Vandenbroucke: VT-status alleen voor wie het nodig heeft
Minister Vandenbroucke erkent dat het huidige systeem rond de verhoogde tegemoetkoming vandaag de dag belangrijke tekortkomingen vertoont. Bepaalde soorten inkomsten, met name inkomsten uit roerende en onroerende goederen, vallen buiten de boot. Het vermogen wordt simpelweg niet in aanmerking genomen. Hij zal deze week zijn maatregelen aan de regering voorleggen.
De minister signaleert twee structurele tekortkomingen in het huidige systeem: het ontbreken van een vermogensmeeweging (bezittingen tellen immers niet mee bij de berekening van het recht op de verhoogde tegemoetkoming) en de fiscale onzichtbaarheid van bepaalde inkomsten, zoals dividenden en meerwaarden op cryptovaluta. Om deze situaties te verhelpen, stelt Frank Vandenbroucke vijf complementaire hervormingslijnen voor:
- Het roerend vermogen
Huishoudens waarvan het roerend vermogen een drempel overschrijdt die is vastgesteld op tweemaal de bestaande maxima voor de verhoogde tussenkomst, namelijk ongeveer € 28.660 voor een alleenstaande en iets meer dan € 5.300 per extra lid van het huishouden, zouden worden uitgesloten van het voordeel van de tussenkomst.
De gegevens zouden afkomstig zijn uit de databank van het Centraal Contactpunt (CCP) van de Nationale Bank. De mutualiteiten zouden een eenvoudig ja/nee-signaal ontvangen, zonder details over de samenstelling van het vermogen om de privacy van de verzekerden te waarborgen.
- Het onroerend goed
Het bezit van onroerend goed anders dan de hoofdverblijfplaats zou volstaan om het huishouden uit te sluiten.
Deze informatie is toegankelijk via de belastingaangifte en de PatrimonyService-databank voor Belgische goederen. Voor eigendommen in het buitenland wordt het gebruik van de FOREIGNCAD-databank bestudeerd.
- Inkomsten uit roerende en onroerende goederen
Alle deze inkomsten, inclusief meerwaarden op roerende en onroerende goederen, zouden worden meegenomen in de berekening van de inkomensplafonds die recht geven op de verhoogde tegemoetkoming.
Concreet zou dit gebeuren door ofwel de uitbreiding van het PCC, ofwel de verplichting om al deze inkomsten aan te geven in de personenbelasting.
- Inkomsten die via vennootschappen worden doorgesluisd
Dit is een van de meest kenmerkende situaties van het huidige systeem: een bedrijfsleider die zichzelf een minimaal salaris uitkeert terwijl hij winsten in zijn vennootschap opstapelt, kan momenteel aanspraak maken op de verhoogde tegemoetkoming. Het voorstel voorziet erin dat personen die ten minste 25 % van een entiteit bezitten, volgens het UBO-register, het vermogen van die vennootschap opgenomen zien worden in de waardering van hun eigen vermogen. Er zou dan een vermoeden van overschrijding van het plafond worden toegepast, maar de aanvrager zou dit wel kunnen betwisten.
- Fiscaal onzichtbare inkomsten
Inkomsten uit flexijobs, doctoraatsbeurzen en andere inkomsten die zijn vrijgesteld of niet verplicht moeten worden aangegeven, zouden voortaan in aanmerking worden genomen.
De minister benadrukt in dit kader de noodzaak van een volledige automatisering van de controles om administratieve rompslomp te voorkomen. Het beoogde systeem is dan ook gebaseerd op automatische signalen die vanuit de bestaande databanken in de vorm van eenvoudige ja/nee-indicatoren naar de ziekenfondsen worden doorgestuurd. De vertrouwelijkheid van de vermogensinformatie zou zo gewaarborgd blijven. Maar deze automatisering veronderstelt wel betrouwbare, regelmatig bijgewerkte databases én een duidelijk juridisch kader voor de toegangsrechten van de ziekenfondsen en het RIZIV.