag te doen oproepen “ben ik wel financieel en fiscaal gezond zoals ik denk te zijn?”. Het adagium “voorkomen is beter dan genezen” gaat hier uiteraard ook op.
Gelet op het succes plant het Vlaams Artsensyndicaat nog soortgelijke infosessies in de toekomst.
Tijdens de eerstvolgende infoavond richt het Vlaams Artsensyndicaat zich op een andere topic: het werken in associatieverband.
Denkt u eraan te associëren? Heeft u hieromtrent specifieke vragen?
Eerstdaags kan u zich online inschrijven voor de infoavond Artsen in associatie.
Meer informatie vindt u binnenkort terug onder de rubriek Activiteitenoverzicht.
Tevens kan u hieronder de uiteenzettingen van dit artsenseminarie raadplegen:
Laat uw patrimoniumvennootschap het papierwerk doen van uw artsenpraktijk - Jaimie Wilms (Alaska)
Het huwelijkscontract: een (on)bewuste stap in uw successieplanning - Cindy Dhondt (Alaska)
Uw financiële gezondheid vandaag en in de toekomst - Ingrid De Muynck en Steve Wagemans (Bank J. Van Breda)
lees verder over Artsenseminarie: Bent u fiscaal en financieel gezond?

Vrij Beroeper meer dan 20% van de tijd bezig met administratie
Beoefenaars van een vrij beroep, zoals artsen, advocaten, dierenartsen, accountants en architecten, besteden ruim 20% van hun tijd aan paperassen en formulieren. Die kostbare tijd kunnen ze niet besteden aan hun patiënten en cliënten. Dat blijkt uit een enquête van de bij UNIZO aangesloten Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB) bij 420 vrije beroepers in Vlaanderen en Brussel. FVIB peilde bovendien naar hun toekomstvisie op het beroep en naar hun relatie met patiënt en cliënt. De administratieve overlast blijft voor heel wat vrije beroepen een doorn in het oog. FVIB bepleit voor de administratieve vereenvoudiging onder meer de effectieve integratie van alle vrije beroepen in de Kruispunt Bank Ondernemingen (KBO). Hoewel dat op papier al sinds 1 juli 2009 het geval zou moeten zijn, blijken heel wat medische beroepen nog altijd niet automatisch opgenomen of ontbreken er nog noodzakelijke gegevens. Een volledige integratie in de KBO is nodig, wil de overheid de communicatie met de vrij beroeper vlotter doen verlopen. FVIB vraagt ook de al lang beloofde eengemaakte inning voor auteurs-en naburige rechten voor alle vrije beroepen, het daadwerkelijk inschakelen van e-governement en de doeltreffende informatisering van de volledige gezondheidszorg. Naast administratieve vereenvoudiging, kwamen ook de waardering van de consument voor het vrije beroep en de behoefte aan een beperking van de beroepsaansprakelijkheid uit de enquête naar voren. FVIB stelt de resultaten van de rondvraag vanavond voor op de Dag van het Vrije Beroep in de Ark in Antwerpen.
Beperking aansprakelijkheid en samenwerken noodzakelijk voor het beroep
FVIB vroeg de vrije beroepers welke elementen cruciaal zijn voor het vrije beroep. 6 op de 10 bepleit een beperking van de beroepsaansprakelijkheid voor alle beoefenaars het vrije beroep. Ze zien dat als één van de voorwaarden om het beroep aantrekkelijk te houden ook voor nieuwkomers. Op die manier kunnen overdreven persoonlijke beroepsrisico’s worden vermeden. Ondernemersvaardigheden, zoals personeelsbeleid en marketing, zijn volgens 72% van de ondervraagden noodzakelijk om het beroep doeltreffend uit te oefenen. Bijna 6 op 10 verwacht voor de toekomst het verdwijnen van de eenmanspraktijk. Voor 64% moeten meerdere disciplines in de praktijk gebundeld worden. Meer dan 8 op de 10 vrije beroepers vindt een verplichte permanente vorming essentieel.
Financiële crisis nauwelijks gevolgen voor vrije beroep
De financiële crisis heeft weinig impact gehad op het vrije beroep. 4 op de 10 ondervraagden zegt nu evenveel werk te hebben als voor de crisis. 22% heeft zelfs meer te doen. Kennelijk blijken de meeste sectoren uit het vrije beroep minder conjunctuurgevoelig, de vrije beroepen uit de bouw zoals architecten niet te na gesproken.. Bovendien leidt een economische crisis voor een aantal vrije beroepen zoals de cijferberoepen en de juridische sector automatisch tot meer werk.
Vrije beroepers gewaardeerd door consument
Ten slotte peilde FVIB naar de band met de consument. 6 op de 10 vrije beroepers voelt zich gewaardeerd door zijn cliënt of patiënt. Vertrouwen blijkt voor bijna 8 op de 10 de belangrijkste factor in hun relatie met de consument. Net geen 90% van de ondervraagden vindt wel dat cliënten en patiënten steeds hogere eisen stellen. Bovendien ervaart 8 op 10 beoefenaars de consument als beter geïnformeerd dan enkele jaren geleden.
Bron: FVIB

Marc Moens: 'Ik hoop dat het niet tot een boycot van de verkiezingen komt' Artsenkrant dd. 15.04.2010
Marc Moens (Bvas) hoopt dat de uitsluiting van Domus Medica en Domino geen aanleiding zal geven tot complottheorieën. Hij roept de Vlaamse huisartsen ook op om de verkiezingen niet te boycotten.
De gemengde syndicaten wisten al enkele dagen dat het verdict van het Riziv voor Domus Medica en Domino negatief zou uitvallen. Ze hadden wel zwijgplicht tot vandaag. "Ik heb jullie weken geleden al gezegd dat ik er mijn slaap niet voor zou laten. Als het klopt dat Domus Medica een probleem had met de grootte van het lidgeld, dan lijkt die weigering mij correct, de regels zijn gelijk voor iedereen" zegt Marc Moens.
Hij wijst ook op de duidelijke disproportie binnen de alliantie tussen Vlamingen en Franstalingen én tussen huisartsen en specialisten. "Zo'n duidelijke scheeftrekking ten koste van de specialisten en de Franstaligen, dat kan toch niet? Het zou pas echt ondemocratisch geweest zijn als het Riziv deze constructie wel tot de verkiezingen had toegelaten", vindt de ondervoorzitter van de Bvas.
Dan had de alliantie door het principe van de minimumvertegenwoordiging sowieso recht gehad op één zetel bij de huisartsen en één bij de specialisten. Dat zou zeer nadelig geweest zijn voor zowel de Bvas als het Kartel, zegt Moens. "Het zou bovendien tot de hoogst onverantwoorde situatie leiden dat heel wat zetels leeg blijven. Er zijn veel meer zetels voor specialisten te verdelen dan dat er specialisten lid zijn bij Domino. Deze weigering is dus een logische beslissing."
"Ik weet niet wat er nu gaat gebeuren maar ik hoop dat de Vlaamse huisartsen beseffen dat ze er geen belang bij hebben om zich afzijdig te houden bij de verkiezingen. Vorige keer heeft men een boycot geprobeerd maar die heeft weinig effect gehad. Het is belangrijk dat iedereen meedoet en zijn stem uitbrengt. Als ik bekijk wat Domus Medica en Domino inhoudelijk vertellen, dan sluit dat veel nauwer aan bij ons programma dan bij dat van het ASGB."
Bron: Artsenkrant 15/04/2010

Verlenging experiment beschikbaarheid huisartsen
De Nationale Commisie Geneesheren-Ziekenfondsen heeft beslist het experiment beschikbaarheid huisartsen (wachtdienst en permanentie) te verlengen tot 31 december 2010 en zal zich op basis van de verzamelde informatie in het kader van dit experiment en de analyse die ervan zal gemaakt worden op het einde van het jaar definitief uitspreken over de toekomst van deze maatregel.
Om de beschikbaarheid van de huisartsen te stimuleren heeft BVAS in het vorig akkoord geneesheren-ziekenfondsen 2008 een bijkomend ereloon bekomen. Sinds 1 juli 2008 is bij wijze van experiment een verhoging van € 2,11
(2010) van de avondraadpleging uitgevoerd. Alle huisartsen, ingeschreven bij een wachtdienst, kunnen deze verhoging aanrekenen.
Uitbreiding van de beschikbaarheidshonoraria
De huisartsenkring kan de weekwacht vanaf 19u laten starten. In dit geval zal de verplichte ziekteverzekering beschikbaarheidshonoraria van € 5,66 (2010)
per uur betalen aan de huisartsen met wachtdienst vanaf 19 uur in plaats van 20 uur.
Wachttoeslag van € 2,11 :
- Voor raadplegingen tussen 19u en 21u
- Wanneer de huisarts effectief van wacht is
- Via het pseudocodenummer 101091 kan de huisarts de wachttoeslag aanrekenen.
- De code van de wachttoeslag mag NIET samen met de permanentietoeslag aangerekend worden.
- De wachttoeslag mag daarentegen WEL samen met de codes 101076, 101032 en 101010 aangerekend worden
- De patiënt zal deze verhoging volledig terugbetaald krijgen.
Permanentietoeslag van € 2,11 :
Complementair met bovenvermelde maatregel wordt de permanentie de de huisarts aanbiedt voor avondraadplegingen in zijn eigen praktijk gehonoreerd met een permanentietoeslag.
- Voor raadplegingen tussen 18u en 21.
- De raadpleging moet gebeuren in de eigen praktijk.
- De huisarts moet ingeschreven zijn in een wachtdienst, m.a.w. :
- ofwel is de huisarts beschikbaar voor deelname aan de wachtdienst
- ofwel beschikt de huisarts over een vrijstelling, verleend door de huisartsenkring.
- Via het pseudocodenummer 101113 mag de huisarts de permanentietoeslag aanrekenen.
- De code van de permanentietoeslag mag NIET samen met de wachttoeslag aangerekend worden.
- De permanentietoeslag mag daarentegen WEL samen met de codes 101076 en 101032 aangerekend worden.
- De patiënt krijgt de toeslag volledig terugbetaald, indien :
- de patiënt een GMD heeft op de dag dat de permanentietoeslag wordt aangerekend;
- de patiënt moet de huisarts raadplegen die toegang heeft tot zijn GMD :
- d.i. de huisarts die het GMD beheert;
- of een andere huisarts die middels het vermelden van de letter G en het RIZIV-identificatienummer van de GMD-beheerder aangeeft dat hij toegang heeft gehad tot de gegevens van het GMD.

Persmededeling BVAS dd. 08/03/2010: De geneeskundestudie gaat van 7 naar 6 jaar
De BVAS verheugt zich over dit federaal akkoord dat voor één keer een consensus van alle partijen wegdraagt. Volgens Jean-Claude Marcourt zal deze maatregel geen voordeel opleveren voor de huisartsen, die hun opleiding verlengd zullen zien van 2 naar 3 jaar. Drie maanden voor België het Europees voorzitterschap zal waarnemen, zou hij beter stellen dat Europa zijn probleem niet is. Al ruim 5 jaar geleden heeft het Europees Parlement de verlenging van de huisartsenopleiding van 2 naar 3 jaar gestemd. België heeft hier tot op heden geen rekening mee gehouden en probeerde deze evidentie te verdoezelen. Dhr. Jean-Claude Marcourt heeft op zijn minst de verdienste de waarheid te zeggen. Zoals Racine ooit zei : « En cet aveu dénué d’artifices… ».
Volgend dhr. Marcourt dient de totale huisartsenopleiding op 9 jaar behouden te worden. Hieruit blijkt dat hij de studie, die nu van 7 jaar tot 6 jaar wordt herleid, verwart met de beroepsopleiding. Zowel de specialisten in opleiding als de huisartsen in opleiding zijn geen studenten meer. Zij hebben hun diploma op zak, zijn ingeschreven bij de Orde der Geneesheren en het RIZIV heeft hen een nummer toegekend dat hen toelaat medische verstrekkingen te verrichten. Als beroepsbeoefenaars worden zij, weliswaar slecht, vergoed.
De universiteiten, die blijkbaar nog niet genoeg hebben met hun goedkope en steeds ter beschikking staande werkkrachten (€ 2.600 voor een werktijd die recent werd “beperkt” tot 72 uur per week) willen nu bovendien ook nog het beroepsstatuut van de artsen in opleiding herleiden tot dat van student via de zogenaamde academisering. Dit is voor het beroep uiteraard onaanvaardbaar. Aangezien het verlies van een jaar in de basisstudie aanleiding geeft tot het verlies van de financiering van een jaar, eisen de universiteiten een compensatie. Dit is wederom een stap verder in de academisering.
De BVAS wenst er aan te herinneren dat de verkorting van de studieduur tot arts zijn oorsprong vindt in een verzoekschrift tot nietigverklaring dat door de artsen- specialisten werd ingediend. Zij waren van oordeel waren dat het discriminerend was dat de toekomstige huisartsen hun beroepsopleiding reeds in het laatste jaar van hun studies konden starten terwijl de specialisten dat pas na het zevende studiejaar kunnen.
Ook de BVAS-huisartsen deelden deze mening. Sinds het begin van de jaren ’70 heeft de BVAS steeds de idee verdedigd dat de huisartsen, net zoals andere specialisten, een beroepsopleiding dienden te volgen. Op termijn zouden beide disciplines hierdoor op gelijke voet komen te staan. Door de beslissing om een jaar van de artsenstudie om te zetten in een jaar beroepsopleiding tot huisarts (maar dan onder universitaire heerschappij) bekwam men het tegengestelde van het beoogde doel..
Dhr. Jean-Claude Marcourt spreekt tot slot ook van de gespecialiseerde opleiding in de huisartsgeneeskunde. Wij verheugen ons hierover omdat we daar al jaren tevergeefs om vragen. De erkenning van de huisartsgeneeskunde als specialisme bestaat nu al in veertien Europese landen, maar nog steeds niet in België.
Zal de verspreking van dhr. Marcourt de aanzet zijn om vooruitgang te boeken in dit dossier? Wij hopen het in ieder geval.
Dr. Roland LEMYE, Voorzitter BVAS

Beschikbaarheidshonoraria voor specialisten: laatste nieuws
Naar aanleiding van de vernietiging van artikel 3 van het KB van 29 april 2008 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt aan de geneesheren die deelnemen aan de in een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten door de Raad van State in december vorig jaar, heeft het RIZIV zopas Omzendbrief ZH 2010/5 gepubliceerd.
Om de rechtszekerheid snel te herstellen, zodat de betalingen kunnen worden voortgezet, terwijl de uitgaven binnen de door de begroting vastgestelde grenzen van de financiële weerslag van die maatregel blijven, heeft het Verzekeringscomité onlangs een positief advies gegeven over een ontwerp van aanpassing van het KB. Daarin verwijst artikel 3 naar artikel 1 van het KB van 25/11/1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden voor de beoefenaars van de geneeskunst, met inbegrip van de tandheelkunde, zonder verdere specificaties, en waarbij zowel de vereiste is behouden dat aan een daadwerkelijke beschikbaarheid is voldaan in het raam van een wachtdienst in een ziekenhuis, alsook de beperking tot een maximum van 11 forfaitaire honoraria die mogen worden betaald.
Dit ontwerp van KB is voorzien om in werking te treden op 1 oktober 2009. In de praktijk is het vierde trimester van 2009 op 31 maart afgesloten. Van zodra het KB gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad en de ziekenhuizen hiervan op de hoogte werden gebracht, zal deze periode uitzonderlijk terug opengezet worden zodat de gegevens van de wachtdiensten kunnen aangepast worden indien nodig.
In afwachting hiervan zal er dus geen betaling plaatsvinden van het vierde trimester van 2009.
Indexatie
Op 1 januari 2010 is de waarde van de beschikbaarheidshonoraria voor geneesheerspecialisten aangepast aan de evolutie van de waarde van het gezondheidsindexcijfer:
| 2008 |
2009 |
2010 | |
| Weekend |
€ 312,50 |
€ 326 |
€ 329,03 |
| Wettelijke feestdag die niet samenvalt met het weekend |
€ 187,50 |
€ 195,60 |
€ 197,42 |
| Wettelijke feestdag die valt op een vrijdag of een maandag |
€ 125 |
€ 130,40 |
€ 131,61 |
U kan de volledige Omzendbrief ZH 2010/5 hier raadplegen.

Het VOS tegen wil en dank : persbericht BVAS dd. 06/04/2010
Het VOS (Voorschrift Op Stofnaam) kan een antwoord bieden voor een acute behandeling, in dringende gevallen, net voor de apotheker zijn deur gaat sluiten. Maar het VOS is zeker niet geschikt bij voorschriften voor chronische behandelingen.
In 2005, bij het toelaten van het VOS, hebben heel wat apothekers dit aanzien als een signaal voor substitutie. Hierdoor werden heel wat therapeutische ongevallen veroorzaakt, gelukkig niet allemaal met schadelijke gevolgen. De meest frequente ongevallen gebeuren door verwarring. Een patiënt die twee generieken van hetzelfde product heeft gekregen, ze allebei inneemt en zodoende de dosis verdubbelt! Verandering kan ook de naleving van het voorschrift verminderen. Op de duur puilen de huisapotheekkastjes uit van de generieke geneesmiddelen waar de patiënt de juiste indicatie van is vergeten maar die hij wel gebruikt bij automedicatie.
Naar aanleiding van verschillende studies in België en in het buitenland, hebben wij de pers en de Overheid gewaarschuwd. Het FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten) vond het niet nodig een farmacovigilantie in verband met deze ongevallen op te starten en het KCE weigerde er een studie over op te zetten omdat het onderwerp zogezegd aan belang zou ontbreken.
Zowel de farmacovigilantie als een KCE studie zouden immers in botsing kunnen komen met het overheidsbeleid inzake geneesmiddelen. Dit beleid heeft als doel de kosten maximaal te drukken en sluit de ogen voor de schadelijke gevolgen die er kunnen uit voorvloeien. Erger nog, indien er gevaar is, zullen het de artsen en de apothekers zijn die de verantwoordelijkheid zullen moeten dragen. Dit is in ieder geval wat in het rapport van een groep experts (zonder praktiserende artsen van het terrein) werd opgenomen. Deze expertengroep werd door de FOD Volksgezondheid aangesteld om de wetgeving “Voorschrijven op Stofnaam” operationeel te maken.
Voor de BVAS kunnen de artsen in geen enkel geval verantwoordelijkheid dragen voor de substitutie of enige andere vorm van vervanging. Hoe zou hij deze kunnen dragen? Hij weet niet eens wat afgeleverd werd.
Wat de apotheker betreft die de nodige inlichtingen zou moeten verschaffen, hoe zou die dat moeten doen als men weet dat in een groot aantal gevallen het niet eens de patiënt zelf is die zijn geneesmiddel komt afhalen? Dit is alleszins het geval voor oudere patiënten die dikwijls gelijktijdig verschillende geneesmiddelen innemen en voor alle bewoners van rust- en verzorgingstehuizen en van rustoorden voor bejaarden.
De BVAS zal geen enkele verplichting inzake het VOS aanvaarden. Het VOS moet een mogelijkheid blijven die volgens de inschatting van de arts al dan niet kan worden gebruikt.
Dr. Roland LEMYE
Voorzitter BVAS

Aansluiten bij Zenito: Nieuwe aansluitingstermijn vanaf 1 april 2010!
Zoals u waarschijnlijk al vernam, wordt de aansluitingstermijn van 90 dagen gewijzigd vanaf 1 april 2010. Iedere zelfstandige zal zich uiterlijk de dag van de start van zijn zelfstandige activiteit bij een sociaal verzekeringsfonds moeten aansluiten.
Deze
regel wordt van toepassing op alle zelfstandigen! Dus ook op zelfstandigen die tussen 1 januari 2010 en 31 maart 2010 gestart zijn.
Hebt u klanten die zich in deze situatie bevinden, dan zorgt u er het beste voor dat de aansluiting uiterlijk op 31 maart 2010 in orde is.
Zelfstandigen die zich niet aan de nieuwe regels houden, riskeren een administratieve boete van maximaal € 2.000.
Hetzelfde geldt voor zelfstandigen en vennootschappen die activiteiten uitoefenen waarvoor ze niet zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Ten slotte wordt het kwartaal uitstel van betaling voor de eerste twee kwartalen activiteit slechts toegekend indien de aansluiting tijdig gebeurde. Eén dag te laat aansluiten = bijdragen betalen op het einde van het kwartaal.
Om problemen in de toekomst te voorkomen, geven we u enkele praktische richtlijnen mee:
- Bij de oprichting van een vennootschap zorgt u uiterlijk op de dag van de neerlegging van de statuten voor de aansluiting van de mandatarissen en werkende vennoten.
- Indien later een bijkomende mandataris benoemd wordt: zorg ervoor dat hij uiterlijk op de ingangsdatum van zijn benoeming aangesloten is.
- Laat het ondernemingsnummer tijdig registreren, ga na of alle ondernemersvaardigheden tijdig bewezen zijn, controleer of alle activiteiten in de kruispuntbank opgenomen werden en sluit de zelfstandige onmiddellijk aan.
Opletten geblazen dus! Via www.zenito.be kunt u de aansluiting onmiddellijk regelen.

Veroordeling Nova Channel AG
Op 11 februari jl. veroordeelde de hoogste Zwitserse rechtbank Nova Channel AG, een vanuit Zwitserland opererende maar ook in ons land actieve reclameronselaar. In ons land zijn enkele honderden ondernemers gedupeerd, vooral medische beroepen. Zij tekenden nietsvermoedend in op een waardeloos 'Medisch Register'.
UNIZO kreeg over de Zwitserse ronselaar meer dan 300 klachten. Daarmee staat Nova Channel AG op plaats 3. Enkel over Internet Bedrijvengids en het Belgisch Internet Register kreeg het UNIZO-meldpunt meer klachten. Intekenen op het waardeloze 'Medisch register' van Nova Channel AG, kost ondernemers 983€ per jaar. Dat is ongeveer hetzelfde bedrag als bij de andere grote ronselaars.
In ons land spande UNIZO al verschillende rechterlijke procedures aan tegen reclameronselaars. Internet Bedrijvengids werd veroordeeld door de rechtbank van Koophandel en is ondertussen failliet. Voor de strafzaak is nog geen datum vastgelegd. Tegen een andere ronselaar, DAD, leidde UNIZO een beroepsprocedure in.
Al jaren proberen reclameronselaars ook vrije beroepers te strikken voor waardeloze contracten.
Hier vindt u enkele tips om dergelijke problemen te vermijden.
Bron: FVIB

Cumul miniforfait met toezichtshonorarium voor de medische wachtdienst 590435
Geachte,
Sinds de invoeging van verstrekking 590435 A 75 in artikel 25 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen op 1 september 2008, wordt vastgesteld dat bepaalde ziekenhuizen de aanrekening van deze verstrekking veelvuldig cumuleren met het in rekening brengen van een miniforfait (761213) met relatieve prestatie 761434, ‘intraveneuze perfusie’.
590435 "Honorarium voor geneeskundige bijstand verleend door een arts van een erkende functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg, in het raam van een extramurale medische interventie van de mobiele urgentiegroep en medisch begeleid transport van een patiënt naar een ander ziekenhuis dan het ziekenhuis waarvan de erkende functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg deel uitmaakt"
met A 75
Als argument voor deze cumul wordt artikel 4, §3 b) van de overeenkomst tussen de verpleeginstellingen en de verzekeringsinstellingen aangehaald, zijnde: ‘Het miniforfait is verschuldigd voor elke toestand waarin op voorschrift van de behandelende arts een effectief medisch toezicht wordt uitgeoefend omwille van de toediening van een geneesmiddel of bloed / labiel bloedproduct via een intraveneus infuus.’
Echter, §1 van hetzelfde artikel bepaalt de algemene voorwaarden waaronder het aanrekenen van een miniforfait mogelijk is. ’Opname’ is in dit kader cruciaal. Aangezien er in prestatie 590435 A 75 geen sprake is van een opname, is een cumul van een miniforfait en verstrekking 590435 A 75 niet toegestaan.
Hoogachtend,
De leidend ambtenaar van het RIZIV

Reactie dd. 23/03/2010 van het KCE mbt percutane hartkleppen
Onderstaand persbericht van het KCE heeft betrekking op de plaatsing van percutane hartkleppen via de lies dat naar aanleiding van een artikel in De Standaard, die tevens hier kan raadplegen, gepubliceerd werd. Dr. Marc Moens, ondervoorzitter van BVAS en bestuurslid van het KCE, heeft hieromtrent een schrijven gericht aan minsiter Onkelinx en alle leden van de raad van bestuur van het KCE om deze reactie aan te klagen. U kan zijn schrijven hier raadplegen.
1 op de 8 patiënten sterft binnen de maand na een hartklepvervanging via de lies. Omdat de veiligheid van de patiënt primeert raadde het KCE de terugbetaling van deze experimentele ingreep af
De afgelopen dagen bespeelde een aantal Antwerpse cardiologen op een emotionele manier de publieke opinie. Ze verkondigden in de pers dat ze 32 levens redden door hartklepvervangingen via de lies zelf te betalen. Het RIZIV was hierbij de kop van jut, omdat het de ingreep alsnog niet terugbetaalt.
Het RIZIV baseerde zich voor deze beslissing op het wetenschappelijk advies van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). In zijn rapport van 2008 (zie: http://kce.fgov.be/index_nl.aspx?SGREF=10500&CREF=12221) stelde het KCE vast dat de negatieve resultaten van deze ingreep onrustwekkend waren: volgens de toen beschikbare gegevens overleed 1 op 10 patiënten binnen de maand na de ingreep, terwijl de sterfte bij een klassieke openhart operatie bij vergelijkbare patiënten nog geen 6% bedroeg.
Intussen is er een recentere Franse studie waarin zelfs sprake is van 1 op 8 sterfgevallen binnen 1 maand. Na 6 maanden bedraagt de sterfte meer dan 23 %.
In de VS is de ingreep verboden. Een uitzondering wordt enkel gemaakt voor een grote klinische studie, waarvan de resultaten waarschijnlijk bekend zullen worden gemaakt eind 2010. Het KCE raadde het RIZIV aan om de resultaten van deze Amerikaanse studie af te wachten. Ondertussen kunnen de patiënten geholpen worden met klassieke open hart chirurgie.
De cardiologen die pleiten voor de terugbetaling van de operatie baseren zich op beperkte, eigen, positieve ervaringen. Ze deinzen er daarbij niet voor terug om één van hun patiënten op te voeren in het door hen opgezette media offensief. Het KCE baseert zijn argumentatie uitsluitend op wetenschappelijke gegevens, die gebaseerd zijn op meer dan 1600 gevallen. Alleen deze aanpak geeft ook een stem aan degenen die zelf niet meer kunnen spreken: de patiënten die de hartklepvervanging niet hebben overleefd.

Verkiezingsprogramma BVAS: persmededeling dd. 22/03/2010
BVAS, het schild tegen de staatsgeneeskunde
Zoals bij elke syndicale verkiezing zal het over inkomsten en arbeidsvoorwaarden gaan. Velen beschouwen de artsen als een bevoorrechte klasse. Wij beweren niet het tegendeel, maar het feit dat de jonge assistent artsen onlangs, mét onze steun en tegen de druk van de ziekenhuisbeheerders in, een beperking van de werktijd hebben verkregen, moet men als een sociaal resultaat beschouwen. Zij zullen nog maximaal 72 uur per week werken. Maar hoeveel uren werkten zij dan voordien? Was het niet gevaarlijk voor hen… en voor de patiënten?
Maar afgezien van de categoriale eisen, zijn er de bedreigingen die op ons beroep wegen en waarvan de machthebbers geleidelijk aan de voorrechten, die nochtans absoluut noodzakelijk zijn voor de kwaliteit van de zorgen en de vertrouwensrelatie die de patiënt terecht mag verwachten, ontnemen.
De medische beslissing ligt steeds minder in de handen van de arts. Hij dient aanbevelingen uit te voeren waarvan verondersteld wordt dat ze de goede medische praktijk beschrijven maar die in werkelijkheid op economische redenen berusten.
Een almachtige, geneeskundige en politionele controle ziet toe op de naleving van die aanbevelingen die aldus een impliciete rantsoenering invoeren. De administratieve pesterijen nemen op exponentiële wijze toe en eisen kostbare aandacht en tijd op die de arts aan zijn patiënt kan besteden.
De staatsgeneeskunde zou ons willen degraderen tot de rol van uitvoerders. Het draait wel degelijk rond de opkomst van de staatsgeneeskunde.
Buiten onszelf zijn de patiënten het slachtoffer van een bureaucratische geneeskunde met een verdoken rantsoenering en een steeds moeilijkere toegang tot de innoverende geneesmiddelen.
Niemand ontkent de noodzaak om besparingen te realiseren, maar de door de overheid opgelegde besparingen kosten meestal meer dan dat ze opbrengen.
De inzet van de syndicale verkiezingen is dus een maatschappelijk probleem dat niet enkel de artsen maar ook de patiënten aanbelangt.
Wat is het standpunt van de BVAS ten opzichte van de overheid en andere syndicaten betreffende bedreigingen die op de toekomst van de gezondheidszorg wegen?
Klik hier om het verkiezingsprogramma van BVAS te raadplegen.

Nieuwe BTW-verplichtingen voor vrije beroepers
Vanaf 1 januari 2010 zullen er enkele nieuwe verplichtingen zijn voor vrije beroepers als gevolg van de inwerkingtreding van het BTW-pakket.
Begin 2008 werden twee Europese richtlijnen goedgekeurd die een pakket aan maatregelen bevatten ter aanpassing van de btw-wetgeving. Eén van die richtlijnen had betrekking op de nieuwe lokalisatieregels voor diensten en de invoering van de nieuwe formaliteiten als gevolg daarvan.
De nieuwe lokalisatieregels bepalen dat in de relatie tussen twee belastingplichtigen (B2B) de verstrekte dienstverlening in principe dient gelokaliseerd te worden in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd. Het BTW-regime van het land van de ontvanger zal bijgevolg bepalen of er al dan niet btw verschuldigd is over de verrichte dienst. Desgevallend dient de ontvanger de BTW te voldoen in zijn BTW-aangifte. Diensten verricht aan niet-belastingplichtigen (B2C) dienen gelokaliseerd te worden daar waar de dienstverrichter is gevestigd.
Een belangrijk en minder gekend gevolg van de nieuwe regels is dat vrijgestelde BTW-belastingplichtigen vanaf 1 januari 2010 BTW-plichtig worden in hun relatie met het buitenland.
Zo zal een Belgische dokter die in kader van zijn/haar professionele activiteit diensten afneemt van een andere belastingplichtige gevestigd in een andere lidstaat (B2B) voortaan BTW-plichtig worden en over een Belgisch BTW-nummer dienen te beschikken.
Daarenboven dienen ook de formaliteiten te worden vervuld die er op dit vlak zijn voorzien, en meer bepaald het indienen van een bijzondere BTW-aangifte per kwartaal, voor zover althans een dienst wordt afgenomen waarvoor de vrijgestelde belastingplichtige als schuldenaar van de BTW wordt aangemerkt.
Jaimie Wilms, Senior Advisor Alaska

Burgerlijke maatschap als planningsmiddel
Een burgerlijke maatschap wordt vaak als vehikel gebruikt om aan familiale vermogensplanning te doen. Op deze manier kan (een deel van) het ouderlijk vermogen op een fiscaalvriendelijke manier vererfd worden door de kinderen, waarbij ervoor gezorgd kan worden dat de ouders dit vermogen nog verder beheren, zelfs erover kunnen beschikken. Meestal bestaat het vermogen uit roerende goederen, zoals onder meer geld, obligaties en aandelen, maar het is ook mogelijk dat onroerende goederen in de maatschap worden ingebracht. Deze bijdrage zal zich evenwel beperken tot het roerend vermogen.
Burgerlijke maatschap
Een maatschap is een contract waarbij minimum twee personen bepaalde goederen in de gemeenschap brengen om een bepaald gemeenschappelijk doel te bereiken. Anders gesteld, het betreft een overeenkomst waarbij een verhouding van mede-eigendom wordt gecreëerd die bovendien de kenmerken bevat van een vennootschap, zij het zonder rechtspersoonlijkheid. Indien de activiteit van een dergelijke maatschap het beheren is van het familiaal patrimonium is zij burgerlijk van aard.
Oprichting
Het voordeel van een maatschap is dat de oprichtingsakte nergens gepubliceerd hoeft te worden. De oprichtingsakte kan onderhands opgesteld worden. Ook moet er geen jaarrekening worden opgemaakt, wat de discretie ten goede komt.
Een maatschap kan daarenboven voor bepaalde of onbepaalde duur worden opgericht. In de praktijk wordt de duur meestal gekoppeld aan het leven van de oprichters, meestal de ouders. Om de zeggenschap over het vermogen te behouden, worden de ouders aangeduid als
zaakvoerders van de maatschap, zelfs levenslang indien gewenst.
Inbreng
Wanneer bij de oprichting roerende goederen worden ingebracht dienen er geen registratierechten betaald te worden. Dit In ruil voor de inbreng worden deelbewijzen van de maatschap ontvangen. Nadien worden deze deelbewijzen aan de kinderen geschonken via notariële akte tegen het schenkingstarief van 3% van toepassing in het Vlaams gewest. Om enige zekerheid in te lassen voor de schenkers is het mogelijk de schenking aan bepaalde voorwaarde te koppelen (bijv. voorbehoud van vruchtgebruik, beding van conventionele terugkeer).
Successierechten
Bij het overlijden van de ouders zullen er zich geen deelgerechtigheden van de maatschap in de nalatenschap bevinden, aangezien deze bij voorafgaandelijke schenking reeds aan de kinderen werden overgemaakt. Ingeval van voorbehoud van vruchtgebruik door de ouders, dooft dit vruchtgebruik uit en verkrijgen de kinderen de geschonken deelgerechtigheden in volle eigendom.
De successieplanning wordt dus in feite gerealiseerd door een afroming van het ouderlijk vermogen via schenking waardoor de progressiviteit van de successierechten wordt ontzenuwd.
Fiscaal transparant
Een burgerlijke maatschap is fiscaal transparant wat een fiscaal voordeel oplevert. Ze is bijgevolg niet onderworpen aan het hogere tarief van de vennootschapsbelasting, maar de inkomsten die uit de burgerlijke
maatschap worden ontvangen worden rechtstreeks in hoofde van de vennoten belast in hun personenbelasting.
Conclusie
Een goede successieplanning is een evenwichtsoefening. Daarbij moet in gedachte gehouden worden dat de fiscale druk eerst moet berekend worden vooraleer er acties ondernomen worden. De te nemen actie zou immers niet meer mogen bedragen dan de belastingbesparing. Maar door middel van een aantal kleine ingrepen met een minimum aan kosten kan reeds een enorme belastingbesparing gerealiseerd worden.
Jaimie Wilms, Senior Advisor Alaska

Vraag om suggesties mbt evaluatie van het eHealthplatform
Bij de wet van 21 augustus 2008 houdende de oprichting en organisatie van het eHealth-platform werd een openbare instelling opgericht onder de naam "eHealth-platform". Het doel is om via een onderlinge elektronische dienstverlening en informatie-uitwisseling tussen de actoren in de gezondheidszorg, de kwaliteit en de continuïteit van de gezondheidszorg en de veiligheid van de patiënt te optimaliseren, de vereenvoudiging van administratieve formaliteiten te bevorderen en het gezondheidsbeleid te ondersteunen.
Deze wet voorziet ook in een evaluatie. De Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer acht het aangewezen om naar aanleiding van deze evaluatie nuttige suggesties te kunnen doen voor wat de aspecten informatieveiligheid en privacy-bescherming betreft.
Daarom vragen wij ook u om ons uw suggesties over te maken op de specifieke vragen met de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer.
Uw suggesties hebben tot doel om de Commissie een goed beeld te geven van de voordelen en de potentiële risico's die verbonden zijn aan de elektronische uitwisseling van gezondheidsgegevens.
U kan het schrijven van de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer hier raadplegen.

Nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2010
De Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen heeft onlangs besloten dat vanaf 1 januari 2010 alle honoraria met 0,93 % lineair worden geïndexeerd.
U kan alle honoraria hier raadplegen.

Mogelijke uitkomsten mbt de beschikbaarheidshonoraria
Zoals u reeds ongetwijfeld heeft vernomen, heeft de Raad van State in december vorig jaar het arrest nr. 198.983 artikel 3 van het KB van 29 april 2008 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt aan de geneesheren die deelnemen aan de in een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten vernietigd. Dit artikel bepaalde de specialismen of groepen van specialismen die rechten konden laten gelden op de beschikbaarheidshonoraria voor deelname aan een in een ziekenhuis georganiseerde wachtdienst.
Aangezien niet het volledige KB vernietigd is door de Raad van State, zijn er verschillende mogelijkheden voor onze minister van Sociale Zaken Laurette Onkelinx om in te grijpen :
Hernemen?
Minister Onkelinx kan er ook voor kiezen om het vernietigd artikel gewoonweg te hernemen. In dit geval wordt het KB zoals voorheen toegepast, maar dan
loopt de overheid het risico op een nieuwe vernietiging van de Raad van State en zijn we terug bij af.
Verder laten bestaan?
Het gedeeltelijk vernietigd KB kan ook blijven bestaan, want zonder dit specifiek artikel kan het KB niet uitgevoerd worden. Voor de betaling van de beschikbaarheidshonoraria zijn de hoofdgeneesheren namelijk verplicht om de lijst van artsen met hun specialisme uit het vernietigd artikel mee te delen aan het RIZIV. Door het feit dat het artikel met de lijst van specialismen die aanspraak kunnen maken op dit honorarium vernietigd is, bestaat deze lijst niet meer en zijn deze gegevens aldus onontvankelijk voor het RIZIV.
Uitbreiden?
In navolging van dit arrest zou de lijst van specialismen worden uitgebreid. Hiervoor is er echter een groter budget nodig. Indien dit niet kan voorzien worden, moeten meer specialismen uit dezelfde pot hun wachtgelden putten.
Vernietigen?
De laatste mogelijkheid houdt in dat minister Onkelinx het KB volledig intrekt met als gevolg dat er voor geen enkele specialisme nog beschikbaarheidshonoraria worden toegekend.
Naar aanleiding van een vraag van Louis Ide over de wachtgelden van de psychiaters, liet minister Onkelinx weten dat het RIZIV een aanpassing van de nomenclatuur voorziet om hieraan tegemoet te komen. Hiermee geeft ze impliciet toe dat de beschikbaarheidshonoraria niet afgeschaft worden. Intussen is het afwachten naar welke oplossing we zullen evolueren.
Desalniettemin is dankzij BVAS het derde trimester van 2009 alsnog aan alle ziekenhuizen en/of medische raden uitbetaald op 2 februari jl..

TWEEDE PATIENTENDAG: een fraai succes dat de patiënten de kans geeft hun stem te laten horen!
Het auditorium van het Geneeskundemuseum op de Erasmuscampus verschafte op 5 februari jongstleden onderdak aan de tweede uitgave van de “Patiëntendag”, een initiatief van Med Medica – Lok magazine (vakmagazine dat uitsluitend bestemd is voor het artsencorps) – dat actief gesteund en verdedigd wordt door BVAS en dr. Roland Lemye; die zich schitterend kweet van zijn taak als moderator en spreker. 22 Belgische verenigingen werden vertegenwoordigd om de patiënten een stem te verschaffen en gehoor te laten krijgen bij de multidisciplinaire besprekingen die hen aanbelangen.
Orde van de dag
Deze dag werd resoluut in het teken gezet van het luisteren naar elkaar, de centrale rol van de patiënt als slachtoffer van zijn aandoening maar vooral ook hoofdrolspeler in alle stadia van zijn ziekte: van de opspring tot de diagnosestelling, de behandeling tot het dagelijks overleven… nog al te vaak een lijdensweg. Het dubbele thema van de dag raakte dan ook een kernprobleem: de slechte opvolging van de medicatie of het misbruik bij de inname van medicatie, de vergissingen bij het voorschrijven of het lezen van voorschriften, vergissingen bij het afleveren, de angstaanjagende en dus vaak ontmoedigende posologie, problemen die inherent zijn aan de galenische geneesmiddelen, de deelbaarheid van tabletten of nog de geneesmiddelensubstitutie in de officina als gevolg van onder andere de opkomst van generische geneesmiddelen, maar ook van de zorgen om de niet beschikbaarheid of ‘niet meer in voorraad’ beschikbare geneesmiddelen. En tot slot de vaak veronachtzaamde maar uiterst belangrijke problematiek - waarop zo vaak door dr. Lemye werd gewezen – van verwarring bij inname van geneesmiddelen, tussen verpakkingen gelijkaardige tabletten met dezelfde vorm, kleur enz… En dit, als gevolg van de opkomst van de generische middelen waarvan de verpakkingen vaak zeer sterk gelijkend zijn voor verschillende moleculen en zeer sterk verschillend voor dezelfde moleculen en waarbij de namen van de moleculen vaak makkelijk verward kunnen worden.
Dit alles kan niet anders dan bijdragen tot de slechte therapietrouw die vaak een doorslaggevende rol speelt in de fatale afloop –van de mortaliteit waartoe zij jaarlijks leidt. Het andere thema van de dag was er op gericht de patiënten aan het woord te laten. Het was de bedoeling hen te raadplegen in de officiële instanties, naar hen te luisteren alvorens beslissingen te nemen die hen aanbelangen. Alles beschouwd, is de patiënt toch diegene die zichzelf het beste kent? Vaak veel beter dan de arts, de apotheker… Alles beschouwd, is het toch de patiënt die lijdt en met dit lijden moet omgaan, hoewel de zorgverstrekkers wel aan zijn zijde staan om hem zo goed mogelijk te helpen.
Een fraai succes
De organisatoren waren trots op hun sprekerspanel dat ruim alle zorgverstrekkers omvatte: huisartsen, specialisten, apothekers, verpleegsters, verantwoordelijken van pharma.be, vertegenwoordigers van de vrije ziekenfondsen, vertegenwoordigers van de geneesmiddelenindustrie, politici… maar vooral talrijke patiënten die voor deze gelegenheid tot in Anderlecht gekomen waren. Er waren immers niet minder dan 22 patiëntenverenigingen uit alle hoeken van het land aanwezig. En hun stemmen kregen ruime weerklank, met soms ophefmakende getuigenissen die het gebrek aan aandacht aankloegen, de traagheid van de ministeriële raderwerken, de problemen inzake toegankelijkheid van de zorgen en de terugbetaling van bepaalde behandelingen in België, terwijl dezelfde geneesmiddelen bijvoorbeeld in andere Europese landen beschikbaar zijn… 22 verenigingen die hun stem lieten horen en een stem gaven aan de meer dan 36.500 patiënten die zij vertegenwoordigden, als leden van hun verenigingen. Een zeer fraai resultaat en een aanzienlijk aantal mensen die gemotiveerd en gemobiliseerd waren. Voor deze uitgave 2010 en ondanks het gure winterweer waren de patiënten dus massaal aanwezig. Een groot aantal hiervan waren mensen die getroffen waren in hun lichaam, hun hoofd, maar ook in hun hart als burger en patiënt die vaak op onbegrip stuit… Zij wilden deze afspraak absoluut niet missen: dé gelegenheid om op hun dag aanwezig te zijn in de aanwezigheid van de vertegenwoordigers van iedereen die hen zo goed mogelijk wil helpen en begrijpen. Voor veel patiënten was de inspanning om met hun handicap aanwezig te zijn niet gering: een hele dag zonder rustpauze alert blijven… hun inspanning en moed dwingt bewondering af.
Lijst van aanwezige verenigingen : Vlaams PatiëntenPlatform, Vereniging voor Hepatitis C, Vaincre les maladies lysosomales, Stoma-Ilco Bruxelles-Wallonie, Entraide Ménière, HAE Belgium, Prévention Allergies, Focus Fibromyalgie, , Carrefour Hépatites Aide et Contact, Rare Disorders Belgium, HTAP Belgique, Alzheimer Belgique, Lupus Erythémateux, Association Belge du Diabète, ADIR, FABIR, Association Patients Sclérodermiques de Belgique, GIPSO, Association Parkinson, Belgische MS-liga, Association
Polyarthrite.
Slechte geneesmiddelenopvolging
Dr. Lemye, apotheker Alain Chapierre, dr. Creplet (cardioloog), maar ook dr. Martens (huisarts in Braine l’Alleud) en verpleegster Nadine Chard’Homme (bestuurster van Focus Ribromyalgie) kloegen allen de slechte geneesmiddelenopvolging aan en vooral de hoge mortaliteitsgraad waartoe zij kan leiden. Door slechte opvolging gaan we een stap verder dan het stadium van ‘non-compliancy’: het betreft het onjuist gebruik van het geneesmiddel e dit als gevolg van verschillende oorzaken.
Het kan gaan om patiënten die afgeschrikt worden door de op de bijsluiter vermelde ongewenste bijwerkingen en die uit angst hiervoor verkiezen de voorgeschreven behandeling niet te gebruiken of anders de posologie volgens hun ingeving aan te passen om bijvoorbeeld minder last te hebben van de bijwerkingen.
Het kan gaan om bejaarde patiënten of mensen met een aandoening die moeilijkheden ondervinden bij het verdelen van de pillen.
Het kan ook gaan om een verwarring bij de zorgverstrekkers: tussen de namen van de geneesmiddelen, de verpakkingen van de generische middelen, de moleculen enz. Het kan gaan om verwarring bij de patiënten die 2 pillen van dezelfde kleur verwarren, 2 verpakkingen (wat vaak gebeurt met generische middelen waarvan de dozen van dezelfde kleur zijn), die de namen van de geneesmiddelen doorheen haspelen of bijvoorbeeld de naam van het labo verwarren met deze van het geneesmiddel enz…
Het kan eveneens gaan om een vergissing bij het voorschrijven door de arts of het lezen ervan door de apotheker. Een vergissing bij de aflevering. Of ook van verwisseling, substitutie. Het kan inderdaad gebeuren (vooral als het om een geneesmiddel gaat dat de patiënt voor de eerste keer inneemt of als hij iemand anders vraagt om het voorschrift in zijn plaats te gaan halen) dat de apotheker een generisch middel of een ander zogenaamd identiek middel aflevert.
Het kan ook gaan om galenische problemen (allergie voor zalf in potjes, bijvoorbeeld).
Het beste blijft natuurlijk de informatie op digitale informatiedrager van het globaal medisch dossier bij de huisarts, evenals het farmaceutisch dossier in de apotheek om dergelijke interacties met geneesmiddelen te vermijden. Zij laten ook toe om het medicamenteus ‘gedrag’ van de patiënten op te volgen om mogelijke verkeerde en gevaarlijke innamen te voorkomen en daarbij ook de wet inzake het privé-leven te eerbiedigen, en dit in het belang van de patiënt. Blijft natuurlijk het geval van de patiënt die nog steeds geen trouwe klanten blijkt bij één apotheek noch één huisarts. Maar Studies hebben uitgewezen dat de Belgische patiënt voor 80% zou trouw blijken aan zijn huisarts en dat inzake apotheken, het percentage nagenoeg gelijkaardig zou zijn. Er zijn natuurlijk nog altijd de patiënten die aparte voorschiften vragen voor meer specifieke geneesmiddelen zoals behandelingen tegen erectiestoornissen of vermageringsmiddelen.
Blijft er voor de huisarts ook nog de zorg om er bij raadplegingen op toe te zien dat zij of hij de nodige tijd besteden om voor elke patiënt duidelijk de posologie op papier te zetten. Dit, altijd in de hoop dat er in de apotheek geen substitutie gebeurt, want in dat geval zou het rampscenario wel eens kunnen gebeuren bij sommige patiënten die de kluts kwijt raken bij het zien van een geneesmiddel dat hen werd afgeleverd maar waarvan zij de naam niet op hun lijstje vinden! Het verdient eveneens aanbeveling dat de huisarts bij zijn huisbezoek eens een oogje werpt op de gezinsapotheek: deze bevat steevast vervallen geneesmiddelen, evenals andere die als zij bij zelfmedicatie samen zouden genomen worden een erg explosieve cocktail zouden vormen. Het komt er op aan de patiënt op te voeden en op de gevaren van zelfmedicatie te wijzen. Tot slot blijft er nog de problematiek van de toediening van de geneesmiddelen in rusthuizen, met het risico op verwarring. Vaak heeft de arts immers geen enkele controle en worden de behandelingen toegediend door personeel zonder de minste medische opleiding. Waakzaamheid is eveneens geboden tegenover de markt via internet en de inzameling van informatie. Het gaat er bij de patiënt zeker niet om informatie te verzamelen met het ook op het in vraag stellen van de diagnose of de arts, maat om zijn ogen te openen. Te mijden zijn medische shopping op het internet in op z’n minst niet ongevaarlijke omstandigheden.
Luisteren naar de patiënt
De geneeskunde in België geëvolueerd en wij zijn van een paternalistische verhouding geëvolueerd naar een geneeskunde waarbij de patiënt zijn behandeling moet kunnen kiezen uit de mogelijkheden en die hem worden geboden, ook al kiest de patiënt uiteindelijk voor een optie die niet noodzakelijk de keuze is die de arts zou voorstaan. De uiteindelijke keuze uit de verschillende opties hoort de klant toe. Alles beschouwd heeft de patiënt ook een hele evolutie doorgemaakt. Hij is aandachtiger geworden, en beter geïnformeerd. Wij staan nu in de dialooggeneeskunde. De verpleegster heeft ook een essentiële rol te vervullen, evenals de apotheker, de man op het terrein.
Voor deze dialooggeneeskunde wilde baron Van der Straten Waillet, voorzitter van de Belgische MS-liga er toch op wijzen “dat het standpunt van de mens in acht moet worden genomen, want elke mens is uiteindelijk ook een patiënt die zichzelf niet kent. Alle begint bij zelfkennis… en al bij al is de patiënt toch wel diegene die zichzelf het beste kent. De patiëntenverenigingen proberen tussenbeide te komen opdat de patiënt niet verwaarloosd zou worden en in een hoek gedrumd, zodat hij niet de toeschouwer maar deelnemer bij de beslissingen wordt. Zij maken ook contacten mogelijk met de buitenwereld, Europa, de politieke beleidsmensen enz… We moeten blijven ijveren voor een participatieve luisterbereidheid en de verenigingen raadplegen, niet omdat het moet, maar actief, omdat het beter werkt. De weesaandoeningen mogen niet vergeten worden.”
Voor Open VLD-kamerlid dr. Avondroodt “moet de patiënt op de eerste rij staan. Het is goed er toch op te wijzen dat historisch gezien de ziekenfondsen vanaf 1851 onderlinge hulpkassen waren en de patiënten vertegenwoordigden. Vandaag hebben zij de taak van beheerders op zich genomen die stelselmatig aan belang is blijven winnen sinds de wet-Leburton in 1963 gestemd werd”. Volgens het kamerlid moeten “alle partners samenwerken en de meerwaarde erkennen van niet alleen de geneesmiddelenindustrie, maar ook van de informatica, het geloof in de patiënten en naar hen luisteren”.
Ter afsluiting
Als besluit van deze “Patiëntendag” dient men te onthouden dat er vanzelfsprekend nog heel wat werk aan de winkel is, maar dat alle zorgverstrekkers nauw samen moeten werken. Bij hen en bovenaan de lijst staan
de patiënten die we moeten bevragen en begeleiden. En niet vergeten dat er almaar meer ontsporingen en gevaren opduiken door de slechte opvolging van geneesmiddelen, maar vooral ook door een vaak optredend fenomeen dat veel te dikwijls veronachtzaamd wordt: de verwarring. Ze mogen niet vergeten dat uit een recent Europees onderzoek bleek dat 200.000 overlijdens per jaar in Europa te wijten zijn aan de gevolgen van slechte geneesmiddelenopvolging. In België (bij extrapolatie van de cijfers, vermits er voor België geen onderzoek gebeurd is) zou dat betekenen dat 5.000 patiënten daardoor jaarlijks het leven laten. Nog een medisch aspect dat in termen van efficiency gemeten kan worden: slechte geneesmiddelenopvolging vormt ook een economisch probleem, aangezien er zomaar 2 tot 3 miljard euro door verspild wordt. Naast de menselijke gevolgen mag ook het financiële plaatje niet onderschat worden: verkwisting, ziekenhuisopname, absenteïsme…
Tot slot nog een opsteker: de ministers hebben beslist het dossier van de zeldzame ziekten op de agenda te zetten bij het volgende Belgische voorzitterschap van Europa…
Het luisteren naar de patiënten met het oog op hun participatie blijft het streefdoel, evenals de opvoeding van de burger (potentiële patiënt), vóór de opsporing en/of behandeling van een ziekte!

Reactie van Dr. Moens n.a.v. het recent KCE-rapport over de nierdialyse dd. 14/02/2010
Dr. Marc Moens heeft zich tijdens de raad bestuur van het KCE d.d. 19.01.2010 niet alleen verzet tegen het rapport over de “All-in” financiering van de ziekenhuizen, maar ook tegen het zopas gepubliceerde rapport over de nierdialyse (KCE rapport 124).
U kan het rapport hier nalezen.
Ten eerste omdat het een absoluut overbodig rapport is. Alles over deze aangelegenheid was al gezegd en geschreven ondermeer tijdens de grote “Task Force Perl (Gabriel) ” in de tweede helft van 2001 onder de benaming: “Agenda voor de verandering in de Gezondheidszorg”, besteld door de toenmalige minister Frank Vandenbroucke. Informatie dienaangaande is te vinden in mijn VBS jaarverslag over 2001 d.d. 02.02.2002 (“11 september 2001: Frank Vandenbroucke drukt zijn stempel op het gezondheidsbeleid”, blz 16 tot en met 28)(http://www.gbs-vbs.org/dgs/gs2002/jv2001/jv2001-00.asp).
De werkgroep 2 van die Task Force (Gabriël) Perl, die in zijn geheel op een sisser uitdraaide omdat de ziekenhuizen alles wat de artsen voorstelden systematisch weigerden, ging ondermeer over de nierdialyse (naast klinische biologie en Rx) . De BVAS en de Nederlands- en Franstalige vereniging van Belgische nefrologen waren van mening dat de dialyse diende te worden georganiseerd zoals een andere medisch – technische dienst zoals klinische biologie, medische beeldvorming, pathologische anatomie, fysiotherapie en andere. Met name: een arts-specialist dient voor de organisatie in te staan, en niet de boekhouder van het ziekenhuis die een betere prijs kan bedingen voor dialysevloeistoffen dan zijn collega boekhouder uit een ander ziekenhuis, omdat ze wat meer patiënten dialyseren.
Alles wat het KCE tegen betaling vandaag over dialyse publiceert staat in het eindverslag van de Task Force Perl senior van 18.12.2001.
Het KCE vindt het zelfs niet de moeite om deze Task Force en zijn eindverslag in zijn rapport op te nemen. Ik heb er nochtans expliciet naar verwezen tijdens de raad van bestuur van 19.01.2010. Het mocht niet baten. In december 2001 wilden de ziekenhuizen er niet van weten, vandaag nog altijd niet. Dus worden die rapporten geweerd uit de literatuurlijst. Dat heet manipulatie van de literatuur en stemt niet overeen met evidence based medicine.
Ten tweede stemde ik tegen omdat dit rapport geen enkele aanzet geeft aan de enige juiste oplossing van het probleem, zoals de artsen ook al in december 2001 duidelijk maakten: het is aan de nefrologen-dialyse artsen om in overleg met de nierinsufficiënte patiënten af te spreken welke vorm van dialyse er best wordt toegepast en dat ook van a tot z te organiseren. De ziekenhuizen wilden dat niet in 2001, en vandaag nog altijd niet. Er wordt zelfs niet over gesproken in het rapport.
Als “fait divers” kan ook nog worden meegeven dat de sinds 01.12.2009 algemeen directeur van het KCE, Dr. Raf Mertens, verslaggever was van de werkgroep 1 van de task Force (Gabriel) Perl van herfst 2001. Die werkgroep, voorgezeten door Jo De Cock, ging over de “financiële verantwoordelijkheid van de verstrekker in de ambulante sector buiten de ziekenhuizen”. De werkgroep 2 waar de dialyse in ondergebracht was stond onder het co- voorzitterschap van François Praet (RIZIV, ondertussen met pensioen) en Guy Durant, nog steeds financieel directeur van de UCL.
Als ik me nog levendig de peripetieën van die Task Force Perl senior van 8 jaar geleden herinner, zou de jongere Raf Mertens dat dan niet doen?
Of moet je een selectief geheugen aanwenden vooraleer je vanuit de studiedienst van de CM directeur kunt worden van het KCE dat zijn ontstaan dankt aan het tijdelijk bestaan van een paars firmament?
Dr. Marc Moens, ondervoorzitter BVAS

Registreren in de Kruispuntdatabank vanaf 1 juli 2009
Vanaf 1 juli 2009 heeft elke vrije beroeper zijn eigen ondernemingsnummer, net als elke andere niet-commerciële ondernemer, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Een grote stap om van de KBO dé centrale gegevensbank te maken van alle ondernemingen in België.
Wat is het ondernemingsnummer?
Het ondernemingsnummer is ingevoerd sinds 1 juli 2003 en is een uniek identificatienummer (10 cijfers) dat de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) toekent aan de onderneming. Terwijl vroeger elke bestuursinstantie haar eigen identificatienummer toekende, zal er op termijn nog slechts één nummer zijn. Op deze wijze verloopt de communicatie tussen de onderneming en de verschillende overheden makkelijker en wordt een pak administratieve overlast weggewerkt.
Het ondernemingsnummer vervangt voortaan het handelsregisternummer, het nummer van het Rijksregister voor Rechtspersonen en het BTW-nummer (het RSZ-werkgeversnummer blijft voorlopig behouden).
De overheid heeft geen volledig nieuw nummer ingevoerd. Zij heeft beslist het BTW-nummer om te vormen tot ondernemingsnummer.
Wie van de vrije beroepers krijgt een ondernemingsnummer?
Tot nog toe was enkel de vrije beroeper die zijn of haar vrij beroep vanuit een rechtspersoon beoefent, btw-plichtig is of personeel in dienst heeft, geregistreerd.
Een nieuwe wet van 20 maart 2009, die onlangs in het Staatsblad verscheen, verruimt nu het toepassingsgebied van de KBO-Wet, tot de vrije beroepen. Om een onderscheid te behouden met de commerciële beroepen, krijgen de vrije beroepen in de KBO twee bijkomende labels toegekend, enerzijds de hoedanigheid van “niet-handelsonderneming naar privaatrecht”, en anderzijds een erkenningslabel door de bevoegde Orde of overheid.
Het komt er dus op neer dat vanaf 1 juli 2009 elke beoefenaar van een vrij beroep die nog geen ondernemingsnummer heeft, in de KBO wordt opgenomen.
Hoe integreren in de KBO ?
Vrije beroepen die al een tijd actief zijn
Voor reeds actieve vrije beroepen gebeurt de integratie in principe automatisch. De identiteits- en ondernemingsgegevens worden uit de bestanden van de RSVZ opgeladen en, indien mogelijk, getoetst aan de gegevens waarover
de FOD Volksgezondheid voor de medische beroepen beschikt. Bestaande medische beroepsbeoefenaars zullen pas in het najaar worden opgenomen in de KBO gezien de gegevens door de FOD Volksgezondheid aan de FOD Economie pas dan automatisch kunnen worden ingeladen. De medische beroepsbeoefenaar die zijn of haar vrij beroep vanuit een rechtspersoon beoefent, btw-plichtig is of personeel in dienst heeft werd, zoals reeds eerder vermeld, reeds opgenomen.
Hoe het ondernemingsnummer vervolgens aan de gevestigde vrije beroeper wordt gecommuniceerd, is op dit ogenblik nog niet vastgelegd.
Belangrijk: we raden elke vrije beroeper aan om na 1 juli toch even de informatie over zijn eigen inschrijving te checken op lacunes of fouten. Dit kan elektronisch via de Public Search, (http://www.economie.fgov.be), Indien de gegevens voor uw onderneming zoals die bestaat op 30 juni 2009 niet volledig of correct zijn, kan u zelf via de Public Search gratis aanpassingen doorgeven. U kan deze toets ook laten uitvoeren door een officieel uittreksel op te vragen bij het erkend ondernemingsloket KMO Direct. Heeft u vragen bij de gegevens die u terugvindt, dan kan u ook KMO Direct contacteren voor opvolging.
Belangrijk: indien uw vrije beroepspraktijk hetzelfde adres heeft als uw privéwoning (bijvoorbeeld voor artsen of advocaten), dan is dit adres omwille van privacyredenen niet zichtbaar via de Public Search. Het adres zit wel in de beveiligde site van de KBO. Overheidsinstanties beschikken met andere woorden over deze gegevens, waardoor de communicatie met de onderneming gegarandeerd blijft.
Startende vrije beroepen
De startende beoefenaar van een vrij beroep (natuurlijk persoon) dient zich verplicht in te schrijven bij een erkend ondernemingsloket zoals KMO Direct, dat hem een ondernemingsnummer zal toekennen (voor vennootschappen zal het ondernemingsnummer al toegekend zijn door de griffie). Daarna zal het loket in beide gevallen het etiket van ‘niet-handelsonderneming’ toekennen, en een vestigingseenheid met activiteiten creëren.
Belangrijk: de eerste inschrijving en het bijhorende officiële uittreksel in de KBO zijn voor startende vrije beroepers helemaal gratis. Vervolgens zal de bevoegde Orde of Beroepsinstituut, of voor de medische en paramedische beroepen de FOD Volksgezondheid, aan deze inschrijving een bevestiging van erkenning invoeren.
Wanneer er later iets wijzigt aan de beroepspraktijk, zoals: verhuis, wijziging of uitbreiding van de activiteit, bijkomende vestigingseenheid, overschakeling naar vennootschap, stopzetting…. zullen ook alle beoefenaars van vrije beroepen, net als handelaars, voortaan bij een ondernemingsloket moeten passeren (tegen betaling).
Extra rompslomp?
FVIB is er van overtuigd dat de opname van de vrije beroepen in de KBO een toekomstgerichte optie is, met strategisch belang voor de sector.
Het is wel essentieel dat rekening gehouden wordt met de specificiteit van de sector, met de rol die de Orden en Beroepsinstituten op dit ogenblik vervullen, en met een effectieve meerwaarde op het vlak van de administratieve vereenvoudiging.
De nieuwe regeling bezorgt starters geen extra rompslomp, omdat het ondernemingsloket meteen ook in hun plaats de inschrijving bij een sociaal verzekeringsfonds regelt en bovendien ook eventueel andere, bijkomende diensten levert in het opstartproces. Op zich blijven de andere opstartformaliteiten ongewijzigd. Alleen is nog onduidelijk in welke volgorde ze afgewerkt moeten worden.
KMO Direct Ondernemingsloket houdt u via www.kmodirect.be op de hoogte van de nieuwste evoluties.
KMO Direct is een structurele partner van het samenwerkingsverband www.mijnvrijberoep.be waartoe ook de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen FVIB, Zenito sociaal verzekeringsfonds en UNIZO-Startersservice behoren. Er is een grote expertise voorhanden omtrent de sectoren van het vrije beroep.
Meer info ? info@kmodirect.be, of via de websites www.kmodirect.be, en www.mijnvrijberoep.be, tel. 02 238 06 88.

Persmededeling BVAS dd. 04/02/2010: Numerus clausus
Dient de toegang tot de geneeskundestudies te worden beperkt of niet ?
We herinneren er aan dat de Numerus Clausus een federale bevoegdheid is.
Een planningscommissie tracht de noodzakelijke artsenaantallen voor de toekomst te plannen door alle parameters te bestuderen die deze aantallen mogelijkerwijze beïnvloeden: geneeskundige noden, vervrouwelijking van het beroep, duur van de werktijd, delegeren van taken naar andere beroepen, artsen die de pensioensleeftijd bereiken, de leeftijdspiramide, het activiteitsniveau, immigratie en emigratie, enz…
De Numerus Clausus afschaffen komt erop neer dat men zich deze instrumenten van overpeinzing en vooruitzien ontzegt. Nochtans, besturen = voorzien.
We wijzen er ook op dat deze commissie bijna een verdubbeling van de quota heeft aanvaard, van 700 naar 1.230 per jaar.
De Numerus Clausus heeft zowel betrekking op de toegang tot de gespecialiseerde opleiding als tot de huisartsgeneeskunde. Deze opleidingen zijn de enige weg tot de uitoefening van de geneeskundepraktijk in het kader van de sociale zekerheid.
Om te vermijden dat een toevloed van afgestudeerden de toegang tot deze praktijk zou geweigerd worden, hebben de gemeenschappen stroomopwaarts maatregelen willen treffen.
De Vlaamse Gemeenschap heeft gekozen voor een toelatingsexamen en heeft er zich aan gehouden, met een overtuigend resultaat trouwens.
Aan de kant van de Franse Gemeenschap is het echter totaal anders verlopen. Aanvankelijk had de gemeenschap voor een absurde selectie na het derde jaar gekozen.
We begrijpen perfect de grote ontevredenheid van de zwaar onder druk gezette studenten. Maar was het misschien niet juist de tactiek van de universiteiten om op die manier de studenten de straat op te jagen en zo de publieke opinie op te hitsen tegen de Numerus Clausus met de bedoeling de federale beperking af te schaffen.
Maar voormalig Minister van de Franse Gemeenschap, Mevrouw Dupuis, heeft die selectie al afgeschaft.
Het gevolg was dat een overtal van ongeveer duizend studenten opnieuw de straat op trok, nu met de vraag om ook binnen de sociale zekerheid te mogen werken. Met de toestemming van alle partijen werden zij in de quota opgenomen, maar Mevrouw Simonet voerde naderhand opnieuw een selectie in, dit keer na het eerste jaar. Ze gaf aanleiding tot een nieuwe universitaire komedie, die – in outlook jargon – werd omgedoopt tot “paste en copy”. Eens te meer betoogden de studenten op straat, en eens te meer werd elke selectie door dezelfde Mevrouw Simonet terug afgeschaft.
Geen enkel beroep voorziet in een toegangsgarantie.
Waarom zou het in de geneeskunde anders moeten zijn? In de medische praktijkvoering is alles geprogrammeerd: het aantal ziekenhuisbedden, de zware apparatuur, de spitstechnologische diensten, …
Is er nu wel of niet een selectie nodig voor de studies geneeskunde om zich aan de Numerus Clausus aan te passen zodat op die manier meteen ook de toegang tot het beroep wordt geregeld na het behalen van het artsendiploma?
De studenten verdedigen het idee van de vrije studiekeuze zelfs indien deze studies hun niet kunnen garanderen dat ze het beroep waar ze voor hebben gekozen ooit te kunnen uitoefenen. Maar zodra zij hun studies beëindigen, betogen ze om de toegang tot het beroep te verkrijgen. Men kent hen dat dan toe omdat het onaanvaardbaar wordt geacht jonge mensen zeven jaar te laten studeren en hen dan de weg tot het beroep te versperren.
Sommigen onderlijnen dat er andere opties zijn dan de medische praktijk. Dit is juist, maar die mogelijkheden blijven beperkt. Zelfs als ze zouden toenemen, zullen ze zeker niet de 20% van de gediplomeerden overtreffen. Met dat percentage wordt vandaag al rekening gehouden in de planning.
Het is echter overduidelijk dat de grote meerderheid van de studenten geneeskunde studeert om op een dag dit beroep te kunnen uitoefenen.
Emigratie is natuurlijk ook een mogelijkheid, maar men moet weten dat reeds duizenden artsen, die in België werden opgeleid, voor emigratie kozen.
In Frankrijk alleen al zijn er bijna 2.000. Wellicht omdat zij in België ofwel geen plaats vonden ofwel omwille van het onaantrekkelijk karakter van het beroep in ons land.
De kranen open zetten is dus geen oplossing. Men kan de verwarring van de studenten en hun tegenkanting tegen elke programmering begrijpen maar het is een onrealistische keuze en de huidige houding van het FEF
dat elk compromis en zelfs elke discussie weigert, is intellectuelen onwaardig en zal binnen 6 a 7 jaar tot drama’s leiden.
Dr. Roland LEMYE
4 februari 2010

Reactie van Dr. Moens n.a.v. het recent KCE-rapport over de all-in voor de ziekenhuizen
Op 25/01/2010 werd het KCE-rapport over de all-in voor de ziekenhuizen gepubliceerd. Dr. M. Moens, bestuurder van het KCE namens de BVAS, had tijdens de Raad van Bestuur van 19 januari 2010 negatieve commentaar gegeven en tegen de vrijgave van het rapport gestemd. Op een vraag dienaangaande van de Artsenkrant reageerde hij als volgt :
'Een groep Leuvense universitairen (en eigen KCE mensen) hebben op vraag van en betaald door de Overheid een KCE rapport binnengegooid bij het KCE dat perfect aan de verwachtingen van de overheid voldoet. Met het voor iedere burger verstaanbare persbericht onder de titel “All-in”: naast populaire vakantieformule ook interessante aanpak voor financiering ziekenhuizen 25/01/2010 . Ik vermoed dat het over massatoerisme gaat, van de goedkopere soort, waar je vooral niet te veel klachten moet formuleren, vragen moet bij stellen of gepersonaliseerde service moet van verwachten.
T.g.v. mijn bemerkingen in de raad van bestuur van het KCE van vorige week werd alleen één materiële fout gecorrigeerd.
Verder zijn alle vooringenomenheden t.o.v. de autonome beroepsuitoefening van zelfstandige artsen er blijven in staan.
Nergens een spoor over een eventuele calculatie wat dat zou kosten als het ziekenhuis uit de all-in de artsen zou moeten gaan betalen. Ik heb de vraag vorige week gesteld of de ziekenhuizen de artsen dan als kaderleden zouden betalen met alle sociale voordelen of dat ze de artsen als schijnzelfstandigen zouden doen werken, zoals het in nogal wat Franstalige socialistische ziekenhuizen het geval is.
Het probleem wordt zelfs niet vermeld, hoewel ik er zeer uitdrukkelijk heb naar gevraagd.
Toen Onkelinx op Werk zat en Vandenbroucke op Sociale zaken, wou Laurette de schijnzelfstandigen aanpakken. De BVAS heeft toen berekend dat, om de artsen als gesalarieerden te betalen, de uitgaven met een factor 1,8 zouden stijgen. Ook dat heb ik bij de bespreking van het ontwerp rapport vorige week gezegd. Weer geen spoor daarvan. Frank Vandenbroucke heeft de strijd van Onkelinx doen stoppen wegens “geen geld” in 2002. Is dat manna nu in crisistijden misschien wel voorhanden?
En gans de berekening van dit rapport is gebaseerd op een extrapolatie van 9 (negen!!) ziekenhuizen.
Vooringenomenheid troef al van op de eerste bladzijde in het voorwoord: 5de lijn .... 'met de bekende inflatoire gevolgen vandien' ....
Ondanks mijn uitdrukkelijk verzoek heeft de KCE directie deze overbodige en tendentieuze frase niet willen weglaten uit het voorwoord. Wetenschappelijk is die bovendien nergens in het rapport onderbouwd.
Zowel de Voorzitter als de drie ondervoorzitters waren afwezig op deze raad van bestuur van 19.01.2010. De oudste aanwezige externe ambtenaar zat voor.
De voorzitter en ondervoorzitters hadden misschien nattigheid gevoeld. Ze hoefden dan hun vingers niet te verbranden aan (ondermeer) dit vooringenomen rapport waarbij de communicatiecel van het KCE de ziekenhuiszorg vergelijkt met een all-in vakantie.
Ik vond vorige week en vind nu nog altijd dit rapport een schande. Geen enkele zelfstandig werkende ziekenhuisarts werd er bij betrokken, niet bij de auteurs en niet bij de externe experten. Als kers op de taart mag Jean-Pierre Closon als onderdirecteur van het KCE de zaak reviewen. Over onafhankelijkheid gesproken.
Het stramien wordt genoegzaam bekend: U (de Overheid) vraagt, wij (het KCE) draaien.
Of het nu om Alzheimerpatiënten, nierdialyse, geriatrisch dagziekenhuis, een all-in reisje naar een tropisch ziekenhuis of om het gebruik van de PET scan gaat, het resultaat is a priori gekend: ban de inbreng van de autonoom werkende artsen, forfaitariseer, en laat alles over aan de politici en de politiek gesteunde ziekenhuisgroeperingen.
Beste groeten,
Dr. Marc Moens
P.S.: In 1997 heeft de BVAS een goed gevolgde algemene ziekenhuisstaking georganiseerd tegen de all-in die op touw werd gezet door Jan Peers, nadat hij de zaken op het terrein van “zijn” Gasthuisberg goed had voorbereid. Ik was er bij toen premier Jean-Luc Dehaene de lont uit het kruitvat trok en de all-in sine die afbestelde. Daar zijn ze weer, maar ondertussen noemden de kabinetsraadgevers niet meer Jan Peers, maar Jan Beeckmans, Alain De Wever ….. (cfr. pagina v).'
U kan het KCE-rapport : All-in : naast populaire vakantieformule ook interessante aanpak voor financiering ziekenhuizen hier raadplegen.

Persmededeling BVAS dd. 20/01/2010: Werktijd van de artsen in opleiding
Sinds vijf jaar beperkt Europa de werktijd van de artsen in opleiding tot 48 uren, door de artsen op te nemen in de richtlijn welke elke lidstaat verzocht wordt over te nemen in zijn eigen wetgeving. Dit is het resultaat van de onafgebroken inspanningen op Europees niveau van het Permanente Comité van de Europese Artsen waar de BVAS deel van uitmaakt.
Zoals alle andere Lidstaten had België vijf jaar om zich naar deze richtlijn te schikken. De vijf jaar zijn voorbij en België wordt nu verplicht om in extremis maatregelen te treffen om sancties te vermijden. Wat België zich nu voorneemt om in te voeren is slechter dan de bestaande situatie.
Het is immers duidelijk dat de artsen in opleiding, in het bijzonder in de universitaire ziekenhuizen, meer dan uitgebuit worden. De Europese richtlijn werd niet uit sympathie voor hen tot de jonge artsen uitgebreid, maar omdat weken van 80 uur en meer, wachtdiensten van meer dan 24 uur, chirurgische ingrepen na lange en intense werkperiodes de veiligheid van de patiënt en die van de arts in gevaar brengen. Vermoeidheid kan even gevaarlijk zijn als alcohol.
Het kabinet Milquet heeft de BVAS bij de laatste onderhandelingen uitgesloten omdat zij er een afwijkende mening op nahoudt. De universiteiten willen deze goedkope en steeds ter beschikking staande arbeidskrachten behouden.
De amendementen van de BVAS, die garanties wilden invoeren voor de kandidaat specialisten en huisartsen wat hun gezondheid en veiligheid op het werk betreft, werden verworpen.
Het kabinet Milquet gaat bovendien prat op het akkoord met de vertegenwoordigers van de assistenten (een gebruikelijk manoeuvre van de kabinetten die louter voor de vorm de betrokken partijen raadplegen en prat gaan op hun akkoord terwijl dit niet werd bekomen).
De assistenten van de UCL (Galluc), net zoals die van de ULB (Amif) en het FEF hebben elke vorm van akkoord tegengesproken.
Zou het enkel nog in België zijn dat de slavernij niet werd afgeschaft?
Dr. Roland LEMYE
Voorzitter BVAS
20 januari 2010

