• Ons aanbod voor artsen in opleiding

    Heb je de Startersgids voor artsen in opleiding 2022 nog niet besteld? Vraag dan hier jouw GRATIS exemplaar aan.

    Om kennis te maken met het Vlaams Artsensyndicaat bieden we jou graag ons Startersaanbod.
    Voor € 30 (i.p.v. € 50) word je lid van ons syndicaat tot eind 2023.
    Dan ondervind je zelf wat wij voor jou kunnen betekenen.
    Geïnteresseerd? Klik hier voor ons Startersaanbod.
     

Nieuwe adviezen van de Orde

29.06.2021

2 nieuwe adviezen van de Orde van Artsen

1. Het medisch beroepsgeheim - Informatie aan de vader van een pasgeborene betreffende de behandeling voorgeschreven aan het kind omwille van de seropositiviteit van de moeder
2. Gebruik van camera's in een ziekenhuis voor medisch toezicht of onderwijsdoeleinden

1. Het medisch beroepsgeheim - Informatie aan de vader van een pasgeborene betreffende de behandeling voorgeschreven aan het kind omwille van de seropositiviteit van de moeder

In zijn vergadering van 19 juni 2021 onderzocht de nationale raad van de Orde der artsen een vraag betreffende het informeren van de vader van een pasgeborene over de behandeling die zijn kind krijgt door de seropositiviteit van de moeder, waarvan de vader niet op de hoogte is.

De arts die wordt geconfronteerd met dergelijke situatie dient rekening te houden met meerdere juridische, ethische en deontologische beginselen.

1- De arts waakt over het welzijn van de patiënt.

Zowel moeder als kind zijn patiënten; de gezondheidstoestand van beiden vereist evenveel aandacht.

2- Bij alle beslissingen die het kind betreffen, komen de belangen van het kind op de eerste plaats. (art. 22, Grondwet; art. 3.1, Verdrag inzake de rechten van het kind, New York, 20 november 1989)

3- De vertrouwensrelatie met het zorgteam houdt in dat de patiënt hen in vertrouwen kan nemen, toegang krijgt tot de beste zorg en zich houdt aan de behandeling. In het geval van HIV-positieve patiënten leidt dit tot een aanzienlijke vermindering van het risico van overdracht.

Preventie van HIV-overdracht van moeder op kind, door de behandeling van zowel moeder als kind, is van fundamenteel belang. De moeder moet naar behoren ingelicht worden over de ernstige gevolgen voor de gezondheid van het kind indien zij zich niet houdt aan de behandeling.

4- Het pasgeboren kind van een seropositieve moeder vereist speciale zorg, preventiemaatregelen en monitoring bij de geboorte, maar ook op lange termijn, zelfs als het kind niet besmet is (met name door de blootstelling aan antiretrovirale geneesmiddelen).

Het informeren van beide ouders over deze aspecten, het goed begrijpen en naleven ervan zijn noodzakelijk voor de goede gezondheid van de baby.

5- De arts is gehouden tot het beroepsgeheim, dat niet enkel de geheimen beschermt die de patiënt hem heeft toevertrouwd, maar ook alle inlichtingen waarvan de arts kennis heeft genomen in of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn beroep (artikel 25 van de Code van medische deontologie 2018, zie ook artikel 458 van het Strafwetboek).

De seropositiviteit van de moeder is informatie die onder het medisch geheim valt bij het gehele medische team dat zorg verstrekt aan de moeder en het kind.

7- De arts moet de ouders die het ouderlijk gezag over het kind uitoefenen of de voogd voorafgaand infomeren over de zorg die het kind nodig heeft en dient hun toestemming te bekomen alvorens de zorg toe te dienen. (artt. 8 en 12, §1 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt en artikel 20, 1ste lid, van de Code van medische deontologie 2018).

Er bestaat een wettelijk weerlegbaar vermoeden dat inhoudt dat ten aanzien van derden die te goeder trouw handelen, elke ouder geacht wordt te handelen met instemming van de andere ouder wanneer hij of zij alleen een handeling stelt die verband houdt met gezag (artikel 373, 2de lid, van het Burgerlijk Wetboek).

Het lid van het verzorgend team dat weet dat de vader niet op de hoogte is van de seropositiviteit van de moeder van zijn kind, kan zich niet op voormeld vermoeden beroepen om te rechtvaardigen dat de vader niet geïnformeerd wordt over de behandeling die op het kind toegepast wordt, ook al heeft de moeder daarmee ingestemd.

In het belang van het kind en teneinde elke bedreiging van zijn leven of elke ernstige aantasting van zijn gezondheid te voorkomen, wijkt de arts, in voorkomend geval in multidisciplinair overleg, af van de door de ouders genomen beslissing betreffende de toe te dienen zorg (artikel 15, §2 van de voornoemde wet van 22 augustus 2002).

Informatie is een recht dat verschilt van het recht om in te stemmen met een behandeling. Het feit dat de behandeling zo onontbeerlijk is dat het zorgteam deze zelfs zonder toestemming van de ouders zal toepassen om ernstige schade aan de gezondheid van het kind te voorkomen, doet geen afbreuk aan het recht van de ouders om geïnformeerd te worden over de zorg die aan hun kind verleend wordt.

8- De patiënt heeft recht op inzage in en afschrift van zijn dossier; dit recht wordt uitgeoefend door de ouders of de voogd zolang het kind minderjarig is (artikel 8 van voornoemde wet van 22 augustus 2002).

De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënt kan rechtvaardigen dat de arts het verzoek van de vertegenwoordiger van de minderjarige om inzage in of afschrift van zijn dossier te krijgen, geheel of gedeeltelijk afwijst (artikel 15, § 1, van de voornoemde wet van 22 augustus 2002).

In het onderhavige geval is de toepassing van deze uitzondering betwistbaar, aangezien het niet gaat om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarige ten opzichte van zijn vader, maar veeleer om de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de moeder.

Advies van de Nationale Raad

De bekendmaking van iemands seropositiviteit aan zijn entourage is moeilijk.

Een zwangere vrouw, op het ogenblijk dat ze in het ongewisse verkeert omtrent de virologische overdracht naar haar baby, bevindt zich in een psychologisch kwetsbare situatie omwille van de angst voor de reactie van haar partner bij de onthulling van haar seropositiviteit.

Zodra de zwangerschap aangekondigd is, moet zij psychologische steun krijgen om haar gerust te stellen, haar tot rede te brengen en haar te helpen haar seropositiviteit aan haar partner bekend te maken en om het paar te helpen een goede relatie met hun kind te ontwikkelen, ondanks de beangstigende context.

Net als de moeder heeft de vader van een pasgeboren kind het recht om spontaan door de gezondheidswerker ingelicht te worden over de preventieve behandeling die zijn kind krijgt en over de verantwoording van de diagnostische onderzoeken die verricht worden.

Geconfronteerd met de directe vragen van de vader over de zorg, zou zijn vertrouwen in het zorgteam sterk aangetast worden door ontwijkende of zelfs valse antwoorden.

Het informeren van de vader zal hem in staat stellen de gezondheid van zijn kind actief te volgen en eraan bij te dragen, terwijl zijn onwetendheid hem zou kunnen beletten adequaat te reageren.

Het verlies van vertrouwen in de medische wereld zou zeer nadelig kunnen zijn indien hij bij toeval de reden zou vernemen van de behandeling die zijn kind ondergaat of indien zou blijken dat het kind besmet is.

Indien een antiretrovirale, profylactische behandeling aan de neonaat wordt voorgeschreven, kan de informatie die de behandeling rechtvaardigt niet onthouden worden aan de vader, die het ouderlijk gezag heeft.

Wanneer een moeder weigert haar seropositiviteit bekend te maken aan de vader van de baby, staat het gezondheidsteam voor een dilemma tussen enerzijds het respecteren van het geheim dat de patiënt in staat gesteld heeft hen in vertrouwen te nemen en toegang te krijgen tot zorg in het belang van het kind, en anderzijds het informeren van de vader over de behandelingen, opdat maatregelen kunnen worden genomen en monitoring kan gebeuren die nodig zijn om de gezondheid van het kind te beschermen vanwege het besmettingsrisico.

De nationale raad beveelt aan dat in dit geval het belang van het kind nagestreefd wordt en dat de voorkeur gegeven wordt aan de oplossing die toegang biedt tot de beste zorg en behandeling om het kind te beschermen tegen ernstige schade aan zijn gezondheid, zelfs indien dit betekent dat het risico van besmetting als gevolg van de HIV-status van de moeder onthuld moet worden.

Alvorens een beslissing te nemen, moet rekening gehouden worden met de bijzondere medische, psychologische en sociale omstandigheden. Het welzijn van het kind vereist zorg, maar ook een omgeving die bevorderlijk is voor zijn ontwikkeling. De nationale raad beveelt aan dat het besluit het resultaat is van overleg binnen een ervaren multidisciplinair team.

In zo'n moeilijke situatie moet de beslissing gepaard gaan met de nodige multidisciplinaire, medische, psychologische en sociale ondersteuning voor beide ouders en het kind.

In zijn advies van 14 januari 2006, getiteld "HIV-positieve moeder", heeft de nationale raad geoordeeld dat er voldoende dwingende wettelijke en deontologische bepalingen zijn op grond waarvan het kind behandeld kan worden zonder dat de vader in kennis gesteld hoeft te worden van de toestand van de moeder.

In het onderhavige advies heeft de nationale raad dit standpunt herzien, aangezien het behoud van de gezondheid van een kind dat blootgesteld is aan besmettingsgevaar niet alleen een medische behandeling vereist maar ook voorzorgsmaatregelen en dagelijkse controle. Het belang van het kind is het doorslaggevend element om te verantwoorden dat de vader wordt ingelicht over de zorg die aan zijn kind wordt verleend.

terug

2. Gebruik van camera's in een ziekenhuis voor medisch toezicht of onderwijsdoeleinden

In zijn vergadering van 19 juni 2021 heeft de nationale raad van de Orde der artsen onderzocht onder welke voorwaarden het deontologisch aanvaardbaar is dat een patiënt gefilmd wordt met het oog op medisch toezicht tijdens een ziekenhuisopname of voor onderwijsdoeleinden.

De nationale raad herinnert eraan dat hij op 21 september 2019 een advies uitbracht over het installeren van een bewakingscamera in de onderzoeksruimte van een medische praktijk met als doel misdrijven te voorkomen of vast te stellen, getiteld “Bewakingscamera in een geneeskundepraktijk”.

Indien het gaat over het verwerken van beelden betreffende de gezondheid van een patiënt voor wetenschappelijk onderzoek, verwijst de nationale raad naar punt 3., B, van het document “Inleiding op de medische deontologie 2019-2020”.

1. Gebruik van camera’s voor medisch toezicht tijdens een ziekenhuisopname

Aangezien cameratoezicht een aanzienlijke aantasting van de privacy vormt, die de patiënt ook als een aantasting van zijn waardigheid kan ervaren, dient het slechts ingeschakeld te worden na een diepgaande ethische en medische reflectie. De hoofdarts, het diensthoofd en de functionaris voor gegevensbescherming (DPO) worden op de hoogte gebracht opdat de regels betreffende de gegevensbescherming worden gerespecteerd.

De gezondheidstoestand van de patiënt dient een permanent visueel toezicht te rechtvaardigen, zowel om een diagnose te stellen als om hem te verzorgen.

Het zorgteam moet ervan overtuigd zijn dat het gebruik van dit toestel bijdraagt tot de kwaliteit van de zorg en dat minder ingrijpende bewakingsapparatuur, zoals een monitoringstoestel, geen geschikt toezicht kan bieden.

Indien een beroep op cameratoezicht essentieel lijkt, moet het beperkt blijven tot wat nodig is voor de toezichtbehoeften van de patiënt. De ruimte waar gefilmd wordt, de periode gedurende welke gefilmd wordt, de noodzaak al dan niet op te nemen, de personen die de beelden kunnen bekijken, zijn allemaal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden om de inbreuk op het privéleven van de patiënt zo veel mogelijk te beperken en zijn welzijn te bevorderen.

Camera’s mogen de persoonlijke relatie tussen de leden van het zorgteam en de patiënten niet verstoren, noch door de frequentie van de contacten te verminderen, noch door de spontaniteit ervan aan te tasten. Medische onderzoeken en verzorging moeten altijd uitgevoerd worden in omstandigheden die de privacy van de betrokkene vrijwaren.

De patiënt dient vooraf ingelicht te worden over het plan camera’s in te zetten, de medische redenen ervoor en het gebruik dat gemaakt zal worden van de beelden. Hij moet, indien mogelijk, volledig ingelicht worden over de concrete modaliteiten voor het maken van beelden, de bewaring ervan, de toegang ertoe, de mogelijke alternatieven op het gebied van toezicht, enz.

De patiënt, of in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger, moet ermee instemmen gefilmd te worden met het oog op medisch toezicht. De weigering van de patiënt betekent niet dat hij geen recht meer heeft op kwaliteitsvolle verstrekkingen.

Wanneer, in spoedeisende omstandigheden, de wil van de patiënt of zijn vertegenwoordiger onzeker is, dient de zorgverstrekker onmiddellijk de nodige handelingen te stellen in het belang van de patiënt. De zorgverstrekker noteert de handeling in het patiëntendossier en tracht de toestemming van de patiënt te bekomen van zodra dit mogelijk is.

De beelden mogen enkel bekeken worden door een gezondheidszorgberoepsbeoefenaar, bekwaam voor het uitoefenen van medisch toezicht, die betrokken is bij de zorg en in de mate dat dit noodzakelijk is voor de de zorg waarmee hij belast is.

Het medisch beroepsgeheim, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de regels inzake de verwerking van persoonsgegevens en de rechten van de patiënt moeten gewaarborgd worden.

2. Verwerking van medische beelden met onderwijsdoeleinden – Schriftelijke en duidelijke goedkeuring

Beelden met betrekking tot de fysieke of mentale gezondheid van een identificeerbare natuurlijke persoon, met inbegrip van de toediening van gezondheidszorg, die informatie over de gezondheidstoestand van die persoon onthullen, zijn persoonsgegevens betreffende de gezondheid, waarvan de verwerking onderworpen is aan de naleving van de AVG en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

Om beelden betreffende de gezondheid van een identificeerbare persoon rechtmatig te kunnen verwerken, moet ook toegezien worden op de naleving van de andere geldende wetgevingen, met name inzake het medisch beroepsgeheim en het recht op afbeelding.

Rekening houdend met de medische ethiek en de wet, is de nationale raad van oordeel dat persoonsgegevens (betreffende een geïdentificeerde of rechtsreeks of onrechtstreeks identificeerbare natuurlijke persoon) niet voor onderwijsdoeleinden gebruikt mogen worden zonder de voorafgaande geïnformeerde en schriftelijke toestemming van de patiënt.

Indien de patiënt met een dergelijk gebruik instemt, moeten alle nodige maatregelen genomen worden om de identificatie van de patiënt tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door toepassing van pseudonimisering (zoals omschreven in artikel 4, 5de lid, van de AVG).

Om een geïnformeerde toestemming te kunnen geven, moet de patiënt vooraf volledig ingelicht worden over de modaliteiten van deze verwerking van hem betreffende beelden voor onderwijsdoeleinden, zodat hij er al dan niet mee kan instemmen met kennis van zaken.

terug

 
Deel dit bericht: 
Deel dit bericht