Flexi-jobs mogelijk in alle sectoren: dit verandert er vanaf 1 juli 2026
Flexi-jobs uitgebreid naar alle sectoren
Vandaag zijn flexi-jobs enkel mogelijk in een beperkt aantal sectoren, zoals bijvoorbeeld in het paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en – diensten en in de kinderopvang. Met het nieuwe wetsontwerp zouden ze vanaf 1 juli 2026 in principe in alle sectoren worden toegelaten.
Daarbij krijgen sectoren wel inspraak. Via hun paritair comité kunnen ze beslissen om flexi-jobs volledig of gedeeltelijk uit te sluiten (opt-out). Ook later opnieuw toetreden (opt-in) blijft mogelijk. Hiervoor moet een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst (cao) worden afgesloten, met een aanvraag bij de RSZ uiterlijk op 30 september. De wijzigingen worden vervolgens jaarlijks vastgelegd in een koninklijk besluit, dat ingaat op 1 januari.
Voor het overgangsjaar 2026 zijn opt-ins en opt-outs uitzonderlijk mogelijk per kwartaal. Bestaande toelatingen en uitsluitingen kunnen tot uiterlijk 31 augustus 2026 bij koninklijk besluit gewijzigd of behouden blijven.
Welke functies komen in aanmerking?
Het wetsontwerp verruimt het toepassingsgebied van flexi-jobs ook qua functies. Zo worden zorgfuncties mogelijk, op voorwaarde dat de werknemer over de vereiste diploma’s beschikt.
Specifieke regeling voor de zorgsector
Voor de gezondheidssectoren (paritaire comités 330, 331 en 332) komt er extra flexibiliteit. Sectoren zullen een proportioneel deel van het totaal arbeidsvolume bij een werkgever kunnen openstellen of uitsluiten voor flexi-jobs.
Een gelijkaardige regeling bestaat vandaag al in de kinderopvang, waar flexi-jobs beperkt zijn tot 20% van het totale aantal tewerkstellingen. Die aanpak wordt nu uitgebreid naar delen van de zorgsector.
Aangepaste voorwaarden voor flexi-jobwerknemers
Naast de uitbreiding naar andere sectoren worden ook enkele belangrijke voorwaarden versoepeld.
1. Combinatie van contracten bij dezelfde werkgever
Een flexi-jobwerknemer mag in hetzelfde kwartaal (T) niet voorafgaand of bijkomend met een andere arbeidsovereenkomst of statutaire aanstelling werken bij dezelfde werkgever.
Voor uitzendkrachten komt hier een uitzondering. Zij mogen wel via hetzelfde uitzendkantoor werken als flexi-jobwerknemer, zolang ze niet bij dezelfde gebruiker tegelijk als uitzendkracht én als flexi-job actief zijn.
2. Verbonden ondernemingen
Vandaag geldt een beperking wanneer iemand al minstens 4/5 werkt in een verbonden onderneming. Straks verandert dit: werknemers die voltijds werken bij een verbonden onderneming, mogen wél een flexi-job uitoefenen. Het verbod blijft enkel gelden voor werknemers met een deeltijdse tewerkstelling van minstens 4/5. Stel dat een werknemer in de ene praktijk van een associatie van huisartsen voltijds werkt, dan kan hij vanaf 1 juli een flexi-job uitoefenen in een andere (verbonden) onderneming van de associatie.
3. Toegang voor gepensioneerden
De regeling voor gepensioneerden wordt ook flexibeler. De beoordeling of iemand gepensioneerd is, gebeurt voortaan in kwartaal T (in plaats van T-2). Daardoor kunnen gepensioneerden sneller starten met een flexi-job.
Nieuwe regels rond het flexiloon
Het basisloon is minstens gelijk aan het sectorale baremaloon. Het totale flexiloon blijft begrensd op 150% van dat basisloon.
Nieuw is dat bepaalde vergoedingen niet langer meetellen voor deze berekening. Toeslagen en voordelen die verplicht zijn via wetgeving of cao (bijvoorbeeld zondagstoeslagen) worden niet meer meegerekend. Extra vergoedingen die je als werkgever vrijwillig toekent, tellen wél nog mee.
Jaarlijkse evaluatie van het systeem
Tot slot voorziet het wetsontwerp in een jaarlijkse evaluatie van het systeem. Tegen de zomer van 2027 moeten sectoren rapporteren aan de minister van Werk en de minister van Sociale Zaken over het gebruik van flexi-jobs binnen de sector, en dit om veilige arbeidsomstandigheden te verzekeren en arbeidsongevallen te voorkomen.
