De standpunten van BVAS over het ACA-dossier
Het rapport van de ACA-werkgroep stelt een grondige herziening voor van de nomenclatuur van consultaties en aanverwante handelingen (ACA), die voor alle medische disciplines geldt, en die voornamelijk gebaseerd is op de bestede tijd, waarbij minder gewicht wordt toegekend aan risico en complexiteit. Het rapport beoogt meer samenhang en rechtvaardigheid tussen de specialismen te creëren, niet-technische activiteiten (consulten, overleg, toezicht, opnames en ontslagen uit het ziekenhuis) beter te waarderen, de continuïteit en kwaliteit van de zorg te versterken en de medische aanwezigheid in het ziekenhuis te ondersteunen, en dit alles binnen een vast budget.
BVAS staat achter de algemene doelstellingen van samenhang en het terugdringen van ongerechtvaardigde verschillen in vergoedingen, maar maakt daarbij ernstige kanttekeningen:
- door het ontbreken van financiële simulaties is het onmogelijk om de werkelijke impact per specialisme in te schatten
- het ontbreken van een onderscheid tussen intellectuele kosten en exploitatiekosten brengt het risico met zich mee dat de werkelijke kosten niet worden gedekt en ondermijnt de bescherming van de medische honoraria
- door de invoering van talrijke nieuwe prestaties worden de samenstelling en de houdbaarheid van het ACA-budget onduidelijk.
- Tot slot benadrukt BVAS een fundamenteel punt: de hervorming mag in geen geval leiden tot een verlaging van de waarde van de RVU of tot een verzwakking van de bestaande ATMC-prestaties en roept op tot een open en transparant debat binnen de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen of medicomut (NCAZ) alvorens structurele beslissingen worden genomen.
Hieronder vindt u de gedetailleerde punten die BVAS wil benadrukken:
-
Het belangrijkste punt betreft het buitensporige verschil tussen de RVU's voor intellectuele prestaties van de verschillende medische disciplines (Nota NCAZ 2026-035, p. 41/72, 1.A.001). Dit verschil is veel te groot: het varieert van 1 tot 2,25. Het mag maximaal 1,5 niet overschrijden. Het idee dat de intellectuele waarde van een bepaald specialisme hoger is dan die van een ander, kan niet worden onderbouwd op basis van verschillen in opleidingsduur (minder dan een spreidingsfactor van 1 tot 1,5) noch op basis van consultatieduur van 40 tot 45 minuten (niet systematisch toegepast in de praktijk bij de follow-up, zelfs bij complexe gevallen), noch op de beperkte technische handelingen die verband houden met de intellectuele waarde (snellere consulten). Het ideaal, om trouw te blijven aan het oorspronkelijke principe, is om bij een RVU* van 1 te blijven voor alle gevallen, met nog te definiëren uitgebreide toeslagen (nieuwe patiënt, complexe patiënt met geïdentificeerde chronische pathologie, consult buiten de normale uren, ...) maar met een maximum van 1,5. Enige uitzonderingen: de psychiatrie, de spoedeisende hulp, de IC's en de genetica, die aparte hoofdstukken moeten blijven.
-
Het voorstel houdt in dat de toegekende RVU-waarde als „all-inclusive“ wordt beschouwd, inclusief kosten. Dit is onaanvaardbaar. De ACA heeft betrekking op het intellectuele deel, exclusief de kosten van het kabinet bij specialisten en huisartsen. Deze kosten moeten apart in aanmerking worden genomen, hetzij door een wijziging van artikel 35, lid 4, hetzij door een praktijkvergoeding, of door een extra RVU-waarde of een extra coëfficiënt indien het niet mogelijk is zich te beperken tot het intellectuele gedeelte.
-
De indeling van de chirurgische disciplines in verschillende categorieën voor raadplegingen is kunstmatig en berust op geen enkele objectieve grondslag, noch wat betreft het aantal raadplegingen per zorgverlener, noch wat betreft het aantal technische of chirurgische prestaties per zorgverlener. Alle chirurgische disciplines moeten wat betreft consulten in één enkele ACA-categorie worden ondergebracht.
-
In de ziekenhuisactiviteit zijn opnames en ontslagen uitsluitend RVU's van chirurgen. Er zou een RVU van 1 moeten worden toegekend aan de taak van de anesthesist.
-
Wanneer een assistent een dienst verricht in een ziekenhuis, wordt de waarde teruggebracht tot 75 % als de stagemeester op afstand toezicht houdt (momenteel bedraagt dit percentage 100 %). Dit percentage moet op 100 % blijven staan om de financiering van de assistenten niet in gevaar te brengen.
-
Er moet een duidelijke omschrijving komen van de speciale verstrekkingen bij euthanasie, bezoeken in de palliatieve zorg en overleg tussen verschillende zorgverleners.
-
In het honorarium voor de permanentie is iets vergeten: de RVU voor de permanentie tussen 18.00 en 23.00 uur.
-
De nomenclatuur bestaat uit 3 hoofdstukken (ACA, ATMC, AMTAA). De bronnen waaruit de ACA wordt gevoed, moeten duidelijk worden aangegeven, met inbegrip van eventuele overdrachten vanuit het Budget Financiële Middelen (BFM) voor de disciplines intensieve zorg en spoedeisende geneeskunde. Er mogen geen overdrachten worden gepland van de ATMC naar de ACA.
-
De ACA heeft een hele reeks nieuwe prestaties ingevoerd zonder extra budget. Dit leidt tot een ernstige uitholling van de waarde van de RVU. Om dit te voorkomen, moeten er prioriteiten gesteld worden, door vanaf nu alleen de nieuwe prestaties in het huidige budget op te nemen. De prioriteringscriteria moeten worden vastgesteld met het doel van de hervorming van de nomenclatuur in het achterhoofd.
-
Er moeten criteria worden vastgesteld om te bepalen welke medische specialismen een herwaardering behoeven, en er moet een financiële simulatie worden gemaakt van de wijze waarop deze herwaardering kan plaatsvinden.
-
Er werd aangegeven dat er geen simulatie met financiële gevolgen in euro's zou worden uitgevoerd, maar dat er een plausibiliteitsanalyse zou worden uitgevoerd, waarbij de RVU als tijdelijk criterium zou worden gebruikt, om op basis van de gegevens van het RIZIV na te gaan of de toegekende RVU-waarde werkelijk correct is of overschat. Dit houdt een dubbel risico in. Ten eerste dat de RVU niet langer als een ‘referentiepunt’ wordt beschouwd, maar een normatief karakter krijgt, wat in strijd is met de gemaakte afspraken (de RVU's hebben geen normatief wat betreft de duur). Daarnaast is de geldwaarde van 1 RVU sterk ondergewaardeerd ten opzichte van de huidige geldwaarde van consulten, met ongewenste gevolgen voor de medische specialismen.
-
Het is noodzakelijk een afzonderlijk toezichtcomité voor de RVU op te richten, dat in het begin driemaal per jaar zou bijeenkomen voor de herijking van de RVU's en voor de vaststelling van RVU's voor elke nieuwe code. Dit comité zou ook minstens om de vijf jaar bijeenkomen om alle bestaande RVU's opnieuw te evalueren.
