BVAS verzet zich tegen de geleidelijke overdracht van medische taken naar apothekers
Wat vaak wordt voorgesteld als “versterkte samenwerking”of “zorginnovatie” of “wederkerige informatie-uitwisseling” leidt in de praktijk tot een geleidelijke verschuiving van medische verantwoordelijkheden, zonder duidelijke wetenschappelijke onderbouwing of evaluatie van de echte patiëntwinst.
We zien dat in recente voorstellen de apothekers steeds vaker worden ingezet in domeinen die traditioneel tot de medische praktijk behoren, zoals vaccinatie, POCT-testing, bloedafname voor HIV, zelfmoordpreventie, medicatienazichten met facultatieve feedback naar de huisarts en programma’s rond afbouw van benzodiazepines.
BVAS stelt vast dat hierbij vaak drie kernvragen onbeantwoord blijven:
- Wat is de meerwaarde voor de patiënt ?
- Hoe worden verantwoordelijkheden juridisch en klinisch afgebakend ?
- Hoe wordt onafhankelijkheid gegarandeerd wanneer ook economische belangen meespelen ?
Multidisciplinaire samenwerking blijft voor BVAS belangrijk, maar mag niet verworden tot een stille taakverschuiving zonder bewijs van klinische meerwaarde. De arts blijft eindverantwoordelijk voor diagnose, behandeling en globale coördinatie van de zorg. BVAS benadrukt dat de rol van de huisarts als centrale coördinerende zorgverlener niet mag worden uitgehold.
Echte samenwerking vertrekt volgens BVAS vanuit duidelijke complementariteit. Artsen staan in voor klinische diagnose en behandelbeslissingen. Apothekers hebben een belangrijke rol in farmaceutische expertise, zoals geneesmiddelen, interacties en veiligheid. Die duidelijke afbakening maakt samenwerking veilig en efficiënt.
BVAS wijst ook op een aantal terugkerende bezorgdheden. Er is geen overtuigend bewijs voor verbetering van harde klinische eindpunten of geëvalueerde resultaten. De rolverdeling met bestaande zorgactoren zoals huisarts, specialist maar ook bvb. CRA (Coördinerend Raadgevend Arts) blijft onduidelijk. Er zijn vragen rond toegang tot en gebruik van patiëntgegevens. En nieuwe financieringsstromen worden ingevoerd zonder voldoende aangetoonde gezondheidswinst.
BVAS vraagt daarom dat elke verdere uitbreiding van bevoegdheden enkel gebeurt op basis van duidelijke wetenschappelijke evidentie. Er moet ook transparante evaluatie zijn van patiëntuitkomsten. Daarnaast is een duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden noodzakelijk. Hervormingen in de zorg moeten voorafgegaan worden door een breed maatschappelijk debat, niet door losse beleidsstappen.
In die optiek is het moeilijk te begrijpen waarom de vraag van BVAS om huisartsen toe te laten vaccins zelf te stockeren en af te leveren wordt tegengehouden. Nochtans laat een geïntegreerde aanpak - consultatie, vaccinatie en toediening in één zorgmoment - toe om drempels te verlagen en de vaccinatiegraad te verhogen. In landen zoals Nederland, het VK, Duitsland en verschillende Scandinavische landen is dit al gangbare praktijk, met gelijkaardige of hogere vaccinatiegraden en zonder signalen van bijkomende veiligheidsproblemen. Het lijkt dan ook moeilijk te verantwoorden waarom deze patiëntgerichte aanpak in België op weerstand blijft botsen.
“Met één duidelijke focus: de kwaliteit en samenhang van de zorg voor de patiënt moeten centraal blijven, en mogen niet verschuiven naar een louter organisatorische of economische hertekening van taken.”
Ter ondersteuning van deze visie werden onderstaande drie standpunten toegevoegd.
Deze documenten tonen aan dat BVAS dit dossier op meerdere fronten opvolgt:
- het standpunt over HIV-screening in de officina-apotheek;
- het standpunt over de uitbreiding van de adviesrol van apothekers in regelgeving rond voorschrijfbevoegdheden van andere zorgberoepen;
- het standpunt over IPO-medicatienazicht in woonzorgcentra.
Dr. Patrick Emonts
BVAS-ABSyM Voorzitter
