Wet gezondheidszorg: manoeuvres in the dark (BVAS persbericht)

04.09.2017

Met de bewegingen in het ziekenhuislandschap op de achtergrond, vallen in de wet van 11 augustus 2017 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid (Belgisch Staatsblad 28.08.2017) enkele zaken op.

De term "ziekenhuisnetwerken" komt er niet in voor. Ondertussen vergaderen in Vlaanderen ziekenhuisraden van bestuur en medische raden zich te pletter om die juridisch onbestaande entiteiten op te richten, remmen ze in Wallonië met alle macht de zaak af, bakkeleien ze in Brussel of er nu twee of drie van die schimmige structuren nodig zijn, liggen universitaire ziekenhuizen dwars omdat hun hegemonie bedreigd wordt en willen de gemeenschapsministers eigen verbanden met de eerstelijnsgezondheidzorg.

De wet voert wijzigingen in betreffende de ziekenhuisprogrammatie, maar die zullen verdwijnen op de dag van de eerste bijeenroeping van de nieuw verkozen Kamer van Volksvertegenwoordigers na de eerstvolgende federale verkiezingen. Dat betekent dat deze gewijzigde procedures slechts tot ergens in 2019 toepasbaar zijn. Merkwaardige wetgeving.

De Nationale Commissie Artsen – Ziekenfondsen bezorgde op 24 februari 2017 aan minister De Block een afsprakenkader om het vertrouwen met de overheid te herstellen na de ontbinding van het akkoord artsen – ziekenfondsen 2016-2017. De minister antwoordde omstandig dat ze via wetgeving en koninklijke besluiten zou tegemoet komen aan de terechte bezorgdheden van de Commissie. Daarop sloot de Commissie te goeder trouw een mini-akkoord artsen – ziekenfondsen af voor de rest van het jaar 2017.

De BVAS voelt zich bekocht: er wordt nauwelijks of niet tegemoet gekomen aan de afspraken.

Een akkoord artsen – ziekenfondsen moet wettelijk over twee jaar gaan. De BVAS vroeg dus een financieel meerjarenkader zodat ook budgettair twee jaar vooruit kan worden gedacht. De nieuwe wet maakt dit nu mogelijk, maar verplicht het niet. Deze tegemoetkoming is het enige lichtpuntje. De overige wetswijzigingen realiseren eerder het tegenovergestelde van wat werd gevraagd. Zo:

  • komt er geen medezeggenschap in de overeenkomsten tussen ziekenhuizen en mutualiteiten betreffende verstrekkingen door artsen in ziekenhuizen;
  • komt er geen bijkomende rechtszekerheid over de afgesproken honoraria;
  • wordt de opzegging en ontbinding van een akkoord quasi onmogelijk gemaakt;
  • wordt aan de vraag tot het waarborgen van de indexering niet tegemoet gekomen;
  • wordt het recht op een sociaal statuut voor artsen die verder praktiseren na hun pensionering niet toegekend.

Beloftes die bij koninklijk besluit moeten worden gerealiseerd blijven achterwege:

  • meer inspraak van de zorgverstrekkers door een wijziging van de stemprocedure in het Verzekeringscomité;
  • de financiering van de artsensyndicaten is slechts geregeld tot eind 2014. Een in april 2016 goedgekeurd KB voor de financiering vanaf 2015 geraakt niet gepubliceerd. Voor 2015 en 2016 ontving de BVAS voorlopige voorschotten, voor 2017 nog helemaal niets;
  • de bespreking van de modaliteiten voor de artsenverkiezingen blijft uit.

De regering heeft een kans gemist om de gevraagde vertrouwenwekkende wettelijke en reglementaire maatregelen te nemen. Het kabinet van de minister houdt bovendien geen rekening met fundamentele opmerkingen van de BVAS bij de voorbereiding van de wet over de forfaitarisering van artsenhonoraria voor zorgen die relatief goed te standaardiseren zijn. De gevraagde waarborg voor een strategische en operationele betrokkenheid van artsen bij het beheer van de nog op te richten ziekenhuisnetwerken staat nergens, want er is nog geen spoor van een juridisch kader.

De artsen worden bij de neus genomen. Chaos dreigt voor de ziekenhuiswereld.

 

Dr. Marc Moens
Voorzitter.

PS: Juridische analyse van de wet van 11.08.2017: cf. BVAS website.

 
Deel dit bericht: 
Deel dit bericht