Vlaams Artsensyndicaat waarschuwt voor implosie van de zorg bij invoering van drempelwaarden voor artsen
Na de recente fraudezaak bij een thuisverpleegkundige kondigde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke aan dat er vanaf 2026 een aanrekenplafond komt voor thuisverpleegkundigen, waarbij zij nog slechts een maximaal bedrag mogen factureren aan het RIZIV. Gelijkaardige drempelwaarden bestaan vandaag al voor kinesitherapeuten, tandheelkundigen en thuisverpleegkundigen, en de minister wil dit systeem uitbreiden naar alle zorgsectoren, inclusief de geneeskunde.
Het Actieplan Handhaving zet de lijnen uit voor opgelegde grenzen op het aantal prestaties dat een arts mag leveren, wat in de praktijk neerkomt op loonplafonds. Zorgverleners worden systematisch vergeleken met collega’s met een gelijkaardig patiëntenbestand. Wie deze grenzen overschrijdt, riskeert terugvorderingen en sancties. Wat wordt voorgesteld als fraudebestrijding, dreigt zo uit te monden in een systeem dat de dagelijkse patiëntenzorg afremt.
Het Vlaams Artsensyndicaat verwerpt deze aanpak. De overheid moet duidelijke regels vastleggen over kwaliteit en correcte aanrekening van zorg, maar mag niet bepalen hoeveel zorg een arts maximaal mag verlenen. De vergelijking is eenvoudig: de overheid kan bepalen welke ingrediënten er in een brood moeten zitten en welk gewicht het brood moet hebben, maar legt niet vast hoeveel broden een bakker per dag mag bakken.
De ervaring in andere zorgberoepen toont waar dit systeem toe kan uitgroeien. In de tandheelkunde functioneren P-waarden als harde grenzen op het aantal behandelingen dat een tandarts mag uitvoeren, met terugvorderingen en boetes tot gevolg. In de praktijk vertaalt dit zich in uitgestelde zorg, langere wachttijden en defensieve zorg. Het Vlaams Artsensyndicaat waarschuwt dat dezelfde logica in de geneeskunde vergelijkbare schade zal veroorzaken.
Daarbij staat de zorgcapaciteit vandaag al zwaar onder druk. Consultaties duren langer door complexere aandoeningen bij een verouderende bevolking, artsen werken vrijwel uitsluitend op afspraak en hechten terecht meer belang aan een haalbare werk-privébalans. Tegelijk is er uitstroom naar andere sectoren en stoppen artsen effectief op pensioenleeftijd, waardoor de beschikbare zorgcapaciteit structureel afneemt.
Vanaf januari 2026 wordt het statuut van verhoogde tegemoetkoming uitgebreid tot 2,1 miljoen Belgen. In de ambulante psychiatrie kan het aandeel patiënten met dit voordeelstatuut vandaag, afhankelijk van de regio, al oplopen tot 60%. Voor hen mogen geen ereloonsupplementen worden aangerekend, terwijl die nodig zijn om een praktijk financieel leefbaar te houden. Steeds meer psychiaters bouwen hun reguliere consultaties daarom af, met langere wachttijden en een verminderde toegang tot zorg voor kwetsbare patiënten tot gevolg.
Ook in de radiologie zijn de gevolgen zichtbaar. Tijdens de daguren moet geconventioneerde zorg beschikbaar zijn, waardoor in de praktijk vaak één radioloog instaat voor zorg tegen terugbetalingstarieven. Dit zorgt voor een hoge werkdruk en uitgestelde onderzoeken.
Het Vlaams Artsensyndicaat wil de bevolking waarschuwen: dit beleid treft niet alleen artsen, maar vooral patiënten. Een verdere afremming van de gewone zorg waar mensen vandaag op rekenen vergroot het risico op langere wachttijden, minder beschikbare artsen en een zorgsysteem waarin wie de meeste zorg nodig heeft, het minst geholpen raakt.
Daarbij benadrukt het Vlaams Artsensyndicaat dat fraude in de gezondheidszorg zeer beperkt is en volgens cijfers van het RIZIV slechts 0,01% van de totale zorguitgaven betreft. Extreme fraudegevallen mogen niet worden aangegrepen om een breed handhavingsmodel door te drukken dat vooral correcte zorgverleners en patiënten treft. Als deze beleidslijn wordt doorgezet, dreigt niet een efficiënter zorgsysteem, maar een implosie van de zorg.
Dr. Christophe Spaas
Voorzitter
Vlaams Artsensyndicaat Afdeling Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant