Persmededeling BVAS 03.02.2009 : De praktijkassistent, een nieuw beroep?
Geachte heer Michel van Hoegaerden, Directeur-generaal basisgezondheidszorg en crisisbeheer en heer J. De Cock, Voorzitter Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen,
Op 22.01.2008 werden wij op de hoogte gebracht van een project tot creatie van “de praktijkassistent in de eerstelijnsgezondheidszorg”, een nieuw “beroep en beroepscompetentieprofiel”.
1. Evolutie naar een nieuw beroep ?
Wij zijn ten zeerste verwonderd over het bestaan en de evolutie in dit dossier aangezien hierover geen overleg heeft plaatsgevonden met de vertegenwoordigers van de artsensyndicaten.
De ontstaansgeschiedenis van de praktijkassistent kadert in de optiek van de herwaardering van de huisartsgeneeskunde. Twee jaar geleden werd voor de huisartsen, die in hun praktijkvoering beroep doen op een administratieve bediende, een tussenkomst door het RIZIV uitgewerkt.
De BVAS heeft meegewerkt aan de uitvoering van dit project en onze vijf Syndicale Kamers/ Afdelingen werden erkend als steunpunten voor de aanvraag van de tussenkomst bij het RIZIV.
In het nieuwe akkoord 2009-2010 werd er ook een betoelaging voorzien voor de creatie van deze assistent voor solopraktijken.
Via een document “beroepscompetentieprofiel praktijkassistent in de eerstelijnsgezondheidszorg” dat werd uitgewerkt door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zijn wij nu op de hoogte gebracht aangaande een nieuw profiel van deze praktijkassistent.
Met andere woorden, het bestaan van de praktijkassistent binnen het kader van Impulseo II en III wordt nu als voorwendsel gebruikt om een nieuwsoortig beroep te creëren. Wij kunnen niet toestaan dat een deel van de federale financiering van de gezondheidszorg zou aangewend worden ter ondersteuning van dit nieuw beroepsprofiel. Als dergelijk beroep zou worden gecreëerd en als men dat federaal zou willen financieren, dan zou er ook een Franstalig equivalent dienen te worden gecreëerd en dan zouden hieromtrent eerst afspraken moeten worden gemaakt binnen de Nationale commissie artsen ziekenfondsen met de vertegenwoordigers van de representatieve artsenorganisaties.
Wij lichten U over dit dossier in omdat op 22.01.2009 hierover een vergadering werd georganiseerd in de lokalen van de FOD Volksgezondheid, in aanwezigheid van Prof. dr. Jan De Maeseneer en van vertegenwoordigers van het Interuniversitair Centrum voor Huisartsen Opleiding (ICHO), van de Federatie voor Vrije en Intellectuele Beroepen (FVIB) en van de SERV. Op het allerlaatste moment werd ook het VAS uitgenodigd nadat men vernomen had dat het VAS kritiek had geuit op het document. Tijdens die vergadering lichtte Prof. De Maeseneer het document verder toe. Het werd blijkbaar uitgewerkt door de SERV in samenwerking met Domus Medica en het ICHO.
Blijkbaar zou men de bedoeling hebben om een zevental taken onder leiding van een huisarts te laten uitvoeren:
- bloedafname;
- bloeddrukmeting;
- meten van lengte en gewicht;
- assistentie bij wondzorg en het verwijderen van hechtingen;
- urinecontrole met strip;
- zwangerschapstest (urine);
- glycemiebepaling met glucosemeter.
Wij benadrukken dat de BVAS geen signalen heeft gekregen van huisartsen om praktijkassistenten prestaties te doen verrichten die buiten het administratieve kader zouden vallen. Na contactname met sommige bestuursleden van Domus Medica blijkt trouwens dat dezen geen weet hebben van bovenvermeld document, laat staan dat een consensus zou bestaan over de inhoud ervan.
Wij zijn erg bezorgd over de ontwikkeling van een kwaliteitsvolle huisartsgeneeskunde. De mogelijke administratieve ondersteuning van de huisarts door een bediende via het RIZIV is een element in haar herwaardering.
Het is nooit de bedoeling geweest het takenpakket van deze administratieve bediende uit te breiden met verpleegkundige of paramedische handelingen.
Wij zullen ons dan ook verzetten binnen de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen indien nog maar sprake zou zijn van een heroriëntering van dit takenpakket.
Wij stellen vast dat dit voorstel bewust sleutelt aan het “versluizen” van wettelijk beschermde handelingen, die behoren tot de medische, verpleegkundige en paramedische sector, zoals voorzien in het KB n°78 aangaande de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, naar een mogelijks andere te creëren beroepsgroep.
Wij gaan niet akkoord met het feit dat de FOD Volksgezondheid dit initiatief steunt of mede-organiseert via het hierboven vermelde overleg.
Ondertussen hebben wij ook vernomen dat er geen advies werd gevraagd aan de bevoegde raden, met name de Nationale Raad voor Verpleegkunde en de Nationale Raad voor Paramedische beroepen. Wij zijn van oordeel dat dit dossier moet worden voorgelegd aan de betrokken beroepsgroepen. Het is onaanvaardbaar dat niet – bevoegden een profiel zouden opstellen dat op geen enkele vorm van consensus berust.
2. Bijhorende opleiding
Dit project werd ondertussen toegelicht op het kabinet van Frank Vandenbroucke, Vlaams Minister van Onderwijs. Daar wacht men op een voorstel van de SERV aangaande de concrete invulling van dit profiel met voorstel van opleiding.
Indien wij vaststellen dat hierover verder overleg plaatsgrijpt op het kabinet de Vlaamse Minister van Onderwijs zonder een breed overleg met de sector, zullen wij niet nalaten minister Frank Vandenbroucke te contacteren om hem ons standpunt over te maken en hem te wijzen op de juridische problemen die dergelijke eventuele beroepsbeoefenaars te wachten zullen staan.
Wij verzoeken de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu dringend een overleg te organiseren omtrent voormeld dossier met alle betrokken representatieve partijen.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Marc MOENS, Ondervoorzitter BVAS
Dr. Hilde ROELS, Voorzitter VAS
Dr. Roland LEMYE, Voorzitter BVAS