Home > Startende artsen > Overstap naar vennootschap Sitemap | Contact

Overstap naar vennootschap


printer

Wanneer de overstap naar een vennootschap maken

Het antwoord op de vraag wanneer een arts best de overstap van een uitbating (eenmanszaak) naar een vennootschap maakt, is een stuk minder edelmoedig dan de uitoefening van het artsenberoep zelf. De belangrijkste beweegreden is immers van puur fiscale aard.

Voor de fiscus vormen de arts en zijn uitbating immers één geheel. Er worden geen afzonderlijke fiscale aangifte en aanslag voorzien voor de arts en diens praktijk. Alle winst van de artsenpraktijk wordt bijgevolg progressief belast in de personenbelasting van de arts zelf, waarbij het hoogste belastingtarief van 50% (vanaf 34.330 €) door de hardwerkende arts sneller bereikt is dan verwacht.

De vennootschap daarentegen heeft rechtspersoonlijkheid en vormt een zelfstandige entiteit met eigen rechten en verplichten. Er bestaat een duidelijke afsplitsing tussen het privé-vermogen van de arts en het vermogen van de artsenvennootschap. De vennootschap heeft dan ook een afzonderlijke fiscale aangifte. Bovendien wordt de vennootschap belast in de vennootschapsbelasting waarbij het maximale tarief 33,99% bedraagt.

De arts kan op zijn beurt, naargelang zijn wensen en behoeften, inkomsten halen uit zijn artsenvennootschap. Dit kan onder diverse vormen: bezoldiging, tantième, dividend enz. Elk met zijn eigen fiscale kostenplaatje.

Het fiscale voordeel van een artsenvennootschap ligt dus zeker niet alleen in de lagere tarieven van de vennootschapsbelasting, maar des te meer in de mogelijkheid om de inkomsten van de artsenpraktijk fiscaal te optimaliseren. Het komt er op aan om de inkomsten van de vennootschap enerzijds en deze van de arts zelf anderzijds zodanig te organiseren dat er zo min mogelijk belastingen worden betaald.

Eens de beslissing voor een vennootschap genomen is, dient nagedacht te worden over welke vennootschapsvorm het meest interessante is. Aangezien de beroepsaansprakelijkheid van de arts niet beperkt kan worden door het aannemen van een vennootschapsvorm, moet de arts verder kijken dan zijn neus lang is. De BVBA is ver niet de enige in zijn soort met voordelen voor de arts. In een latere bijdrage zullen de pro’s en contra’s van de meest courante vennootschapsvormen onder de loep genomen worden.

Mevr. Cindy Dhondt
Alaska Antwerpen-Waasland