• Ons aanbod voor artsen in opleiding

    Heb je de Startersgids voor artsen in opleiding 2022 nog niet besteld? Vraag dan hier jouw GRATIS exemplaar aan.

    Om kennis te maken met het Vlaams Artsensyndicaat bieden we jou graag ons Startersaanbod.
    Voor € 30 (i.p.v. € 50) word je lid van ons syndicaat tot eind 2023.
    Dan ondervind je zelf wat wij voor jou kunnen betekenen.
    Geïnteresseerd? Klik hier voor ons Startersaanbod.
     

Laagvariabele zorg: het globaal prospectief bedrag

Hoe wordt dit bedrag berekend? Hoe kunnen ze evolueren? Hebben de revalidatie-overeenkomsten of de accreditering een invloed op het globaal bedrag?

  1. Hoe berekenen we het globaal prospectief factureerbaar bedrag per verblijf?
  2. Waarom de medianen corrigeren?
  3. Zal het globaal prospectief bedrag elk jaar worden aangepast?
  4. Hoe zal men de globale prospectieve bedragen die op basis van de gegevens 2016 zijn berekend, extrapoleren naar 2019?
  5. Wat zal er gebeuren wanneer de honoraria in de loop van het jaar worden geïndexeerd?
  6. Hoe zullen de globale bedragen worden meegedeeld?
  7. Wordt in de globale bedragen rekening gehouden met de ziekenhuizen die een revalidatieovereenkomst met het RIZIV hebben gesloten?
  8. Wordt in het globaal bedrag rekening gehouden met het statuut "geaccrediteerd" en "niet-geaccrediteerd" van de arts

 

1. Hoe berekenen we het globaal prospectief factureerbaar bedrag per verblijf?
Voor elk van de 57 patiëntengroepen wordt de mediaan van het totaal van de honoraria berekend (na uitsluiting van bepaalde nomenclatuurcodenummers). Er werd geopteerd voor de mediaan, omdat die minder gevoelig is voor extreme waarden (onder- en overconsumptie) dan het gemiddelde en omdat daardoor de financiering van een "doorsneepraktijk" dichter kan worden benaderd.

De volgende tabel geeft per patiëntengroep een overzicht van het globaal prospectief bedrag per opname in een ziekenhuis voor het jaar 2019. Deze bedragen zijn van toepassing voor alle opnames die een aanvang nemen na 31 december 2018 en vóór 1 januari 2020.
U kan het overzicht van het globaal perspectief bedrag per ziekenhuisopname voor 2019 hier raadplegen.
terug

2. Waarom de medianen corrigeren? 
Voor de meeste patiëntengroepen lag het mediaanbedrag lager dan dat van het gemiddelde. De toepassing van de mediaan zou een negatieve impact hebben voor de ziekenhuizen, aangezien de volledige budgettaire massa van die verblijven niet zou worden herverdeeld.

Daarom (en voor deze groepen waarbij de mediaan lager was dan het gemiddelde) werd de mediaan verhoogd met een bepaald percentage met het oog op een volledige herverdeling van de budgettaire massa.

Het nieuwe financieringssysteem bevat dus geen enkele besparingsmaatregel. Met het systeem wordt een volledige herverdeling van de globale honorariamassa beoogd.

terug

3. Zal het globaal prospectief bedrag elk jaar worden aangepast?
Ja, de globale prospectieve bedragen worden elk jaar herberekend.

terug

4. Hoe zal men de globale prospectieve bedragen die op basis van de gegevens 2016 zijn berekend, extrapoleren naar 2019?
Voor elke patiëntengroep kennen wij exact de verstrekkingen waaruit ze zijn samengesteld, het aantal gefactureerde gevallen voor die verstrekkingen, de waarde van het honorarium op 1 januari 2016 en het honorarium op 1 januari 2018. 

Op die basis kan het percentage van de evolutie tussen beide jaren worden berekend en kan dat percentage worden toegepast op het globaal prospectief bedrag dat op basis van de gegevens 2016 is berekend. Wanneer de honoraria op 1 januari 2019 bekend zullen zijn, kan dezelfde redenering worden gevolgd voor de berekening van de globale prospectieve bedragen op 1 januari 2019.
Meer gedetaileerde informatie vindt u hier.

terug

5. Wat zal er gebeuren wanneer de honoraria in de loop van het jaar worden geïndexeerd? 
Die indexeringen zullen worden opgenomen in de volgende berekening (op 1 januari N+1).

terug

6. Hoe zullen de globale bedragen worden meegedeeld? 
De globale bedragen per patiëntengroep per opname zullen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en daarnaast worden deze via Librhos overgemaakt aan de ziekenhuizen.

terug

7. Wordt in de globale bedragen rekening gehouden met de ziekenhuizen die een revalidatieovereenkomst met het RIZIV hebben gesloten?
Nee. Voor de verblijven die verband houden met de patiëntengroepen die zijn opgenomen voor een totale heupprothese (THP) en een totale knieprothese (TKP) hebben de administraties van het RIZIV en de FOD Volksgezondheid de gemiddelde honoraria vergeleken naargelang het verblijf al dan niet plaatsvindt in een ziekenhuis dat een revalidatieovereenkomst heeft gesloten. 

65 % van de THP's en TKP's die zijn opgenomen in het nieuwe financieringssysteem, wordt uitgevoerd in ziekenhuizen die een revalidatieovereenkomst hebben gesloten. Dat criterium heeft echter weinig invloed op de globale gemiddelde bedragen. Op basis van die analyse is beslist om die patiëntengroepen niet op te splitsen naargelang het ziekenhuis al dan niet een revalidatieovereenkomst heeft gesloten.

Tevens zijn patiënten met fracturen, heringrepen en infecties uit de laagvariabele patiëntengroepen verwijderd.

terug

8. Wordt in het globaal bedrag rekening gehouden met het statuut "geaccrediteerd" en "niet-geaccrediteerd" van de arts? 
Er is geen ander bedrag naargelang de arts geaccrediteerd is of niet. Het totaalbedrag van de accrediteringsvergoeding vertegenwoordigt 0,63 % van de totale uitgaven van de 57 patiëntengroepen en 0,98 % van het totaal van de inkomsten betreffende de accreditering.

De meeste inkomsten die verband houden met de accreditering, vloeien enerzijds voort uit de ambulante verstrekkingen en anderzijds uit de ziekenhuisverblijven die buiten het nieuwe systeem vallen. Het principe van de accreditering en de meerwaarde ervan voor het gezondheidszorgsysteem en de zorgverleners zal door de inclusie van de accrediteringsvergoeding in de globale bedragen bijgevolg niet op losse schroeven worden gezet.

terug

Ga hier terug naar het overzicht per onderwerp van de FAQ over de laagvariabele zorg.