Overlijden

Hoe omgaan met het overlijden van een COVID-19-patiënt

Deze richtlijn werd opgemaakt om te bepalen hoe wordt omgegaan met het lichaam van een persoon die gestorven is aan COVID-19. Overlijdens kunnen plaatsvinden in het ziekenhuis, zorginstelling of in een thuissituatie

Algemeen gelden de bestaande procedures die worden toegepast bij een overlijden ten gevolge van een andere acute luchtweginfectie, zoals griep. Een virus overleeft over het algemeen niet op een overledene. Maar tot kort na het overlijden is een overledene nog wel besmettelijk. Bij lage temperaturen door koeling van het lichaam en hoge luchtvochtigheid kan een virus nog tot drie dagen na overlijden aanwezig zijn.

Op basis van de huidige gegevens wordt het SARS-CoV-2 virus tussen mensen overgedragen via druppeltjes, gecontamineerde fomieten en nauw contact, met mogelijks verspreiding via de ontlasting. Het virus is niet intrinsiek luchtoverdraagbaar. Omwille van de beperkte kennis van dit nieuwe virus kan de nodige voorzorg die momenteel gehanteerd wordt, herzien worden indien nieuwe informatie beschikbaar komt.

U kan de procedure voor het beheer van een overlijden van een patiënt met COVID-19 hier raadplegen (versie 30.04.2020).

 


Artsen met vragen over de maatregelen tijdens deze COVID 19-crisis kunnen bij het RIZIV terecht op covid19@riziv-inami.fgov.be

 
 
Deel dit bericht: 
Deel dit bericht

Lid worden

Hier vindt u alles wat uw lidmaatschap bij het Vlaams Artsensyndicaat inhoudt.

Ontdek hier uw lidmaatschap.

Lees ook