IMA krijgt ruimere bevoegdheden: welke gevolgen heeft dit voor artsen?
De wet van 20 juli 2026 houdende diverse bepalingen inzake gezondheidszorg, gepubliceerd op 11 augustus in het Belgisch Staatsblad, voert verschillende belangrijke wijzigingen door in de organisatie van de gezondheidszorg. Een van de meest ingrijpende veranderingen betreft de uitbreiding van de bevoegdheden van het Intermutualistisch Agentschap (IMA), dat voortaan meer gegevens zal kunnen analyseren en kruisen om mogelijke fraude op te sporen, maar ook gedragingen die als atypisch worden beschouwd op het vlak van facturatie of voorschrijfgedrag.
Op verzoek van de verzekeringsinstellingen zal het onder meer thematische controles kunnen uitvoeren bij bepaalde groepen zorgverleners, nagaan of de facturatiedrempels worden nageleefd en situaties onderzoeken waarvoor aanwijzingen van onregelmatigheden bestaan. De wet machtigt eveneens het gebruik van statistische analyses om profielen te identificeren die als atypisch worden beschouwd. Zo kan een zorgverlener worden gedetecteerd wanneer zijn volume aan verstrekkingen, zijn voorschrijfgedrag of zijn kosten aanzienlijk afwijken van de vastgestelde gemiddelden.
De gegevensverwerkingen kunnen betrekking hebben op zowel gegevens van de zorgverlener (RIZIV-nummer, specialisme, plaats van activiteit) als gegevens van de patiënt (verzekeringsstatuut, verhoogde tegemoetkoming, arbeidsongeschiktheid, demografische gegevens en informatie met betrekking tot verstrekkingen en voorschriften).
Hoewel de strijd tegen fraude een legitieme doelstelling is die niemand betwist, passen deze nieuwe bepalingen in een bredere context van een versterking van de controlemechanismen ten aanzien van zorgverleners, en meer bepaald artsen. BVAS heeft reeds meermaals zijn bezorgdheid geuit over een evolutie van het gezondheidsbeleid die gekenmerkt wordt door een toenemende inzet van toezichtsinstrumenten, administratieve controles en sancties.
Voor artsen kunnen de gevolgen uiteenlopend zijn:
- een toename van controles die gebaseerd zijn op gegevensanalyses en statistische vergelijkingen;
- het risico dat atypische medische praktijken of praktijken verbonden aan een specifieke patiëntenpopulatie worden beschouwd als verdacht gedrag;
- een bijkomende administratieve last om bepaalde activiteiten of volumes aan verstrekkingen te verantwoorden;
- het risico dat een legitieme maar atypische medische activiteit wordt geïnterpreteerd als een alarmsignaal dat aanleiding geeft tot bijkomende controle;
- een versterking van het klimaat van wantrouwen tussen controleautoriteiten en zorgverleners.
BVAS herinnert eraan dat elk controlebeleid strikt proportioneel, transparant en afgestemd op de realiteit van het terrein moet zijn. De strijd tegen fraude mag niet leiden tot een algemene vermoedenscultuur ten aanzien van artsen, wier kerntaak de zorg voor patiënten blijft.