Terug-naar-werkbeleid: wat verandert er voor artsen?

31.03.2026

De federale overheid hervormt het beleid rond arbeidsongeschiktheid en re-integratie grondig, met één duidelijke ambitie: mensen sneller en duurzamer terug aan het werk krijgen. Die koerswijziging heeft ook gevolgen voor artsen, die steeds vaker een actieve rol opnemen in het traject naar werkhervatting.

De federale overheid heeft de afgelopen maanden het beleid rond arbeidsongeschiktheid en re-integratie grondig hervormd. De centrale doelstelling is om meer mensen sneller en duurzamer terug aan het werk te krijgen. Daarbij verschuift de focus van een eerder passieve benadering naar een activerend model, waarin het resterende arbeidspotentieel van de patiënt centraal staat.

Voor huisartsen en andere behandelende artsen betekent dit een duidelijke rolverschuiving: zij worden niet langer enkel gezien als attesterende artsen, maar steeds meer als actieve partners in het traject richting werkhervatting.

Nieuwe visie: van arbeidsongeschiktheid naar arbeidspotentieel

Een van de belangrijkste inhoudelijke veranderingen is de verschuiving van het klassieke concept “arbeidsongeschiktheid” naar het bredere begrip “arbeidspotentieel”. In plaats van enkel te beoordelen of een patiënt kan werken, wordt verwacht dat artsen ook inschatten wat een patiënt nog wél kan, zowel op korte als op langere termijn.

Arbeidsongeschiktheid wordt daarbij steeds meer beschouwd als een therapeutische beslissing, waarbij opvolging, regelmatige herevaluatie en begeleiding richting werkhervatting centraal staan.

In dat kader wordt momenteel gewerkt aan de invoering van een “fit note”, waarbij de focus verschuift van het al dan niet arbeidsongeschikt zijn naar wat de patiënt nog kan binnen een werkomgeving. Dit zal de rol van de arts verder doen evolueren richting functionele inschatting en advies.

Attesten arbeidsongeschiktheid: wat wijzigt concreet?

Vanaf 1 januari 2026 treden een aantal belangrijke wijzigingen in werking die een directe impact hebben op de praktijkvoering.

  • Zo wordt het verplicht om attesten van arbeidsongeschiktheid van meer dan 14 dagen, evenals verlengingen, elektronisch te versturen naar de ziekenfondsen via Mult-eMediatt. De voorafgaande toestemming van de patiënt is hiervoor niet langer vereist. Voor kortere periodes (≤ 14 dagen) blijft het papieren attest voor het ziekenfonds bestaan. Voor de werkgever kan nog steeds een papieren attest worden meegegeven.

    Lees hier meer info over Mult-eMediatt alsook de FAQ Mult-eMediatt.
    Hoe ga ik aan de slag met Mult-eMediatt? Volg de e-learning.

     

  • Daarnaast wordt sinds 2026 de maximale duur van een attest voor het ziekenfonds beperkt tot drie maanden, ongeacht de ernst van de ziekte. Indien nodig kan deze periode telkens verlengd worden met opnieuw maximaal drie maanden. Dit betekent dat artsen patiënten met arbeidsongeschiktheid frequenter zullen moeten opvolgen. Deze beperking van de duur van elke voorgeschreven periode tot maximaal drie maanden geldt alleen voor arbeidsongeschiktheidsattesten die bedoeld zijn voor het ziekenfonds en niet voor attesten die bedoeld zijn voor andere ontvangers (bijvoorbeeld de werkgever, enz.).
     
  • Ook de hervalregeling is gewijzigd: de termijn wordt verlengd van 14 dagen naar 8 weken. Wanneer een patiënt binnen deze periode van 8 weken opnieuw arbeidsongeschikt wordt, moet de arts expliciet beoordelen of het gaat om een herval van dezelfde aandoening dan wel om een nieuwe pathologie. Pas bij een nieuwe arbeidsongeschiktheid buiten deze termijn wordt opnieuw een volledige periode van gewaarborgd loon geopend. Dit brengt een bijkomende medische beoordeling en administratieve verantwoordelijkheid met zich mee.
     
  • Er wordt ook een wijziging doorgevoerd in de regeling rond kortdurende afwezigheden. Werknemers kunnen nog maximaal twee keer per jaar één dag afwezig zijn zonder medisch attest (voorheen drie keer). Ondernemingen met minder dan 50 werknemers kunnen hiervan afwijken en eigen afspraken hanteren.

    Opmerking: Bij afwezigheden van meer dan één dag blijft de verplichting bestaan om een medisch attest aan de werkgever te bezorgen. Dit attest moet binnen de twee werkdagen vanaf de start van de arbeidsongeschiktheid worden bezorgd. Onder “werkdagen” vallen alle dagen van de week, met uitzondering van zon- en feestdagen; ook zaterdag wordt als werkdag beschouwd, ongeacht het arbeidsregime van de werknemer.
    De termijn van twee werkdagen omvat de dag van ziekte zelf indien deze een werkdag is. Het attest moet binnen deze termijn worden overgemaakt, hetzij door afgifte, hetzij door verzending. In geval van verzending geldt dat het attest binnen de twee werkdagen moet worden verstuurd, niet noodzakelijk ontvangen.
    Zo moet bijvoorbeeld een werknemer die ziek wordt op vrijdag zijn attest uiterlijk op zaterdag hebben afgegeven of verzonden.
     

  • Sinds 1 januari 2024 geldt bovendien dat ziektedagen tijdens vakantie niet langer als vakantiedagen worden aangerekend, op voorwaarde dat de werknemer de juiste stappen volgt (verwittigen werkgever, attest bezorgen, enz.). Hiervoor kan facultatief een specifiek model gebruikt worden, dat beschikbaar is in verschillende talen.

    Zie in dit kader ook het advies van de nationale raad van 10 juni 2023, “Deontologische regels bij het attesteren van een arbeidsongeschiktheid tijdens of na een vakantie in het buitenland”.
     

Meer samenwerking en ondersteuning in de praktijk

  • De hervormingen zetten ook sterk in op samenwerking tussen artsen. Het TRIO-platform maakt het mogelijk om veilig en gestructureerd te communiceren tussen huisarts, arbeidsarts en adviserend arts van het ziekenfonds. Dit versterkt de rol van de huisarts als coördinator en maakt een betere afstemming van de begeleiding mogelijk.

    Het platform ondersteunt bovendien een meer geïntegreerde aanpak van langdurige arbeidsongeschiktheid, waarbij informatie sneller gedeeld kan worden en vragen of terugkoppelingen tussen artsen vlotter verlopen. Dit verlaagt de administratieve en communicatieve drempels en bevordert een meer continue opvolging van de patiënt.

    Het gebruik van het TRIO-platform gebeurt steeds met de toestemming van de patiënt voor het delen van relevante medische en administratieve gegevens binnen het platform.

    Opmerking: in punt 1.8 van het akkoord artsen–ziekenfondsen 2026–2027 stelt de NCAZ voor dat indien er in de toekomst bijkomende middelen beschikbaar komen, deze kunnen worden ingezet voor een vergoeding van de behandelend arts. Dit zou gelden voor deelname aan een TRIO-overleg of voor het gebruik van het TRIO-platform, met inbegrip van het aanleveren van de nodige informatie in het kader van het arbeidspotentieel en de re-integratiemogelijkheden.
     

  • Daarnaast wordt er ook ingezet op inhoudelijke ondersteuning. Via de Cebam Evidence Linker, geïntegreerd in het elektronisch medisch dossier, zijn terug-naar-werkfiches beschikbaar. Deze fiches ondersteunen artsen bij het bespreken van werkhervatting met patiënten en bij het nemen van beslissingen rond arbeidsongeschiktheid en re-integratie. Elke fiche bevat enerzijds medische informatie en het verwachte herstel- en terug-naar-werktraject, en anderzijds referentieduurtijden van werkonderbreking en belangrijke factoren die de beoordeling van de patiënt beïnvloeden.

    De fiches zijn momenteel beschikbaar voor negen pathologieën, waaronder burn-out, aanpassingsstoornissen, milde depressieve episodes, carpaletunnelsyndroom, rotator cuff scheur, knieprothese, aspecifieke lage rugpijn, borstkanker en acuut myocardinfarct. In de toekomst worden deze verder uitgebreid naar een twintigtal aandoeningen die vaak leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid, op basis van lopend onderzoek van het

    Centrum voor Evidence-Based Medicine.

Meer opvolging, controle en mogelijke sancties

Een belangrijke evolutie is de toegenomen monitoring van het voorschrijfgedrag van artsen. Met de GAOCIT-databank bij het RIZIV zullen vanaf 2026 alle elektronische attesten van arbeidsongeschiktheid worden verzameld, inclusief duur en gecodeerde diagnose.

Dit moet de overheid toelaten om beter zicht te krijgen op verschillen in voorschrijfgedrag. Artsen die opvallend vaak of langdurig arbeidsongeschiktheid voorschrijven, kunnen in beeld komen voor verdere opvolging. Financiële sancties zijn mogelijk, al worden die pas ten vroegste in 2027 effectief ingevoerd, zodra voldoende betrouwbare data beschikbaar zijn.

Opmerking

De Orde der Artsen benadrukt dat elke arts die arbeidsongeschiktheid vaststelt, zelf verantwoordelijk is voor het afleveren van het attest. Het systematisch doorverwijzen van patiënten naar de huisarts enkel voor het verkrijgen van een attest is deontologisch niet aanvaardbaar, tenzij daar een gegronde redeno voor bestaat.

Specifieke focus: langdurige arbeidsongeschiktheid

Er wordt momenteel gewerkt aan bijkomende maatregelen voor patiënten die langdurig arbeidsongeschikt zijn (langer dan één jaar). Daarbij wordt gedacht aan een verplicht jaarlijks contact met de behandelend arts om arbeidspotentieel en werkhervatting te bespreken, evenals een mogelijke jaarlijkse hernieuwing van de erkenning van arbeidsongeschiktheid wat momenteel nog niet bestaat.

Het doel is om langdurige arbeidsongeschiktheid systematischer op te volgen en sterker in te zetten op re-integratie.

Wij houden u op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in dit dossier.

 
Deel dit bericht: 
Deel dit bericht