Huisartsen

Procedure bij een verdacht geval van COVID-19 voor huisartsen

Klik hier voor:

  • de procedure volgens Sciensano bij een mogelijk besmette patiënt (versie 14.08.2020)
  • opvolging van contacten en verplichte melding van COVID-19 (versie 14.08.2020).
  • de procedure voor de ambulante zorgverstrekking in een privé praktijk (versie 26.06.2020).
  • de procedure voor de afname en het opsturen van een nasopharyngeaal staal (versie 25.05.2020).
  • aanbeveling voor zorgpersoneel en bewoners van collectiviteiten (o.m. WZC) die in het kader van een screening werden getest (versie 08.05.2020).

1. Gevalsdefinitie verdacht geval (versie 14.08.2020)
2. Wie moet getest worden met een moleculaire test?

3. Wie kan er getest worden door middel van serologie?
4. Wat moet aan de regionale gezondheidsinspectie gemeld worden?
5. Hoe kan u een mogelijke besmetting herkennen?
6. Verantwoord voorschrijfgedrag bij thuisbehandeling van patiënten met mogelijke of bevestigde COVID-19
7. Wat te doen als een patiënt verdacht van een besmetting met Covid-19 toch in de praktijk is? 
8. 10 vuistregels voor een veilige heropstart

9. Praktische vragen en antwoorden voor huisartsen

1. Gevalsdefinitie verdacht geval (versie 14.08.2020)

Definitie mogelijk geval

Een mogelijk geval van COVID-19 is een persoon met

  • minstens één van de volgende hoofdsymptomen die acuut ontstaan zijn, zonder andere duidelijke oorzaak: hoest; dyspnoe; thoracale pijn; acute anosmie of dysgeusie;

OF

  • minstens twee1 van de volgende symptomen, zonder andere duidelijke oorzaak:
    koorts; spierpijn; vermoeidheid; rhinitis; keelpijn; hoofdpijn; anorexie; waterige diarree2; acute verwardheid2; plotse val2;

OF

  • verergering van chronische respiratoire symptomen (COPD, astma, chronische hoest…), zonder andere duidelijke oorzaak.
1:  Bij kinderen is enkel koorts zonder duidelijke oorzaak voldoende om de diagnose van COVID-19 te overwegen tijdens een epidemie.
Voor kinderen jonger dan 6 jaar is een test niet altijd nodig: zie procedure kinderen

2: Deze symptomen komen vaker voor bij ouderen, waar een acute infectie zich atypisch kan uiten.

Radiologisch bevestigd geval

Een radiologisch bevestigd geval is een persoon bij wie de laboratoriumtest PCR voor COVID-19 negatief is, maar bij wie de diagnose van COVID-19 wordt gesteld op basis van een suggestieve klinische presentatie EN een compatibele CT thorax.

Bevestigd geval

Een bevestigd geval wordt gedefinieerd als een persoon waar de diagnose van COVID-19 infectie bevestigd werd door een moleculaire test3.

N.B.: Een positieve PCR testresultaat bij een patiënt die voldoet aan de 4 volgende criteria kan in de praktijk als oude infectie beschouwd worden en de patiënt als niet-infectieus:

1. asymptomatische personen, of zonder suggestieve symptomen van een COVID-19 infectie gedurende meer dan 7 dagen. Indien ernstige symptomen niet eerder te beschouwen dan ten minste 4 weken na begin van symptomen (cfr. huidige ontslagprocedure ernstige gevallen in het ziekenhuis);
2. een patiënt geen contact heeft gehad met een bevestigd positief geval in de afgelopen 3 weken (2 weken incubatie + 1 week infectieuze periode);
3. een lage virale RNA-belasting (bv: hoge Ct, negatieve E - positieve N PCR, <100000 RNA copies/ml,…) Deze verschillende waarden zullen door elk laboratorium worden geïnterpreteerd4;
4. een positieve serologie of een eerdere positieve PCR-test, ten minste 1 week voordien

3: Moleculaire test: PCR of antigen sneltest. Een PCR test moet bijkomend uitgevoerd worden als een negatief resultaat bekomen werd met een antigen sneltest (Rapid Antigentest).
4: Zie advies: https://covid-19.sciensano.be/sites/default/files/Covid19/COVID19-PCR_INTERPRETATION_NL.pdf

Klik hier voor: de procedure volgens Sciensano bij een mogelijk besmette patiënt (versie 14.08.2020).

terug

2. Wie moet getest worden met een moleculaire test4? (in volgorde van prioriteit)

Deze procedures worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten en kunnen in de loop van de tijd worden aangepast in functie van de evolutie van de epidemie, nieuwe wetenschappelijke kennis en beschikbare middelen. De richtlijnen vervat in deze procedures moeten zo goed mogelijk worden uitgevoerd, rekening houdend met de plaatselijke situatie en eventuele beperkingen.

1. Ieder persoon die voldoet aan de definitie van een mogelijk geval van COVID-19,
met bijzondere aandacht voor:

  • Zorgpersoneel (personen die hulp of zorgen toedienen)
  • Bewoners en personeel van residentiële collectiviteiten (bv. woonzorgcentrum, verblijfscentrum voor personen met een handicap, opvangcentra, gevangenis…).

Vanaf twee gevallen in dezelfde instelling zullen de regionale gezondheidsautoriteiten verder beslissen over de meest geschikte verdere testing-strategie, aangepast aan de lokale omstandigheden.

 Voor ziekenhuizen zal de test-strategie in geval van vermoeden van een nosocomiale uitbraak bepaald worden door de dienst ziekenhuishygiëne.

2. Hoog-risico contacten5van een geval van COVID-19, waartoe ook reizigers behoren die terugkeren uit een rode of oranje zone6 behoren, volgens de richtlijnen zoals beschreven in de procedure contact.

Indien de capaciteit het toelaat, kunnen ook de volgende personen getest worden:

3. Patiënten die een ziekenhuisopname vereisen, inclusief een eerste opname in het dagziekenhuis, volgens de regels die elk ziekenhuis opstelt vertrekkende van de richtlijnen die aan ziekenhuizen werden meegedeeld. Indien de test negatief blijkt te zijn, kan de test eenmalig herhaald worden naargelang de klinische behoefte, aangezien een negatief resultaat ook mogelijk is bij een persoon die reeds besmet is maar nog in de incubatieperiode zit.

4. Elke nieuwe bewoner van een residentiële collectiviteit (bv. woonzorgcentrum, verblijfscentrum voor personen met een handicap, opvangcentra, gevangenis…). Indien de test negatief blijkt te zijn, kan de test eenmalig herhaald worden naargelang de klinische behoefte, aangezien een negatief resultaat ook mogelijk is bij een persoon die reeds besmet is maar nog in de incubatieperiode zit.

5. Het is wetenschappelijk niet aanbevolen om systematisch alle patiënten te testen die na een ziekenhuisverblijf terugkeren naar een residentiële collectiviteit. Niettemin, indien het resultaat van overleg tussen de collectiviteit en het ziekenhuis uitwijst dat een test noodzakelijk is, kan deze uitgevoerd worden. 

4: Moleculaire test: PCR of antigen sneltest. Een PCR test moet bijkomend uitgevoerd worden als een negatief resultaat bekomen werd met een antigen sneltest (Rapid Antigentest)
5: Zie procedure maatregelen voor contacten.
6: Voor mensen die terugkeren uit een oranje zone, een test en quarantaine worden aanbevolen, maar zijn niet verplicht.

Klik hier voor: de procedure voor de afname en het opsturen van een nasopharyngeaal staal (versie 25.05.2020).

terug

3. Wie kan er getest worden door middel van serologie?

1. Gehospitaliseerde patiënten die voldoen aan de definitie van een mogelijk geval EN waarbij de CT-Thorax suggestief is voor COVID-19, maar de PCR-test negatief is. De serologie wordt uitgevoerd minstens 7 dagen na het begin van de symptomen. 

2. Ambulante of gehospitaliseerde patiënten die een langdurig klinisch beeld suggestief voor COVID19 vertonen, maar waarvan de PCR-test negatief is, of die niet getest konden worden binnen de 7 dagen na het begin van de symptomen. De serologie wordt minstens 14 dagen na het begin van de symptomen uitgevoerd. 

3. In het kader van de differentiële diagnose bij een atypische klinische presentatie. De serologie wordt uitgevoerd minstens 14 dagen na het begin van de symptomen. 

4. Om de serologische status te onderzoeken bij het zorgpersoneel en het personeel in de ziekenhuizen/diensten en andere collectiviteiten, met een hoog risico op blootstelling aan COVID-19 (COVID-afdelingen of rusthuizen) in het kader van het lokale risicomanagement.

OPGELET: er zijn verschillende beperkingen waar men rekening mee moet houden bij het interpreteren van de resultaten van de serologie. Lees verder.

terug

4. Wat moet aan de regionale gezondheidsinspectie gemeld worden?

  • De verplichte melding6 van alle verdachte gevallen gebeurt via het eFormulier “COVID-19: labo-aanvraag bij vermoeden van SARS-CoV-2” dat geïntegreerd werd in de software voor huisartsen en ziekenhuizen7.
  • Huisartsen moeten ENKEL nog overlijdens veroorzaakt door bevestigde COVID-19 buiten het ziekenhuis of woonzorgcentrum melden aan de overheidsdienstsen.
  • Er wordt herinnerd aan het belang om elk gegroepeerd voorkomen van gevallen in residentiële collectiviteiten te melden zodat de nodige controlemaatregelen genomen kunnen worden. De woonzorgcentra melden elk geval en overlijden, mogelijk of bevestigd, volgens de systemen die reeds in werking zijn gesteld in elke regio.​

De contactgegevens voor verplichte meldingen kan u hier raadplegen.

6: Vanaf 4 mei zal gestart worden met een systeem van contactopvolging voor personen met COVID-19. Er zal een callcenter worden gebruikt om deze mensen te contacteren, hen te vragen de nodige maatregelen te nemen en de mensen om hen heen te identificeren die mogelijk besmet zijn. Hiervoor moet elke laboratoriumaanvraag voor COVID19 verplicht uitgevoerd worden via een elektronisch formulier. Indien de patiënt verwezen wordt door de huisarts, kan de huisarts reeds een deel van dit formulier invullen. Uw ziekenhuis informeert u over de te volgen procedures om dit elektronische formulier in te vullen. De overgang naar deze nieuwe fase brengt enorme praktische en logistieke uitdagingen met zich mee. Een geleidelijke implementatie is daarom nodig en de week van 4 tot 11 mei moet worden beschouwd als een overgangsfase
7:  Voor meer info: zie de procedure voor huisartsen of procedure voor ziekenhuizen

terug

5. Hoe kan u een mogelijke besmetting herkennen?

Telefonische triage is de aanpak die internationaal de voorkeur geniet, zodat mogelijk besmette patiënten zich niet onder niet-besmette personen begeven. Daarom komen patiënten met vragen over een mogelijke besmetting niet naar de praktijk, maar contacteren ze de huisartsenpraktijk om hun vraag voor te leggen en te bespreken met hun behandelende arts.

Enkel als er koorts is, een koortsig gevoel (bij ouderen) of klachten van de bovenste luchtwegen, is een verdere anamnese in de richting van een mogelijke besmetting met COVID-19 aangewezen.

terug

6. Verantwoord voorschrijfgedrag in het kader van thuisbehandeling van patiënten met mogelijke of bevestigde COVID-19

De Belgische gezondheidsinstanties en -experten, waaronder die van BAPCOC, roepen op om geen antibiotica voor te schrijven voor thuis behandelde patiënten met mogelijke of bevestigde COVID-19, ook geen azithromycine. Er is geen bewezen werkzaamheid van azithromycine bij COVID-19 (ondanks circulerende berichten daarover!), maar er zijn risico’s aan verbonden.
Klik hier voor meer informatie.

terug

7. Wat te doen indien een patiënt verdacht van een besmetting met Covid-19 toch in de praktijk is? 

Zet de patiënt in een aparte ruimte en geef hem/haar een chirurgisch mondneusmasker.

Ventileer de ruimte waar de patiënt heeft verbleven gedurende minstens een halfuur.

Reinig (niet stofzuigen) en desinfecteer daarna de ruimte: eerst schoonmaken met een detergentoplossing, en nadien ontsmetten van armsteunen van stoelen en deurklinken met ontsmettingsalcohol.

Reinig kinderspeelgoed in de (vaat)wasmachine.

Draag een FFP2-masker, een veiligheidsbril, handschoenen en beschermkledij tijdens het schoonmaken en ontsmetten van de ruimte.

Ontsmet, na het uittrekken van de beschermkledij, de handen met handalcohol.

Was kleding en schoonmaakmateriaal op 60°C op een standaard wasprogramma met centrifugeren.

Sciensano heeft in het geval van een mogelijk besmette patiënt een procedure uitgeschreven.

terug

8. 10 vuistregels voor een veilige heropstart

Niet-dringende zorg werd omwille van de coronamaatregelen sinds 16 maart uitgesteld, maar vanaf 4 mei a.s. wordt de toegang tot de gezondheidszorg geleidelijk aan opnieuw uitgebreid. Raadplegingen voor patiënten waarvan niet vermoed wordt dat ze besmet zijn met COVID19, zijn dan terug mogelijk.

De wetenschappelijke vereniging voor huisartsen, Domus Medica, heeft 10 vuistregels uitgeschreven zodat de heropstart van deze zorg zo veilig mogelijk gebeurt.

U kan de 10 vuistregels voor de veilige heropstart van de huisartsenpraktijk hier raadplegen.

Het synthesedocument betreffende de veilige heropstart van reguliere zorg voor patiënten NIET verdacht van COVID-19 kan u hier raadplegen.

terug

9. Praktische vragen en antwoorden voor huisartsen

De wetenschappelijke vereniging Domus Medica heeft enkele vragen en antwoorden voorbereid, specifiek voor artsen.

U kan de vragen en antwoorden hier raadplegen.

terug


Artsen met vragen over de maatregelen tijdens deze COVID 19-crisis kunnen bij het RIZIV terecht op covid19@riziv-inami.fgov.be

 
 
Deel dit bericht: 
Deel dit bericht

Lid worden

Hier vindt u alles wat uw lidmaatschap bij het Vlaams Artsensyndicaat inhoudt.

Ontdek hier uw lidmaatschap.

Lees ook