Nieuws 2011
- Akkoord artsen – ziekenfondsen 2012: BVAS neemt zijn verantwoordelijkheid (Persbericht dd. 22/12/2011)
- Lezersbrief van Dr. Moens ivm immigratie van artsen: Persbericht dd. 08/12/2011
- Aanvullende indexering van 0,47% voor medische beeldvorming
- Nieuwe BVAS-website: www.absym-bvas.be: persmededeling dd. 15/09/2011
- De vzw BVAS verjongt zijn imago: persmededeling dd. 15/09/2011
- Belastingvermindering voor startende huisartsen op initiatief van BVAS (Persmededeling dd. 18/07/2011)
- Indexatie medische beeldvorming
- Motie betreffende de eCare statuten dd. 25/10/2011
- VAS doet mee met Music for Life 2011: Words for Life
- VAS-Seminarie “De arts – beroepsgeheim en discretieplicht” (22 oktober 2011)
- Nabeschouwing VAS najaarssymposium 8 oktober 2011
- Begrotingsvoorstel gezondheidszorg 2012 goedgekeurd ondanks tegenstem BVAS: persbericht dd. 05/10/2011
- BVAS en APB vinden de beslissingen van nieuwe regering in wording ondemocratisch: Persbericht dd. 05/12/2011
- Startersdag voor artsen groot succes
- Vereenvoudiging remgelden bij raadplegingen huisarts
- DKV betaalt supplementen klinische biologie en medische beeldvorming toch terug: persmededeling dd. 06/10/2011
- Lezersbrief Dr. Marc Moens wijkgezondheidscentra, 21.07.2011
- De preventiemodule praktisch bekeken
- Meldpunt problemen huisartsenwachtpost: Persbericht dd 03.10.2011
- Studie KCE mbt de berekening van de "kostprijs" van artsen-specialisten dd. 06/07/2011
- Ongefundeerde kritiek van de RIZIV budgetcontrolecommissie: Persmededeling BVAS dd. 29/09/2011
- VAS-Seminarie “De arts – beroepsgeheim en discretieplicht” (22 oktober 2011) (persbericht dd. 28/09/2011)
- De BVAS rentree in moeilijke politieke en budgettaire tijden: persmededeling dd. 15/09/2011
- Persmededeling Symposium 8 oktober 2011 - “Zin en onzin van een akkoord: artsen en ziekenfondsen in barre budgettaire tijden”
- Supplementenverbod klinische biologie voor gehospitaliseerde patiënten (16/08/2011)
- Brief nav het supplementenverbod inzake klinische biologie aan gehospitaliseerde patiënten (02/08/2011)
- RIZIV: Toepassing voor het online beheer van de accreditering – stand van zaken
- Afhankelijkheidsenquête bij de Specialisten
- RIZIV: Financieel en fiscaal beheer van forfaitaire vergoedingen betaald aan zorgverleners
- Campagne “Wat te doen bij een nucleair ongeval?”: informatie voor artsen
- Beknopte BVAS analyse van de nota Di Rupo (08/07/2011)
- Seminarie “De do’s and don’ts voor een succesvolle artsenvennootschap” 18 juni 2011
- BVAS zet huisartsen op Wereld Huisartsen Dag in de bloemen: Persbericht dd. 19 mei 2011
- BVAS eist uitvoering origineel akkoord 13.12.2010 : persmededeling dd. 17.05.2011
- FVIB: Patiënten stellen steeds vaker zelf diagnose
- Persmededeling VAS dd. 05/05/2011: Resultaten enquête jonge artsen
- Sociaal nieuws
- Orde van Geneesheren : Stopzetting van de gedrukte versie van het Tijdschrift van de Nationale Raad
- Akkoord over publicatie financiële gegevens op infobel.be
- BVAS: Enquête Test-Aankoop mbt kwaliteit van ziekenhuizen (03/05/2011)
- Enquête zelfstandige zorgverstrekkers nav dag van het vrije beroep
- Indexering vanaf 1 mei 2011
- BTW-plicht voor klinische studies
- Aantal weigeringen Akkoord 2011
- De BVAS waakt over de bescherming van de privacygegevens van de artsen dd. 24-02-2011
- Vragen mbt het akkoord 2011
- Plaag reclameronselaars blijft aanhouden
- Standpunt van de Nationale Raad van de Orde van geneesheren mbt de bijdrage in La Dernière Heure
- Fouten in het gepersonaliseerde activiteitenverslag voor huisartsen
- Reactie BVAS bij ontslag van een ziekenhuisarts: persbericht dd. 21/01/2011
- Uiteindelijke publicatie en wijzigingen aan het beschikbaarheidshonorarium (BS 11/02/2011)
- BVAS lost problemen rondom globaal medisch dossier op: persbericht dd. 08/02/2011
- Winnaars Limericks for Life

Akkoord artsen – ziekenfondsen 2012: BVAS neemt zijn verantwoordelijkheid (Persbericht dd. 22/12/2011)
De Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen (NCAZ) sloot op 21.12.2011 een akkoord voor het jaar 2012 over de honoraria van alle geneeskundige verstrekkingen.
Zonder enig contact met de artsensyndicaten had de nieuwe regering beslist om € 130 miljoen op de artsenhonoraria te besparen. De regering wou voor sommige artsen de index halveren, en de anesthesisten, radiologen, fysiotherapeuten, oftalmologen en chirurgen in opleiding onmogelijk hoge besparingen opleggen.
Onder druk van de BVAS veranderde op 13.12.2011 het kernkabinet het geweer van schouder en droeg de opdracht over aan het overlegorgaan dat daartoe bij wet werd opgericht: de Nationale Commissie Artsen - Ziekenfondsen. Het overlegmodel met de artsen werd in eer hersteld. De voorwaarden van de regering waren: geen extra uitgaven voor de patiënten en de integrale besparing van het vooropgesteld bedrag van € 130 miljoen.
Onder het voorzitterschap van de Heer Jo De Cock kwam de NCAZ tot een uitgebalanceerde besparing waar elke discipline binnen het artsenberoep een deel van de lasten moet dragen. Er is een voorlopige halvering van de index (van 2,99 % naar 1,50 %) voor de artsen die weinig of geen medisch technische verstrekkingen doen (zoals huisartsen, neurologen, kinderartsen ….) en een vermindering met 2/3den van de index (van 2,99 % naar 1,00 %) voor praktisch alle andere prestaties. Voor de huisartsen werden positieve maatregelen getroffen: een verhoging met € 150,00 voor de praktijktoelage van € 1.500,00 naar € 1.650,00 en solowerkende huisartsen zullen, zoals al langer bestaat voor startende huisartsen en voor groepspraktijken, een bijkomende financiële steun krijgen voor hun medewerkers. Een aantal praktische problemen in verband met het globaal medisch dossier werden opgelost.
Zo spoedig mogelijk en alleszins tegen 01.07.2012 zullen structurele maatregelen worden uitgewerkt ter vervanging van de voorlopige indexinlevering en dit in meerdere disciplines, zodat de indexinlevering stapsgewijs of volledig kan opgelost worden. Voor de consultaties, bezoeken, toezicht op opgenomen patiënten, en andere niet-medisch-technische verstrekkingen wordt de index uiterlijk op 01.12.2012 op de oorspronkelijk voorziene indexverhoging met 2,99 % gebracht.
De BVAS raad van bestuur had het voorontwerp van akkoord unaniem goedgekeurd op maandag 19.12.2012. Alle andere partners van de Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen hebben nu ook hun akkoord gegeven. Zoals het kernkabinet ons had opgedragen, zal de patiënt geen bijkomende lasten voor zijn gezondheidszorg moeten dragen. De BVAS meent dat dit in de moeilijke financiële tijden die op ons afkomen een belangrijk signaal is naar de bevolking. De BVAS vraagt in deze context aan de bevolking verantwoord om te gaan met het zorgaanbod.
Dr. Marc MOENS, Voorzitter.

Lezersbrief van Dr. Moens ivm immigratie van artsen: Persbericht dd. 08/12/2011
Dr. Marc Moens, Voorzitter van de BVAS en tevens Secretaris-generaal van het VBS, reageert in een lezersbrief op het artikel "Meer buitenlandse witte hulp" van Guy Tegenbos gepubliceerd op donderdag 08/12/2011 in De Standaard. (U kan dit artikel hier nalezen.)
Geachte Redactie,
Uit parlementaire vragen in 2009 gesteld door de artsen-parlementsleden Lieve Van Ermen en Louis Ide weten we dat er niet alleen immigratie, maar ook emigratie van artsen bestaat in België. De emigratie overtreft zelfs sterk de immigratie: in 2004 verlieten 521 Belgische artsen ons land en 182 buitenlandse artsen immigreerden. In 2005 lieten 532 Belgische collega’s hun praktijk achter en kwamen er 521 immigranten binnen. In 2006 respectievelijk 523 Belgische emigranten tegenover 202 immigranten en in 2007 waren er 537 emigranten en slechts 184 immigranten. In totaal over de door de FOD Volksgezondheid bestudeerde periode 2004 tot 2007 verlieten 976 algemeen geneeskundigen, 292 erkende huisartsen en 845 erkende specialisten ons land, of 2.113 artsen in het totaal. In dezelfde periode kwamen 1.089 niet-Belgen zich hier vestigen. Of een netto verlies van 1.024 artsen. Vooral Frankrijk en Nederland hebben een grote aantrekkingskracht op Belgische artsen.
Dit is een internationaal socio-economisch verschijnsel: hoogopgeleide professionals, zoals artsen, zoeken de betere plekken in de wereld op om hun beroep te kunnen uitoefenen. Zo ontstaat een wereldbrede migratie: de Vlamingen naar de Côte d’Azur, de Roemenen naar België en de Azerbeidzjanen en Aziaten naar Roemenië. Slecht voor elk van die achtergelaten landen. De nieuwe harde besparingsronde in de Belgische gezondheidsector (min. 256 miljoen euro in 2012 op de artsenhonoraria na de min. 130 miljoen euro in 2011) kan deze beweging in België alleen maar aanzwengelen. Niet bevorderlijk voor de communicatie en dus voor de kwaliteit.
(Tabellen terug te vinden op: http://www.vbs-gbs.org/dgs/gs2010/jv2009/jv2009.pdf#page=31)
Dr. Marc Moens,
Voorzitter BVAS, Secretaris-generaal VBS
Aantal geëmigreerde artsen versus aantal geïmmigreerde artsen
| Emigranten |
Immigranten |
∆ | |||||
| Basisartsen |
Huisartsen |
Specialisten |
Totaal |
Totaal immigranten | |||
| 2004 |
270 |
52 |
199 |
521 |
182 |
339 | |
| 2005 |
246 |
48 |
238 |
532 |
521 |
11 | |
| 2006 |
241 |
37 |
245 |
523 |
202 |
321 | |
| 2007 |
219 |
155 |
163 |
537 |
184 |
353 | |
| Totaal |
976 |
292 |
845 |
2.113 |
1.089 |
1.024 | |
| Bron: Ministerie van Volksgezondheid en RIZIV |
Tabel 3.4/4 | ||||||

Aanvullende indexering van 0,47% voor medische beeldvorming
Vanaf 1 december 2011 zal de resterende indexering van 0,47% voor de verstrekkingen in de medische beeldvorming worden uitgevoerd.
Dat heeft men in de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen op 7 november jl. besloten. In het Nationaal Akkoord Artsen-Ziekenfondsen 2011 werden voor medische beeldvorming enkele doelstellingen vooropgesteld alvorens over te gaan tot de indexering van 1,40%.
De Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen had in juni 2011 echter beslist om de verstrekkingen medische beeldvorming op 1 juli 2011 te indexeren met 0,93%. Tevens werd er beslist om in de loop van september op basis van de gegevens van 5 maanden een uitspraak te doen over een eventuele aanvullende indexering, die dus vanaf aanstaande 1 december wordt doorgevoerd.
Terzelfdertijd werd in deze vergadering afgesproken dat er verder zou gewerkt worden aan het gestandaardiseerd voorschrift voor radiologie, dat in de toekomst voor alle voorschrijvende artsen en radiologen zal gelden. Een beperkte werkgroep zal eerstdaags een nieuw voorstel van formulier opstellen.
U kan de honoraria voor medische beeldvorming, geldig vanaf 1 december 2011, hier raadplegen.

Nieuwe BVAS-website: www.absym-bvas.be: persmededeling dd. 15/09/2011
Voor een BVAS midlifecrisis is het te laat. Voor een BVAS eeuwfeest nog 52 jaar te vroeg.
Toch past BVAS zijn “look” aan. We willen op korte termijn af van de versnippering over de websites van de verschillende Kamers (3 Franstalige) en Afdelingen (2 Vlaamse). In een tijdperk van quasi ontelbare gegevensbronnen willen we adequate en correcte informatie bundelen op onze nieuwe website www.absym-bvas.be.
Af en toe een gespierde syndicale boodschap mag daar tussenin niet bij ontbreken. Ondanks de esthetische poetsbeurt van de site, blijven de pijlers van ons syndicaal patrimonium overeind: een verantwoorde vrijheid bij het kiezen van diagnostische en therapeutische middelen en het beschermen van het medisch geheim van onze patiënten waren en zijn kernpunten.
Bijna dagelijks moet de BVAS op zijn strepen staan. Zowel huisartsen als specialisten worden met de regelmaat van de klok door de mangel gehaald in de media, dikwijls geïnitieerd door artikels in mutualiteitsbladen of met hen verwante organisaties. Het verzuilde systeemdenken – dat in de politiek nog nauwelijks zijn afspiegeling vindt – leeft nog sterk in belangenorganisaties zoals de mutualiteiten. Soms vinden ze elkaar als ze de gemeenschappelijke vijand BVAS menen te moeten aanpakken.
Eén voorbeeldje: het Rekenhof stelt vragen hoe het mogelijk is dat de mutualiteiten jaar na jaar boni kunnen blijven verwerven in de huidige budgettaire krapte (€ 552,2 miljoen tussen 2005 en 2010). Als deze kritische neutrale instantie dit meldt zwijgt iedereen als vermoord in de hoop dat zo weinig mogelijk mensen het verslag lezen en dat die vervelende bui rap overwaait. Als de BVAS datzelfde onderwerp – en de gevolgen voor patiënten en artsen – aankaart, worden wij afgeschilderd als poujadisten.
Met onze nieuwe website www.absym-bvas.be willen we ook meer jonge collegae bereiken. Deze artsen zijn de toekomst van onze patiëntenzorg én van onze vereniging. We hopen op nog meer interactie met hen via onze nieuwe site. Via enquête weten we immers dat jonge collegae de BVAS nodig achten en er interesse voor hebben. We leerden er ook uit dat onze activiteiten moeilijk aan de vrouw (man) te brengen zijn.
Ook daarom gooien we de lay-out van onze site over een andere boeg. We hopen dat jong en oud snel kan terugvinden wat zij/hij nodig heeft. Als dat niet onmiddellijk lukt, vindt U gemakkelijk de informatie waar u in uw buurt bij onze regionale medewerkers terecht kunt.
Veel leesplezier en rekenend op uw talrijke reacties en vragen, collegialiter,
Dr. Marc Moens,
Voorzitter BVAS
U kan de nieuwe website van de BVAS hier raadplegen of surf naar www.absym-bvas.be.

De vzw BVAS verjongt zijn imago: persmededeling dd. 15/09/2011
5 nieuwe logo’s van de verschillende kamers gaan op in het nieuwe BVAS-logo. Vijf afzonderlijke entiteiten, één geheel. Het grootste Belgische artsensyndicaat voor huisartsen en specialisten verjongt zijn imago en komt met een nieuwe look en bijhorend logo naar buiten.
Waar staat de BVAS voor?
Bouwen aan de geneeskunde van morgen betekent voor de BVAS onophoudelijk opkomen voor de belangen van patiënten en artsen. Wij zijn er niet om politici of ziekenfondsen te plezieren. Wij zijn er om een geneeskunde te verdedigen die vertrekt vanuit de waarden en belangen van de patiënten en de artsen. Het logo en de look zijn vernieuwend, maar als artsensyndicaat verdedigen wij nog steeds dezelfde vaste waarden: aantrekkelijkheid, vrijheid, bescherming, kwaliteit en vereenvoudiging.
Hoe concretiseert de BVAS deze waarden in de actualiteit? Enkele voorbeelden.
1. Het globaal medisch dossier is een doeltreffend werkinstrument voor de huisarts ten gunste van zijn patiënten. Maar de mutualiteiten willen het gebruiken om het budget, de patiënten en de artsen onder controle te krijgen. Om dit tegen te gaan moet de manuele verlenging van het GMD blijven bestaan. Patiënt en arts beslissen over die verlenging. Niet de mutualiteit.
2. Het voorschrijven van geneesmiddelen blijft een zaak tussen arts en patiënt, met de deskundige steun van de apotheker. Ook hier willen de mutualiteiten hun wil om puur economische redenen opdringen.
3. Zolang de maatschappij de indexering hanteert voor de berekening van prijzen en lonen, verdedigt de BVAS ook de indexering van alle artsenhonoraria.
4. De Belgische artsenhonoraria zijn laag. Daarom is in het akkoordensysteem de mogelijkheid voorzien dat artsen in welomschreven situaties zelf hun honorarium mogen vaststellen. Men spreekt dan van “supplementen”. De BVAS zal blijven ijveren voor het behoud van de mogelijkheid van het zelf vaststellen van hun honoraria.
5. De BVAS zet zich continu in om nieuwe medicijnen en technologieën, zodra ze gevalideerd en voldoende veilig bevonden zijn, ter beschikking te stellen van de patiënten. Om loutere budgettaire redenen proberen overheid en mutualiteiten dikwijls het tegenovergestelde.
Om welke redenen heeft de BVAS vandaag meer dan 7.000 artsen-leden?
1. Een krachtige verdediging van de artsenbelangen
2. Weerwerk tegen de erosie van het imago van het artsenberoep
3. Meer tijd om te focussen op wat u belangrijk vindt
4. Een luisterend oor
5. Snelle, duidelijke en accurate informatie op maat
De leden krijgen ook onbeperkt toegang tot onze website waar op een overzichtelijke manier alle voor de artsen relevante informatie 7/7 en 24/24 raadpleegbaar is.
De nieuwe website www.absym-bvas.be is dé referentiewebsite voor de arts.
Dr. Marc MOENS,
Voorzitter BVAS
U kan de volledige persmededeling hier raadplegen of surf naar www.absym-bvas.be.

Belastingvermindering voor startende huisartsen op initiatief van BVAS (Persmededeling dd. 18/07/2011)
Op initiatief van de BVAS en dank zij de politieke steun van de MR en de Open VLD keurde de plenaire Kamer donderdag 14 juli het wetsvoorstel goed dat een verlaagd belastingtarief invoert op een premie die huisartsen ertoe moet aanzetten zich in gebieden te vestigen waar weinig huisartsen actief zijn.
Om huisartsen te stimuleren om zich te installeren in zones die een tekort aan huisartsen kennen, voorziet het Impulsfonds in een eenmalige toekenning van een bedrag van € 20.0000 voor alle huisartsen die een nieuwe praktijk (individuele of groepspraktijk) beginnen in één van deze zogenaamde prioritaire zones. Het bedrag van € 20.000 moet helpen hun installatie te financieren en de soms moeilijke startfase van hun praktijk te overbruggen. De premie is definitief verworven na afloop van het vijfde jaar na de datum waarop zij hun praktijk hebben geïnstalleerd.
De premie van € 20.000 wordt evenwel vandaag in hoofde van de huisarts als een beroepsinkomen aangemerkt dat in de regel belastbaar is als baten van een vrij beroep in de zin van de artikelen 23, §1, 2° en 27 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992. Bijgevolg worden de artsen eenmalig belast op het volledige bedrag. Indien zij investeringen hebben gedaan, is belastingaftrek uitsluitend mogelijk via een over verscheidene jaren gespreide afschrijving. Op die manier gaat een groot deel van die installatiesteun op aan belastingen.
Het wetsvoorstel dat werd goedgekeurd door de meerderheid* voert een verlaagd belastingtarief van 16,5 procent in voor deze premie van € 20.000. Dit komt voor een beginnende huisarts, die de premie ontvangen heeft, al snel overeen met een belastingvermindering van om en bij de € 7.000.
Een ander initiatief van de BVAS bij de politici betreft de demarche om een gelijkaardige belastingvermindering te kunnen bekomen voor de honoraria van de huisartsen wachtprestaties en voor de beschikbaarheidshonoraria van zowel specialisten als huisartsen. Dit wetsontwerp, dat ook door MR en Open VLD werd ingediend° kreeg (nog) geen goedkeuring.
Huisartsen die meer informatie wensen over de steunmaatregelen van het Impulsfonds of die een aanvraag voor de premie willen indienen, kunnen zich hiervoor wenden tot één van de lokale afdelingen van de BVAS (VAS afdelingen of syndicale artsenkamers), die erkend zijn als Steunpunt.
Dr. Marc MOENS,
Voorzitter
*: Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers; Doc 53 0302/007 d.d. 14.07.2011
°: Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers; Doc 53 0303/001 d.d. 30.06.2010

Indexatie medische beeldvorming
Naast de reeds eerder toegekende indexering van de medisch-technische verstrekkingen op 01.05.2011 heeft de Medicomut, op voorstel van de administratie, maandag 4 juli 2011 beslist om de prestaties medische beeldvorming te indexeren met 0,93 % vanaf 01.07.2011. Deze beslissing wijkt af van het akkoord, dat 1,40 % index voorzag als aan een reeks voorwaarden werd voldaan. Een RIZIV werkdocument van 24.06.2011 stelde vast dat maar gedeeltelijk aan de gestelde voorwaarden werd voldaan. Op 24.06.2011 beschikte het RIZIV nog niet over de uitgaven van het eerste trimester 2011, wel al over de maanden januari en februari.
Om een aantal elementen uit die nota te ontkrachten had Dr. Marc Moens, voorzitter van de BVAS, namens de Raad van Bestuur van de BVAS op 30
juni 2011 de volgende argumentatie bezorgd aan Dhr. Jo De Cock, voorzitter van de Nationale Commissie Artsen - Ziekenfondsen en administrateur-generaal van het RIZIV, en aan Dr. Ri De Ridder, directeur-generaal van de Dienst geneeskundige verzorging van het RIZIV:
“1. Inzake medische beeldvorming is de Raad verbaasd over de conclusies die getrokken worden uit de vaststelling door de Dienst dat het aantal verstrekkingen 2011/02 met 6.4 % stijgt t.o.v. 2010/02 en dat er een stijging is met het aantal gevallen huidig dienstjaar 2011 met 20 %.
Er is o.i. een contradictie waar de Dienst enerzijds zegt dat het aandeel van de reeds geboekte aantallen 2011/02 verricht in 2011 te klein is om relevante conclusies uit te trekken, maar anderszijds toch voorstelt om alvast de index te beperken tot 0,93 % in plaats van de in het akkoord vermelde 1,40 %.
Ten tweede stelt de Raad vast dat de Dienst het gegeven veronachtzaamt dat er recent opsplitsingen zijn doorgevoerd in deze
nomenclatuur.
- De duplexonderzoeken van de ledematen werden opgesplitst van 2 naar 6 nomenclatuurnummers (KB 22.10.2010, in werking 01.02.2011)
- Met het KB van 14.07.2010, in werking sinds 01.10.2010) werd bovendien de opsplitsing gerealiseerd van de CT hals en thorax en abdomen naar 6 nomenclatuurnummers.
De vergelijking met de eerste twee maanden van 2010 qua aantallen loopt dus mank.
Deze vaststelling kan kaderen in mijn al herhaald gemaakte opmerking dat de uitgaven na 2 maanden 14,99 % van het budget bedragen terwijl - zeer theoretisch en abstractie makend van de algebraïsche verschillen - 16,66 % zou kunnen vooropgesteld worden.
2. De BVAS Raad van bestuur stelt vast dat de partiële begrotingsdoelstelling medische beeldvorming diegene is die de voorbije 10 jaren het minst steeg (cfr. audit 2010, blz. 1.1.6.), namelijk met 43 %. Alleen de rubriek “speciale verstrekkingen” is in die periode van 10 jaar nog minder gestegen, slechts met 32 %, maar dat is ongetwijfeld te wijten aan het volledig schrappen van de honoraria voor dringende verstrekkingen klinische biologie (nog € 34,55 miljoen uitgaven in 2004 en € 23,0 miljoen op zes maanden 2005) en het drastisch reduceren van de dringendheidshonoraria radiologie vanaf 01.07.2005. Deze honoraria bevinden (of bevonden) zich in de rubriek “speciale verstrekkingen”
Alleen al omwille van deze beperkte trendstijging over tien jaar, in vergelijking met de andere disciplines de laagste van allemaal, lijkt het ons onbillijk gegevens in te roepen die zich baseren op slechts twee maanden 2011 en die in vraag worden gesteld, om het akkoord slechts gedeeltelijk uit te voeren.
3. Tenslotte merkt de Raad van bestuur op dat rekening moet worden gehouden met het feit dat de informatiecampagne in verband met de beperking van het gebruik van ioniserende straling slechts in het vierde trimester 2010 werd gerealiseerd. Indien die informatiecampagne vroeger had kunnen gestart worden, ware het allicht mogelijk geweest een hogere trendcorrectie te bekomen dan de vastgestelde – 17,2 miljoen.
Om al deze redenen dringt de BVAS Raad van bestuur aan de gereserveerde indexmassa van 1,40 % of € 15,715 miljoen (cfr. audit rapport blz. 1.1.11) volledig toe te kennen vanaf 01.07.2011, conform punt 4 van het akkoord van 13.12.2010.”
Als reactie op deze BVAS brief heeft de RIZIV administratie op 04.07.2011 een nieuwe nota gemaakt, nu met de volledige uitgaven medische beeldvorming van het eerste trimester 2011, inclusief deze van de maand maart 2011. Een deel van onze argumenten werd in een complexe technische nota weerlegd.
De BVAS delegatie heeft het intermediair voorstel van een indexering met 0,93 % aanvaard.
De BVAS kon bedingen dat de technische raming van de uitgaven 2011 voor CT zouden herzien worden. Dit is van belang om een correcte raming voor het budget 2012 te kunnen opmaken. Dr Van Driessche waarschuwde al op 22.06.2009 dat de maatregel om de CT-scans op te splitsen (in voege sinds 01.10.2010) geen besparing zou teweegbrengen. Het RIZIV actuariaat schreef deze maatregel desalniettemin in als een besparing voor een bedrag van € 2,363 miljoen. In de periode oktober - november - december 2010 werd echter een meeruitgave van € 5,7 miljoen waargenomen. In tegenstelling tot de technische raming van 2010 zal de herziening van de technische raming van 2011 wel met dit gegeven rekening houden.
De nieuwe, met 0,93 % geïndexeerde honoraria medische beeldvorming vanaf 01.07.2011 werden op 05.07.2011 bekendgemaakt op de RIZIV website. Die 0,93 % komen overeen met een indexmassa van € 10,396 miljoen.

Motie betreffende de eCare statuten dd. 25/10/2011
De arts staat garant voor de vertrouwelijkheid van de gegevens van zijn patiënt. Voor de patiënt is het een voorwaarde om zijn arts te vertrouwen. Daarom moeten de gegevensbanken van de vzw eCare onder het toezicht staan van de artsen en dit met vetorecht.
In de mate dat het eHealth platform, als communicatiesnelweg tussen artsen en eventueel andere zorgverleners, afritten voorziet voor gegevensinzameling, registers en andere toepassingen, zou eCare de waarborg moeten bieden dat deze gegevens ethisch worden gebruikt zodat de vertrouwelijkheid gegarandeerd is.
Dat is nu helaas niet het geval.
De ontwerpstatuten die ons werden voorgelegd voorzien in een raad van beheer waarin de artsen een volslagen minderheidspositie krijgen en niets te zeggen hebben. Ze zouden twee van de vijf mandaten krijgen op de bank van de zorgverleners. Naast de bank voor de overheid en de bank voor de ziekenfondsen, die elk vijf leden afvaardigen, betekent dat dus twee op een totaal van vijftien stemgerechtigden.
Deze statuten geven eCare niet alleen het recht alle exploitatiemogelijkheden van de gegevens te benutten, maar, sterker nog, geven haar ook het exclusieve gebruiksrecht erover zonder dat de artsen de beslissingen van de ziekenfondsen of van de overheid kunnen aanvechten.
De oprichting van de vzw eCare, zoals ze momenteel is opgevat, zou een aanslag betekenen voor de arts-patiënt relatie als de statuten niet worden gewijzigd.
Ondertekend door:
ABruMet: Dr. L. CUVELIER, Voorzitter
AMF: Dr. M VERMEYLEN, Voorzitter
ASGB: Dr. R. HUETING, Voorzitter
BVAS: Dr. M. MOENS, Voorzitter
FAG: Dr. J.-F. SOUPART, Voorzitter
FRATEM: Dr. Ph. OLIVIER, Voorzitter
GBO: Dr. P. VANDERMEEREN, Voorzitter
SSMG: Dr. L. LEFEBVRE, Voorzitter
VBS: Dr. J.-L. DEMEERE, Voorzitter

VAS doet mee met Music for Life 2011: Words for Life
De jaarlijkse geldinzamelingsactie van Studio Brussel en het Rode Kruis van Vlaanderen rond “Music for life” laat het Vlaams Artsensyndicaat niet onberoerd. Het thema dat dit jaar in de kijker wordt gezet is ‘diarree’. Voor de derde keer op rij organiseert het grootste artsensyndicaat een campagne en spoort zij alle artsen aan om de inkt massaal te laten vloeien en naamdichten te schrijven ten voordele van de vele kinderen die jaarlijks sterven aan diarree.
Wat is nu juist een naamdicht?
De beginletters van de regels vormen onder elkaar een naam. Het VAS heeft 5 kernwoorden uit de medische wereld geselecteerd waaruit artsen zelf de keuze hebben
om een naamdicht samen te stellen. De 5 kernwoorden zijn: dokter, patiënt, voorschrift, hospitaal en diagnose.
Per ingezonden naamdicht schenkt het Vlaams Artsensyndicaat vzw, Afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant € 5. Vorig jaar bracht de VAS campagne 1.060 euro op en natuurlijk hopen wij dit jaar veel beter te doen!
Het VAS heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om reeds een eerste naamdicht te schrijven en zo de actie te starten:
Diarree is dit jaar het thema van Music for Life
Ook het Vlaams Artsensyndicaat draagt een steentje bij
Kernwoorden uit de medische wereld
Tegenprestaties geleverd voor het goede doel
En dankzij deze naamdichten
Regelt het VAS een flinke duit voor het Rode Kruis.
Een driekoppige jury, bestaande uit Els De Schepper (Vlaamse actrice, cabaretière en schrijfster), Wim Helsen (Cabaretier) en Luuk Gruwez (Vlaams dichter, prozaïst en essayist), zal de 3 beste naamdichten selecteren. De winnaars worden beloond met duotickets van de nieuwste zaalshow van Els De Schepper in Antwerpen, nl. ‘Niet geschikt als moeder’. Het VAS zal de winnaars persoonlijk op de hoogte brengen in januari 2012.
Artsen kunnen deelnemen aan bovenstaande actie vanaf maandag 12 december 2011 tot en met donderdag 22 december 2011.
KLIK HIER OM UW NAAMDICHT IN TE ZENDEN.

VAS-Seminarie “De arts – beroepsgeheim en discretieplicht” (22 oktober 2011)
Na het succes van voorgaande kleinschalige seminaries, besloot het Vlaams Artsensyndicaat om in samenwerking met Alaska en Story Publishers een studievoormiddag te organiseren rond het thema “Beroepsgeheim en discretieplicht”. Het was wederom een grote toestroom aan belangstellende artsen en advocaten en de zaalcapaciteit werd volledig bereikt.
Twee specialisten terzake, Dr. Lieven Wostyn en Dhr. Dirk Coudijzer, gingen grondig en oplossingsgericht in op bovenstaande thematiek. De geheimhoudingsplicht van een arts speelt een belangrijke rol en vormt de onderbouw van de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt. Deze geheimhouding van mededelingen aan een arts wordt zo belangrijk geacht dat hem een strafrechtelijk gesanctioneerde geheimhoudingsplicht wordt opgelegd. Maar in de praktijk blijkt de verplichting vaak onder druk te komen, o.m. ingeval van overlijden van de patiënt en n.a.v. fiscale controles t.o.v. de arts. Twee situaties waarin de arts vaak twijfelt om zich de juiste draagwijdte van zijn beroepsgeheim gestalte te geven en waar tijdens het seminarie dieper werd op ingegaan.
lees verder over VAS-Seminarie “De arts – beroepsgeheim en discretieplicht” (22 oktober 2011)

Nabeschouwing VAS najaarssymposium 8 oktober 2011
De 7e editie van het najaarssymposium, georganiseerd door het Vlaams Artsensyndicaat, was wederom een groot succes. Bijna 300 geïnteresseerde artsen hebben zich geregistreerd voor het symposium “Zin en onzin van een akkoord” dat plaatsvond in Congreshotel Ter Elst (Edegem) op zaterdag 8 oktober 2011. Wij danken iedereen voor de massale belangstelling en opkomst. Hopelijk mogen wij u in de toekomst opnieuw begroeten op één van onze volgende seminaries en/ of symposia.
Dhr. Jo De Cock mocht de spits afbijten en sprak over de balans en het toekomstperspectief binnen het systeem van de akkoorden artsen-ziekenfondsen. Tijdens zijn uiteenzetting lichtte hij de evolutie toe over het aantal huisartsen en specialisten dat is toegetreden tot het akkoord, alsook de conventiegraad van sommige specialisaties. Ook besprak hij de honorariumsupplementen in de ziekenhuizen.
De Voorzitter van de Christelijke Mutualiteiten, Dhr. Marc Justaert, is grote voorstander van het systeem van een Nationaal Akkoord Artsen-Ziekenfondsen. Een akkoord draagt namelijk bij tot de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de gezondheidszorg voor elke patiënt. Voldoende geconventioneerde artsen geven de patiënten immers een zekere tariefzekerheid. Het verhogen van het sociaal statuut en het garanderen van een basisinkomen zijn enkele van zijn suggesties om het akkoord aantrekkelijker te maken voor de arts. Hij stelt dat de “Medicomut” (de Nationale Commissie Artsen - Ziekenfondsen) een belangrijk instrument is om tot compromissen te komen met alle betrokken partijen om de continuïteit van het gezondheidsbeleid te verzekeren. Als er geen sprake meer zou zijn van een akkoord, wat komt er dan bovendien wel niet op een helling te staan?
De BVAS-voorzitter, Dr. Marc Moens, hield zijn uiteenzetting over de participatie van artsen bij het akkoordensysteem. Na een schets in een historisch kader lichtte hij ook het wettelijke kader toe, waaronder de GVU-wet, de opstelling van de Nationale Commissie van Geneesheren-Ziekenfondsen en haar bevoegdheden. Tot slot benadrukte Dr. Moens de voor- en nadelen van het akkoord en besprak hij de projecten van de vorige akkoorden die tot heden nog niet werden uitgevoerd.
Tijdens het daaropvolgend debat leken er toch wat vragen te branden op de lippen van de aanwezige artsen. Meningsverschillen tussen de sprekers waren niet te vermijden. Volgens Dhr. Justaert is de politiek de schuldige in het uitstel van de afspraken binnen het akkoord. Dhr. De Cock repliceerde dat de Commissie soms teveel hooi op zijn vork neemt en dat er geen bewuste vertragingsmanoeuvres zijn bij het beleid.
Na dit debat kwam N-VA senator en arts klinisch bioloog, Dr. Louis Ide, aan het woord. Hij plaatste het huidige overlegmodel van de gezondheidszorg in het kader van de aangekondigde staatshervorming. Het huidige model is aan verandering toe. Hij pleit voor het responsabiliseren van alle betrokken partijen - patiënten, artsen en niet in het minst ziekenfondsen - en om de nodige besparingen te doen in plaats van een nog hogere inkomstenbelasting te heffen. De overheveling van de gezondheidszorg naar de deelstaten kan volgens Ide tot een meer efficiënte organisatie leiden.
Tot slot sprak Dr. jur. Diego Fornaciari, advocaat, over de impact van het (Europees) mededingingsrecht op het Belgische akkoordensysteem. De belangrijkste conclusie uit zijn boeiend betoog is dat het akkoordensysteem, zoals we dat in België kennen, perfect toegelaten is binnen de Europese regelgeving, maar dat het verbod op ereloonsupplementen wellicht de toets met het Europees mededingingsrecht niet zou doorstaan.
Klik hier voor enkele sfeerbeelden van ons symposium.
lees verder over Nabeschouwing VAS najaarssymposium 8 oktober 2011

Begrotingsvoorstel gezondheidszorg 2012 goedgekeurd ondanks tegenstem BVAS: persbericht dd. 05/10/2011
Zoals vereist door de wet, dient het Verzekeringscomité, elke eerste maandag van oktober, een budgetvoorstel voor de gezondheidszorg goed te keuren dat aan de Algemene Raad wordt overgemaakt. Ook dit jaar werd de begroting opgemaakt in een politiek klimaat van lopende zaken en van strikte budgettaire besparingen.
De in de wet vastgelegde principes, zoals de toepassing van de groeinorm (4,5%) en de indexering (gemiddeld 2,1% dit jaar, en 2,99% voor de verstrekkingen die via honoraria worden vergoed), werden inderdaad gerespecteerd, ondanks het feit dat ze door bepaalde politieke partijen in vraag werden gesteld (cf. de formateursnota van juli jl.).
De theoretische budgettaire doelstelling wordt voor 2012 vastgelegd op € 27,6 miljard tegenover € 25,8 miljard voor 2011.
De budgettaire doelstelling is een berekening op basis van de begrotingsdoelstelling van het voorgaande jaar met de toevoeging van de groeinorm, de inflatie en de algebraïsche verschillen in de klinische biologie en de medische beeldvorming (positief en negatief). De budgettaire doelstelling wordt vergeleken met technische ramingen, die verondersteld worden de werkelijke kosten weer te geven. Op die manier
kan een beschikbare marge van 1,5 miljard voor 2012 worden aangetoond.
In plaats van deze beschikbare marge aan te wenden voor nieuwe behoeften, worden die geldmiddelen in het voorstel van het Verzekeringscomité d.d. 03/10/2011, hoofdzakelijk (€ 1.465.000) aangewend als bijdrage voor het evenwicht van de sociale zekerheid, die in 2012 een tekort van € 10 miljard zou laten optekenen. Het voorstel van het Verzekeringscomité wijst ook bijna € 70 miljoen toe aan een stabiliteitsprovisie.
Op die manier blijft er vrijwel geen ruimte meer over voor nieuw te financieren initiatieven. Nieuwe initiatieven inzake honoraria moeten door de artsen worden
geautofinancierd via besparingen. Het voorstel dat de verzekeringsinstellingen indienden voorziet concreet dat de besparingen bij de artsen ofwel worden gerealiseerd door een gedeelte van de indexmassa van de honoraria (€ 217,4 miljoen) aan te wenden, met een lagere dan aangekondigde (2,99%) indexering van de honoraria tot gevolg, ofwel door nieuwe nomenclatuuraanpassingen.
De nieuwe initiatieven die in het voorstel van het Verzekeringscomité werden opgenomen om in 2012 te worden uitgevoerd beperken zich tot € 24,9 miljoen, waarvan
- +/- € 10,5 miljoen voor de geneesheren-specialisten: € 5,8 miljoen voor de prioritaire eisen van de Technische Geneeskundige Raad en € 4,25 miljoen voor de terugbetaling van de Optical Coherence Tomo;
- een enveloppe van +/- € 10,0 miljoen voor de algemene geneeskunde die moet dienen om de zorg van patiënten en de arbeidsvoorwaarden voor de huisartsen tijdens de wachtdiensten te verbeteren;
- en een saldo van € 4,2 miljoen dat moet dienen om in bepaalde gevallen het verhoogde remgeld bij raadplegingen op de spoeddiensten te schrappen.
De beschreven maatregelen zijn nog niet de definitieve budgettaire beslissingen voor 2012. Het voorstel van het Verzekeringscomité kan nog worden gewijzigd tijdens de stemming in de Algemene Raad, door bijkomende regeringsvoorstellen die de eisen tot besparen nog kunnen verzwaren.
In deze moeilijke context, heeft de BVAS, net als de ziekenhuisbeheerders, het voorstel verworpen.
Klik hier om de door de ziekenfondsen uitgewerkte, "besparings denksporen” te raadplegen. De bedragen variëren tussen de +/- € 41 en € 65 miljoen.

BVAS en APB vinden de beslissingen van nieuwe regering in wording ondemocratisch: Persbericht dd. 05/12/2011
De regeringsonderhandelaars hebben het niet nodig geacht de betrokken partners in de gezondheidszorg te betrekken bij het vastleggen van besparingsmaatregelen. Tot de vergadering van de Algemene Raad van het RIZIV van 05.12.2011 kon informatie onmogelijk officieel worden bekomen bij de bevoegde diensten. Alleen de media mochten ons informeren. Die media kregen alleen wat de onderhandelaars kwijt wilden.
Het paritair overleg wordt naar het rijk der fabelen verwezen. De formateur – en straks de bevoegde minister – legt de gezondheidszorgverstrekkers besparingen op die zij moeten realiseren. Wij weigeren dit antidemocratisch scenario waar alle macht bij de kabinetten ligt.
De media sussen de bevolking met omfloerste gegevens. De index en de gezondheidszorg zouden gevrijwaard blijven van inlevering. Jammer genoeg wordt de index geheel of gedeeltelijk ontzegd aan de zelfstandige zorgverstrekkers. Dit betekent een flagrante discriminatie van een belangrijke groep burgers, die hen financieel dubbel hard treft. Want onder meer artsen en apothekers stellen samen vele tienduizenden personeelsleden te werk. Zij zullen die medewerkers wel hun indexaanpassingen (moeten) doorbetalen.
Niet bezwaard door enige kennis van zaken, beslisten de onderhandelaars dat elk voorschrift van een antibioticum of van een antimycoticum in de ambulante zorg moet beschouwd worden als een "voorschrift op stofnaam". De apotheker wordt verplicht het precieze voorschrift van de arts naast zich neer te leggen en te vervangen door het goedkoopste product dat in die geneesmiddelencategorie bestaat. De Overheid wil met deze maatregel € 21,7 miljoen besparen.
Enerzijds is de orde van grootte de vooropgestelde besparing totaal onrealistisch, omdat vandaag al zeer veel goedkope geneesmiddelen worden voorgeschreven als het gaat om behandeling van bacteriële infecties.
Anderzijds is de maatregel bedreigend, in het bijzonder wat de behandeling van schimmel- en gisteninfecties betreft. Het zijn vooral kankerpatiënten die hierdoor worden getroffen en die de dure vormen van antimycotica nodig hebben. Zelfs als de apotheker perfect op de hoogte zou zijn van de klinische situatie van deze patiënten, die doorgaans een verminderde afweer hebben, blijft het levensgevaarlijk van molecule te veranderen. Toch zouden de apothekers verplicht worden het goedkoopste medicijn af te leveren.
Tenslotte betekent de verplichting om telkens het goedkoopste geneesmiddel af te leveren, een enorm risico voor de belevering van de markt en dus voor de toegankelijkheid van de geneesmiddelenbehandeling. Welke firma kan immers alleen de verantwoordelijkheid op zich nemen om een onberispelijke toelevering van de patiënt te garanderen.
De artsen weigeren dat het voorgeschreven medicijn wordt ingeruild voor het goedkoopste product dat willekeurig van dag tot dag kan veranderen van producent en van naam.
De apothekers weigeren om dezelfde redenen de rechten van hun patiënten te schenden en de kwaliteit van de zorg te degraderen.
Artsen en apothekers weigeren de executeurs te worden van onverantwoorde medisch-farmaceutisch maatregelen, die er kunnen toe leiden dat zij als zorgbeoefenaars meteen ook de executeurs van de zwaksten onder hun patiënten worden.
Dr. Marc MOENS (Voorzitter BVAS) - Christian ELSEN (Voorzitter APB), 05/12/2011

Startersdag voor artsen groot succes
Op zaterdag 26 maart organiseerde het Vlaams Artsensyndicaat (VAS) in de hoofdzetel van de KBC de 4de editie van de Starterdag voor artsen. Het werd een ware overrompeling. Meer dan 400 toekomstige huisartsen en specialisten hadden zich ingeschreven voor een boeiend maar vooral praktisch programma. Het auditorium was volledig volzet.
De opkomst bewijst dat het VAS tegemoet komt aan een reële informatiebehoefte. Uit een rondvraag blijkt overigens dat jonge artsen opzien tegen de administratieve rompslomp waarmee ze geconfronteerd worden op het moment dat ze afstuderen en daadwerkelijk het beroep instappen. Voor het VAS de aanzet om toekomstige artsen op weg te helpen en toegankelijke expertise en praktische tools aan te bieden.
Naast een gemeenschappelijke sessie waren er dit jaar voor de toekomstige huisartsen en specialisten aparte sessies voorzien.
De deelnemers vernamen meer over de opstart van een praktijk en de formaliteiten hieraan verbonden. Daarnaast werden zij wegwijs gemaakt in hun sociale zekerheid en hun fiscaliteit. Eveneens werd ruim aandacht besteed aan hun aansprakelijkheid, de vormen van samenwerking en de steunmaatregelen waarop zij kunnen beroepen.
Nieuw is het uniek aanbod van loopbaancoaching waarvoor artsen dankzij het VAS bij Zenitor, het centrum voor loopbaancoaching van Zenito sociaal verzekeringsfonds, terecht kunnen.
Er werd de mogelijkheid geboden aan de aanwezigen om ter plekke dingen te regelen en afspraken te maken. De deelnemers waren enthousiast over de pragmatische aanpak en de toegankelijkheid van de aanwezige experts. Het gemak waarmee zij door de administratieve rompslomp werden geloodst werd sterk geapprecieerd.
De carrièrebeurs die voor de eerste keer werd georganiseerd kon eveneens op een grote toeloop rekenen. De FOD, het RIZIV, Kind & Gezin, FVIB, Artsen zonder Grenzen, Janssen-Cilag en de beroepsorganisaties van de urgentieartsen en arbeidsgeneesheren kenden een grote belangstelling. Het VAS laat nu al weten dat de carrièrebeurs volgend jaar uitgebreid zal worden.
De deelnemers ontvingen een uitgebreide startergids en een mooie schoudertas met alle documentatie. Wie er niet kon bij zijn, kan nog altijd de gratis startergids aanvragen bij het Vlaams Artsensyndicaat via info@vlaamsartsensyndicaat.be.
Het VAS spant zich permanent in om toekomstige artsen en gevestigde artsen blijvend te begeleiden. Binnenkort wordt samen met Zenito gestart met seminaries waar nader wordt ingegaan op de problematiek waarmee een arts als startende zelfstandige wordt geconfronteerd. Artsen hou uw brievenbus in de gaten!

Vereenvoudiging remgelden bij raadplegingen huisarts
In het kader van het Nationaal Akkoord Artsen-Ziekenfondsen van 2011 worden punt 5.1. en punt 5.3. vanaf 1 december 2011 uitgevoerd. Deze maatregelen hebben betrekking op resp. de vereenvoudiging van de remgelden toepasselijk bij raadplegingen van patiënten bij de huisarts en de bijkomende honoraria voor raadplegingen van de huisarts tijdens de nacht, het weekend en op feestdagen.
Voor de verstrekkingen met rangnummers 101010, 101032, 101054 en 101076 wordt het remgeld beperkt tot:
- € 1 voor de patiënt met voorkeurregeling met GMD
- € 1,50 voor de patiënt met voorkeurregeling zonder GMD
- € 4 voor de patiënt zonder voorkeurregeling met GMD
- € 6 voor de patiënt zonder voorkeurregeling zonder GMD
Voor de bijkomende honoraria voor raadplegingen ’s nachts, tijdens het weekend en op feestdagen wordt het remgeld afgeschaft.
Er is noch een indexering voor deze remgelden voorzien, noch een vermindering wanneer deze verstrekkingen door een stagedoende arts wordt geattesteerd.
Deze wijzigingen kan u binnenkort hier terugvinden.
U kan de gewijzigde wetgeving hieronder raadplegen:

DKV betaalt supplementen klinische biologie en medische beeldvorming toch terug: persmededeling dd. 06/10/2011
Dankzij tussenkomst BVAS en VBS blijft DKV ereloonsupplementen voor klinische biologie en voor medische beeldvorming bij een ziekenhuisopname verder terugbetalen.
De - op een uitspraak van het Hof van Cassatie gebaseerde - beslissing van DKV om ereloonsupplementen voor klinische biologie (en medische beeldvorming) niet meer terug te betalen voor ziekenhuisopnames met factuurdatum vanaf 1 oktober 2011, wordt niet uitgevoerd. DKV heeft dit formeel en schriftelijk bevestigd aan de BVAS en het VBS.
Hiermee herziet DKV het ingenomen standpunt in de brief d.d. 6 september 2011 gericht aan de ziekenhuisdirecties. In een gezamenlijke reactie d.d. 29 september 2011 stelden de BVAS en het VBS dat zij het arrest van het Hof van Cassatie van 3 juni 2011 niet kunnen bijtreden voor wat betreft het verbod op ereloonsupplementen voor de verstrekkingen klinische biologie ongeacht of de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk op forfaitaire wijze wordt vergoed. Dat DKV dit verbod uitbreidde tot de medische beeldvorming werd evenzeer aangekaart en als onrechtmatig bestempeld.
De BVAS en het VBS blijven van mening dat deze onvoldoende gemotiveerde uitspraak van het Hof van Cassatie enkel de betrokken partijen in deze concrete casus bindt en derhalve niet als standvastige rechtspraak mag worden beschouwd. De stellingname van de BVAS over de uitspraak van het Hof van Cassatie aangaande de supplementen klinische biologie werd intussen bijgetreden door alle ziekenhuisorganisaties, het RIZIV en
gerenommeerde medische advocatenkantoren.
Ons advies om de betrokken ereloonsupplementen ook in de toekomst te blijven aanrekenen blijft dan ook onverminderd van kracht en wordt nu ook door DKV bijgetreden.
Dr. J.L. Demeere en Dr. M. Moens, resp. VBS-voorzitter en BVAS-voorzitter
U kan hier de brief van de BVAS en het VBS dd. 29 september 2011 nalezen.

Lezersbrief Dr. Marc Moens wijkgezondheidscentra, 21.07.2011
In De Standaard van 19 juli 2011 verscheen een artikel van dhr. Guy Tegenbos over de stijging van het aantal wijkgezondheidscentra (wgc's) en hun ingeschreven patiënten.
Zo steeg het aantal wgc's tussen 2002 en 2010 in Vlaanderen van 9 naar 27, in Brussel
van 9 tot 36 en in Wallonië
van 26 naar 43. Samen 106. In Vlaanderen groeide het aantal ingeschreven patiënten in 2009 met 20 procent tot 50.000; in Wallonië tot 82.000 (+ 40 procent), in Brussel tot 70.000 (+ 49 procent). Samen is dat 200.000: één patiënt op de vijftig.
We citeren hieronder een stuk uit het artikel:
"Tegenstanders van wgc's noemden ze vroeger ‘communistisch'; dat werkt niet meer; maar 11 van de 106 behoren tot die groep. Vandaag wordt de wgc's ‘oneerlijke concurrentie' verweten. Ze worden forfaitair gefinancierd: de ziekteverzekering betaalt per patiënt iets meer dan de gemiddelde kostprijs voor die patiëntensoort. De patiënt betaalt niets, tenzij voor technische prestaties zoals bloedonderzoek.
Louis Ide vernam dat de Brusselse centra (345 euro per patiënt per jaar) en de Waalse (340) meer krijgen dan de Vlaamse (285). In de Brusselse centra komen Nederlandstalige patiënten maar zwak aan bod, leerde een onderzoek hem.
Het jongste Vlaamse wgc is dat van Tienen: ‘Vierkappes' telt 3 artsen, 1 verpleegkundige en 1 fysiotherapeut. Het heeft na 1 jaar 800 ingeschreven patiënten, ‘uit alle bevolkingslagen'. De grootste concentratie wgc's vindt men in Gent. Daar is 1 inwoner op de 10 ingeschreven bij een wgc. Vanwaar die concentratie? De stad subsidieert. En de universiteit (professor Jan De Maeseneer) propageert." (G. Tegenbos)
Dr. Marc Moens, Voorzitter BVAS, reageerde op dit artikel met volgende lezersbrief.
Bijkomend cijfermateriaal m.b.t. de wgc's vindt u hieronder:
De begrotingsdoelstelling 2010 voor de medische huizen bedroeg € 69,991 miljoen. Ze werd met € 3,344 miljoen of met 4,78 % overschreden want er werd € 73,335 miljoen door het RIZV aan de wgc betaald.
Nochtans steeg de begrotingsdoestelling van 2009 (€ 65,936 miljoen) naar 2010 al met 6,15 %. In 2009 volstond het budget. De uitgaven bedroegen € 65,931.
In 2010 volstond de begrotingsdoestelling niet ondanks die 6,15 % extra.
Alle andere medische honoraria samen namen van 2009 naar 2010 toe met slechts 0,43 %. De wgc met liefst 11,23 %.
Over een periode van 10 jaar (2001-2010) namen de artsenhonoraria (exclusief de remgelden) toe van € 4.330,442 miljoen ( = 100,0) naar € 6.595,999 miljoen (= 152,3). Inclusief de remgelden namen de artsenhonoraria toe van € 4.866,261 miljoen (= 100,0) naar € 7.338,953 miljoen (= 150,8).
Ook over de periode 2001 – 2010 stegen de remgelden minder snel dan het totaal van de honoraria:
van € 535,819 miljoen (of 11,0 % van het total van de honoraria) ( = 100,0) in 2001 naar € 742,954 miljoen (of 10,1 % van het totaal van de honoraria) (= 138,7) in 2010.
Over dezelfde periode namen de uiitgaven voor de wgc toe van € 13,792 miljoen (= 100,0) naar € 73,335 (= 531,72). Ter vergelijking : het aantal ingeschreven patiënten steeg “slechts” met een factor 3,27.
Nu vragen ze nog € 5,028 miljoen extra voor hun multiculturele opdracht of 6,86 % bovenop de uitgaven van 2010.
Dit overigens terwijl
de doorsnee zelfstandige huisarts zijn plan moet trekken en op niemand kan beroep doen als zij/hij in haar/zijn gemeente, parochie, dorp of straat een familie Oezbeken, Ethiopiërs, Afghanen …. correcte zorg wil proberen te bieden.
De “gratis geneeskunde” is dus verre van gratis.
Dr. Marc Moens
Voorzitter BVAS

De preventiemodule praktisch bekeken
Naar aanleiding van de preventiemodule die vanaf 1 april 2011 kan aangerekend worden, willen wij u in samenwerking met de tariferingsdienst LTD3 hierover praktisch verder inlichten.
In het kader van het beheer van het GMD kan de huisarts vanaf 1 april 2011 één keer per kalenderjaar de opvolging van de preventiemodule aanrekenen tijdens een raadpleging of bezoek. Huisartsen mogen hiervoor een bijkomend ereloon aanrekenen. De preventiemodule houdt een checklist in die voor een patiënt tussen 45 en 75 jaar oud zullen worden opgevolgd. Voor de overige patiënten zal deze module in de bestaande prestatie voor het beheer van het GMD, code 102771, worden geïntegreerd. Eind 2012 zal de preventiemodule geëvalueerd worden door de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen voor een betere integratie van alle aspecten van het GMD. Dit zou moeten leiden tot een aangepaste reglementering vanaf 2013.
Voor welke patiënten kan u het bijkomende honorarium aanrekenen?
Wat houdt de checklist in?
Wie mag deze honoraria aanrekenen?
Hoe vaak mag u de preventiemodule aanrekenen?
Hoe moet u deze verstrekkingen attesteren?
Wanneer bent u verplicht om de derdebetalersregeling toe te passen?
Voor welke patiënten kan u het bijkomende honorarium aanrekenen?
De huisarts mag voor het overlopen van deze checklist met patiënten tussen 45 en 75 jaar oud bovenop het gebruikelijke ereloon van € 28,15 voor het beheer van het GMD (code 102771) € 10,14 aanrekenen. Hiervoor moet de arts tot en met 31 december 2012 de nomenclatuurcode 102395 gebruiken.
Indien u het GMD van een patiënt van deze doelgroep verlengt, vergeet dan niet deze checklist met preventieve maatregelen met uw patiënt te overlopen.
Werd het GMD van de patiënt reeds voor 1 april door u verlengd, dan kan u code 102395 nog steeds aanrekenen los van de nomenclatuurcode 102771.
Wat houdt de checklist in?
Voor patienten tussen 45 en 75 jaar oud omvat de checklist volgende thema’s:
- Raadgevingen mbt de levenswijze, zoals voeding, tabak, alcohol, lichamelijke inspanning en stress
- Anamnese en klinisch onderzoek gericht op het cardiovasculair stelsel:
- Meten van bloeddruk, gewicht en lengte om de 3 à 5 jaar bij patiënten vanaf 45 jaar in het kader van gezondheidseducatie
- Globaal carduivasculair risico om de 3 à 5 jaar bij alle patiënten tot 75 jaar met ASA100mg voor vasculair risico
- Onderzoeken voor het opsporen van o.m. :
- colorectale kanker om de 2 jaar bij patiënten tussen 50 en 74 jaar
- borstkanker om de 2 jaar bij de vrouwen van 50 tot 69 jaar
- baarmoederhalskanker om de 2 à 5 jaar van vrouwen tot 65 jaar
- Vaccinaties tegen:
- difterie en tetanus om de 10 jaar
- griep en pneumokokken voor patiënten vanaf 65 jaar
- Biologische analyses:
- glycemie, creatinine en proteïnurie om de 3 jaar bij patiënten ouder dan 65 jaar
- cholesterol om de 3 à 5 jaar bij patiënten tot 75 jaar
- Geestelijke gezondheid:
- Screening van mogelijke depressieve klachten
Wie mag deze honoraria aanrekenen?
De honoraria kunnen enkel worden aangerekend door de huisarts die het GMD beheert. Deze laatste is de laatste huisarts voor wie de verstrekking 102771 werd terugbetaald. Van zodra dit technisch mogelijk is, zal het RIZIV dit uitbreiden tot andere huisartsen van dezelfde geregistreerde groepspraktijk of Impulseo-groep.
Op 18 mei jl. heeft de Medicomut besloten om een interpretatieregel voor te leggen die de termen "de huisarts die het GMD beheert" gelijkstelt met de huisartsen die in een groepspraktijk of een Impulseo-samenwerkingsverband werken. Die interpretatiregel zal in voege treden vanaf de datum van invoegetreding van het KB over het GMD-plus, met name op
1 april 2011. De BVAS heeft dit duidelijk laten opnemen in het verslag. Dat wil ook zeggen dat zodra deze interpretatiregel in het BS zal gepubliceerd zijn, de huisartsen die een weigering kregen tot terugbetaling vanwege een VI, hun attesten opnieuw kunnen aanbieden voor terugbetaling.
Hoe vaak mag u de preventiemodule aanrekenen?
Voor patiënten tussen 45 en 75 jaar oud kan u de verstrekking 102395 slechts één maal per kalenderjaar aanrekenen. Een kalenderjaar begint op 1 januari en loopt tot en met 31 december van dat jaar. U moet dus niet noodzakelijk 12 maanden wachten vooraleer u de preventiemodule nogmaals overloopt met dezelfde patiënt.
Hoe moet u deze verstrekkingen attesteren?
Volgens de RIZIV-website is het niet vereist om deze verstrekkingen op hetzelfde getuigschrift te attesteren als de consultatie of het huisbezoek, ongeacht ze via het derdebetalerssysteem geregeld worden of niet.
Let wel: indien de verstrekkingen via derdebetalersregeling worden geregeld, dient op zowel op het getuigschrift voor de preventiemodule en/of GMD, als op het getuigschrift voor de consultatie of het huisbezoek de vermelding "die de toepassing van de derdebetalersregeling vraagt" te worden aangebracht, gevolgd door de handtekening van de patiënt. Door twee getuigschriften op te stellen kunnen groepspraktijken de GMD-inkomsten ook in de toekomst probleemloos blijven poolen.
Wanneer bent u verplicht om de derdebetalersregeling toe te passen?
Wanneer de patiënt uitdrukkelijk vraagt voor de toepassing van de derdebetalersregeling, kan de huisarts de toepassing ervan niet weigeren. De toepassing van de derdebetalersregeling voor de verstrekkingen 102771 en 102395 is namelijk verplicht, indien de patiënt hierom verzoekt.
Let wel: in dat geval moet nu ook voor de raadpleging of bezoek tijdens dewelke de patiënt vraagt om het beheer van zijn GMD te verlengen en/of de preventiemodule overloopt, de derdebetalersregeling worden toegepast.
Ook de permanentietoeslag bij de avondraadpleging tussen 18 en 21 uur (het geesteskind van Dr. Roels) met code 101113 voor een bedrag van € 3 mag - tijdens de wachdiensten of indien gevraagd door de patiënt - ook via het systeem van derdebetaler geregeld worden.
Aan de hand van volgende praktische voorbeelden willen we u verder toelichten hoe u de getuigschriften dient in te vullen indien u het derdebetalerssysteem toepast :
In principe blijven dus alle overige voorwaarden blijven hetzelfde:
Voorbeeld A:
Voor patiënt X heeft u vóór 1 april 2011 nog geen GMD aangerekend.
Deze patiënt komt voor de eerste keer in 2011 bij u op consultatie na 1 april 2011.
U rekent het GMD, het GMD+ en de consultatie of huizbezoek aan in derdebetaler.
Klik hier om dit voorbeeld te bekijken.
Voorbeeld B:
Voor patiënt X heeft u reeds vóór 1 april 2011 het GMD aangerekend.
U rekent het GMD+ en de consultatie of huisbezoek aan na 1 april 2011.
Klik hier om dit voorbeeld te bekijken.
Voorbeeld C:
Enkel de consultatie of het huisbezoek rekent u aan in derdebetaler.
Klik hier om dit voorbeeld te bekijken.
- De patiënt handtekent het getuigschrift.
- De huisarts brengt de verklaring “die de toepassing van de derdebetalersregeling vraagt” aan op het getuigschrift.
- Het vak KB 15.07.2002 dient eveneens ingevuld te worden of de patiënt al dan niet het remgeld betaald heeft.
In het geval van derdebetaler zal u nog het remgeld innen. Daarom geven wij u ook een overzicht van de remgelden en terugbetalingstarieven van de consultaties en huisbezoeken vanaf 1 april 2011.
Nog een handig weetje: u mag uw patiënten uitnodigen voor een check-up
Onlangs heeft de Nationale Raad in een advies beslist dat u uw patiënten individueel mag aansporen om deel te nemen aan preventieve medische onderzoeken. U mag de patiënt, met wie er een vaste arts-patiëntrelatie bestaat, aanschrijven voor een preventieve check-up. Uiteraard moet dit in een algemeen preventief plan passen met de nodige informatie aan de patiënt.
U kan u daarvoor baseren op de checklist van de preventiemodule voor patiënten van 45 jaar tot 75 jaar. Zo komt u automatisch tot een selectie van ‘risicopatiënten’ die baat kunnen hebben bij het onderzoek, de vaccinatie en dergelijke meer.
terug
Indien u nog vragen heeft, aarzel niet ons te contacteren op info@vlaamsartsensyndicaat.be.

Meldpunt problemen huisartsenwachtpost: Persbericht dd 03.10.2011
Het artikel “Wachtpost Antwerpen Noord: een andere klok” dat verscheen in de editie van 30 augustus 2011 van de Artsenkrant, maakte bij de huisartsen in Vlaanderen heel wat reacties los. De problemen die werden aangehaald door de artsen over de wachtpost Antwerpen Noord, bleken geen alleenstaand geval te zijn.
Ook in andere huisartsenkringen blijkt men bij de opstart van een wachtpost met praktische, juridische, administratieve en/of financiële problemen geconfronteerd te worden of loopt de permanentie binnen de huisartsenwachtpost niet altijd zoals verwacht.
Het Vlaams Artsensyndicaat kreeg van over heel Vlaanderen soortgelijke verhalen binnen.
Aangezien deze problematiek de gemoederen zo beroert, heeft het Vlaams Artsensyndicaat een meldpunt opgericht waar alle vragen/problemen/reacties… m.b.t. huisartsenwachtposten kunnen worden gemeld.
Deze vragen zullen worden gebundeld en gebruikt om een handleiding uit te schrijven waarmee de individuele huisarts, die vragen heeft omtrent huisartsenwachtposten, pasklare antwoorden zal kunnen vinden.
Ook voor de huisartsenkringen zal deze guideline een onmisbare tool vormen enerzijds om het opstarten van huisartsenwachtposten zo correct en probleemloos te laten verlopen, anderzijds om bestaande huisartsenwachtposten te helpen bij de praktische en/of juridische beslommeringen waarmee ze geconfronteerd worden.
Tevens zal deze bundeling van bemerkingen gebruikt worden om de lacunes in de huidige wetgeving op te sporen. Het Vlaams Artsensyndicaat zal de nodige voorstellen uitwerken om hierop een antwoord te bieden.
Huisartsen kunnen - al dan niet anoniem - melding maken van de problemen op de website van het VAS (www.vlaamsartsensyndicaat.be) of op de website van de BVAS (www.absym-bvas.be).
Klik hier om uw bemerking, vraag of probleem aan ons over te maken.

Studie KCE mbt de berekening van de "kostprijs" van artsen-specialisten dd. 06/07/2011
Aan de voorzitters van de Medische Raden
Het bestuur van de BVAS heeft vernomen dat diverse ziekenhuizen op de hoogte zijn gebracht van bovenvermelde studie over de berekening van de kostprijs van artsen binnen de ziekenhuizen die het KCE heeft gegund aan Deloitte Consulting. Deze informatie aan de ziekenhuizen werd vergezeld van een brief van de BVAS die als „aanbevelingsbrief‟ werd omschreven.
De BVAS wenst vooreerst te benadrukken dat de brief dd. 11.08.2010 die gericht werd aan Dr. Raf Mertens, algemeen directeur van het KCE, louter de bedoeling had de BVAS te betrekken bij dit onderzoek, en niet om zonder medeweten en zonder toestemming van de ondertekenaar – Dr. M. Moens – als “aanbevelingsbrief” gestuurd te worden aan de ziekenhuizen.
Daarenboven blijkt na inzage in de begeleidende nota en projectfiche dat de voorliggende studie veel verder gaat dan oorspronkelijk werd voorgehouden. De BVAS wil u dan ook attent maken op een aantal mogelijke juridische problemen. Het KCE en Deloitte Consulting werden hiervan eveneens op de hoogte gebracht. Het is vooreerst ontoelaatbaar dat ziekenhuizen die de geadresseerden zijn van deze bevraging financiële gegevens zouden meedelen aan Deloitte, zonder de ziekenhuisartsen – met name de Medische Raden – hierover te consulteren én hun akkoord te verkrijgen, in het bijzonder vooraleer de gegevens meegedeeld worden aan Deloitte Consulting. Het staat nu vast dat er wordt overgegaan tot een verwerking van privacygevoelige gegevens, waarvoor de toestemming van de betrokkenen moet verkregen worden op basis van de Privacywetgeving van 8 december 1997.
Indien de Medische Raad van uw ziekenhuis een positief advies over deze bevraging zou geven, dan dient men bovendien rekening te houden met het advies van de Nationale Raad van de Orde van Geneesheren waarin gesteld werd dat het mededelen van persoonsgebonden cijfers in verband met de honorering (in casu bruto- en netto-erelonen) een persoonlijke aangelegenheid is en derhalve niet in openbare vergadering mag bekend gemaakt worden. Mutatis mutandis, mogen we besluiten dat ook het meedelen van deze gegevens aan Deloitte Consulting om gebruikt te worden in een studie, die publiekelijk zal worden gemaakt, mogelijks op deontologische bezwaren stuit.
Deze geheimhoudingsplicht van financiële gegevens door de Medische Raad werd overigens ook wettelijk verankerd. Artikel 4 van het KB van 18 december 2001 tot uitvoering van artikel 128bis van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 verplicht de Medische Raad de vertrouwelijkheid van de gegevens die hem werden overgemaakt te respecteren. Hij mag ze in geen geval buiten de Medische Raad verspreiden.
Dezelfde geheimhoudingsplicht is bovendien ook van toepassing op de ziekenhuisbeheerder. Artikel 92 van de ziekenhuiswetgeving van 10 juli 2008 stelt: “De beheerder van het ziekenhuis moet aan de minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, volgens de door de Koning vastgestelde regels en binnen de termijn die Hij bepaalt, mededeling doen van de financiële toestand, de bedrijfsuitkomsten, het in artikel 88 bedoelde verslag, alle statistische gegevens die met zijn inrichting en met de medische activiteiten verband houden, alsmede de identiteit van de directeur en/of van de voor de bovengenoemde mededelingen verantwoordelijke persoon of personen. De in het eerste lid bedoelde gegevens die verband houden met de medische activiteiten mogen geen gegevens bevatten die de natuurlijke persoon waarop ze betrekking hebben rechtstreeks identificeren. Er mogen geen handelingen worden verricht die erop gericht zijn om deze gegevens in verband te brengen met de geïdentificeerde natuurlijke persoon waarop ze betrekking hebben, tenzij deze nodig zijn om de ambtenaren aangestelden of adviserend geneesheren aangewezen in artikel 127 de waarachtigheid van de medegedeelde gegevens te laten nagaan”. Hieruit moet klaar en duidelijk geconcludeerd worden dat de overdracht van gegevens slechts binnen een bepaalde finaliteit en context mogelijk is en dat er geen identificatie van natuurlijke personen mogelijk mag zijn. Daar waar artikel 92 zich uitspreekt over de wettelijke overdracht tussen het ziekenhuis en FOD Volksgezondheid ontbreekt de wettelijke context inzake overdracht van gegevens tussen het ziekenhuis/de Medische Raad en Deloitte Consulting.
Het KB van 18.12.2001 verwijst overigens in zijn artikel 1 naar de gegevens die door de beheerder moeten meegedeeld worden aan de Medische Raad en die vastgelegd zijn in het KB van 27.11.1973 houdende reglementering van de economische en financiële inlichtingen te verstrekken aan de ondernemingsraden. In artikel 36 van het KB van 27.11.1973 wordt het beroepsgeheim uitgebreid tot de deskundigen. Wat betekent dat Deloitte Consulting ook gebonden is aan de geheimhouding en deze gegevens niet mag gebruiken buiten het ziekenhuis.
Het overmaken van financiële gegevens aan Deloitte Consulting in het kader van deze studie, stuit mogelijks op een aantal deontologische en juridische obstakels.
De BVAS volgt deze zaak uiteraard op de voet op en zal niet nalaten u hierover verder te informeren.
Met collegiale hoogachting,
Dr. Rudi Van Driessche
Voorzitter Vlaams Artsensyndicaat Afd. Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant
Dr. Marc Moens
Voorzitter BVAS

Ongefundeerde kritiek van de RIZIV budgetcontrolecommissie: Persmededeling BVAS dd. 29/09/2011
De budgetcontrolecommissie (BCC) bij het RIZIV is een orgaan dat zo’n twintig jaar geleden werd opgericht om de evolutie van de uitgaven te bewaken en om maatregelen voor te stellen wanneer de uitgaven van een bepaalde sector het budget dreigen te overschrijden.
Het is duidelijk dat haar voorzitter, de Heer Pol Verhaevert, zijn bevoegdheid te buiten gaat wanneer hij voorstelt de groeinorm te verminderen. Dat is een politieke beslissing die niet toekomt aan het RIZIV en zeker niet aan een van zijn commissies.
De BCC – voorzitter gaat ook zijn bevoegdheid te buiten wanneer hij stelt dat sommige medische verstrekkingen te hoog geëvalueerd worden. Die evaluatie behoort niet tot zijn opdrachten. Hij heeft slechts een zeer onnauwkeurig en benaderend idee hebben van de echte waarde van een medische verstrekking.
De medische verstrekkingen zijn absoluut niet overgewaardeerd in ons land. Zij worden niet begroot in functie van hun waarde en van hun kostprijs, maar alleen in functie van de mogelijkheid om die verstrekkingen te kunnen financieren. De Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen maakt het inderdaad mogelijk sociale tarieven vast te stellen, maar ze voorziet ook de mogelijkheid dat artsen het akkoord kunnen weigeren. Die mogelijkheid is nu net voorzien omdat de vastgestelde honoraria beneden de waarde van de uitgevoerde verstrekkingen liggen.
Wij kunnen deze jaarlijkse demarche, net voor het vaststellen van de begroting, geenszins waarderen.
Of waant de Heer Verhaevert zich nog altijd kabinetsmedewerker van een van onze bevoegde ministers ?
Aldus Dr. Marc Moens en Dr. Roland Lemye, resp. voorzitter en ondervoorzitter van de BVAS.

VAS-Seminarie “De arts – beroepsgeheim en discretieplicht” (22 oktober 2011) (persbericht dd. 28/09/2011)
De geheimhoudingsplicht van een arts speelt een belangrijke rol en vormt de onderbouw van de noodzakelijke vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt. Deze geheimhouding van mededelingen aan een arts wordt zo belangrijk geacht dat hem een strafrechtelijk gesanctioneerde geheimhoudingsplicht wordt opgelegd. Maar in de praktijk blijkt de verplichting vaak onder druk te komen, o.m. ingeval van overlijden van de patiënt en n.a.v. fiscale controles t.o.v. de arts. Twee situaties waarin de arts vaak twijfelt om zich de juiste draagwijdte van zijn beroepsgeheim gestalte te geven.
In het VAS-seminar “De arts – beroepsgeheim en discretieplicht” wordt op deze thematiek grondig en oplossingsgericht ingegaan door 2 specialisten terzake. Het seminar vindt plaats op zaterdag 22 oktober van 9u30 tot 12u30 te Antwerpen (gebouw Alaska, Jan Van Gentstraat 1).
Thema’s en vragen die ondermeer uitgebreid aan bod zullen komen zijn:
Dr. Lieven Wostyn (SZ Roeselare)
Ondanks het feit dat het (onrechtstreeks) inzagerecht in een patiëntendossier na het overlijden van de patiënt duidelijk werd gedefinieerd in de wet van 22 augustus 2002, blijven vele artsen en andere beroepsbeoefenaars met vragen zitten omtrent het overmaken van medische gegevens aan derden na het overlijden van de patiënt. In de praktijk kunnen zich immers verschillende problemen voordoen: bij vragen van verzekeraars, getuigenis in rechte (politieverhoor), testamentaire betwistingen,…
Niet alleen als arts, maar ook als voorzitter van de provinciale raad van de Orde van geneesheren van West-Vlaanderen (2003-2009) werd Dr. Lieven Wostyn
veelvuldig met de delicate aspecten rond medische gegevens na overlijden geconfronteerd. Zijn masterproef in de rechten handelde over dit thema en werd uitgebracht als boek “Het overmaken van medische gegevens na het overlijden van de patiënt”. Als geen ander weet hij deze moeilijke materie dan ook op een verhelderende wijze toe te lichten.
Dhr. Dirk Coudijzer (Alaska-Antwerpen)
In welke mate kan het beroepsgeheim wijken voor de bevelen van een belastingbestuur?
Het beroepsgeheim van de arts belet de fiscus niet om een fiscaal onderzoek te voeren. Dergelijk onderzoek kan maar gevoerd worden mits eerbieding van dit beroepsgeheim.
- Strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim
- Fiscale visitatie
› Toegang tot de beroepslokalen
› Voorleggen van patiëntengegevens - Fiscale schriftelijke vragen
- Vragen om inlichtingen aan derden: RIZIV
- Tussenkomst tuchtrechtelijke overheid
- Rechtsmiddelen?
Meer info en inschrijving?
Artsen geïnteresseerd in bovenstaande thema’s kunnen zich gratis inschrijven (de plaatsen zijn beperkt, dus wees er snel bij!). Voorafgaande inschrijving is wel verplicht.
Meer informatie vindt u hier.
Accreditering is aangevraagd binnen Ethiek en Economie.

Klik hier om u online in te schrijven !
Contactpersoon: Evelyne.paniez@vlaamsartsensyndicaat.be , 03/238.98.60

De BVAS rentree in moeilijke politieke en budgettaire tijden: persmededeling dd. 15/09/2011
Als voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten, die zowel huisartsen als specialisten vertegenwoordigt en erkend is als het grootste artsensyndicaat, is het me een genoegen u te mogen ontmoeten bij het begin van de rentree 2011. We maken van de gelegenheid gebruik U onze verjongde en veel geconsulteerde website www.absym-bvas.be voor te stellen.
Al sedert het ontstaan van de vijf Syndicale Kamers in 1962 en 1963, sinds 1963 verenigd in wat vandaag de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten heet (BVAS), wordt ons syndicaal patrimonium gedragen door enkele grote pijlers. De vrije keuze van arts door de patiënt, de vrijheid in de keuze van de therapeutische en diagnostische middelen en de bescherming van het medisch beroepsgeheim en recht op vrije honoraria vormen de essentialia. Onze tegenstrevers doen onze basisprincipes al decennialang denigrerend af als “vrijheid – blijheid”, terwijl deze principes een hoeksteen vormen van de tevredenheid van de doorsnee Belgische patiënt, van de toegankelijkheid en van de kwaliteit van ons zorgpakket.
We zijn niet blind voor de aanvallen op ons patrimonium en we toetsen en evalueren onze verankerde principes continu aan de hedendaagse realiteit.
Wij worden met tal van vragen geconfronteerd waarop ons antwoord bepalend zal zijn voor de positionering van de situatie van de arts in de gezondheidszorg.
Is het principe van verantwoorde vrijheid bij het kiezen van therapeutische en diagnostische middelen nog mogelijk binnen het huidige budgettaire krappe keurslijf? Hebben de gesprekken om tot een akkoord te komen nog zin indien er geen geld meer voorhanden is om de artsen op een fatsoenlijke wijze te vergoeden voor hun medische prestaties? Waar zullen de financiën moeten gevonden worden teneinde het hoofd te bieden aan de dreigende vergrijzing?
Tegenover de mutualiteiten moet de BVAS een strijd met ongelijke wapens voeren. De V.I.’s hebben altijd subsidies van de Overheid gekregen, maar ze niet altijd even correct aangewend, terwijl de artsensyndicaten slechts vanaf 2006 een bescheiden overheidsbijdrage krijgen om in de vele cenakels van het RIZIV hun steun te verlenen in de organisatie van de ziekteverzekering.
De mutualiteiten ontvangen vandaag 1.028 maal meer subsidies voor hun werking dan de artsensyndicaten: € 1,028 miljard voor de V.I.’s, tegenover € 1 miljoen voor de beide erkende artsensyndicaten samen, geïndexeerd sedert 2008. Bovendien zijn alle Belgen (11,08 miljoen) verplicht zich aan te sluiten bij een mutualiteit en daar een bijdrage voor te betalen, terwijl lang niet alle artsen (40.682) zich vrijwillig aansluiten bij een artsensyndicaat en daar een lidgeld voor betalen.
Artsen worden meer dan eens gewoon uitgelachen door andere “intellectuele” beroepsbeoefenaars als die geconfronteerd worden met de lage sociale RIZIV tarieven die artsen mogen vragen in de context van het akkoordensysteem. De BVAS vraagt al jarenlang een opwaardering van 5 % per jaar en dit gedurende vijf jaar voor de “intellectuele verstrekkingen” zoals consultaties, huisbezoeken en toezichtshonoraria voor opgenomen patiënten. Er wordt met minder dan mondjesmaat gehoor aan gegeven.
Een drastische besparing in de administratiekosten van de V.I.’s is aangewezen en mogelijk. De mutualiteiten hebben immers de kwalijke gewoonte om allerlei administratieve klussen te laten uitvoeren door de artsen, die ze daar weigeren voor te betalen. De administratieve ballast kan drastisch naar omlaag. Hij dient voornamelijk om de patiënten en de artsen te controleren op correct gebruik van de financiële middelen, waarbij er wordt van uitgegaan dat elke patiënt en elke arts misbruik van het systeem maakt, tot ze het tegendeel kunnen bewijzen. In het bijzonder de landsbond van christelijke mutualiteiten van voorzitter Marc Justaert munt hier in uit.
De artsen krijgen continu beschuldigingen en insinuaties te slikken. Een recent voorbeeld in verband met het gebruik van psychofarmaca ter illustratie: “De echt onafhankelijke experts zijn zeldzaam en de organismen die zich autonoom kunnen noemen ten overstaan van de farmaceutische industrie zijn weinig talrijk. De artsen hebben daarentegen dagelijks contact met magazines die gesponsord worden door de farmaceutische industrie, met reclamefolders, uitnodigingen, in voorkomend geval via de artsenbezoekers die essentieel zeer georiënteerde mondelinge informatie geven. De middelen die ter beschikking staan van de onafhankelijke informatiebronnen zijn onbeduidend vergeleken met die van de industrie”. Vooral de huisartsen krijgen het – onterecht - hard te verduren bij dergelijke aanvallen.
Met kostenbewust en deskundig medisch handelen heeft de BVAS geen problemen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat door de budgettaire krapte het economisch handelen de bovenhand zou nemen boven het therapeutisch handelen. Ondermeer bij het voor terugbetaling erkennen van sommige nieuwe medicijnen is het duidelijk dat de mutualiteiten de economische belangen laten primeren boven de therapeutische belangen.
De BVAS zal niet aanvaarden dat de artsen opnieuw ongefundeerde en onverantwoorde besparingen opgelegd krijgen. Het akkoord van 13.12.2010 was een bittere pil, maar de enig mogelijke keuze wilden de artsen hun index en hun sociaal statuut voor 2011 niet verliezen.
De ideeën voor de blinde besparingen kwamen voornamelijk uit de hoek van de Christelijke Mutualiteiten.
De BVAS neemt het niet langer dat de ziekenfondsen jaar na jaar de realisatie van technisch en budgettair goedgekeurde prestaties blokkeren - zoals de twee jaar uitstel van het preventieluik van het globaal medisch dossier – zodat ze “boni” kunnen opbouwen.
"Over de periode 1995-2004 werden de ziekenfondsen per saldo (als som van boni en mali) voor 175,9 miljoen euro verantwoordelijk gesteld voor de budgettaire evolutie. Sinds 2005 werd hen daarentegen (voorlopig) 552,2 miljoen euro aan boni toegekend”. Niemand stelt de vraag of en hoe die boni ten gunste van de mutualiteiten dan wel bijdragen tot de uitgavenbeheersing in de gezondheidszorg, wat nochtans het doel is van dit systeem. Ons lijkt het dat de mutualiteiten deze boni realiseren op de rug van hun aangesloten leden en op die van de artsen.
Wij vragen daarom dringend dat er een initiatief wordt genomen om deze situatie recht te trekken via een aanpassing van de bestaande wetgeving.
In tegenstelling tot de toename van de administratiekosten van de mutualiteiten met +/- 5 % nam de groei van de uitgaven voor de artsenhonoraria van 2009 naar 2010 slechts met 0,43 % toe. De uitgaven van het eerste trimester 2011 ten opzichte van het eerste trimester 2010 zijn slechts met 0,3 % toegenomen .
Van 2009 naar 2010 daalde het aantal raadplegingen door huisartsen met 4,0 % en het aantal huisbezoeken met 5,5 % terwijl het aantal raadplegingen door specialisten slechts met 0,1 % steeg . Willen de mutualiteiten de zorg afbouwen? Zo willen ze de verlenging van het globaal medisch dossier (GMD) onttrekken aan de patiënten en hun behandelende huisartsen. De BVAS blijft eisen dat die verlenging in de handen blijft van patiënt en huisarts. Met andere woorden dat zij samen het GMD “manueel” kunnen blijven verlengen.
De mutualiteiten proberen de basisprincipes van het akkoord te ontmantelen. De CM is er in geslaagd een lid-patiënt voor haar kar te spannen om het principe van vrijheid van honoraria op eenpersoonskamers voor die ene patiënt door het Hof van Cassatie teniet te laten doen. Gelukkig voor de artsen en voor het akkoordensysteem heeft het Hof van Cassatie zich van wetsartikel vergist en mag CM-voorzitter Justaert zijn dreigementen opbergen.
In tegenstelling tot de politiek is de BVAS sinds 2007 en in het voorbije jaar niet bij de pakken blijven zitten. Voor de huisartsen hebben wij gezorgd voor een belangrijke opwaardering van hun honoraria (+ 65 % over de laatste 10 jaren) en voor een verlaagd belastingtarief voor de premie om zich in gebieden te vestigen waar weinig huisartsen zijn (Impulseo 1). Ook de honoraria van vele andere medische disciplines die voornamelijk van intellectuele arbeid leven kregen substantiële verbeteringen. Denken we maar aan de pediaters, reumatologen, oncologen …. Ook de psychiaters kregen een belangrijke opwaardering, maar nog onvoldoende. Vooral de ambulante sector van de geestelijke gezondheidszorg wordt stiefmoederlijk behandeld, maar dat is (Vlaamse) gemeenschapsmaterie waar de BVAS zich jammer genoeg niet kan in mengen.
Daarnaast heeft de BVAS getracht om de last van de thuiswachten voor de geneesheren-specialisten te verlichten door een uitbreiding van de beschikbaarheidshonoraria voor een zeer grote groep van geneesheren-specialisten.
Het laatste jaar richt de BVAS zich specifiek op de jonge artsen. Via een brainstormingsessie kwam de BVAS te weten wat deze jonge collegae denken over de arbeidsduur, de vergoedingen, de werklast en de mogelijke vormen van samenwerking. In het kader van de verdediging van de belangen van de jonge artsen werken wij binnen de Paritaire commissie geneesheren-ziekenhuizen aan een aanvaardbaar compromis tussen de artsen en de vertegenwoordigers van de ziekenhuizen wat betreft een billijke vergoeding voor de overuren van de artsen-specialist in opleiding.
Met onze vernieuwde website zoeken we nog meer de interesse van jonge artsen te wekken. Wij bieden hen – en uiteraard ook onze bestaande leden - een bron van informatie over de meest uiteenlopende onderwerpen die hun beroep aanbelangen. Via een interactief systeem kunnen de leden via een login alle relevante informatie opvragen en worden zij geïnformeerd via wekelijkse nieuwsbrieven. De artsen kunnen dit systeem ook gebruiken als klankbord tot het formuleren van hun verwachtingen.
Met dit nieuwe elan wil de BVAS de stap naar de toekomst zetten. Of dat met of zonder een akkoord artsen-ziekenfondsen zal zijn hangt of van de budgettaire politiek van de Overheid en van de correctheid van de onderhandelingspartners.
Vanwege Dr. Marc Moens, voorzitter van de BVAS.
U kan de volledige persmededeling hier raadplegen of surf naar www.absym-bvas.be.

Persmededeling Symposium 8 oktober 2011 - “Zin en onzin van een akkoord: artsen en ziekenfondsen in barre budgettaire tijden”
Het Vlaams Artsensyndicaat organiseert zoals jaarlijks een druk bijgewoond najaarssymposium. Dit jaar vindt het symposium plaats op zaterdagvoormiddag 8 oktober 2011 in het Congreshotel Ter Elst (Edegem). Met het onderwerp ‘Zin en onzin van een akkoord: artsen en ziekenfondsen in barre budgettaire tijden’, schuwt het artsensyndicaat duidelijk de controverse niet. Voor de pauze geven de drie belangrijkste betrokkenen bij het akkoord artsen-ziekenfondsen hun visie op het akkoordensysteem, waarbij voor de artsen de klemtoon ligt op de vraag of een akkoord nog langer zin heeft? Gelet op de onderhandelingen voor het akkoord 2012-2013 die voor de deur staan, belooft het daaropvolgende debat ongetwijfeld verhitte discussies op te leveren. Na de pauze wordt vanuit politiek en juridisch standpunt een antwoord gegeven op de vraag of een akkoordensysteem nog langer houdbaar is.
In de medico-mutualistische overeenkomstencommissie worden in overleg tussen de verzekeringsinstellingen en artsenvertegenwoordigers afspraken gemaakt over de deelbudgetten en worden de terugbetalingstarieven voor de medische prestaties vastgelegd. De artsen zijn vrij al dan niet toe te treden tot de akkoorden.
Het huidige akkoord Artsen-Ziekenfondsen 2011 werd gesloten door de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen in de vergadering van 13 december 2010 voor een periode van 1 jaar. De artsen werden geconfronteerd met onredelijk zware besparingen. Tekstverschillen tussen de goedgekeurde versie en de uiteindelijk in het staatsblad gepubliceerde versie, zorgden voor bijkomende spanningen.
De onderhandelingen voor een nieuw akkoord staan inmiddels voor de deur. Daarom heeft het Vlaams Artsensyndicaat besloten om de 3 belangrijkste kopstukken uit te nodigen die verantwoordelijk zijn bij het tot stand komen van het akkoord. Vooreerst zal Dhr. Jo De Cock, Administrateur-Generaal van het RIZIV, een voordracht geven over het RIZIV-standpunt m.b.t. de toekomst van het akkoordensysteem. Daarna zal Dhr. Marc Justaert, Voorzitter Landsbond Christelijke Mutualiteit, toelichten of het geen tijd is voor verandering binnen het systeem. Als laatste pijler zal Dr. Marc Moens, Voorzitter van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS), een uiteenzetting verzorgen over de participatie van artsen bij het akkoordensysteem.
Na de pauze zal de politieke visie op het akkoordensysteem onder de loep genomen worden door Dr. Louis Ide, N-VA senator en arts klinisch bioloog. Als afsluiter zal Dr. Diego Fornaciari, Advocaat en wetenschappelijk medewerker, meer tekst en uitleg verschaffen over de impact van het (Europees) mededingingsrecht op het Belgische akkoordensysteem.
Wil u over dit onderwerp meer te weten komen zodat ook u uw stem hierover kan laten horen? Schrijf u dan nu in voor het VAS najaarssymposium en ontdek samen met ons de antwoorden op de vele vragen in het auditorium van Congreshotel Ter Elst, Kattenbroek 1, 2650 Edegem.
Voorafgaande inschrijving is noodzakelijk, de plaatsen zijn beperkt (vóór maandag 03 oktober 2011). Gratis deelname voor leden, € 40 voor niet-leden (vóór 3 oktober 2011 te storten op 111-1117559-19). Inschrijven kan via het elektronisch inschrijvingsformulier op de website www.vlaamsartsensyndicaat.be, via e-mail info@vlaamsartsensyndicaat.be of telefonisch op het nummer 03/238 98 60. Na inschrijving ontvangt u van ons een bevestiging en een routebeschrijving.
Accreditering werd aangevraagd in rubriek 6 van Ethiek & Economie voor 3 C.P.
Mis dit symposium dus niet en laat ook uw visie kennen.

Klik hier om u online in te schrijven.

Supplementenverbod klinische biologie voor gehospitaliseerde patiënten (16/08/2011)
Het Nationaal Intermutualistisch College richtte een schrijven dd. 08.08.2011 aan de ziekenhuizen in verband met de ereloonsupplementen bij prestaties klinische biologie voor gehospitaliseerde patiënten.
U kan deze omzendbrief hier nalezen.
Het gezamenlijk BVAS-VBS antwoord aan de heer Justaert op deze omzendbrief kan u hieronder terugvinden (voor de pdf-versie, klik hier).
Brussel, 16 augustus 2011
Meneer,
Via onze leden bekwamen wij Uw schrijven van 08.08.2011 aan de ziekenhuizen in verband met de ereloonsupplementen bij prestaties klinische biologie voor gehospitaliseerde patiënten. Dit schrijven pleegt een inbreuk op een aantal rechtsprincipes die wij in herinnering brengen.
1. Wij zijn van oordeel dat u uw bevoegdheid te buiten gaat wat betreft het inwinnen van informatie over voormeld onderwerp. U zou de ziekenhuizen hoogstens hebben kunnen vragen dergelijke gegevens op “vrijwillige basis” mee te delen. Bovendien zijn de klinische biologen, zoals andere artsen, de wettelijke eigenaars van hun honoraria. Wij kunnen de ziekenhuizen en de collegae alleen ten stelligste afraden op uw verzoek in te gaan.
2. Het plots aan uw leden aanraden om deze supplementen niet meer te betalen en uw intentie om voor het verleden terugbetaling te vorderen in reeds geregistreerde individuele dossiers verbaast ons ten zeerste. Het vragen van dergelijke honoraria werd altijd aanvaard, ondanks de wetswijziging uit 1987 die de basis van het dispuut vormt (cf. onze brief van 30.01.2008). Het aanhalen van een nietszeggend arrest, ook al is het van hoogste rechtscollege van België, maakt weinig indruk. Slechts in geval van constante rechtspraak kunnen onduidelijke situaties definitief geregeld worden. Voormeld ongemotiveerd arrest is niet beslissend en doet niets af aan de rechten die de artsen hebben via het KB 78, de gecoördineerde ziekenhuiswet en de gecoördineerde wet op de geneeskundige verzorging en uitkeringen.
3. Het toevoegen in bijlage bij voormeld schrijven van een uitspraak van het Hof van Cassatie met de uitdrukkelijke vermelding van de identiteit van één van de partijen is in strijd met de privacywetgeving van 8 december 1992. Wij kunnen hier alleen uit concluderen dat voor het NIC blijkbaar alle middelen goed zijn om het verbod op supplementen voor verstrekkingen klinische biologie bij gehospitaliseerde patiënten te bereiken, zelfs al zijn deze middelen in strijd met de wet.
Wij hebben onze leden, die vandaag supplementen vragen voor prestaties klinische biologie verricht voor verblijvende patiënten, aangeraden die praktijk onveranderd verder te zetten.
Wij leggen het discriminerend en volstrekt niet onderbouwd casuïstisch arrest van het Hof van Cassatie naast ons neer.
Wij zullen onze leden voor de rechtbanken bijstaan bij het vrijwaren van hun fundamentele rechten.
Dr. Marc Moens,
Voorzitter BVAS,
Secretaris-generaal VBS.

Brief nav het supplementenverbod inzake klinische biologie aan gehospitaliseerde patiënten (02/08/2011)
Naar aanleiding van een recente uitspraak van het Hof van Cassatie waarbij het verbod op ereloonsupplementen inzake verstrekkingen voor klinische biologie voor gehospitaliseerde patiënten wordt opgelegd, reageert Dr. Marc Moens, voorzitter van de BVAS, secretaris-generaal van het VBS en secretaris van de Belgische beroepsvereniging der geneesheren-specialisten in medische biopathologie in onderstaande brief. U kan de volledige brief hier raadplegen.
De meeste klinisch biologen zijn op de hoogte van de jarenlange strijd die de BVAS en het VBS voeren met de mutualiteiten aangaande de aanrekening van bovenvermelde supplementen. Vermits er vandaag slechts 21 (van de 659 bij het RIZIV als beroepsactief geregistreerde) artsen-klinisch biologen gedeconventioneerd zijn, draait de discussie vooral om supplementen die volgens het akkoord artsen-ziekenfondsen en volgens de wet door alle artsen specialisten mogen aangerekend worden aan patiënten verblijvend op eenpersoonskamers. Het vragen van een eenpersoonskamer wordt als een “bijzondere eis” vanwege de patiënt beschouwd.
In januari 2008 trachtte het Landelijk Intermutualistisch College via een schrijven gericht aan minister L. Onkelinx de situatie te kunnen wijzigen door haar een voorstel van wetswijziging te suggereren dat supplementen voor verstrekkingen klinische biologie definitief zou verbieden. De BVAS en het VBS hebben dit slinkse manoeuvre weten af te slaan.
Een recent arrest van 3 juni 2011 van het Hof van Cassatie brengt deze aangelegenheid in een stroomversnelling. Dit nauwelijks geargumenteerd arrest stelt immers: “Uit deze bepalingen volgt dat het verbod op ereloonsupplementen geldt voor de verstrekkingen inzake klinische biologie, ongeacht of de tegemoetkoming geheel ofwel gedeeltelijk forfaitair wordt betaald”.
Dergelijk nietszeggend en ongemotiveerd arrest kan het dossier niet definitief beslechten. Wij baseren ons op een uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg van Gent d.d. 14 oktober 2010, die in een uitdrukkelijke motivering heeft gesteld dat er wel degelijk supplementen mogen worden aangerekend voor prestaties klinische biologie op het niet via forfaitaire honoraria vergoede gedeelte van 25%.
Bijkomend weten wij ons gesteund door het akkoordensysteem, waarin het principe van de vrijheid van honoraria als uitgangspunt is opgenomen, zoals het ook uitdrukkelijk wordt vermeld in het basis-KB nr. 78 van 10.11.1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, en nog door de wetswijziging van 13.12.2006 aan de gecoördineerde ziekenhuiswetgeving, die dit principe bevestigt.
Begin 2008 hadden we minister Onkelinx er ook op gewezen dat §6 van het artikel 57 van de GVU-wet , waar het Hof van Cassatie foutief zijn vonnis
op baseert, bij zijn introductie in 1987 bedoelde dat er geen remgelden mochten worden gevraagd op de forfaitaire honoraria. Het ging toen helemaal niet over supplementen.
Volgens de BVAS en het VBS zijn er dus geen redenen voorhanden om te spreken van een gewijzigde situatie.
Als u, Geachte Collega, tot nog toe supplementen klinische biologie aanrekende, stellen wij voor dat u dat blijft doen. Uiteraard laten wij die afweging aan uw oordeel over. Wij hebben van collegae vernomen dat de Christelijke Mutualiteiten sinds begin juli 2011 een actie begonnen zijn om de aangerekende supplementen terug te vorderen. Wij suggereren om niet over te gaan tot terugbetaling.
Indien u wordt geconfronteerd met gerechtelijke procedures of intimidaties vanwege de mutualiteiten wanneer u weigert de reeds geïnde supplementen terug te betalen of wanneer u het aanrekenen van deze supplementen voortzet, dan vragen wij u om contact op te nemen met ons.
Het VBS en de BVAS zullen de nodige juridische en logistieke steun geven om deze onaanvaardbare discriminatie van de klinisch biologen te bekampen, om u van de nodige replieken te voorzien en om u zo nodig voor de rechtbanken te verdedigen.
Bovendien zou dit onwaardig arrest van het Hof van Cassatie ook kwaadwillig kunnen worden uitgebreid naar de medische beeldvorming (door toepassing van het artikel 69 §1 van de GVU-wet ) en zelfs tot andere medische prestaties .
Dr. Marc MOENS,
Voorzitter BVAS,
Secretaris-generaal VBS,
Secretaris Belgische beroepsvereniging der geneesheren-specialisten in medische biopathologie

RIZIV: Toepassing voor het online beheer van de accreditering – stand van zaken
Online registratie van deelnamegegevens door de navormingsverantwoordelijken
Om het online registreren van deelnames aan navormingsactiviteiten te optimaliseren, heeft het RIZIV begin 2011 een nieuwe functie in de webtoepassing geïntegreerd, waardoor organisaties die de deelnamegegevens via een eigen informaticasysteem beheren, deze gegevens nu ook via gestructureerde bestanden in de webtoepassing kunnen opladen.
Vanaf 1 januari 2012 zullen, net zoals de LOK-verantwoordelijken, ook de navormingsverantwoordelijken verplicht worden om de deelnamegegevens online te registreren. Papieren aanwezigheidslijsten zullen vanaf deze datum niet langer aanvaard worden. Vooraleer deze nieuwe regel van toepassing wordt, zullen alle navormingsverantwoordelijken hierover schriftelijk worden gecontacteerd.
Individuele artsen en apothekers klinisch biologen – online accrediteringsdossier
Via de webfunctie “individueel dossier” kunnen geaccrediteerde artsen en apothekers klinisch biologen nagaan voor welke, door hen gevolgde LOK- en navormingsactiviteiten er in de webtoepassing deelnamegegevens zijn geregistreerd. Voor veel artsen en apothekers-biologen loopt dit jaar hun huidige accrediteringsperiode af. Om geaccrediteerd te blijven, moeten deze artsen en apothekers-biologen dit jaar dus een aanvraag tot verlenging van de accreditering indienen.
De Accrediteringsstuurgroep heeft beslist dat in geval van registratie van de deelname in de webtoepassing, de individuele arts of apotheker klinisch bioloog bij het indienen van zijn accrediteringsaanvraag voor deze geregistreerde deelnames geen schriftelijk bewijs van deelname meer aan de aanvraag hoeft toe te voegen. De RIZIV-administratie aanvaardt de online registratie dus als geldig bewijs van deelname.
De einddoelstelling van het informatiseringsproject is de ontwikkeling van de webfunctie “individueel dossier” tot een interactieve tool die alle deelnamegegevens zal omvatten en die aan artsen en apothekers klinisch biologen zal toelaten om hun accrediteringsaanvraag volledig online in te dienen. Deze functie is momenteel nog volop in ontwikkeling.
Meer informatie vindt u hier of op www.riziv.fgov.be.

Afhankelijkheidsenquête bij de Specialisten
Bij het 14-daagse blad de Specialisten (*) van 3 mei zit onder blister een enquête over afhankelijkheid bij artsen-specialisten. Doel is het gebruik/misbruik van alcohol, tabak, medicatie en middelen (geneesmiddelen en illegale drugs) bij artsen-specialisten in kaart te brengen. De redactie maakt daarbij gebruik van internationaal gevalideerde standaardvragen, onder meer afkomstig van de WHO. Ze werden wel enigszins aangepast aan de Belgische situatie. Omdat het onderwerp gevoelig ligt, kan men indien gewenst anoniem antwoorden.
Ook mogelijk is om vanaf 3 mei de vragen online te beantwoorden via de website www.despecialisten.be (wie niet geregistreerd is moet dit vooraf wel eerst doen, daarvoor hebt u uw Riziv-nummer nodig).
Ook de actualiteit in de Specialisten van 3 mei staat in het teken van verslavingen. De redactie brengt het anonieme getuigenis van een chirurg die het grootste deel van zijn leven verslaafd was aan alcohol en geneesmiddelen. Daarnaast publiceren we een interview met professor Marc Van De Velde, diensthoofd anesthesie van de UZ-Leuven. Anesthesisten, spoedartsen en psychiaters zouden een hoger dan gemiddeld verslavingsrisico lopen vergeleken met andere medische specialisten.
Tot slot staat in de Specialisten een interview met professor Cor De Jonge. Hij startte op 1 maart in Nederland een hulplijn op voor artsen met verslavingsproblemen. De inspiratie hiervoor komt uit Canada en de Verenigde Staten.
Het project wordt wetenschappelijk begeleid door professor Geert Dom, psychiater en houder van de bijzondere leerstoel Advanced research in addiction medicine & Psychiatry aan de UA. Dokter Dom is een autoriteit op het vlak van verslavingen en onder meer ook voorzitter van de beroepsvereniging van psychiaters.
De publicatie van de resultaten is voorzien voor de tweede helft van juni. Uiteraard hangt de representativiteit sterk af van de respons. Een massale deelname is dus onontbeerlijk. Daarom roepen we u op om aan dit initiatief mee te werken, ook al ligt het thema gevoelig.
We danken u alvast voor uw medewerking.
(*) de Specialisten en de Franstalige tegenhanger les Spécialistes verschijnt om de 14 dagen op dinsdag. De oplage bedraagt ongeveer 22.000 exemplaren. Het blad richt zich tot alle specialistische disciplines en wordt uitgegeven door Roularta Medica, de medische poot van Roularta –uitgever van onder andere Knack, Trends enz.

RIZIV: Financieel en fiscaal beheer van forfaitaire vergoedingen betaald aan zorgverleners
Sommige individuele zorgverleners ontvangen van het RIZIV één of meerdere forfaitaire vergoedingen. Het gaat over artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, bandagisten actief in het verhuursysteem rolstoelen en apothekers-biologen. De RIZIV-vergoedingen zijn belastbaar en moeten dus opgenomen worden in de jaarlijkse fiscale aangifte.
Het RIZIV maakt de gegevens over die vergoedingen aan de fiscus over.
De voorbije maanden heeft het RIZIV, samen met de FOD Financiën, inspanningen geleverd om de fiscale behandeling van die betalingen zo correct, duidelijk en transparant mogelijk te laten verlopen. Het resultaat van deze inspanningen is:
- een communiqué aan de zorgverleners met de procedure over het financieel en fiscaal beheer.
- een interactieve webtoepassing die het RIZIV vanaf 9 mei 2011 zal aanbieden en die aan de individuele zorgverleners zal toelaten om op een eenvoudige manier hun fiscale en financiële gegevens m.b.t. 2010 en daarna online te beheren.
Om een maximale bescherming van de gegevens te kunnen waarborgen, zal de ontwikkelde webtoepassing enkel toegankelijk zijn via elektronische identiteitskaart of burgertoken.
Meer informatie vindt u hier.

Campagne “Wat te doen bij een nucleair ongeval?”: informatie voor artsen
Op maandag 14 maart jl. is het startschot gegeven voor de informatiecampagne “Wat te doen bij een nucleair ongeval?” van de FOD Binnenlandse Zaken en het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), in samenwerking met de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
De campagne loopt van 14 maart tot 16 april en informeert de Belgische bevolking over de beschermingsmaatregelen bij een nucleair ongeval. Tegelijkertijd worden nieuwe jodiumtabletten verdeeld onder de omwonenden van de nucleaire installaties. De FOD Volksgezondheid stelt in het kader van deze campagne informatie ter beschikking van artsen, zodat de betrokken bevolking zo goed mogelijk begeleid en geïnformeerd kan worden.
Naar aanleiding van de campagne wordt de website www.nucleairrisico.be gelanceerd. Op de website is een rubriek voorzien met relevante informatie voor artsen: www.nucleairrisico.be/artsen. Deze werd samengesteld door de FOD Volksgezondheid, in samenwerking met het FANC. In de rubriek kunnen ook specifieke vragen voor artsen en een aantal wetenschappelijke publicaties geraadpleegd worden. De informatie op de website is van belang voor artsen die in de omgeving van de nucleaire installaties werken en door omwonenden geraadpleegd kunnen worden over het gebruik van jodiumtabletten tijdens een nucleair ongeval.
De jodiumtabletten worden verdeeld in een zone van 20 km rond de nucleaire installaties van Doel, Tihange, Chooz, Mol-Dessel, Borssele en in een zone van 10 km rond de nucleaire installatie van Fleurus. De inwoners en collectiviteiten (bedrijf, school, ziekenhuis, crèche …) van die zones ontvangen in de week van 14 maart een brochure die hen aanspoort om jodiumtabletten af te halen bij de apotheek.
De kans op een nucleair ongeval is zeer klein, maar niet onbestaande. Door jodiumtabletten vooraf te verdelen kan bij een ongeval waarbij radioactief jodium vrijkomt tijdwinst geboekt worden. Inname van natuurlijk jodium voorkomt in dat geval dat radioactief jodium in de schildklier terecht komt. Jodiumtabletten zijn echter maar één manier om de betrokken bevolking te beschermen. Naar binnen gaan of binnen blijven in een gebouw, ramen en deuren sluiten en luisteren naar de boodschappen van de overheid (o.a. via de media) is de juiste reflex bij een nucleair incident.
Meer informatie:
www.nucleairrisico.be/artsen

Beknopte BVAS analyse van de nota Di Rupo (08/07/2011)
De lezing van de nota Di Rupo levert enkel positieve elementen op, maar die staan niet in verhouding tot de negatieve punten die veel talrijker aanwezig zijn. Wij sommen er enkele op tegen de achtergrond van de wetenschap dat vooral de middenklasse fors wordt aangepakt qua sociale en fiscale bijdragen. De artsen horen thuis bij die geviseerde middenklasse, met nog enkele specifieke bijkomende giftige pijlen naar onze beroepsgroep.
1. Dank zij het Europees principe van het vrij verkeer van personen, wordt de gelijke toegang voor allen van terugbetaalde gezondheidszorg en de vrije keuze van de patiënt gegarandeerd. De BVAS stelt zich evenwel de vraag of de gelijke toegang voor allen wel degelijk gewaarborgd zal zijn, met name voor wat betreft de preventiemaatregelen welke bevoegdheden zullen overgeheveld worden aan de gemeenschappen.
2. De BVAS vindt het positief dat het sociaal statuut van de zelfstandigen op dat van de werknemers wordt afgestemd door de sociale toelagen (minimumpensioenen, kinderbijslag) gelijk te schakelen met die van de werknemers. Ook de cumulatie van toegelaten beroepsactiviteit en het pensioen van gepensioneerden die ouder zijn dan 65, wordt positief onthaald.
Anderzijds stellen we vast dat in de nota een onevenwicht bestaat in de behandeling van begeleidende maatregelen werknemers-zelfstandigen. De levensverwachting stijgt en zorgbehoefte neemt toe. Dit is ook het geval voor de artsenpopulatie. Voor de ouder wordende artsen worden evenwel geen maatregelen voorgesteld, hetgeen als discriminerend wordt aangevoeld t.a.v. de werknemers.
De BVAS is van oordeel dat de problematiek van de roerende voorheffing genuanceerder moet worden aangepakt. Zoals het voorstel op tafel ligt worden bijvoorbeeld de liquiditatieboni van de artsenvennootschappen op dezelfde manier behandeld als deze van louter commerciële vennootschappen. Een meer gedifferentieerde behandeling dringt zich op.
Net zoals de werknemers en de ambtenaren moeten de artsen het recht hebben om een degelijke sociale zekerheid uit te bouwen. Dit impliceert dat het verplichte en het aanvullende gedeelte (1ste, 2de en 3de pijler) samen het geheel van een integrale sociale bescherming vormen. Extra solidariteit en extra fiscale lasten zorgen voor een onaanvaardbaar onevenwicht.
De artsen financieren reeds substantieel de solidariteit in het verplicht stelsel der zelfstandigen. Met de maatregel om de berekeningsbasis van de sociale bijdragen tot €100.000 te verhogen wordt aan de artsen een aanzienlijke extra inspanning gevraagd. Voor de (voorgestelde) verhoging van de maximumgrens naar 100.000 EUR zou dit een verhoging van zo’n 800 EUR per kwartaal betekenen. Daarom wijst het BVAS de voorgestelde plafonnering tot €82.500 voor het bepalen van de fiscale aftrekbaarheid van de premies in de 2de pensioenpijler af.
3. De BVAS gaat niet akkoord om de gemeenschappen te responsabiliseren in navolging van het systeem dat momenteel reeds van toepassing is voor de mutualiteiten. Dit heeft als pervers effect dat de gemeenschappen gestimuleerd worden om de inwoners minder zorg te verlenen. Behoudens een beperking van de zorg voor de burgers, leidt dit systeem tevens tot het onttrekken van de honoraria van gezondheidszorgverstrekkers om in de bodemloze putten van de gemeenschappen en gewesten te verdwijnen. De gepolitiseerde mutualiteiten zorgden er voor dat in 2010 een voor de artsen gebudgetteerd bedrag van € 210 miljoen niet werd toegekend. Ze hebben
recht op een bonus van 20 % van dit bedrag.
De nota haalt als voorbeeld aan dat de deelstaat die bijvoorbeeld minder apparaten voor medische beeldvorming zou erkennen (nucleaire magnetische resonantie, PET-scan, ...) en zo de kosten voor de gezondheidszorgbegroting zou verminderen, het recht zou verwerven op een deel van de besparing.
Dit initiatief kan overwogen worden op voorwaarde dat de uitgangspunten in de verschillende deelstaten gelijk zijn, hetgeen momenteel niet het geval is. Er is immers een discrepantie qua verdeling van sommige van die apparaten tussen het Vlaamse en het Franstalige landsgedeelte, waardoor er in het noorden van het land een voorafgaande inhaalbeweging nodig zou zijn.
4. De reële groeinorm van 4,5% van de gezondheidszorg zou tot 2% verminderd worden tot in 2015. De beperking van de groeinorm tot 2% is voor de BVAS onaanvaardbaar. De vergrijzing zorgt de komende jaren ongetwijfeld voor een meeruitgave in de gezondheidszorgen. Daarenboven neemt het aantal zorgverstrekkers (zowel de erkende zorgverstrekkers als deze in opleiding) jaarlijks nog toe (de gemiddelde jaarlijkse stijging de laatste 10 jaar van actieve zorgverleners bedraagt voor artsen 0,93 % en 1,64 % voor niet-artsen*).
De huidige groeinorm van 4.5% voor zorgverlening is reeds enkele jaren fictief. Voor het jaar 2011 werd bijvoorbeeld € 1,093 miljard als bijdrage tot het evenwicht van de sociale zekerheid, € 50 miljoen als stabiliteitsprovisie en € 12,5 miljoen voor het fonds medische ongevallen weerhouden of samen 3,35 % van het totale budget van € 25,869 miljard.
De doelstelling 2010 voor de artsenhonoraria liet een stijging met 3.5% toe.
De geboekte uitgaven voor de artsenhonoraria bedroegen in 2010 € 6,666 miljard, en vertoonden met een stijging van 0,43% een quasi nulgroei t.o.v. 2009.
Indien de toegelaten groei verlaagd zou worden onder de 4.5% norm, dan moet de artsen minstens de sluitende garantie geboden worden dat de toegekende groeinorm ook daadwerkelijk verkregen wordt en kan worden benut. Indien dit niet kan gegarandeerd worden, heeft het geen zin het huidige akkoordensysteem verder te onderhouden.
Bovendien zaagt de nota Di Rupo de poten weg onder het akkoordensysteem door bijkomende beperkingen op te leggen wat betreft het vragen van supplementen (uitbreiding en automatische toekenning van het omniostatuut, verbod op tweepersoonskamers). De sociale honorarium tarieven in België horen tot de allerlaagste van Europa.
De artsen verzorgen de minvermogenden, en zeker de 10 % armen onder onze bevolking, aan officiële tarieven. De financiële problemen voor patiënten stellen zich vooral wat de medische hulpmiddelen en implantaten betreft, die verhoudingsgewijs, veel duurder zijn dan de medische honoraria.
De BVAS is niet akkoord om het systeem van de referentiebedragen uit te breiden en zeker niet met de invoering van nog meer forfaitaire honoraria. Beide systemen bevoordelen alleen diegenen die de meest performante pathologie registratie systemen gebruiken en ze staan niet in relatie met de reëel behandelde pathologie, noch met de geleverde kwaliteit.
De BVAS vindt het stuitend dat het medisch specialisme klinische biologie als handelswaar gecatalogeerd wordt.
5. België telt momenteel iets meer dan 11 miljoen inwoners of een beetje meer dan New York city en minder dan de helft van Mexico City. Ook in het “herniewde België” zal ons land nog steeds 7 ministers voor volksgezondheid tellen. Wat een administratieve en organisatorische (geld)-verspiling!
Door de voorgestelde opsplitsing van een aantal bevoegdheden wordt het organiseren van zorg , nog meer dan vandaag, een onontwarbaar ingewikkelde spaghetti kluwen voor de gezondheidszorgbeoefenaars, vooral in Brussel.
6. De nota voorziet in de creatie van een “ Instituut voor de Toekomst” om een duurzaam en toekomstgericht gezondheidsbeleid te onderbouwen.
Het komt de BVAS voor dat het onder Paars opgerichte Kenniscentrum –Centre d’Expertise niet meer voldoet sinds het directeurschap niet meer in paarse handen is.
7. Bij de hervorming van de justitie is er jammer genoeg geen spoor te vinden van de nochtans noodzakelijke herziening van het vergoedingssysteem voor gerechtspsychiaters, met name een financiële opwaardering en een tijdige betaling van hun honoraria.
Als algemeen besluit menen wij dat de voorstellen de administratieve rompslomp zeer sterk zal doen toenemen, wat alleen geldverspilling en tijdverlies tot gevolg zal hebben. De nota roept meer vragen op dan er antwoorden worden gegeven op bestaande vragen in de gezondheidssector.
Dr. Marc MOENS,
Voorziter.
8.07.2011.
* RIZIV jaarverslag 2010, 5de deel

Seminarie “De do’s and don’ts voor een succesvolle artsenvennootschap” 18 juni 2011
Zoals blijkt uit de resultaten van de enquête, onlangs geanalyseerd door het Vlaams Artsensyndicaat (VAS), is er bij de jonge artsen een grote vraag naar nuttige en up-to-date informatie die hun allen aanbelangt. Net daarom heeft het VAS zijn partners Alaska (Accountancy - fiscaliteit) en Assura (Verzekeringen) aangesproken om de handen in elkaar te slaan en een infosessie te organiseren op zaterdag 18 juni 2011 in de gebouwen van Alaska, Jan Van Gentstraat 1 bus 401, 2000 Antwerpen.
Artsen aan het begin van hun carrière stellen zich ongetwijfeld de vraag wanneer ze best starten met het oprichten van een vennootschap. Vanaf welk inkomen wordt een vennootschapsstructuur fiscaal interessant en hoe pak ik dit praktisch aan? Vandaar dat het Vlaams Artsensyndicaat dit thema uitvoerig en op een praktische manier wil behandelen in een infosessie. Jonge artsen zullen volledig geïnformeerd en vol handige tips de infosessie verlaten.
Thema’s en vragen die ondermeer uitgebreid aan bod zullen komen zijn:
A) De artsenpraktijk in vennootschapsverband. Iets voor jou? Alaska – Dhr. Jaimie Wilms
De overstap van een eenmanszaak naar een vennootschap is een stuk minder edelmoedig dan de uitoefening van het artsenberoep zelf. Vaak liggen fiscale redenen aan de grondslag. Eens de keuze voor een vennootschap gemaakt is, dient onderzocht te worden welke vennootschapsvorm de meest interessante is. De BVBA is ver niet de enige in zijn soort met voordelen voor de arts.
Aangezien je jezelf immers niet achter de vennootschap kan schuilen voor de beroepsaansprakelijkheid, moet je verder kijken dan je neus lang is. Het hoe en het waarom wordt praktisch toegelicht.
B) Oprichten van een vennootschap is voor een arts FISCAAL belangrijk, is het dit ook op verzekeringsgebied? Assura NV - Dhr. Eddy Mullens.
- Wat met de reeds afgesloten verzekeringen, zoals RIZIV contract of het vrij aanvullend pensioen (VAPZ). Kan ik deze behouden of optimaliseren?
- Kan ik mijn afgesloten gewaarborgd inkomen behouden? Is dit nog mogelijk als mijn vennootschap veel lager factureert? Wat is een omzet-verzekering?
- In welke mate kan ik via de vennootschap een groepsverzekering afsluiten, waarbij de premies door de vennootschap worden betaald.
- Is een polis invaliditeitsrente via een groepsverzekering goedkoper dan een individueel gewaarborgd inkomen?
- Kan ik via een groepsverzekering meer premie fiscaal inbrengen dan bij het afsluiten van een VAPZ?
- Welke verzekering is het meest gunstig: VAPZ of groepsverzekering ? Kan ik ze allebei afsluiten?
- Kan ik mijn particuliere hospitalisatieverzekering via de vennootschap afsluiten?
- Ik heb al zoveel soorten levensverzekeringen afgesloten (pensioensparen,levensverzekering, schuldsaldoverzekering, risico verzekering).
Is het fiscaal belangrijk deze alle aan te houden? In hoeverre is de fiscale aftrekbaarheid van al deze polissen cumuleerbaar?
Deelname is gratis mits voorafgaande inschrijving. De plaatsen zijn beperkt, dus wees er snel bij!
Klik hier om u online in te schrijven.
Meer informatie vindt u hier.

BVAS zet huisartsen op Wereld Huisartsen Dag in de bloemen: Persbericht dd. 19 mei 2011
Vandaag, donderdag 19 mei 2011, is uitgeroepen tot Wereldhuisartsendag. Een reden te meer voor de BVAS om de huisarts in de bloemetjes te zetten en nogmaals te wijzen op de belangrijke rol van de huisarts in onze gezondheidszorg en in onze maatschappij. De huisarts is immers niet het zoveelste radertje in ons gezondheidssysteem, maar dé hulpverlener waarmee de grote meerderheid van de bevolking te maken heeft. Iedere dag zet de huisarts zich in voor de continue zorg van de patiënten en is hij of zij de persoonlijke link tussen de patiënt en de gezondheidszorg.
De patiënt kan vrij zijn arts kiezen en heeft de mogelijkheid om zich op het even welk moment te wenden tot om het even welke zorgverlener. Toch blijkt uit onderzoek dat ruim 95% van de Belgische bevolking een vaste huisarts heeft*. De huisarts is dan ook niet zomaar een arts, maar een belangrijke vertrouwenspersoon voor patiënten. Ook al doen patiënten vooraf steeds vaker opzoekingen op het internet, de huisarts blijft hun eerste aanspreekpunt waar zij met alle vragen over hun gezondheid terecht kunnen. Door de toenemende vergrijzing van de bevolking neemt de nood aan huisartsen aanzienlijk toe. Een goede medische opvolging van patiënten op leeftijd door de huisarts draagt er ongetwijfeld toe bij dat deze patiënten langer zelfstandig kunnen functioneren. De sociale rol van de huisarts is dan ook van groot belang. Het is belangrijk dat de overheid deze rol erkent en ook valoriseert.
Als vrije beroeper dient de huisarts zelf te beslissen hoe hij zijn praktijk wenst te organiseren. De BVAS zet zich dagelijks ten volle in om voor elke individuele arts het beste te verwezenlijken. De jaarlijkse betoelaging en de permanentietoeslag zijn reeds stappen in de goede richting. Ook het Impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde dat de huisarts de nodige financiële ondersteuning biedt bij de vestiging en de werking van zijn huisartspraktijk hebben ongetwijfeld een positief gevolg. De BVAS blijft intussen ijveren dat de financiële tussenkomst voor het tewerkstellen van een administratieve hulp voor solowerkende huisartsen, het zogenaamde Impulseo 3, zo snel mogelijk van start zal gaan. Of men in groepspraktijk wenst te werken of niet moet immers de persoonlijke keuze blijven van de huisarts. Dit geldt evenzeer voor het al dan niet manueel verlengen van het GMD (zie persbericht 17 mei 2011).
Het is niet vanzelfsprekend wat een huisarts elke dag voor zijn patiënten betekent. Solo-werkend of actief in een groepspraktijk, man of vrouw, oud of jong, iedere huisarts verdient deze huldiging. De huisartsen die lid zijn van de BVAS worden overigens niet enkel figuurlijk, maar ook letterlijk in de bloemetjes gezet. Zij ontvangen immers eerstdaags van de BVAS in samenwerking met Zenito een zakje met korenbloemzaadjes in de bus.
Op die manier wil de BVAS haar waardering uitdrukken voor de huisartsen van de BVAS die door hun engagement de toekomst voor alle Belgische huisartsen mee verzekeren.
*Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance, Gezondheidsenquête, België 2008, 2010/029, juni 2010, Brussel.

BVAS eist uitvoering origineel akkoord 13.12.2010 : persmededeling dd. 17.05.2011
Manuele verlenging GMD moet blijven, ook na 2011
Maandag 16.05.2011 kwam een werkgroep van de Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen samen om de problematiek van de verlenging van het globaal medisch dossier te bespreken.
De BVAS heeft altijd de manuele verlenging van het GMD geëist. In het akkoord van 13.12.2010, dat door minister Onkelinx al op 14.12.2011 in de media werd toegejuicht, was de manuele verlenging nog altijd mogelijk. Het ASGB, dat al jaren de automatische verlenging van het GMD nastreeft, gaf op 14.12.2010 in de pers toe dat het daar niet in geslaagd was.
Op 15.12.2010 kwam een leescomité samen om de correctheid van de tekst van het afgesloten akkoord te verifiëren. Onder druk van de Christelijke Mutualiteiten werden essentiële wijzigingen aan de afspraken van 13.12.2010 aangebracht terwijl dergelijk comité niet meer dan een technische werkgroep is. Door een reeks misverstanden en door de quasi onmogelijkheid om nog terug te komen op de gemaakte afspraken van 13.12.2010 werd uiteindelijk de tekst van 15.12.2010 als “akkoord” ondertekend en gepubliceerd. In tegenstelling tot de tekst van 13.12.2010 zou de manuele verlenging vanaf 01.01.2012 onmogelijk worden.
De BVAS heeft tot de vergadering van de Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen van 14.03.2011 moeten wachten eer het de verslagen van 13 en 15.12.2010 ontving. Pas sinds dan kan de BVAS zwart op wit aantonen dat de manuele verlenging mogelijk had moeten blijven, conform de beslissing van de voltallige vergadering van de medico-mut van 13.12.2010.
Op 07.02.2011, dus vóór de verslagen van 13 en 15.12.2010 bekend waren gemaakt en vóór het mogelijk was objectief de drastische wijziging aan het akkoord aan te tonen, vergaderde de medico-mut met als 3de punt op de dagorde: “Administratieve verlenging van het GMD”. Daarin werden een aantal principes vastgelegd. De titel luidde niet “Automatische verlenging van het GMD”.
Een werkgroep van de medico-mut zou op 16.05.2011 van start gaan om die principes te trachten omzetten in een ontwerp van Koninklijk Besluit. De BVAS ontving vrijdag 13.05.2011 om 14u34, of minder dan 10 werkuren vóór de vergadering een technisch ingewikkeld voorstel van de mutualiteiten. Elk voorafgaand overleg binnen de BVAS werd op die manier onmogelijk gemaakt.
De BVAS heeft nu bewijzen dat de manuele verlenging van het GMD wel degelijk de originele afspraak was van het akkoord van 13.12.2010 maar stelt op 16.05.2011 vast dat het voorstel van de mutualiteiten de manuele verlenging van het GMD niet voorziet. Integendeel, ze straffen de huisartsen af die in 2011, volstrekt in overeenkomst met het akkoord voor 2011, de GMD’s manueel hebben verlengd. Bijgevolg heeft de BVAS aan voorzitter Jo De Cock van de Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen meegedeeld dat ze niet bereid is om nog akkoorden af te sluiten, tenzij de manuele verlenging van het GMD mogelijk blijft.
Daarop heeft de BVAS-delegatie de vergadering van de werkgroep verlaten.
Dr. Marc MOENS, Voorzitter BVAS.

FVIB: Patiënten stellen steeds vaker zelf diagnose
Patiënten zoeken eerst zelf informatie over hun probleem op, stellen een diagnose en gaan pas dan op raadpleging. Dat zegt 7 op 10 respondenten in een enquête van de Federatie voor Vrij en Intellectuele Beroepen (FVIB) bij bijna 800 zelfstandige zorgverstrekkers (o.a. artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, apothekers en verpleegkundigen) over onder meer de relatie met de patiënt. De patiënt van vandaag is zeker mondiger dan vroeger. Zo vragen patiënten volgens de helft van de ondervraagden een second opinion. 8 op tien zegt dat zijn patiënten veeleisender zijn in vergelijking met vroeger. 4 op tien zelfstandige zorgverstrekkers krijgt meer te maken met verbale agressie, wanbetaling en overvallen. FVIB hield de enquête naar aanleiding van de Dag van het Vrije Beroep van deze avond met de focus op de medische sector. Om de zelfstandige zorgverstrekkers in de kijker te plaatsen, plant FVIB een imagocampagne. Enerzijds moet die de aantrekkelijkheid van het beroep van zelfstandige zorgverstrekker verhogen. Veel zelfstandige zorgverstrekkers zijn vandaag immers knelpuntberoepen. Anderzijds zal wederzijds respect tussen patiënt en zorgverstrekker centraal staan. FVIB vraagt hiervoor de medewerking van de Vlaamse Overheid en het Vlaams Patiëntenplatform.
De relatie met de patiënt is voornamelijk positief te noemen. Het overgrote merendeel van de respondenten zegt dat zijn patiënten waardering hebben voor zijn beroep (75,7%). Daar staat tegenover dat volgens 83% van de ondervraagden patiënten steeds vaker hogere eisen stellen. De patiënt is daarnaast mondiger. Bij één op twee respondenten vraagt de patiënt een second opinion. Dat wijst niet noodzakelijk op een gebrek aan vertrouwen. De patiënt is een kind van zijn tijd waarbij één mening vaak niet voldoende is. Zes op tien patiënten heeft voor zichzelf al een diagnose gesteld voor ze langskomen. Vandaag beschikt de patiënt over meer informatiemedia, met het internet op kop. Beetje tegenstrijdig met de mondigheid van de patiënt is dat volgens slechts 16% van de ondervraagden patiënten hun dossier opvragen. Nochtans hét overzicht bij uitstek van de eigen medische geschiedenis.
51,4% geeft aan dat patiënten vaker hun afspraken niet nakomen. 4 op tien respondenten krijgt meer dan vroeger te maken met verbale agressie en overvallen. Fysieke agressie komt – gelukkig – slechts bij 7% van de ondervraagden vaker voor. 4 op tien krijgt ten slotte te maken met wanbetaling. Per beurt laten betalen (bijvoorbeeld bij kinesitherapeuten) kan volgens FVIB soelaas brengen. Net als elektronisch betalen. Een veralgemening van de derdebetalersregeling is voor FVIB geen optie. Gezondheidszorg kost geld en de patiënten moet zich hier bewust van blijven.
Imagocampagne
Vandaag staan onder meer kinesitherapeuten, verpleegkundigen, tandartsen en huisartsen op de lijst van knelpuntberoepen. Om de aantrekkelijkheid en het imago van die beroepen en de zelfstandige zorgverstrekkers in het algemeen te verhogen, plant FVIB een imagocampagne. Daarnaast wil ze in die campagne focussen op het wederzijdse respect tussen de patiënt en zijn beroepsbeoefenaar. FVIB zal op de Dag van het Vrije Beroep, vanavond, hiervoor uitdrukkelijk de medewerking vragen van de Vlaamse Overheid. Ze zoekt ook samenwerking met het Vlaams Patiëntenplatform.
Dag van het Vrije Beroep
FVIB hield de enquête naar aanleiding van de ‘Dag van het Vrije Beroep’ van deze avond, een jaarlijks initiatief dat beroepsbeoefenaars, beleidsmakers, bestuursleden en partners van het vrije beroep samen brengt. Dit jaar ligt de focus op de medische sector. Onder meer een debat tussen Ri De Ridder, directeur-generaal dienst geneeskundige verzorging RIZIV, minister Vandeurzen en beroepsbeoefenaar Hilde Deneyer staan op het programma.

Persmededeling VAS dd. 05/05/2011: Resultaten enquête jonge artsen
Tijdens de druk bijgewoonde Startersdag voor Artsen die het Vlaams Artsensyndicaat organiseerde op 26 maart 2011 te Brussel, werden de aanwezigen gevraagd hun medewerking te verlenen aan een enquête om te polsen op welke wijze de jonge artsen bekend zijn met de syndicaten en de syndicale thema’s. Meer dan 200 aanwezigen namen effectief deel aan de enquête. De overgrote meerderheid van de respondenten was laatstejaars student (80%). 16% zat reeds in zijn opleiding en 4% was erkend huisarts/specialist.
Hieronder vindt u de voornaamste bevindingen op een rijtje:
Artsensyndicaten zijn nuttig en professioneel
Op de vraag hoe de jonge artsen de artsensyndicaten percipiëren, blijkt een grote meerderheid deze nuttig (47%) en professioneel (46%) te beoordelen. Ook toegankelijk (37%) en invloedrijk (36%) werden door de respondenten als belangrijke aspecten aangeduid. Daarentegen gingen de respondenten niet akkoord met de stelling dat de artsensyndicaten verouderd of arrogant
zouden zijn.
Jonge artsen verwachten vooral belangenverdediging en nuttige info van de artsensyndicaten.
Het verwondert niet dat de taken van een syndicale vereniging ook hetgeen is dat de jonge arts daadwerkelijk verwacht van een syndicaat. Op de eerste plaats betreft dit uiteraard de belangen van de artsen verdedigen (83%) , onmiddellijk gevolgd door het verkrijgen van nuttige informatie rond thema’s die de artsen aanbelangen (82%). Driekwart van de respondenten
verwacht van een syndicaat eveneens juridische ondersteuning en advies te ontvangen.
De jonge generatie ziet wel degelijk nut in een lidmaatschap van een artsensyndicaat
Dat jonge artsen zich minder zouden willen engageren lijkt alvast in onze enquête te worden tegengesproken. 44% van de respondenten denkt eraan lid te worden van een syndicaat of is dit intussen ook al. 17% ligt hiervan niet wakker, en 39% heeft nog geen opinie hieromtrent gevormd. Een daadwerkelijk engagement opnemen in een artsensyndicaat ziet bovendien 7% van de respondenten wel zitten. Slechts 16% heeft hiervoor totaal geen interesse. Degenen die geen engagement willen opnemen, duiden vooral een gebrek aan tijd (40%) en onvoldoende kennis van een artsensyndicaat (40%) aan als reden.
De thema’s waar de jonge artsen voornamelijk van wakker liggen zijn in eerste instantie hun bescherming (61%), gevolgd door kwaliteit (53%), respect voor het beroep (52%) en administratieve vereenvoudiging (52%) .
Het VAS benadrukt dat zij als artsensyndicaat het van essentieel belang vindt om de jonge artsen te blijven informeren gedurende hun volledige loopbaan. Op zaterdag 18 juni organiseert het VAS, afd. Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant alvast de volgende infosessie specifiek gericht op jonge artsen aan het begin van hun carrière. Wanneer start je best een vennootschap op?
Hoe doe je dat? Hoe kan je binnen de vennootschapsstructuur je inkomen zo goed mogelijk laten renderen? Deze en andere vragen zullen ruimschoots aan bod komen tijdens de praktische infosessie die plaatsvindt te Antwerpen. Het VAS zal tevens aanwezig zijn op de komende medische beurzen om de laatstejaarsstudenten geneeskunde meer informatie te verschaffen over de rol van de syndicaten. De Startersgids is overigens nog steeds gratis beschikbaar op eenvoudige vraag bij het VAS. De jonge generatie geeft alvast een duidelijk signaal dat syndicaten een belangrijke rol te vervullen hebben. Het VAS en de BVAS nemen deze verantwoordelijkheid graag op.
Meer informatie : Ingrid Dreezen, 03/238.98.60

Sociaal nieuws
Op de ministerraad van 29 april 2011 werden twee ontwerpen van koninklijk besluit goedgekeurd:
Verder werden enkele maatregelen voor de pensioenen van zelfstandigen aangekondigd:
- de verhoging op 1 november 2011 van de bedragen van het minimumpensioen met 2,11% voor een gezinspensioen en met 2,37% voor een pensioen als alleenstaande en overlevingspensioen
de extra verhoging op 1 november met 0,14% van de minimum gezinspensioenen ouder dan 15 jaar. De totale verhoging zal 2,25% bedragen.
- de verhoging met 1,25% op 1 november 2011 van de niet-minimumpensioenen die voor het eerst een aanvang hebben genomen voor 1 januari 2011
de extra verhoging met 1% op 1 november 2011 van de niet-minimumpensioenen ouder dan 15 jaar (of in totaal 2,25%) die voor het eerst een aanvang hebben genomen voor 1 januari 1997
Bron. Zenito sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen vzw (www.zenito.be)

Orde van Geneesheren : Stopzetting van de gedrukte versie van het Tijdschrift van de Nationale Raad
Aankondiging i.v.m. het verdwijnen van de papieren versie van het Tijdschrift.
De Nationale Raad heeft beslist om niet langer een gedrukte versie van het Tijdschrift van de Nationale Raad van de Orde van geneesheren uit te geven.
Deze beslissing wordt gestaafd door de kostprijs van het drukken en vooral van het verzenden van ruim vijftigduizend exemplaren. Temeer daar er sinds drie jaar een elektronische versie bestaat, beschikbaar op de website van de Orde van geneesheren (www.ordomedic.be), gepaard aan een procedure die toelaat de uitgebrachte adviezen gemakkelijk per onderwerp of per datum op te zoeken.
De Nationale Raad wil de verspreiding van de adviezen en de toegang ertoe verbeteren. Ze zijn in zekere zin de rechtspraak van de Orde. Daarom ook zijn ze beschikbaar op de website enkele dagen na de vergadering tijdens dewelke ze uitgebracht werden. Gelijktijdig worden ze doorgegeven aan de media. Sommige persorganen, zoals bijvoorbeeld de Artsenkrant en De Huisarts, maken er geregeld melding van.
De Orde van Geneesheren hoopt dat deze evolutie naar de nieuwe informatietechnologieën ertoe zal bijdragen de communicatie tussen de artsen en de Orde in het algemeen, en de Nationale Raad in het bijzonder, te verbeteren.

Akkoord over publicatie financiële gegevens op infobel.be
Infobel.be is een online gegevensgids. Al wie dat wil, kan er de telefoonnummers en adressen terugvinden van Belgische ondernemers en privépersonen. Infobel publiceert daarnaast ook financiële gegevens van ondernemingen, zoals winstmarges en omzet. Deze informatie is echter beperkt, waardoor de gebruiker een vertekend beeld van de onderneming kan krijgen.
Het Vlaams Artsensyndicaat ontving daarover van verscheidene artsen klachten en heeft daarop diverse initiatieven genomen om tot een oplossing te komen. Omdat deze pogingen niet de vereiste resultaten bereikte, schakelde het VAS de Federatie voor Vrije en Intellectuele beroepen (FVIB) in, waarvan zij deel uitmaakt. Vervolgens voerde het FVIB in naam van de aangesloten medische beroepsorganisaties gesprekken met KAPITOL, de vennootschap die Infobel.be beheert.
Tijdens het constructieve overleg bekwam het FVIB volgende afspraken:
1. De medische vrije beroeper krijgt de mogelijkheid om op een eenvoudige manier zijn (financiële) gegevens te laten schrappen;
2. De medische vrije beroeper krijgt de mogelijkheid om zelf zijn contactgegevens via een login en paswoord op een eenvoudige manier te laten verbeteren (telefoonnummer, e-mail, enz.)
3. Vanaf 1 maart 2011 schrapt KAPITOL elke verwijzing naar geïsoleerde financiële gegevens van medische vrije beroepen op
infobel.be. In de mate van het mogelijke plaatst KAPITOL een link naar de volledige officiële jaarrekening van de betrokken onderneming (bv. via de website van de Nationale Bank van België).
De afspraken treden op 1 maart in werking.
Het FVIB adviseert medische vrije beroepen om hun gegevens te controleren en eventueel te laten aanpassen.

BVAS: Enquête Test-Aankoop mbt kwaliteit van ziekenhuizen (03/05/2011)
Vorige week ontvingen een aantal huisartsen en specialisten een enquête van Test-Aankoop over de kwaliteit van ziekenhuizen.
De BVAS sluit zich aan bij het negatief advies van de Nationale Raad van de Orde van geneesheren over deze enquête. De orde meent onder meer dat de enquête kan leiden tot niet-valide resultaten.
De BVAS is bovendien van oordeel dat de enquête inhoudelijk niet correct is opgesteld. De BVAS meent dat noch de huisartsen, voor wie de enquête blijkbaar bedoeld is, noch de specialisten die de enquête (per vergissing? ) ontvingen, op een geïnformeerde en objectieve manier sommige van de gestelde vragen kunnen beantwoorden.
De BVAS raadt alle collegae dus ten stelligste aan om NIET in te gaan op de vraag van Test-Aankoop.
De enquête is wetenschappelijk niet verantwoord en kan alleen maar polemieken op gang brengen. Tenzij dat de bedoeling zou zijn, aldus Dr. Marc Moens, BVAS-voorzitter.

Enquête zelfstandige zorgverstrekkers nav dag van het vrije beroep
Naar aanleiding van de Dag van het Vrije Beroep van het FVIB, dit jaar in het teken van de medische sector, wil FVIB specifiek de zelfstandige zorgverstrekker bevragen over uw beroep, de sector en zaken die bij uw beroepsuitoefening komen kijken.
De rondvraag helpt FVIB om de vinger aan de pols te houden over wat reilt en zeilt in de sector en om gepaste beleidsaanbevelingen te formuleren.
De resultaten van de enquête worden bekendgemaakt op de Dag van het Vrije Beroep op 10 mei a.s. in het bijzijn van Vlaams minister Jo Vandeurzen.
Het invullen van de online enquête duurt slechts een vijftal minuutjes en is anoniem. Bovendien maakt u kans op 1 van de 5 kistjes wijn die we onder de deelnemers verloten. In dat geval moet u wel uw mailadres op het einde ingeven (wordt niet gebruikt voor commerciële doeleinden). Wij danken u voor uw medewerking!
Klik hier om deel te nemen aan de enqûete.

Indexering vanaf 1 mei 2011
De specialisten krijgen op 1 mei 2011 loon naar werk. Dan zal
de index van 1,40% op alle technische prestaties worden doorgevoerd. Alleen de radiologen blijven nog op hun honger.
Bijna alle besparingsmaatregelen uit het akkoord werden aangenomen op twee na. Het gaat om de geëvoceerde potentialen (neurologie) en de selectieve toewijzing van de echografieën per specialisme (radiologie).
Zoals bekend worden voor de radiologie nog enkele stevige knopen doorgehakt na de halfjaarlijkse audit van eind mei. Tot nu toe zijn ze niet zeker van hun index.
Bron: Artsenkrant

BTW-plicht voor klinische studies
Sinds 1 april 2011 zijn de vergoedingen voor onderzoekswerk verricht door artsen of ziekenhuizen, de zogenaamde klinische studies, onderworpen aan de BTW. Voor een wetenschappelijk onderzoek schrijft u een patiënt de nieuwe behandeling voor en volgt u hem in het kader van de studie verder op. Hiervoor ontvangt u van het bedrijf dat de studie uitvoert, een vergoeding. Op deze vergoeding zal u dus vanaf 1 april 2011 BTW verschuldigd zijn. Dit houdt in dat er in principe BTW moet worden gefactureerd bij alle vormen van onderzoek die artsen of ziekenhuizen verrichten.
Artsen zijn voor de prestaties inzake geneeskundige verzorging van de mens vrijgesteld van BTW. Maar in het kader van klinische proeven zijn artsen en ziekenhuizen met ingang van 1 april 2011 BTW verschuldigd. De FOD Financiën voorziet echter in een bijzondere regeling voor gemengde belastingplichtigen zoals artsen en ziekenhuizen. Ziekenhuizen en artsen die voor deze regeling opteren, hebben slechts een minimum aan BTW-verplichtingen en moeten geen BTW-aangiftes indienen. De op de onderzoeksdiensten verschuldigde BTW moet worden voldaan door de opdrachtgever van het onderzoek. Deze laatste maakt dan ook de factuur op met vermelding van “Belasting te voldoen door de medecontractant – Beslissing ET 116.111”en biedt de betrokken arts of het ziekenhuis een dubbel aan. De opdrachtgever voldoet de BTW dan in plaats van de arts of het ziekenhuis, d.i. de verlegging van de BTW. Uw boekhouder moet enkel jaarlijks uiterlijk op 31 maart een opgave van de BTW-plichtige afnemers in te dienen. Concreet moeten de artsen en ziekenhuizen een opgave indienen met de opdrachtgevers voor wie ze het afgelopen kalenderjaar voor minstens € 250 (excl. BTW) onderzoekswerken hebben verricht. Het nadeel is echter wel dat de betrokken arts of het ziekenhuis geen recht heeft op BTW-aftrek. Als u niet opteert voor de bijzondere regeling is de normale BTW-regeling met de periodieke maand- of kwartaal aangiften van toepassing.
Wanneer u dergelijke klinische studies verricht, dient u dit te melden aan uw boekhouder. Hij moet u registreren bij het regionale controlekantoor van de BTW en hij moet kenbaar maken of u al dan niet voor de bijzondere regeling opteert.
We hebben reeds 2 modelbrieven i.s.m. accountancy kantoor Vandelanotte opgesteld :
Klik hier voor de modelbrief waarbij u voor de bijzondere regeling kiest.
Klik hier voor de modelbrief waarbij u voor de normale regeling kiest.
U dient volgende vragen samen met uw boekhouder te overlopen:
Indien u nog niet geregistreerd bent bij een BTW-kantoor, moet u enerzijds voor de registratie bij het BTW-kantoor formulier 604 A invullen. Anderzijds dient u ook de brief met uw keuze hieraan toe te voegen.
Als u reeds vergoedingen ontvangt voor klinisch onderzoek en onder de normale regeling reeds geregistreerd bent, moet u uiterlijk op 15 juni 2011 het BTW-controlekantoor op de hoogte brengt van uw voornemen. Let wel: als u een derde BTW-plichtige activiteit uitoefent : zie punt 3.
Heeft u niet tijdig de formaliteiten vervuld om vanaf 1 april 2011 naar de bijzondere regeling over te stappen, kan u met ingang van 1 juli 2011 naar deze regeling overgaan, mits u uiterlijk op 15 juni 2011 het BTW-controlekantoor op de hoogte brengt van uw voornemen
De bijzondere regeling houdt een administratieve vereenvoudiging in ten opzichte van de normale BTW-regeling. U bent ontheven van de verplichting tot het indienen van de periodieke BTW-aangiften. Bovendien zal de opdrachtgever van het onderzoekswerk dat in België gevestigd is en de periodieke aangiften doet, de BTW voldoen in de plaats van de arts of het ziekenhuis. U heeft echter geen recht op aftrek van BTW. Desalniettemin is het van belang dat u alles goed bekijkt: Met wie handelt u? Is de opdrachtgever in het binnen- of buitenland gevestigd? etc.
In dit geval moet ook hier de correcte BTW-behandeling nagekeken worden.
Wanneer immers de jaaromzet uit de bijkomende activiteit niet meer dan € 5580 bedraagt, heeft de arts of het ziekenhuis de keuze om enerzijds gebruik te maken van de bijzondere regeling voor het onderzoekswerk en de vrijstellingsregeling voor de bijkomende activiteit of anderzijds de normale regeling met periodieke BTW-aangiften op de gehele activiteit toe te passen.
Wanneer de jaaromzet uit de bijkomende activiteit meer dan € 5580 bedraagt, moet de arts of het ziekenhuis de normale regeling toepassen op de gehele activiteit.
Voor bijkomende vragen helpen we u graag verder. Contacteer ons op info@vlaamsartsensyndicaat.be.
U kan de volledige omzendbrief ET 116.111 hier nalezen.

Aantal weigeringen Akkoord 2011
Het ASGB heeft, tegen de afspraak met de RIZIV administratie in, toch al de voorlopige cijfers van de weigeringen van het akkoord van 13 december 2011 publiek gemaakt.
Wij zijn derhalve zo vrij om U ook deze informatie te bezorgen samen met een vergelijkende tabel sinds het akkoord van 13 december 1993.
Zoals U kunt merken zijn de wijzigingen in aantallen deconventies relatief beperkt, zeker wanneer U ze vergelijkt met het gemiddelde van de voorbije elf akkoorden.
Voor de algemeen geneeskundigen “003-004” blijkt het deconventiepercentage voor het akkoord 2010 voorlopig 0,82% lager te liggen dan voor het akkoord van 17 december 2008 (resp. 14,65% t.o.v. 15,47%). In absolute cijfers gaat het om 2.185 gedeconventioneerde huisartsen in 2008 en (voorlopig d.d. 21.02.2011) 2.072 in 2010.
Op datum van 21 februari 2011 weigerden dus 113 erkende huisartsen minder het akkoord dan in 2008.
Wij trekken nog geen conclusies uit deze voorlopige cijfers en wachten de officiele resultaten van het RIZIV af.
Dr. Marc Moens
Voorzitter BVAS
U kan de evolutie van de deconventiepercentages hier raadplegen.

De BVAS waakt over de bescherming van de privacygegevens van de artsen dd. 24-02-2011
Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Privacycommissie (9 februari 2011) in verband met een enquête die Zorgnet Vlaanderen in de lente van 2009 wou organiseren over de inkomens van ziekenhuisartsen (klinisch biologen en radiologen) verklaarde Zorgnet Vlaanderen zichzelf op 22.02.2011 tot grote overwinnaar in dit dossier.
Het stuurde een persbericht de wereld in dat niet strookt met de uitspraak. Zorgnet stelt dat “de enquête, in het kader van de Task Force (over de uitgaven radiologie en klinische biologie) géén persoonsgegevens verwerkt”. De Commissie
daarentegen zegt dat het onmogelijk is om, op basis van de gegevens van de enquête, het inkomen van de individuele artsen te achterhalen”. Dit is niet spelen met woorden, dat is woord verdraaiing en de waarheid geweld aandoen.
De Commissie vervolgt dat “in beginsel, of in principe” geen persoonsgegevens werden verwerkt en voegt er aan toe dat, aangezien het risico nooit helemaal kan uitgesloten worden, deze verwerking met de grootste omzichtigheid moet gebeuren.
Daarom legt de Privacycommissie Zorgnet Vlaanderen op strikte richtlijnen te volgen. Zorgnet heeft dus geen vrijgeleide (meer) bij het verwerken van gegevens van een eventuele enquête:
- indien er op een bepaald ogenblik toch inkomensgegevens zouden vrijkomen moeten alle verplichtingen van de privacywet worden nageleefd.
- en in elk geval moet Zorgnet uiterlijk tegen februari 2012 een verslag overmaken aan de Privacycommissie.
Zorgnet heeft de, naar aanleiding van deze zaak, door de Commissie ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer opgelegde verplichtingen, zorgvuldig verzwegen in zijn persbericht.
Het achterhouden van bovenstaande essentiële informatie in een persbericht spoort ons aan om met de grootste omzichtigheid met deze groep van ziekenhuisbeheerders om te gaan.
Indien Zorgnet Vlaanderen opnieuw zou besluiten tot het inzamelen van gegevens, dan hopen we dat dit op een correcte en transparante manier zou gebeuren, in overleg met de artsen en met de toestemming van de betrokkenen. Zoals het hoort.
Dr. Marc MOENS,
Voorzitter BVAS

Vragen mbt het akkoord 2011
1. Wat moet u ondernemen indien u niet geconventioneerd wenst te zijn?
2. Wat moet u ondernemen indien u gedeeltelijk geconventioneerd wenst te zijn?
3. Wat moet u ondernemen indien u volledig wenst toe te treden tot het akkoord 2011?
4. Wanneer moeten de conventie-erelonen niet worden toegepast door geen geconventioneerde arts?
5. Hoeveel bedraagt het sociaal statuut in het akkoord 2011?
1. Wat moet u ondernemen indien u niet geconventioneerd wenst te zijn?
Wie niet geconventioneerd wenst te zijn en de honoraria en de bepalingen van het akkoord niet wil volgen, dient zijn weigering tot toetreding ten laatste op 16 februari 2011 aangetekend te verzenden aan het RIZIV.
U vindt hier de weigering van toetreding tot het akkoord.
terug
2. Wat moet u ondernemen indien u gedeeltelijk geconventioneerd wenst te zijn?
U kan de honoraria van het akkoord gedeeltelijk volgen, waarbij de beroepsactiviteit beantwoordt aan de volgende minima:
Voor de huisartsen:
De gedeeltelijk geconventioneerde huisarts mag afwijken van de honorariumbedragen die zijn vastgesteld overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, uitsluitend voor de raadplegingen, afspraken en verstrekkingen die in de spreekkamer worden georganiseerd:U vindt hier de gedeeltelijke verbintenis tot het akkoord voor huisartsen.
- maximum driemaal per week per blok van maximum vier aaneengesloten uren
- en wanneer de rest van zijn praktijk minstens drie vierden van het totaal van zijn praktijk vertegenwoordigt en wordt verricht tegen de honorariumbedragen die zijn vastgesteld overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, behalve wanneer de rechthebbende bijzondere eisen stelt.
Indien u gedeeltelijk geconventioneerd bent, heeft u tevens recht op het sociaal statuut ten bedrage van € 2.065,28.
Voor de geneesheren-specialisten:
De gedeeltelijk geconventioneerde geneesheer-specialist mag afwijken van de honorariumbedragen die zijn vastgesteld overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, uitsluitend voor de verstrekkingen (raadplegingen, afspraken, technische verstrekkingen,…), voor de ambulante patiënten (niet-gehospitaliseerde patiënten en patiënten buiten het dagziekenhuis of forfait):U vindt hier de gedeeltelijke verbintenis tot het akkoord voor geneesheren-specialisten.
- georganiseerd gedurende maximum viermaal per week per blok van maximum vier aaneengesloten uren;
- en wanneer minstens de helft van al zijn verstrekkingen aan de ambulante patiënten wordt verricht tegen de honorariumbedragen die zijn vastgesteld overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, behalve wanneer de rechthebbende bijzondere eisen stelt, en op uren die normaal gezien schikken voor de rechthebbenden van de verzekering voor geneeskundige verzorging;
- en wanneer de geneesheer op elk van de mogelijke plaatsen van uitoefening van zijn praktijk, gedurende een bepaalde periode verstrekkingen verricht voor ambulante patiënten tegen de honorariumbedragen die zijn vastgesteld overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, behalve wanneer de rechthebbende bijzondere eisen stelt.
Indien u gedeeltelijk geconventioneerd bent, heeft u tevens recht op het sociaal statuut ten bedrage van € 2.065,28.
terug
3. Wat moet u ondernemen indien u volledig wenst toe te treden tot het akkoord 2011?
Indien u de honoraria en de bepalingen van het akkoord volledig wenst te volgen, dient u niets te ondernemen en geen aangetekend schrijven te sturen aan het RIZIV. U wordt geacht geconventioneerd te zijn voor de volledige beroepsactiviteit.
Indien u volledig geconventioneerd bent, heeft u tevens recht op het sociaal statuut ten bedrage van € € 4.199,14.
terug
4. Wanneer moeten de conventie-erelonen niet worden toegepast door een geconventioneerde arts?
Wanneer de patiënt bijzondere eisen stelt en/of een inkomen heeft dat een bepaalde grens overschrijdt, is de conventieregeling niet van toepassing.
Het betreft volgende bijzondere eisen :
Voor de huisarts:De inkomensgrenzen zijn de volgende :
- de niet dringende bezoeken afgelegd op verzoek van de zieke buiten de uren of het tijdschema van de normale ronde van de geneesheer;
- de oproepen van zieken die voor de geneesheer een ongewoon belangrijke verplaatsing meebrengen;
- de oproepen ‘s nachts, tijdens een weekend of op een feestdag wanneer de geneesheer geen wachtdienst heeft en wanneer is uitgemaakt dat de ter plaatse georganiseerde wachtdienst toereikend is;
- de raadplegingen die op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt worden verricht na 21 uur of op zaterdag, zondag of op feestdagen. Die raadplegingen vormen echter geen bijzondere eis indien ze kaderen binnen de georganiseerde wachtdienst en indien de huisarts om persoonlijke redenen een voor het publiek toegankelijke raadpleging houdt, ontvangt of afspraak of bezoeken aflegt op deze uren en dagen.
Voor de geneesheer-specialist:
Afgesproken is evenwel dat de zieke in behandeling, die verzocht wordt zich opnieuw in de spreekkamer van de geneesheer aan te melden, niet onder de toepassing van de bijzondere eis valt. In overeenstemming met artikel 8 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt dient de arts de patiënt vooraf in te lichten over de financiële gevolgen van de bijzondere eis die door de patiënt wordt gesteld.
- het ziekenhuisverblijf in een afzonderlijke kamer dat door of voor de rechthebbende wordt gevraagd om persoonlijke redenen;
- de oproepen thuis, behalve wanneer het gaat om raadplegingen, aangevraagd door de behandelend geneesheer;
- de raadplegingen voor de ambulante patiënten die op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt worden verricht na 21 uur, of op zaterdag, zondag of op feestdagen. Die raadplegingen vormen echter geen bijzondere eis indien ze kaderen binnen de georganiseerde wachtdienst en indien de geneesheer-specialist om persoonlijke redenen een voor het publiek toegankelijke raadpleging houdt, ontvangt of afspraak of bezoeken aflegt op deze uren en dagen.
Afgesproken is evenwel dat de zieke in behandeling, die verzocht wordt zich opnieuw in de spreekkamer van de geneesheer aan te melden, niet onder de toepassing van de bijzondere eis valt. In overeenstemming met artikel 8 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt dient de arts de patiënt vooraf in te lichten over de financiële gevolgen van de bijzondere eis die door de patiënt wordt gesteld.
De honorariumbedragen en reisvergoedingen waarin dit akkoord voorziet, worden toegepast op alle rechthebbenden op de verzekering voor geneeskundige verzorging, waaronder de rechthebbenden die recht hebben op de voorkeurregeling en die zijn bedoeld in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, met uitzondering van de rechthebbenden die deel uitmaken van een gezin waarvan het belastbare jaarinkomen het bedrag overschrijdt van:terug
- 64.020,96 euro per gezin, vermeerderd met 2.133,26 euro per persoon ten laste, als er slechts één gerechtigde is;
- of 42.680,18 euro per gerechtigde, vermeerderd met 2.133,26 euro per persoon ten laste, als er meerdere gerechtigden zijn.
5. Hoeveel bedraagt het sociaal statuut in het akkoord 2011?
Wanneer u voor uw volledige beroepsactiviteit bent toegetreden tot het akkoord 2011 en u de honoraria en de bepalingen van dit akkoord volledig volgt, bedraagt het sociaal statuut € 4.199,14.
Wanneer u zich gedeeltelijk conventioneert onder de eerder vermelde voorwaarden, bedraagt het sociaal statuut € 2.065,28.
terug

Plaag reclameronselaars blijft aanhouden
Nadat we u in verscheidene nieuwsbrieven er op attent maakten om niet in te gaan op de vraag van een of andere medische gids om uw gegevens in deze medische gidsen bij te werken, waarschuwen we u nogmaals voor dergelijke malafide praktijken.
Let op voor volgende bedrijvengidsen:
- Ariez Medical Publising
- BedrijvenGidsonline
- Bedrijvengids-Rotterdam
- BIZ Telefoongids
- BMS
- BPS (Belgium Packet Service)
- Construct Data
- DAD - Deutscher Adressdienst / Registre Internet belge
- Easy Pages Ltd / European www register
- Edition Hekking Cornélis
- Emdé adviezen (te Peize)
- Euro Business Guide
- Euroguide.de
- European City Guide
- European Medical Director
- Expo Guide
- Global Earth Register
- Globe Trade Control
- Guide pour la ville
- Index-Entreprise / Etude Grivière SAO France
- Inet Biz Solutions
- Intercable Verlag
- IRD
- MCH Printing Services
- Media Belgique Design
- Media Connect
- Media Group Vlaanderen
- Media Perspectief (te Rotterdam)
- Media Print
- MKB Online
- Nederland Media Register
- Nieuwe Bedrijvengids / Belga Marketing / Internet Bedrijvengids / Annuaire pro
- Office Business Company Service
- OfficeDirect 24
- OfficeExpert
- Pan World Life
- R.P.B. Regionale Publiciteits Buro (www.provinciaalregister.com)
- Regionaal Zoeken
- Registre des Branches professionnelles
- Service-pro / Eurl Media Press
- Teleinfobel B.V.
- TM - Collections
- TVV - Tele Verzeichnis Verlag / Ondernemings Portaal
- United Lda / Nova Channel / Temdi / Med1web
- Webmedia Solutions
- World Business Guide
- World Company Register / World Company Directory
- WZD - Wolf SW / Banque Centrale des données économiques
- Yellow-Pages
Wie er toch is op ingegaan, kan zich bij ons melden op info@vlaamsartsensyndicaat.be of contacteer ons op het nummer 03 238 98 60.
Tot slot geven u graag nog enkele tips mee om problemen te vermijden.
- Geef nooit een telefonische toestemming zonder dat u het advertentiekatern of het magazine waarin u zult adverteren, in uw handen hebt gehad. Eens u een voorbeeldexemplaar ziet, zult u al snel vaststellen dat de kwaliteit ondermaats is en bovendien commercieel waardeloos.
- Nooit tekenen als u niet hebt gezien waarvoor u tekent
Als u mondeling in uw praktijk wordt overvallen, wordt het soms heel wat moeilijker om de opdringerige verkopers uit uw zaak te krijgen. U tekent al snel ‘een document’ om toch maar van die lastige verkoper af te zijn. En zo is de buit binnen voor de ronselaar: een handtekening is het enige wat hij nodig heeft. Pas later ontdekt u dat hij in werkelijkheid zijn handtekening plaatste onder een bestelorder.
Geef ook nooit uw handtekening als u wordt gevraagd dit te doen om uit ‘het bestand’ gehaald te worden of om een contract te verlengen. - Wees kritisch in verband met de gevraagde prijs voor een advertentie.
Vraag altijd na of het boekje of de internetgids wel bestaat, in welke regio de advertentie verschijnt, in welke oplage het boekje wordt verspreid, wie de doelgroep is of wat het bezoekersaantal is van een bepaalde ondernemersgids waarvoor men ronselt. Wees vooral argwanend als er wordt gezwaaid met gratis advertenties. Een advertentie heeft altijd zijn prijs, kan nooit gratis zijn. Ook moet de gevraagde prijs redelijk zijn, in verhouding met de te verwachten tegenprestatie. Vraag een proefdruk indien u er toch wil op ingaan, zo kan u de kwaliteit van het document pas echt beoordelen. - Lees goed na welk document u tekent.
Gaat het om een aanvraag naar nadere informatie of plaatst u een handtekening onder een bestelbon? Ga op zoek naar de mogelijke kleine lettertjes op het document. Daaruit valt vaak de werkelijke aard van de aanbieding af te leiden. De kleine lettertjes zullen melding maken van de prijs en de duurtijd van het contract. - Hebt u toch een bestelbon getekend waarvan u achteraf twijfels krijgt over de eerlijke aard van de firma of bent u recentelijk op een soortgelijk aanbod ingegaan en was dit niet de bedoeling?
Stuur meteen een aangetekend protestschrijven waarbij u aangeeft dat u misleid werd door de gebrekkige informatie en dat u nooit de intentie had om te contracteren en uw handtekening dus op basis van dwaling tot stand kwam en er daarom geen sprake kan zijn van een geldige toestemming. Vraag daarin ook meteen uit al hun bestanden gewist te worden zodat u in de toekomst niet langer door hen aangeschreven wordt. U kan daarnaast ook een klacht indienen bij de bevoegde Economische Inspectie bij de FOD Economie.
Bij ons kan u op eenvoudige vraag een modelbrief en een klachtenformulier ontvangen.
Twijfelt u over een bepaald aanbod, contacteer ons dan op info@vlaamsartsensyndicaat.be
of contacteer ons op het nummer 03 238 98 60.
Bron: Unizo

Standpunt van de Nationale Raad van de Orde van geneesheren mbt de bijdrage in La Dernière Heure
In zijn vergadering van 5 maart 2011 besprak en beoordeelde de Nationale Raad van de Orde van geneesheren de op 6 oktober 2010 in de rubriek Belgique van het dagblad La Dernière Heure gepubliceerde, op een zogenaamd teleinterview gebaseerde, bijdrage van Nawal Bensalem “Bart (De Wever, voorzitter N-VA) vu par un psychiatre”, welke psychiater met de heer Bart De Wever geen patiëntrelatie had noch heeft.
Deze bijdrage gaf aanleiding tot heel wat negatieve reacties en perscommentaren.
Op klacht van de heer Bart De Wever heeft de provinciale raad van inschrijving van de betrokken psychiater, naar blijkt uit het door de Nationale Raad opgevraagde tuchtrechtelijk dossier, deze zaak in overeenstemming met zijn opdracht onderzocht.
De Nationale Raad heeft begrip voor de negatieve reacties waartoe de voormelde bijdrage in La Dernière Heure aanleiding heeft gegeven en waarvan de weergegeven inhoud met enige verduidelijking wordt bevestigd op ondervraging door de RTBF - zie de rubriek “entre nous” in de uitgave van 4 november 2010 van het dagblad Le Soir- indruist tegen meerdere bepalingen van de Code van Geneeskundige Plichtenleer en niet strookt met de terughoudendheid waartoe artsen zijn gehouden en afbreuk doet aan de in acht te nemen waardigheid van het artsenberoep.
De Nationale Raad onderzoekt de hem ter beschikking staande mogelijkheden om voortaan zulke niet met de deontologische verplichtingen strokende gedragingen uit te sluiten.

Fouten in het gepersonaliseerde activiteitenverslag voor huisartsen
In juli 2010 heeft het RIZIV aan elke huisarts met minstens 500 patiëntencontacten per jaar een activiteitenverslag gestuurd, met een globaal en gepersonaliseerd beeld van zijn praktijk. Ongeveer 10.000 huisartsen hebben dit verslag gekregen. Dit verslag had voornamelijk een didactische en informatieve rol. Het was geenszins de bedoeling om de kwaliteit van de huisartsenpraktijken te beoordelen of om een of andere procedure te starten.
Als gevolg van een reactie van een arts en van grondige kwaliteitscontroles heeft het RIZIV 3 vergissingen vastgesteld, die in het permanente proces ter verbetering van de kwaliteit van dit activiteitenverslag worden geïntegreerd.
Lees hier het persbericht van het RIZIV dd. 11 februari 2011.

Reactie BVAS bij ontslag van een ziekenhuisarts: persbericht dd. 21/01/2011
Naar aanleiding van een recent ontslag van een arts uit een ziekenhuis, een ontslag dat ook in de media heel wat weerklank heeft gevonden, wenst de BVAS, als verdediger van de belangen van de artsen, enkele belangrijke principes in herinnering te brengen in verband met het ontslag van artsen uit het ziekenhuis.
Het behoort ontegensprekelijk tot de taken van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis om zich te beraden over het eventuele ontslag van een arts uit het ziekenhuis. Indien de Raad van Bestuur redenen meent te hebben om tot een ontslag over te gaan dient zij wel duidelijk de in de ziekenhuiswet omschreven procedures en regels te volgen.
Naar aanleiding van dit concreet ontslag dienen ondertaande regels nageleefd te worden :
1. Een ontslag kan enkel betekend worden nadat voorafgaand het advies werd ingewonnen van de medische raad. De medische raad moet zich onafhankelijk en onbevooroordeeld kunnen uitspreken over een voorstel tot ontslag .
Een beheerder die aan de medische raad meedeelt dat hij tot ontslag is overgegaan en dan goedkeuring vraagt, beperkt de vrijheid en onafhankelijkheid van de medische raad en overtreedt uiteraard de bepalingen van de ziekenhuiswet.
2. Het combineren van de functie van hoofdgeneesheer en effectief lid van de medische raad
is niet wenselijk want het bemoeilijkt de objectieve werking van de medische raad.
Gezien de hoofdgeneesheer per definitie zeer nauw samenwerkt met de directeur van het ziekenhuis en hij in het overgrote deel van de Vlaamse ziekenhuizen veelal zelfs lid is van het directiecomité en vaak zelfs systematisch wordt uitgenodigd om de raad van beheer bij te wonen, is er minstens sprake van een belangenconflict indien diezelfde hoofdgeneesheer eveneens als stemgerechtigd lid zetelt in de medische raad.
Het klopt dat de wetgever niet specifiek verbiedt dat een hoofdgeneesheer deel uitmaakt van de medische raad. De wet bepaalt wel dat de hoofdgeneesheer ‘gehoord’ kan worden in de medische raad, en stelt verder ook heel duidelijk dat hij in elk geval niet het voorzitterschap van de medische raad op zich kan nemen.
Samengevat. Ook al is het strikt gezien niet wettelijk verboden, door de reële kans op belangenconflict is het in elk geval niet aangewezen dat een hoofdgeneesheer eveneens stemgerechtigd lid is van de medische raad.
3. De ziekenhuiswetgeving stelt dat de omstandigheden waarin tot ontslag kan worden overgegaan en de procedures volgens dewelke dit moet gebeuren, moeten beschreven worden in de algemene regeling van de ziekenhuizen.
In de meeste gevallen wordt in de algemene regeling van de ziekenhuizen bijvoorbeeld voorzien dat bij ontslag van de arts een opzegperiode moet voldaan worden of wordt minstens voorzien dat
in onderling overleg tot betaling van een vergoeding wordt overgegaan zonder dat hiervoor een opzegperiode moet gepresteerd worden.
Een beheerder die autonoom stelt dat de arts niet meer dient te presteren, hiervoor eigenmachtig een vergoeding stort aan de arts en bijgevolg aan de arts de mogelijkheid ontzegt tot toegang in het ziekenhuis, gaat eigenlijk over tot een verkapte vorm van afzetting uit het ziekenhuis en zondigt bijgevolg tegen de ziekenhuiswet en tegen de algemene regeling.
Een ziekenhuis dat een arts op straat zet die geen manifeste fouten begaat en haar/hem de mogelijkheid ontneemt om haar/zijn patiënten op de hoogte te brengen van haar/zijn vertrek zondigt bovendien ook tegen het belang van de patiënt en zijn recht op een kwaliteitsvolle en continue verzorging.
4. Dit alles onderstreept nog maar eens het belang van een sterke en goed functionerende medische raad. De medische raad moet er zich van bewust zijn dat hij ook de belangen van de artsen moet verdedigen... Een regelmatig overleg met de algemene vergadering van de ziekenhuisgeneesheren is de beste garantie voor een goed functionerende medische raad, die constant de moeilijke evenwichtsoefening moet maken tussen het behartigen van de belangen van zowel de patiënten, artsen en van het ziekenhuis.
Belangrijk is ook dat de medische raad kan functioneren op basis van een duidelijk geformuleerd huishoudelijk reglement dat o.m. regels vastlegt voor het verlenen van eventuele volmachten, voor de wijze waarop gestemd wordt, etc. Zo bijvoorbeeld zou zo’n reglement ook moeten voorzien dat een lid van de medische raad niet kan stemmen over dossiers waarbij hij eventueel persoonlijk zelf betrokken is. Als zulks niet specifiek is voorzien, kan men het stemrecht niet zomaar ontnemen. De vermelding in punt 3 inzake incompatibiliteit tussen het lidmaatschap van de medische raad en de hoofdgeneesheer kan ook in dit reglement opgenomen worden.
Tot slot.
Gevallen als deze tonen aan dat de ziekenhuiswet zoals die in 2008 werd gecoördineerd, tal van onvolledigheden en tekortkomingen bevat.Tegen deze achtergrond wordt het nog maar eens duidelijk hoe belangrijk het is dat artsen kunnen terugvallen op een sterk artsensyndicaat dat hun belangen kan verdedigen. De BVAS zal in elk geval blijven opkomen voor de belangen van haar leden en daardoor finaal ook voor alle Belgische artsen.
De BVAS stelt daarom zijn kennis ter beschikking aan de medische raden en aan de artsen om hun belangen te verdedigen. Onze ervaring leert ons dat conflicten in ziekenhuizen slechts kunnen opgelost worden via overleg tussen artsen, directies en raden van bestuur.
Hiervoor is de medisch raad het overlegorgaan bij uitstek, op voorwaarde dat dit orgaan de belangen van de artsen onafhankelijk kan verdedigen. Ons syndicaat staat klaar om de artsen hierover verder te informeren en te ondersteunen.
Dr. Marc Moens
Voorzitter BVAS

Uiteindelijke publicatie en wijzigingen aan het beschikbaarheidshonorarium (BS 11/02/2011)
Naar aanleiding van een verzoekschrift tot vernietiging van het koninklijk besluit van 29 april 2008 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt voor de geneesheren die beschikbaar zijn voor de door een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten, heeft de Raad van State op 16 december 2009 een arrest geveld waarmee artikel 3 wordt vernietigd. In dat artikel waren de specialismen opgesomd die recht gaven op het beschikbaarheidhonorarium. De Raad van State oordeelde dat de beperking tot 11 specialismen niet conform was met de wetgeving, aangezien zij een ander specialisme uitsloot, terwijl de uitsluiting van dat specialisme op de lijst niet op een objectief criterium berustte.
Op de vergadering van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen van 8 maart 2010 werd er een consensus bereikt over het principe omtrent de beschikbaarheidshonoraria.
De lijst van de artsen die in aanmerking komen voor deze vergoeding wordt uitgebreid naar al de houders van beroepstitels die ressorteren onder één van de basisdisciplines zoals bedoeld in artikel 1 van het K.B. van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde. Dit heeft dan wel tot gevolg dat het beschikbare budget nu moet gedeeld worden door een groter aantal specialismen.
De Heer De Cock, administrateur-generaal van het RIZIV en voorzitter van de Nationale commissie artsen –ziekenfondsen, gaf ons eerst weinig hoop aangaande de publicatie van het besluit omdat het kabinet oordeelde dat het niet onder de lopende zaken zou ressorteren. De BVAS heeft bleef quasi
elke vergadering van het Verzekeringscomité (in aanwezigheid van de regeringscommissarissen) alsook in de medico-mut aandringen op de publicatie.
Het KB van 03.02.2011 werd uiteindelijk in het Belgisch Staatsblad van 11.02.2011 gepubliceerd.
Als gevolg van deze wijziging kunnen 34 bijzondere beroepstitels recht uitoefenen op deze beschikbaarheidshonoraria, op voorwaarde dat er aan een daadwerkelijke beschikbaarheid is voldaan in het raam van een wachtdienst in een ziekenhuis.
Er werden wel enkele beperkingen opgenomen. Indien een geneesheer-specialist gedurende een wettelijke feestdag of een weekend tegelijkertijd beschikbaar is voor meerdere specialismen, dan kan deze beschikbaarheid slechts onder één bijzondere beroepstitel worden meegedeeld. Deze forfaitaire honoraria zijn daarenboven verschuldigd per bijzondere beroepstitel, ongeacht het aantal geneesheren-specialisten dat heeft deelgenomen aan de beschikbaarheidsregeling voor dat specialisme. Tot slot werd een beperking opgenomen tot een maximum van 11 forfaitaire honoraria die door het Riziv worden betaald aan eenzelfde ziekenhuis of Medische raad voor eenzelfde weekend of feestdag.
Gelet op deze beperkingen, zal over de verdeling van de honoraria tussen de verschillende geneesheren-specialisten die daadwerkelijk beschikbaar waren in het kader van de wachtdienst in het ziekenhuis, binnen het ziekenhuis in vele gevallen een regeling uitgewerkt moeten worden (bvb. indien meer dan 11 bijzondere beroepstitels of indien meerdere specialisten binnen één bijzondere beroepstitel op eenzelfde weekend of feestdag beschikbaar waren).
Let wel: het is wel degelijk de bedoeling dat deze forfaitaire honoraria ook daadwerkelijk worden uitbetaald aan de van wacht zijnde artsen. Het gewijzigde KB stelt immers dat de hoofdgeneesheer erover “waakt” dat de volledige forfaitaire beschikbaarheidshonoraria worden doorgestort aan de geneesheren-specialisten welke werden meegedeeld aan het RIZIV. Hiermee wil men nogmaals uitdrukkelijk beklemtonen dat de honoraria toekomen aan de artsen die effectief hebben ingestaan voor de wacht, zoals de BVAS steeds heeft geëist.
Klik hier om de gecoördineerde versie van het KB van 29 april 2008 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt voor de geneesheren die beschikbaar zijn voor de door een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten te raadplegen.

BVAS lost problemen rondom globaal medisch dossier op: persbericht dd. 08/02/2011
Tijdens de vergadering van de Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen 07.02.2011, heeft de BVAS er voor gezorgd dat:
- de huidige regeling in verband met het GMD ongewijzigd blijft in het jaar 2011
- de opening van een globaal medisch dossier in de toekomst, na 2011, kan blijven gebeuren via de code 102771 met contante inning of via regeling derdebetalende. Het ASGB had geëist om ook de opening van een GMD niet meer contant of via regeling derdebetalende te laten verlopen.
- de betaling van de verlenging aan het begin van het verlengingsjaar zou gebeuren.
- een werkgroep zal opgericht worden om criteria vast te leggen volgens dewelke het GMD zal verlengd worden of zal toegewezen worden aan een nieuwe titularis. Een periode van 3 maand zal voor de BVAS als referentie dienen.
- de collegae regelmatig zullen geïnformeerd worden over hun GMD-bestand en over het eventuele verloop van patiënten die een GMD bij een andere collega hebben geopend.
De redactie van het ontwerp van KB dat de uitvoering van het raamakkoord zal regelen, wordt in de loop van 2011 aan een ad hoc werkgroep van de Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen toevertrouwd.
Dr. Marc MOENS, Voorzitter BVAS
Klik hier om het persbericht van het RIZIV te raadplegen.

Winnaars Limericks for Life
In het kader van Music for Life van Studio Brussel heeft ook het Vlaams Artsensyndicaat een actie op touw gezet voor de Afrikaanse weeskinderen. Met de actie Limericks for Life spoorde het grootste artsensyndicaat alle artsen aan om zich van hun meest creatieve kant te laten zien door een leuke limerick te schrijven.
De actie bleek een groot succes. Niet minder dan 212 Limericks for Life werden ingezonden. Zelfs Dr. Luc Beaucourt en Dr. Louis Ide zonden een limerick in voor het goede doel. Aangezien elke limerick € 5 opbracht voor het goede doel, heeft het Vlaams Artsensyndicaat dankzij tal van dichtende artsen het mooie bedrag van € 1060 aan Music for Life overgemaakt.
Zoals aangekondigd beloont het Vlaams Artsensyndicaat de 5 beste Limericks for Life met het boek “Meneer Doktoor” van Peter Vandekerckhove, die ze eerstdaags in hun brievenbus zullen terugvinden. Daarvoor werd een deskundige jury ingeschakeld onder leiding van dhr. Michaël Vandebril, coördinator Antwerpen Boekenstad. Niemand minder dan stand-up comedians Wim Helsen en Philippe Geubels stonden dhr. Vandebril bij en bekeken alle limericks met een kritisch oog. De jury heeft uiteindelijk besloten dat de Limerick for Life van Dr. Karel Watteyne uit Loppem de beste inzending is. Voor Wim Helsen en Michaël Vandebril was dit hun topfavoriet :
Er was eens een dokter uit Gent
Met zijn job was hij niet meer content
Die consultaties ben ik zo moe
Ik ben aan een nieuwe uitdaging toe
Vanaf nu word ik patiënt
De tweede en derde beste inzending komen respectievelijk van Dr. Mathieu Vanfleteren uit Gent en Dr. Erwin Van Damme uit Vosselaar:
Er was eens een dokter uit Gent
die graag eens zijn vrouw had verwend
Hij kocht haar op de Kouter
Een groene tuinkabouter
Nu heeft zijn vrouw een andere vent
Er was eens een dokter uit Paal
met een allergie aan garnaal
Maar in een kroket
zaten er ingebed
dus het hapje werd hem fataal
De vierde beste Limerick for Life werd ingezonden door Dr. Spaas Miriam uit Schilde :
Er was eens een dokter uit Gent
een vasculaire, en zeer competent
toen zijn wc was verstopt
heeft hij zich als loodgieter ontpopt
koelbloedig stak hij een stent.
De topfavoriet van Phillipe Geubels strandt weliswaar op de vijfde plaats, maar is daarom niet de minste. Deze limerick werd ingezonden door Dr. Jozef Wijndaele uit Erpe-Mere :
Er was eens een huisarts uit Gent
Goede dokter en steengoede vent
Maar in 't glazen straatje
Was't een ander plaatje
En ging ie meer dan vrolijk uit zijn tent!
Met deze vrolijke noot bedankt het Vlaams Artsensyndicaat alle artsen voor de vele inzendingen en beginnen we samen aan een gelukkig en voorspoedig 2011.
Alle ingezonden Limericks kan u hier nog nalezen.
